Home

Hulpverleners arriveren in Venezuela om te zoeken naar overlevenden

Vanuit de hele wereld gingen vrijdag reddingswerkers naar Venezuela om te helpen zoeken naar overlevenden van de dubbele aardbeving. Ook het Nederlandse Urban Search and Rescue Team is naar Venezuela vertrokken.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

De internationale bijstand is hard nodig, want bij grote natuurrampen zoals die in Venezuela zijn de eerste 48 uur cruciaal om slachtoffers nog levend onder het puin vandaan te kunnen halen. Het officiële dodental van de dubbele aardbeving die donderdagochtend plaatsvond, stond vrijdagmiddag op 589.

Maar vermoedelijk liggen nog duizenden mensen onder ingestorte gebouwen. Volgens modellen van Amerikaanse Geologische Dienst is er 44 procent kans dat het dodental oploopt tot 10 duizend en 24 procent kans op minstens 100 duizend slachtoffers.

De hulp kwam vrijdag uit alle hoeken van de wereld. Een eerste Amerikaanse militaire eenheid arriveerde in Caracas om de Amerikaanse hulpverlening te coördineren – de Verenigde Staten hebben 150 miljoen dollar toegezegd voor noodhulp. Specialistische zoekteams vanuit Chili, de Dominicaanse Republiek, Mexico en Zwitserland landden ‘s ochtends in Venezuela. Franse, Spaanse en Italiaanse reddingswerkers sloten zich later op de dag bij hen aan.

Nederlandse reddingswerkers vertrokken

‘De komende dagen vergen een gigantische collectieve krachtsinspanning’, zei Tom Fletcher, directeur Humanitaire Hulp bij de Verenigde Naties in een schriftelijke verklaring. Voor de aardbevingen waren al 8 miljoen Venezolanen afhankelijk van humanitaire hulp.

Ook het Nederlandse Urban Search and Rescue Team (USAR), een team van specialistische hulpverleners, bouwkundigen en politieagenten dat internationale noodhulp biedt bij grote rampen, is vrijdagochtend vanaf het vliegveld in Eindhoven naar de Venezolaanse hoofdstad Caracas vertrokken. Het team bestond uit 64 personen, 8 honden en 16 ton materieel. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beslist over de inzet van USAR.

Later afgereisd

De Nederlandse hulpverleners zijn iets later naar het rampgebied afgereisd dan bij recente eerdere uitzendingen. Het hulpteam stapte bij de aardbeving in Turkije in 2023 nog dezelfde dag op het vliegtuig. Na de explosie in het havengebied van de Libanese hoofdstad Beiroet in 2020 vertrokken de reddingswerkers ongeveer een etmaal later.

‘Het liefst vertrekken wij natuurlijk zo snel mogelijk’, zegt Jacqueline Spijkerman, woordvoerder van USAR. ‘Maar het voorbereiden van zo’n operatie is een enorme klus en we zijn afhankelijk van anderen omdat we geen eigen vliegtuigen hebben.’

De lichte vertraging komt enerzijds door de Venezolaanse autoriteiten. Na de aardbeving in Turkije kwam het Turkse hulpverzoek nog diezelfde nacht. De interimregering van Venezuela stuurde pas donderdag rond 12.00 uur Nederlandse tijd een hulpoproep. Daarnaast was er niet direct een vrachtvliegtuig met crew beschikbaar om naar Venezuela te vliegen. USAR vloog uiteindelijk in een militair toestel van Defensie.

2 miljoen euro

De Nederlandse reddingswerkers worden vrijdag om 18.00 uur lokale tijd in Venezuela verwacht. Ze zetten na aankomst eerst hun basiskamp op, zegt Spijkerman, die zelf in Nederland blijft. ‘Als er al gebieden aan ons zijn toebedeeld, beginnen de eerste twee teams daarna direct met zoeken.’ USAR heeft genoeg voorraden om tien dagen zelfvoorzienend te zijn. Het team keert daarna terug naar huis.

Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma (D66) zei vrijdag dat het kabinet 2 miljoen euro heeft uitgetrokken voor de hulpverlening in Venezuela. Dat maakt deze hulpoperatie volgens hem ‘een van de grootste uitzendingen van USAR’ in de afgelopen jaren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next