Home

Op bezoek bij de grootste commerciële spermabank ter wereld

Deens zaad Driekwart van de Nederlandse donorkinderen werd verwekt met zaad van een Deense spermabank. NRC bezoekt de grootste commerciële spermabank ter wereld. „We zijn een socialistisch land. Hier delen we alles, dus ook ons zaad.”

Net geleverd pakket met sperma uit Denemarken in fertiliteitskliniek in Elsendorp.

Fotoserie

De foto’s bij dit artikel komen uit een serie die fotograaf Sammy Jo Muller in 2025 maakte over ‘reizend sperma’. De reis begon bij een spermadonor in Denemarken die vooral doneerde voor het geld en voor zijn nakomelingen anoniem wilde blijven, en eindigde bij een Nederlandse vrouw die sperma had besteld bij de Deense spermabank Cryos.

Het begon allemaal met een droom over zaad, zo’n 45 jaar geleden. De Deense Ole Schou was 27, studeerde bedrijfskunde en ontwaakte uit een droom waarin hij als een duiker onder het ijs van Antarctica zwom, met om zich heen een zwerm kleine, feloranje stippen die door het donkere water schoten. Eerst dacht hij dat het krill was, of kleine visjes. Maar toen hij wakker werd, wist hij zeker wat hij had gezien: sperma.

Schou, inmiddels 72, wijst naar een kleurrijk schilderij van twee bij twee meter in de hal van zijn kantoor in de Deense havenstad Aarhus. Licht- en donkerblauwe verfstrepen met kleine oranje sliertjes erin. Een donor maakte het kunstwerk ooit voor Schou, nadat hij vertelde over de droom die naar eigen zeggen zijn leven veranderde.

Het is een anekdote die Schou al decennia met zichtbaar genoegen oplepelt: door die ene droom raakte hij geobsedeerd door zaad. In de bibliotheek van Aarhus vroeg hij alle 168 wetenschappelijke publicaties op die destijds over sperma beschikbaar waren. Overdag studeerde hij voor zijn tentamens bedrijfskunde, ’s nachts las hij over cryotechnieken, onvruchtbaarheid, antisperma-antilichamen en dna-chromatinestructuren. Op zolder legde hij zijn eigen geslachtscellen onder de hobbymicroscoop die hij van zijn ouders had gekregen. Hun vriezer was tot de nok toe gevuld met potjes sperma waar Schou allerlei experimenten mee deed.

Oprichter Ole Schou van spermabank Cryos International in Aarhus.

Na zijn afstuderen schreef hij een business case van vierhonderd pagina’s. De eerste tweehonderd gingen over de medische en technische kant van het verzamelen, verwerken en invriezen van sperma; de tweede tweehonderd pagina’s bestonden uit marktanalyses over de wereld van de commerciële zaaddonatie.

Nu loopt Ole Schou rond in zijn spermabank, Cryos International. Hij heeft een onmiskenbaar Noord-Europees voorkomen: diepgelegen lichtblauwe ogen onder een hoog voorhoofd, een smal gezicht met scherp gesneden jukbeenderen en grijs haar met een stoppelbaardje. Zijn bedrijf, dat eind jaren tachtig de deuren opende, is uitgegroeid tot de grootste commerciële sperma- en eicelbank ter wereld, met vier vestigingen in Denemarken, drie in de VS en een op Cyprus. Vanuit meer dan honderd landen roepen stellen met vruchtbaarheidsproblemen, lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens de hulp van zijn bedrijf in. Naar schatting werden met het donorzaad van Cryos wereldwijd al zo’n honderdduizend kinderen verwekt, voornamelijk met zaad van mannen met de Deense nationaliteit.

Ook in Nederland is het Deense zaad steeds populairder. Werd in 2012 nog een kwart van alle Nederlandse donorkinderen verwekt met sperma van Cryos of de eveneens Deense European Sperm Bank (ESB), in 2022 was dat al bijna driekwart. Met zaad uit Denemarken omzeilen wensouders de lange wachtlijsten in Nederland. Ze hebben bovendien meer te kiezen over het uiterlijk én innerlijk van hun donor.

Maar dat Deense zaad wordt steeds controversiëler. Begin juni riep de Tweede Kamer op tot een onafhankelijk onderzoek naar misstanden in de donorconceptie in Nederland, en de Deense zaadhandel is daar niet los van te zien. Van de dertien Nederlandse fertiliteitsklinieken waar wensouders terechtkunnen voor donorsperma, nemen er drie de pakketjes van Cryos (en andere buitenlandse zaadbanken) niet meer aan. De beroepsvereniging van gynaecologen riep vorig jaar bovendien op tot een algeheel verbod op het gebruik van buitenlands donorsperma.

Want aan die Deense succesformule van Ole Schou hangen een hoop ethische prijskaartjes.

‘Help anderen, word spermadonor’

Op de vijfde verdieping van het onopvallende bedrijvenpand melden donoren zich bij de receptie. Ze scannen hun vingerafdruk en toetsen een pincode in. Bij Cryos kunnen mannen omgerekend tot wel 67 euro per donatie ontvangen. Dat doen ze bij voorkeur drie keer per week. Binnenlopen kan zonder afspraak.

Op de balie staat een bordje met een blokkenschema waarop de rustigste momenten staan aangegeven. Liever niet op zaterdag vlak voor de lunch, dan is het piekuur in de drie kleine kamertjes waar mannen in een potje ejaculeren terwijl ze via een beeldscherm aan de muur porno kunnen kijken. Het baliepersoneel controleert daarna of het potje nog warm is. „Zo weten we zeker dat er geen sperma van buitenaf is meegenomen de kliniek in”, zegt Schou.

Links: Deense man die als student sperma doneerde als bijbaan. Rechts: filiaal van de Deense spermabank Cryos in Aarhus.

In een ruimte verderop telt een laborant de zaadcellen onder de microscoop. Hoe meer spermacellen er in één milliliter rondzwemmen, hoe meer de donatie waard is. Immers: uit dat potje kunnen veel ‘rietjes’ worden gemaakt om te verkopen. Een donor met ‘goed’ zaad krijgt bij Cryos dan ook meer betaald: 67 euro per donatie is het Deense wettelijk maximum. Een gemiddelde donor ontvangt 40 euro per keer. „Gezond eten, niet roken en niet te vaak in de sauna”, zegt Schou. „Je hebt er zelf invloed op.” De rietjes met het donkerblauwe label – het beste sperma dat Cryos heeft – bevatten meer dan dertig miljoen zaadcellen per milliliter.

De spermacellen worden tot stilstand gebracht door de rietjes in een grote tank met vloeibaar stikstof van min tweehonderd graden Celsius te hangen. Bij Cryos staan acht tanks waar per tank zo’n 50.000 rietjes in zijn opgeslagen, zegt Schou, afkomstig van ongeveer 1.500 donoren wereldwijd. De rietjes hangen soms jarenlang in de tank, totdat iemand ze bestelt. Dan gaan ze nog diezelfde dag op de post.

In de hoek van de ruimte staan dozen met kleine, draagbare stikstoftankjes opgestapeld om verscheept te worden: naar Roemenië, Bulgarije, Duitsland, Ierland, Frankrijk, Nederland. Op sommige dagen, zegt Schou, gaan er honderd pakketten de deur uit. De spermabank verscheept het zaad dan naar een fertiliteitskliniek, waar de vruchtbaarheidsbehandeling plaatsvindt. 

Daar worden de spermacellen weer tot leven gewekt: het rietje wordt in een waterbadje terug naar kamertemperatuur gebracht en de stoffen die eerder zijn toegevoegd om ijskristallen te voorkomen (cryoprotectanten) worden eruit gewassen. „Duizend jaar geleden zeilden we de wereld over met onze vikingschepen en verspreidden we zo onze genen”, zegt Schou, zijn hand op de stapel pakketjes. „Nu vliegt ons zaad de hele wereld over.”

Sterrenbeeld en handschrift

Bij Cryos valt er veel te kiezen, zolang je ervoor betaalt. De oog- en haarkleur van de donor, zijn lievelingseten, IQ en sterrenbeeld. Voor een meerprijs krijg je een handgeschreven brief aan je toekomstige kind, een voicememo, een psychologische schets of een foto van de donor als baby. Betalen gaat bij Cryos eenvoudig via iDeal/Wero.

Niet meer dan normaal, zegt Schou. Op de datingmarkt stel je toch ook hoge eisen aan je partner? Vrouwen die zich afhankelijk maken van een fertiliteitskliniek waar ze nog net uit bruin of blond haar mogen kiezen, vergelijkt hij met een gearrangeerd huwelijk. „Dat is toch niet meer van deze tijd?”

De muren hangen vol met foto’s van baby’s in luiers, blakend van gezondheid, die met grote glimmende ogen in de camera kijken. Als Schou langs de koffiekamer loopt, staat hij even stil bij het prikbord met brieven van wensouders die Cryos bedanken. Hij neemt de teksten in zich op alsof hij ze voor het eerst leest: „Elke keer als ik hoor dat er weer een baby geboren is met onze hulp, moet ik een traantje laten. Hier doen we het allemaal voor, toch?” Een medewerker die zit te lunchen knikt driftig. Boven haar hoofd bungelen kartonnen spermacellen met een gezichtje erop.

Of hij zelf ook donor is geweest? Schou lacht. Zelf heeft hij één biologisch kind, maar voor de kwaliteitsstandaarden van Cryos bleek zijn zaad te slecht. Hij ziet er de humor wel van in. „Ik ben in ieder geval niet zo’n Karbaat”, zegt hij, doelend op de bekende Nederlandse massadonor.

Nederlandse vrouw die zwanger is van Deense spermadonor.

Hofleverancier van zaad

Dat Denemarken vanaf eind vorige eeuw kon uitgroeien tot ’s werelds grootste zaadexporteur, is grotendeels te danken aan de droom van Schou. Eind jaren tachtig bouwde hij zijn eerste voorraad donorsperma op door met zelfgemaakte posters op de fiets door Aarhus te trekken en mannen aan te spreken.

Hij begon in een tijd dat volgens de Deense wet alleen heteroseksuele stellen met vruchtbaarheidsproblemen geholpen mochten worden door een arts. Lesbische koppels en alleenstaande vrouwen hadden het nakijken, totdat een maas in de wet werd ontdekt: verloskundigen mochten die behandeling wél aanbieden. Zo ontstond verspreid over Denemarken een netwerk van fertiliteitskliniekjes. Die hadden donorzaad nodig. Schou, toen net een paar jaar afgestudeerd, kon dat leveren.

Een week na de eerste bestelling kreeg Schou een telefoontje uit een kliniek: er was iemand zwanger. Twee weken later: nog vijf zwangerschappen. Het nieuws ging als een lopend vuurtje. Klinieken uit het hele land wilden zaad van Cryos, en daarna ook in het buitenland.

Vraag je Schou hoe het kan dat het de Denen wel lukt om zoveel donoren te vinden, en andere landen niet, dan wijst hij op de volksaard: „We zijn een socialistisch land. Hier delen we alles, dus ook ons zaad.” De Denen staan progressief tegenover alles wat met seksualiteit te maken heeft, zegt hij. Ze zijn niet preuts. Concurrent ESB rijdt zelfs met fietsen in de vorm van een reusachtige spermacel door de stad om het ‘witte goud’ van de donatielocaties naar fertiliteitsklinieken te brengen. In studentencafé’s in Aarhus hangen posters: help anderen, kom doneren.

Spermarietjes hangen in een tank tot iemand ze bestelt.

Twee jaar op een wachtlijst

In Nederland komen steeds meer schandalen aan het licht over de manier waarop vanaf de jaren zestig met spermadonatie en kunstmatige inseminatie werd omgegaan. Donorkinderen ontdekken dat zij zijn verwekt met zaad van een massadonor, of van een gynaecoloog die heimelijk zijn eigen zaad gebruikte om vrouwen te ‘helpen’. Die kinderen – inmiddels volwassen en op zoek naar antwoorden – moeten zich nu verhouden tot de vraag wat het betekent om tientallen of zelfs honderden halfbroertjes- en zusjes te hebben.

Nederland heeft de wetgeving omtrent zaaddonatie inmiddels flink aangescherpt. Een donor mag maximaal twaalf moeders of gezinnen helpen met diens zaad. Hij moet zich ook verplicht registreren, zodat donorkinderen vanaf hun zestiende, als zij dat willen, hun biologische vader kunnen benaderen. Anoniem doneren is officieel al sinds 2004 niet meer mogelijk.

Maar buiten de landsgrenzen gaan al die regels niet op, en Nederlandse wensouders maken daar dankbaar gebruik van. In Nederland staan zij soms jaren op een wachtlijst voor donorzaad.

De Deense overheid heeft de commerciële zaadmarkt vanaf het begin omarmd en ondersteund. De regels omtrent zaaddonatie zijn aanzienlijk liberaler dan in omringende landen. In buurland Zweden werd anonieme zaaddonatie al in 1985 bij wet verboden, als eerste land ter wereld. Daarna volgden ook Finland en Noorwegen. Inmiddels geldt zo’n verbod voor het grootste deel van de Europese lidstaten, maar niet voor Denemarken.

„We noemen het geen anonieme donatie, want strikt genomen bestaat dat tegenwoordig niet meer”, zegt Schou, wijzend op commerciële dna-testen die met een beetje wangslijmvlies de biologische vader kunnen traceren. Daarom werken ze bij Cryos met zogeheten ‘ID-Release’- en ‘non-ID-Release’-donoren. In het eerste geval kan het donorkind, in Nederland, vanaf de zestiende verjaardag informatie over de biologische vader opvragen bij Cryos. Het bedrijf maakt er wel een kanttekening bij: „Hoewel de donor ermee heeft ingestemd om benaderd te worden, kunnen wij dit natuurlijk niet garanderen, of controleren of de donor van gedachten is veranderd, noch of hij benaderbaar is wanneer het kind 18 wordt.”

Non-ID-Release is vergelijkbaar met anoniem doneren, en is in veel landen dus verboden. Cryos zal bij een Non-ID-Release donor nooit méér informatie prijsgeven dan wat al bekend is in het donorprofiel als wensouders hun donor uitkiezen. Dat donorkinderen toch contact zoeken met de biologische vader raadt Cryos nadrukkelijk af. „Ons advies is om terughoudend te zijn en te respecteren dat de donor ervoor gekozen heeft om Non-ID Release te zijn en graag anoniem wil blijven.”

Lobby voor anonieme donaties

Schou erkent ruiterlijk dat hij al sinds de oprichting van zijn spermabank tot op Europees niveau stevig lobbyt voor het behoud van anonieme donaties. „Het is heel simpel: als je anoniem doneren afschaft, krijg je een groot tekort. Zweden had vijftien spermabanken, tot ze stopten met anoniem doneren. Van de een op de andere dag waren er nog maar twee over.”

Ter onderbouwing wijst hij op de cijfers van Cryos: als je de keuze aan de donoren laat, kiest slechts één op de vier mannen voor een niet-anonieme donatie. Hij haalt zijn schouders op. „Als overheden de regels zo streng maken, wijken mensen vanzelf uit naar het buitenland.”

Voor zijn spermabank wordt het ook steeds lastiger om nieuwe donoren te werven, volgens Schou omdat de vraag naar niet-anonieme donoren hard groeit. „Alleenstaande vrouwen zijn inmiddels zestig procent van ons klantenbestand. Natuurlijk krijgen hun kinderen op een gegeven moment vragen, er móét ergens een vader rondlopen.” Dat is een heel ander verhaal dan bij heteroseksuele koppels, die het volgens Schou juist fijn vinden dat in Denemarken nog wél anonieme donatie mogelijk is. „Een donor past de integriteit van de onvruchtbare man aan.”

Het donorkind blijft vaak achter met veel vragen. Zelfs als een Deense donor kiest voor ID-Release, controleert niemand of die gegevens jaren later nog accuraat zijn. Bovendien: wat moet een kind met een vader in een ander land, die niet dezelfde taal spreekt?

Vindt Schou dan niet dat kinderen de kans moeten krijgen om hun biologische vader te ontmoeten als zij dat willen? Hij schudt zijn hoofd. „Dat is ook geen recht voor kinderen die natuurlijk verwekt zijn – en van hen is vijf tot tien procent ook niet genetisch gelinkt aan de persoon die zij hun vader noemen. Waarom zouden donorkinderen dat recht dan wel moeten hebben?”

Verschillende onderzoeken tonen aan dat het voor het welzijn van donorkinderen vooral belangrijk is dat hun vroeg in het leven eerlijk verteld wordt dát zij zijn verwekt met donorzaad. In dat geval zijn zij over het algemeen even gelukkig als niet-donorkinderen, ook als zij hun biologische vader niet ontmoeten, of hij geen betekenisvolle rol in hun leven speelt. Op die onderzoeken wijst Schou ook. Maar in zijn afwegingen lijkt hij zich vooral te bekommeren om de wensouders – zijn klanten. Waar kunnen zij straks nog terecht als anoniem doneren helemaal verboden wordt, en het aantal donoren drastisch zal kelderen, vraagt hij zich hardop af.

De man met de duizend kinderen

Schou wijst graag op de gulle inborst en progressieve seksuele moraal van de Denen, maar volgens critici is dat mogelijk niet het hele verhaal. „Als Cryos zegt: we hebben geen moeite om genoeg donoren te vinden, is dat omdat ze het zaad van één donor heel, heel vaak gebruiken”, zegt Ayo Wahlberg, antropoloog en lid van de Deense Ethische Raad, een overheidsinstelling die adviseert over ethische vragen rondom geneeskunde, voortplanting, genetica en biotechnologie. Aan de Universiteit van Kopenhagen doet Wahlberg onderzoek naar mondiale spermadonatie. Op z’n website zegt Cryos wereldwijd zo’n 1.500 donoren te hebben. De spermabank stelt geen grens aan het aantal kinderen dat met het zaad van één donor kan worden verwekt.

Cryos zegt de wettelijke limieten per land in acht te nemen, maar vermenigvuldig die aantallen met alle landen ter wereld en het aantal nakomelingen van één donor kan alsnog in de honderden lopen. Hoeveel nakomelingen per donor worden verwekt bij Cryos, en bij andere commerciële zaadbanken, is niet bekend, alleen al omdat de zaadbanken zelf niet goed bijhouden of hun donoren ook nog bij andere spermabanken doneren, of in de privésfeer. Maar er is ook nauwelijks toezicht vanuit controlerende instanties. De Nederlandse overheid kan haar eigen fertiliteitsklinieken strenge regels opleggen, maar de inspectie kan niet handhavend optreden zolang het over buitenlandse bedrijven gaat.

Onlangs werd opnieuw duidelijk welke gevolgen massadonatie kan hebben. Een Deense zaaddonor die een dodelijke mutatie bij zich droeg, bleek meer dan honderd kinderen te hebben verwekt. De zaadbank waar de man doneerde, de European Sperm Bank, verweert zich door te zeggen dat de mutatie nooit opgemerkt had kunnen worden door beter vooraf te screenen; het defecte gen zat in slechts één vijfde van al zijn zaadcellen.

Maar deze donor heeft ten minste 197 nakomelingen, 99 van hen werden in Denemarken verwekt en 53 in België. In beide landen overschreed de spermabank het landelijke limiet voor het aantal nakomelingen per donor ruimschoots. Zeker tien kinderen van deze donor kregen al kanker door de mutatie, een aantal daarvan is overleden.

Ook Cryos kent z’n schandalen. In 2021 kreeg de Nederlandse massadonor Jonathan Jacob Meijer wereldwijde bekendheid nadat over hem de Netflix-documentaire The man with the 1000 kids verscheen. Meijer verwekte in tien jaar tijd ten minste honderd kinderen in Nederland, door donaties bij elf fertiliteitsklinieken. Nadat de rechter hem verboden had nog langer in Nederland te doneren, stapte hij over naar Cryos. Dat zegde later de samenwerking weer op, omdat het ontdekte dat Meijer niet exclusief bij Cryos doneerde. Meijer heeft toegegeven ten minste vijfhonderd kinderen wereldwijd te hebben verwerkt, maar vermoedelijk ligt dat aantal vele malen hoger.

Ole Schou heeft niets te verbergen. „Nu kun je iemand opvoeren in je verhaal die zegt geen enkele moeite te hebben met die grote hoeveelheid nakomelingen”, zegt hij met een uitdagende blik. „Zaaddonoren bij Cryos wéten dat ze veel gezinnen wereldwijd helpen.” De gemiddelde donor bij Cyros ‘helpt’ niet meer dan 25 gezinnen. „Ze zijn alleen maar blij en trots.”

Hij liet donoren in het verleden vragenlijsten invullen waarin hen werd gevraagd of ze het liefst één, tien, vijftig of meer dan honderd nakomelingen zouden verwekken. „Zo’n 70 procent zei: het liefst meer dan honderd.” Schou vindt de vraag of er een ethische limiet zou moeten zijn onzinnig. „We hebben gewoon niet genoeg donoren om op die manier betaalbaar aan de vraag te blijven voldoen.” Het is doodeenvoudige marktwerking, volgens de logica van Schou: hoe minder kinderen met het zaad van één donor kunnen worden verwekt, hoe hoger de prijs van het sperma. „Het lukt nu al niet om wereldwijd aan genoeg zaaddonoren te komen.”

Bij Cryos staan acht tanks waarin per tank zo’n 50.000 rietjes zijn opgeslagen.

Datingapp voor donorzaad

„We weten helemaal niet of Denemarken een spermatekort heeft of krijgt”, zegt antropoloog Wahlberg. „In het meeste recente schandaal over een massadonor, bleek na onderzoek dat het aantal nakomelingen in de honderden loopt. Het is maar de vraag of dat een incident is. En laten we eerlijk zijn: het zaad van één donor zo vaak mogelijk gebruiken dient een commercieel belang. Zolang we niet weten of spermabanken zich aan de regels houden, zullen we ook niet weten of er een donorentekort in Denemarken is of dreigt.”

De bureaucratie, verzucht Schou meermaals. „We hebben meer dan tienduizend pagina’s aan Europese regeltjes waar we ons aan moeten houden. Bij Cryos werken meer juristen dan laboranten, allemaal om te kunnen garanderen dat we aan alle landelijke en Europese eisen voldoen.”

Dat Schou een commercieel belang nastreeft ontkent hij niet, maar in zijn argumenten klinkt ook een diepe overtuiging door. Steeds zegt hij dingen als: „Kinderen krijgen zit in de menselijke natuur.” „Het geboortecijfer in heel Europa gaat snel omlaag.” „Stop met al die regels en laten we meer kinderen gaan maken.”

In een wereld waarin internationale zaadhandel steeds meer wordt geproblematiseerd en gereguleerd, vindt Schou dat het wel wat luchtiger mag. Minder medisch zwaarbeladen, minder juridisch dichtgetimmerd. Hij pakt zijn telefoon uit zijn broekzak en laat de app zien die werd gebouwd door een bedrijf dat hij onlangs oprichtte: Y-factor, een datingapp voor donorzaad. Vrouwen die op zoek zijn naar een donor kunnen leuke mannen swipen die hun zaad aanbieden. Een particuliere transactie tussen een vrouw met een kinderwens en een vruchtbare man. „Er zijn maar twee regels: het moet vrijwillig zijn, en niet met minderjarigen”, zegt Schou. „Binnen een half jaar hadden we al drieduizend gebruikers, nu zijn het er meer dan tienduizend.”

In Denemarken stond Ole Schou lange tijd bekend als een markant figuur, die werd bewonderd om zijn commerciële instinct en visionaire blik. Maar na een reeks schandalen en met voortschrijdende morele inzichten zwelt ook in eigen land de kritiek aan. Vorig jaar kwam de Deense Ethische Raad, samen met Zweden, Noorwegen en Finland, met een gezamenlijke verklaring over de internationale sperma- en eicelhandel. De voornaamste aanbeveling: er moet een wereldwijde limiet komen voor het aantal kinderen dat een donor kan verwekken. Niet alleen om de kans op de verspreiding van erfelijke ziektes te verkleinen, maar ook om donorkinderen én donoren psychisch te beschermen.

De Ethische Raad vindt dat de donor het recht moet krijgen om te kunnen zeggen: ik vind één, drie of vijf kinderen genoeg. „Het is niet niks als tweehonderd kinderen je opbellen als ze achttien worden”, zegt Wahlberg, die meeschreef aan de verklaring. „Wat doe je dan? Stuur je ze ieder jaar een kerstkaart? Ben je verplicht om op e-mails te reageren?”

‘DNA-shocks’

De Deense spermahandel bevindt zich op een cruciaal punt, zegt Wahlberg. „Na jaren van praktisch ongelimiteerde handel wordt Denemarken nu gedwongen om na te denken over welk systeem het gecreëerd en in stand gehouden heeft. We hebben ooit de afslag genomen om deze markt te commercialiseren, maar de wereldwijde vraag bleek zo groot dat we nu met enorme ethische dilemma’s zitten. We moeten nadenken over de toekomst, maar ook over wat we tot nu toe hebben gecreëerd.”

Tienduizenden donorkinderen wier afkomst op advies van dokters en spermabanken jarenlang is verzwegen door hun ouders, komen er nu via commerciële testen achter dat ze van een anonieme Deense massadonor afstammen. Dna-shocks, noemt Wahlberg dat. „Ze zijn boos op hun ouders en zoeken naar antwoorden, maar aan de andere kant staan de donoren die destijds anonimiteit is beloofd. Wat als zij de psychische ruimte niet hebben om al die kinderen te ontmoeten? Mogen zij zo’n verzoek afwijzen, ook als een ontmoeting voor het kind juist helpend is? Het lastige is: er is geen goed of fout, want niemand heeft ooit de spelregels gemaakt.”

Of het nu gaat om psychologische hulp, of over het aanleggen en bijhouden van een register van het aantal nakomelingen per donor, steeds is de vraag: wie is eigenlijk verantwoordelijk? De Deense overheid, de spermabanken, de fertiliteitsklinieken? „Voor commerciële spermabanken spelen er te veel conflicterende belangen mee om zelf bij te houden of ze zich aan de regels houden”, zegt Wahlberg. „Ik vind dat de verantwoordelijkheid bij de Deense overheid of bij Europa zou moeten liggen, alleen al zodat de gegevens veilig zijn als een spermabank failliet gaat. Maar misschien is de belangrijkste vraag nu wel: moet een klein land als Denemarken de hele wereld nog langer van sperma voorzien?”

„Kom”, zegt Schou, „ik wil je iets laten zien. Een hobbyproject van me.”

In de hoek van een van de kantoortjes staat een piepschuimen bak. Op een zacht bed van houtsnippers rust een glazen bol in de vorm van een ei, zo’n zestig centimeter hoog. Het ei is gevuld met een geelwitte substantie.

„Ik noem dit het sperma-ei”, zegt Schou met een grijns.

Schou liet veertigduizend rietjes met onbruikbaar sperma ontdooien en goot die in de glazen bol. Voorlopig moet het kunstwerk in zijn geïmproviseerde verpakking blijven; Schou is aan het uitzoeken hoe het ding zelfstandig rechtop kan blijven staan. Zodra dat lukt, krijgt het een vaste plek op de sokkel die al enige tijd klaarstaat in de hal.

Op het goudkleurige plaatje staat gegraveerd:

„Dit ei bevat ongeveer twintig liter sperma, oftewel duizend miljard zaadcellen, afkomstig van meer dan duizend mannen. De geschatte waarde bedraagt dertig miljoen euro en het bevat voldoende sperma om ongeveer vijfduizend kinderen te verwekken.”

Als Schou de dertigjarige verslaggeefster een hand geeft bij de uitgang, kijkt hij haar met een ernstige blik aan. „Wacht niet te lang met kinderen krijgen. Volgens de natuur had je al oma moeten zijn. Tot ziens!”

Scandinavië

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next