Met weinig geld en machtige tegenstanders probeert Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, het internationale systeem voor de rechten van de mens overeind te houden. ‘Deze mate van onvoorspelbaarheid en destructie hebben we sinds de Tweede Wereldoorlog niet gezien.’
Volker Türk maakt een onverstoorbare indruk, ondanks de hitte en zijn volgepropte agenda met gesprekken met premier Rob Jetten en Tweede Kamerleden. Misschien is er in zijn positie geen andere optie.
De man die namens de Verenigde Naties vecht voor mensenrechten op een moment dat mensenrechten overal onder druk staan, blijft geloven dat het huidige tijdsgewricht ‘een tijdelijke aberratie’ zal zijn. ‘Uiteindelijk willen mensen geen wredere wereld, ze willen méér mensenrechten, niet minder.’
Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) verkeert ondertussen wel in ‘een overlevingsmodus’, zo erkent de Oostenrijkse jurist en VN-veteraan woensdag voorafgaand aan een lezing in Amsterdam. Zijn organisatie kampt met een acuut geldtekort, vooral omdat de Verenigde Staten niet voldoen aan hun verplichtingen.
Tientallen OHCHR-kantoren zijn wereldwijd gesloten en het aantal rapportages over mensenrechtenschendingen (‘Het werpen van licht in de donkerste hoeken’, zoals de Hoge Commissaris zijn werk omschrijft) slinkt noodgedwongen.
Ondertussen nemen de gruwelijkheden toe. ‘We hebben het hoogste aantal gewapende conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog, meer dan zestig’, aldus Türk. Hij maakte eerder een andere rekensom: wat er nu wereldwijd in twee uur wordt uitgegeven aan wapens en militairen is evenveel als het jaarbudget van zijn hele organisatie.
Op dit ‘moeilijke geopolitieke moment’, zoals Türk het met gevoel voor understatement noemt, probeert hij via het onlangs gelanceerde Global Alliance for Human Rights ook buiten de VN bondgenoten te vinden. De hoop is dat maatschappelijke organisaties, bedrijven, beroemdheden en sporthelden het belang van mensenrechten gaan verdedigen.
Bij het Nederlandse kabinet, dat 20 miljoen dollar extra bijdroeg aan de OHCHR om de weggevallen Amerikaanse gelden deels te compenseren, vindt Türk in elk geval een welwillend oor. ‘Nederland is een steunpilaar – politiek, strategisch en financieel’, aldus de Oostenrijker. ‘Het zit hier in het maatschappelijk DNA, met Den Haag als hoofdstad van recht en vrede.’
Toch is er ook kritiek dat Nederland bijvoorbeeld meer kan doen tegen de sancties en de intimidaties waarmee medewerkers van het Internationale Strafhof in Den Haag te maken hebben.
‘Het echte probleem is de overduidelijke minachting voor internationale instituten van zeker Rusland, dat arrestatiebevelen uitvaardigde tegen rechters en aanklagers, en de VS met hun sancties. We hebben ook de sancties gezien tegen de speciale rapporteur voor de Palestijnse gebieden (Francesca Albanese, red.) en de aanvallen op UNRWA (VN-hulporganisatie voor Palestijnen, red.). Het is mode geworden om de VN te bashen om zo af te leiden van andere zaken. Ik denk dat Nederland in heel moeilijke omstandigheden doet wat het kan om de instituten te beschermen.’
Nederland is ook een voorvechter van terugkeercentra buiten de EU voor afgewezen asielzoekers, terwijl u daar zeer kritisch over bent.
‘We hebben eerder gezien dat zoiets niet werkt. Australië heeft het gedaan door mensen naar eilanden te brengen, maar de gevolgen waren inhumaan en wreed. Het Verenigd Koninkrijk is ook teruggefloten. Ik heb op voorhand grote zorgen, maar we moeten zien hoe de EU dit gaat uitwerken.’
Kunnen mensen niet cynisch worden van de selectieve toepassing van mensenrechten? Ze zijn belangrijk totdat het niet meer uitkomt.
‘Daarom is het belangrijk dat mijn bureau geen uitzondering maakt, of het nou om Israël, Rusland, de VS of wie dan ook gaat. Dat kunt u ook in onze rapporten zien. De wet geldt voor iedereen. We moeten altijd alles terugbrengen tot het menselijke niveau. Er zijn veel discussies over politiek, maar we moeten discussiëren over wat er met mensen gebeurt. Dat gaat eenieder van ons aan, want vroeg of laat kunnen we allemaal getroffen worden.’
Niet iedereen zal zich zorgen maken.
‘We kunnen mensenrechten niet als iets vanzelfsprekends zien. Ook in Europa niet. In Hongarije is daar al ervaring mee opgedaan.’
U noemt mensenrechten ‘dragers van hoop’. Wat bedoelt u daarmee?
‘Ze vormen nog steeds een sterk bastion. Mensen die waar dan ook ter wereld vechten tegen onderdrukking, die zich niet neerleggen bij de ontmenselijking van anderen, die zich keren tegen hate speech – ze weten zich gesteund door een systeem van mensenrechten. Ze weten dat ze niet alleen staan als ze vechten voor de juiste zaak.’
Uw presentatie van het jaarrapport was eerder deze maand zeer grimmig. Was het ooit eerder zo slecht gesteld?
‘We hebben genoeg meegemaakt, Rwanda heeft een genocide doorgemaakt, maar de huidige mate van onzekerheid, onvoorspelbaarheid en destructie hebben we sinds de Tweede Wereldoorlog niet gezien. Gaza, Oekraïne, de Straat van Hormuz, Soedan: mensen voelen zich overweldigd. We moeten het geloof terugkrijgen dat we invloed hebben. Het minste wat we kunnen doen, is ons informeren, ons uitspreken, druk uitoefenen. Want dat heeft wel invloed.’
U bent ook bezorgd over de opkomst van drones en autonome wapensystemen. Het vooruitzicht van miljarden kostende, door AI aangestuurde wapens die vervolgens door AI bestuurde afweersystemen weer worden neergehaald, bewijst volgens u de horror en leegheid van oorlog.
‘We pleiten er al langer voor dat landen afspraken maken om deze ontwikkeling te voorkomen. Het militair-industriële complex moet niet zijn eigen logica creëren. In alle oorlogen zien we nu de invloed van drones. In Soedan vallen de meeste doden nu door de drones die beide kampen gebruiken. Ook in het regenseizoen sterven nu mensen. Vroeger nam het vechten dan af, maar drones trekken zich niets aan van regen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant