Drank De Gezondheidsraad adviseerde deze week de alomtegenwoordige gifstof alcohol te ‘denormaliseren’. Experts stellen dat beleid kan helpen, bijvoorbeeld: reduceer het aantal verkooppunten. Tegelijkertijd weet een ervaringsdeskundige die jarenlang te veel dronk dat veel mensen alcohol ook gebruiken tegen stress of eenzaamheid. „En vrijwel iedereen weet allang dat alcohol slecht is.”
Op een druk terras in Den Haag worden alcoholhoudende dranken uitgeserveerd.
Alcohol is overal. Op de menukaart, in de supermarkt, in je ooghoek wanneer je langs een terras wandelt. Of anders wel op posters in bushokjes. Zelf in de krant die je nu vasthoudt of de site waarop je dit leest, wordt regelmatig geadverteerd voor alcohol of „een masterclass wijn drinken voor beginners”.
Je zou bijna vergeten dat alcohol een gifstof is. Wetenschappers brengen ethanol (de scheikundige naam) in verband met meer dan tweehonderd lichamelijke en mentale aandoeningen. Eén glas vergoot al de kans op maag-, lever- en keelkanker. En dan de verkeersdoden, het uitgaansgeweld, het verzuim op werk. Het RIVM schatte de maatschappelijke kosten in 2013 op 2,3 tot 4,2 miljard euro – inkomsten uit accijnzen meegerekend.
De overheid moet alcohol daarom „denormaliseren”, concludeerde de Gezondheidsraad deze week. „Er is geen veilige ondergrens voor alcohol”, schreef de Raad in een adviesrapport aan het ministerie van Volksgezondheid, Sport en Wetenschap.
Maar hoe maak je iets wat zo normaal is – ‘biertje, glaasje wit of glaasje rood?’ – abnormaal? Kan de overheid dat wel afdwingen, wanneer alcohol zo stevig is verankerd in „sociale en culturele tradities” als carnaval en Koningsdag, zoals de Gezondheidsraad zelf schrijft?
„Het vergt zeker tijd”, zegt Carmen Voogt, alcoholpreventie-expert bij het Trimbos-instituut. Voogt adviseerde ook de Gezondheidsraad. „Zeker in een samenleving waar alcohol zo zichtbaar, betaalbaar en beschikbaar is. Toch kan beleid verschil maken.” Zo kan het aantal verkooppunten worden teruggebracht. Informatiecampagnes of etikettering, zoals in Duitsland, Frankrijk, Ierland en Litouwen, kunnen kennis over de schadelijke gevolgen vergroten en positieve associaties bijstellen.
Het zou al schelen als overheidsorganisaties andere taal zouden gebruiken, zegt Voogt. De Gezondheidsraad spreekt consequent van alcohol ‘gebruiken’ in plaats van ‘drinken’, net zoals gangbaar is bij drugs. „Hierdoor wordt duidelijker wat alcohol is: een schadelijke stof, geen voedingsmiddel.”
Dat is niet het beeld dat uit alcoholreclames oprijst. Daar staan vooral gezelligheid, traditie en ‘het goede leven’ centraal. „Toen ik jong was, waren er veel reclames op televisie van Martini”, zegt Roxane Catz, die jarenlang te veel alcohol dronk en nu als ervaringsdeskundige verslaafden begeleidt. „In die reclames keken mensen op boten verliefd naar elkaar, met een Martini in de hand. De boodschap, voor mij: drink alcohol, want dan heb je een fantastisch leven.”
Nog altijd is reclame voor alcohol alomtegenwoordig, bijvoorbeeld via influencers op sociale media. Sinds 2009 mogen Nederlandse omroepen geen alcoholreclames tonen tussen 6 uur ’s ochtends en 9 uur ’s avonds op televisie en radio. „Maar verder is het vooral zelfregulering vanuit de alcoholproducenten”, zegt Voogt. „De industrie heeft zichzelf aan eigen codes verbonden, maar we weten uit onderzoek dat dat vaak niet effectief is. Litouwen voerde in 2017 een totaalverbod in. Uit een eerste analyse blijkt nu dat jongeren daardoor minder drinken.”
Ligt de weg vooruit besloten in de geschiedenis van het antirookbeleid? Twintig jaar geleden was het normaal om een sigaret op te steken in treincoupés, op de televisie en niet al te lang geleden kon zelfs de docent rustig paffen in het klaslokaal. Maar door maatregelen van de overheid (verboden op reclames en roken in openbare ruimtes, prijsstijgingen, de Tabakswet) is het aantal rokers spectaculair gedaald. In 2025 rookte nog maar 12 procent van de volwassen Nederlanders dagelijks.
Volgens Voogt kwam veel van dat beleid pas echt op gang nadat Nederland in 2005 een verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie had getekend. Daarin werd afgesproken dat ambtenaren alleen nog maar voor het strikt noodzakelijke contact mogen hebben met tabaksproducenten. „Daarom zaten producenten niet aan tafel bij overleggen over het nationale preventieakkoord”, zegt Voogt. „Bij alcohol wel.”
Ook de Gezondheidsraad adviseert de overheid de deuren voor de alcoholindustrie stevig dicht te houden. „De industrie presenteert zich als partner in preventie”, staat in het rapport. „Maar wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dit type samenwerking vaak leidt tot vertraging, verwatering van maatregelen en verschuiving van de aandacht naar individuele verantwoordelijkheid.”
Een ander contrast tussen roken en alcohol, is dat een serieuze anti-alcoholbeweging ontbreekt, terwijl al sinds de jaren zestig – vooral in de Verenigde Staten – door burgers actie wordt gevoerd tegen tabak. Hoe komt dat? „Heel veel mensen beleven ook gewoon plezier aan één of twee glazen drinken met vrienden”, zegt Catz. „Laten we daar eerlijk over zijn. Die zullen dus ook niet zo snel in actie komen.”
Toch verschuift de sociale norm al, ziet Voogt. Het aantal (zware) drinkers neemt af. Ook de populariteit van 0.0%-bier stijgt. Wie dat drinkt wordt allang niet meer omschreven als een „Buckler-lul”, zoals cabaretier Youp van ’t Hek drinkers van het destijds opkomende 0.0-merk in een oudejaarsconferences in 1989 noemde. Volgens de belangenvereniging voor Nederlandse bierbrouwers is inmiddels 8 tot 9 procent van het verkochte bier alcoholvrij.
Toch zijn sommige wetenschappers sceptisch over die ontwikkeling: 0.0%-bier kan ook bier mét alcohol normaal houden. „Er is nog weinig onderzoek naar gedaan”, zegt Voogt. „Voor sommige mensen kan het misschien een uitkomst bieden. Maar alcoholmerken en -logo’s blijven wel zichtbaar op het terras en in reclames. Dat kan de gangbaarheid van alcohol ook juist hoog houden.”
Ervaringsdeskundige Catz vraagt zich af of het wel zinnig is om de schadelijkheid van alcohol te benadrukken. „Vrijwel iedereen die bij mij komt, weet allang dat alcohol slecht is. Daar zitten huisartsen tussen, succesvolle ondernemers, ceo’s van bedrijven. Het probleem is dat alcohol vaak óók iets lijkt op te lossen: stress, eenzaamheid, spanning, onzekerheid, verveling. Dat zou de overheid moeten aanpakken.”