Home

Tussen de kapotte stofzuigers en broodroosters in een Parijs Repair Café blijkt: Frankrijk is koploper repareren

Circulaire economie In de honderden Repair Cafés die Frankrijk telt, worden föhns, lampen en dvd-spelers nieuw leven ingeblazen. „De conclusie is snel dat het makkelijker is om iets opnieuw te kopen.”

Sylvie Mencia (l) en vrijwilliger Gilles Kantardjian proberen samen haar Delonghi-koffiezetapparaat weer aan de praat te krijgen. Het Repair Café heeft allerlei gereedschap en materialen klaargelegd.

Het verrassendst is de vreugde die vrijkomt als een reparatie lukt. „Het is Kerst!”, roept Joëlle Feauveau (62) als haar lamp-op-kunstzinnig-pootje voor het eerst in jaren weer licht geeft. „Als ik thuiskom, doe ik een dansje”, glundert François Fuchard (71) als de laser van zijn nineties ademende dvd-speler na een decennium weer een dvd herkent. En als de koffiemachine van Sylvie Mencia (53) na flink stoffen en fröbelen weer bonen weet te vermalen tot koffie, komen van alle kanten reparateurs en bezoekers een kijkje nemen.

De vreugde breekt de geconcentreerde stilte die het grootste deel van de tijd hangt in het Repair Café in het residentiële twaalfde arrondissement van Parijs. Hier komen elke dinsdag een vijftal reparateurs samen in een buurthuis in een voormalig stationsgebouwtje, die Parijzenaren helpen hun kapotte apparatuur nieuw leven te geven. Op een zonnige lentedag komt van alles voorbij: eerdergenoemde lamp, dvd-speler en koffiemachine, maar ook een föhn, een hogedrukspuit, een broodrooster en zelfs een elektrische fiets.

Het eerste Repair Café ontstond in 2009 in Amsterdam, inmiddels zijn er wereldwijd bijna vierduizend te vinden. Het idee is dat vrijwilligers met kennis van reparatie op gezette tijden samenkomen in een locatie waar gereedschap en materiaal beschikbaar zijn gesteld en mensen gratis hun spullen kunnen laten repareren. „Het gaat om co-reparatie”, legt vrijwilligster Sabine Jourdan (56) uit terwijl de eerste bezoekers met boodschappentassen gevuld met kapotte apparatuur aankomen bij het Repair Café. „Het idee is dat mensen niet hun product achterlaten, maar dat ze samen met de reparateurs hun koffiezetapparaat of föhn onder handen nemen en zo ook nog wat leren.” Zo’n 50 à 60 procent van de producten kan ter plekke gerepareerd worden.

Frankrijk Europees koploper

Van de vierduizend Repair Cafés wereldwijd bevinden zich ruim zeshonderd in Frankrijk – alleen al in Parijs kunnen mensen op zeventien plekken terecht om gratis hun spullen te (laten) repareren. Dat is geen toeval: niet alleen heeft Parijs al 25 jaar een links stadsbestuur dat alle vormen van recycling en hergebruik stimuleert. Ook is Frankrijk „een voorloper als het gaat om wetgeving waarmee wordt gestreefd naar producten van hogere kwaliteit, producten die langer meegaan en producten die we kunnen repareren”, zegt universitair docent Jessika Richter van Het Internationaal Instituut voor Industriële Milieueconomie van de Zweedse Universiteit van Lund.

Zo was Frankrijk in 2015 het eerste land dat obsolescence programmée (geplande veroudering, waarbij bedrijven ervoor zorgen dat hun producten voor het einde van de verwachte levensduur stoppen met werken of slechter gaan werken) illegaal maakte. „Denk aan Windows 10 dat niet meer geüpdatet kon worden, waardoor consumenten gedwongen werden een nieuwe computer aan te schaffen”, zegt Richter via een videoverbinding. Ze deed onderzoek naar het fenomeen. Deze praktijk is niet nieuw: zo besloten al in de jaren dertig internationale lampenproducenten gezamenlijk de levensduur van hun peertjes te verkorten. „Destijds werd het zelfs in marketingmagazines gepromoot als een geweldige manier om economische groei aan te sporen.”

In 2020 zette Frankrijk nog een stap toen het Franse parlement de Wet tegen verspilling en voor een circulaire economie (AGEC) aannam, waarin onder meer is opgenomen dat producten een label moeten hebben waarop te zien is hoe repareerbaar ze zijn. Via dezelfde wet ontstond de bonus réparation waarmee Fransen een deel van de kosten van een reparatie kunnen terugkrijgen van de staat.

In het Repair Café in Parijs zien vrijwilligers en bezoekers de noodzaak van dit soort wetgeving. „Ik heb wel eens mensen geholpen die op het punt stonden een product weg te gooien dat niet eens echt stuk was”, zegt vrijwilliger Gilles Kantardjian (68). „Dan moest er alleen wat stof worden weggeveegd.” De uit Benin afkomstige verpleegkundige Mencia vertelt, nadat ze met Kantardjian haar Delonghi-koffiezetapparaat uit elkaar heeft geschroefd, dat ze toen ze twaalf jaar geleden naar Frankrijk verhuisde schrok hoe gemakkelijk producten hier worden weggegooid. „Er is zoveel verspilling hier. In Afrika is het omgekeerd: daar wordt álles gerepareerd. Ik heb mijn vader zoveel producten nieuw leven zien geven, dat het voor mij uitgesloten is dat ik iets zomaar in de prullenbak gooi.”

Ze vertelt dat haar Franse man vindt dat het repareren van producten te lang duurt. Wat niet onwaar is: zo is Mencia deze dinsdag al voor de tweede week op rij in het Repair Café omdat het euvel in haar koffiezetapparaat niet in één keer kon worden opgelost. Kantardjian zegt dat voor veel mensen ook meespeelt dat er nog maar weinig reparateurs in Parijs te vinden zijn en zij vaak hoge prijzen vragen. „Dus is de conclusie al snel dat het makkelijker is om iets opnieuw te kopen.”

Vrijwilligster Anne Brygoo (78) ziet dat vooral de jongste generatie makkelijk producten weggooit – het valt ook op dat de meeste mensen in het Repair Café op leeftijd zijn. „We zijn in Frankrijk verwend. Maar het speelt ook mee dat producenten het moeilijk maken producten te repareren”, zegt ze wijzend op een broodrooster met een moeilijk repareerbare elektronische printkaart in plaats van een simpele mechanische schakelaar.

Impact wetgeving

Dit soort zaken probeert Frankrijk dus met zijn strengere wetgeving aan te pakken. En die heeft impact – zij het beperkte. Het verbod op geplande veroudering leidde ertoe dat Apple in 2020 met de Franse justitie een schikking van 25 miljoen euro trof. Ook tegen andere bedrijven heeft lobbyclub Halte à l’Obsolescence Programmée (Stop geplande veroudering, HOP), de drijvende kracht achter de Franse wetgeving, aanklachten lopen. „Vanwege de traagheid van de Franse justitie is het nog niet tot een rechtszaak gekomen, maar de eerste zaak zal binnenkort beginnen”, zegt HOP-oprichtster Laetitia Vasseur via een videoverbinding. Begin deze maand werd bekend dat printerfabrikant Epson op 2 juli moet verschijnen voor de Franse strafrechter.

Tot dusver heeft de wet vooral een afschrikwekkend effect, zegt Vasseur: „bedrijven die in Frankrijk verkopen, weten dat ze moeten oppassen. En de wet opende een gesprek over welke hefbomen gebruikt kunnen worden om duurzame productie af te dwingen, waarna de AGEC-wet tot stand kwam.” Het in die wet opgenomen repareerbaarheidslabel (inmiddels voor sommige producten omgevormd tot een uitgebreider duurzaamheidslabel) was volgens Vasseur een motivatie voor sommige merken om hun producten te verbeteren. „Een merk kreeg bijvoorbeeld een 5 en heeft aanpassingen gedaan om naar een 6 te gaan. Andere producenten, zoals FairPhone, doen alles om een 10 te krijgen.”

Vasseur zegt dat uit HOP-onderzoek is gebleken dat mensen die „bewust zijn van het bestaan van het repareerbaarheidslabel, meer geneigd zijn hun producten daarna daadwerkelijk te repareren en er dus langer mee doen”. Dit geldt echter wel maar voor een beperkte groep: uit onderzoek blijkt dat de meeste consumenten dit soort labels vooral bij goedkope producten vaak niet eens raadplegen, zegt Jessika Richter. En ook de bonus réparation heeft een gemitigeerd effect: tussen 2020 en 2025 zijn 1,5 miljoen reparaties gesubsidieerd, waarmee slechts 30 procent van het beschikbaar gestelde budget is gebruikt.

Toch is de Franse nationale wetgeving van groot belang, zegt Richter, omdat die Europese wetgeving aanjaagt. „Producenten volgen nauw wat er in Frankrijk gebeurt, omdat het een grote markt is en ze weten dat als Frankrijk leidt, de rest van de EU waarschijnlijk zal volgen.” Zo is in de Europese Right to Repair-wetgeving, die eind juli van kracht wordt, opgenomen dat producten ook in andere Europese lidstaten een repareerbaarheidslabel krijgen. Eerder voerde de EU al zogenoemde eco-designwetgeving in, waarmee producten aan bepaalde milieueisen moeten voldoen, en een wet die producenten van telefoons en tablets verplicht eenzelfde USB-C-ingang te hebben voor opladers.

In Oost-Europa is repareren ‘achterhaald’

Of de Franse regels ertoe leiden dat de Fransen ook meer repareren dan inwoners van andere landen, is onbekend. „Er zijn zoveel onderling gerelateerde factoren die meespelen dat het moeilijk is om een direct verband tussen beleid en praktijk te bewijzen”, zegt Richter. Ook is het te bevragen of de aanstaande Right to Repair-wetgeving veel gaat veranderen. „Veel landen hebben inmiddels al reparatie-initiatieven – zoals de Franse bonus of de btw-reductie die je hier in Zweden krijgt bij sommige reparaties – waardoor de impact beperkt zal zijn”, verwacht Richter.

Vasseur onderstreept dat de verschillen tussen landen groot zijn en de Right to Repair-wetgeving weinig dwingend is. „Duitse bedrijven zoals Miele gebruiken bijvoorbeeld vaak gesloten reparatiesystemen”, waarbij de consument voor reparaties alleen terecht kan bij de producent. „Daardoor is repareren heel duur. Er zijn landen waar consumptiegedrag wordt gezien als iets positiefs, en repareren als iets achterhaalds. Dit speelt in Oost-Europa bijvoorbeeld, waar ze recentere herinneringen hebben aan een gedwongen sober leven.” Toch is ze positief over de aanstaande wetgeving: „Europa heeft voor deze teksten gestemd dus dat laat zien dat er een gedeelde ambitie is om een circulaire economie te creëren.”

Op het Parijse Repair Café zal de op handen zijnde Europese wetgeving weinig invloed hebben. Hier gaan Parijzenaren voorlopig rustig door met het afstoffen, losschroeven, solderen en – hopelijk – repareren van hun producten. Soms moeten ze daarvoor wel geduld hebben. Na een drie uur durende reparatiesessie kan het koffiezetapparaat van Sylvie Mencia weer bonen malen, maar een compleet kopje koffie komt er nog steeds niet uit. Dus wordt het zwarte bakbeest in een kast gezet en wordt Mencia opnieuw gevraagd een week later terug te komen.

Gilles probeert de koffiemachine van Sylvie nieuw leven in te blazen.

Duurzaamheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next