Nienke Luijckx tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.
Misschien was de eerste scholensluiting nog wel te begrijpen, voor sommige middelbare scholieren zelfs een „relaxte tijd”, maar de tweede sluiting is „moeilijk verdedigbaar”. Het voortgezet onderwijs was toen maandenlang, tussen Kerst 2020 en juni 2021, (bijna) volledig gesloten. „Ik heb me echt grote zorgen gemaakt om mijn leeftijdsgenoten”, zei Nienke Luijckx vrijdagmiddag, terwijl ze werd verhoord door de parlementaire enquêtecommissie Corona.
De oud-voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS), de officiële belangenorganisatie van middelbare scholieren, vertelde dat tijdens de pandemie het „onderwijs geen prioriteit had. De nadruk lag op de ziekenhuizen. De medische adviezen van het OMT waren leidend en die gaven soms weinig ruimte voor het onderwijs”.
Die tweede sluiting had eerder beëindigd kunnen worden, zei Luijckx. Bij het LAKS kwamen steeds meer berichten binnen over scholieren met angst- en eetstoornissen, stress, suïcidaliteit en somberheid. Sociale contacten met vrienden verschoven volledig naar het scherm in plaats van even samen naar een winkel lopen. Luijckx: „We kregen hartverscheurende mails. Er was enorm veel eenzaamheid, het was een uitzichtloze tijd. Ik heb echt buikpijn gehad van alle verhalen.”
Het ging niet alleen om kwetsbare scholieren, maar om „een steeds grotere middengroep”, vertelde ze. „Deze tijd heeft heel veel schade toegebracht.” Sinds corona praten meer jongeren over hun mentale problemen en zoeken ze vaker hulp, zei Luijckx.
Jongeren moesten zich heel solidair tonen met de samenleving, zei Luijckx. „Ze werden meestal niet ernstig ziek van het virus, maar kregen wel met allerlei maatregelen te maken. Ze moesten thuisblijven, konden hun vrienden niet zien, mochten niet meer naar school.”
In de maanden ervoor had het LAKS één duidelijke boodschap voor onderwijsminister Arie Slob (CU): zoek naar het uiterste wat mogelijk is om scholen open te houden. Luijckx: „Desnoods in aangepaste vorm, maar zorg ervoor dat leerlingen niet weer naar huis moeten. In de zomer van 2020 was al informatie beschikbaar over de gevolgen van een scholensluiting op jongeren, ook uit het buitenland.”
Toch waren niet alle scholieren ongelukkig met het online-onderwijs. Luijckx: „Het is een groot verschil of je wel of geen tablet of laptop hebt, of je alleen of samen met je broertjes en zusjes op een kamer slaapt, of je ouders je kunnen helpen en motiveren.” Ook kon de ene school zich beter aanpassen dan de andere. Voor het praktijkonderwijs was online lesgeven heel lastig. Sommige kinderen vonden online onderwijs juist wel prettig. En het gaf thuiszitters de kans ineens weer onderwijs te krijgen.
Niettemin gingen leerlingen zich op den duur ook zelf steeds meer zorgen maken over hun leerachterstanden. Ze vonden het moeilijk geconcentreerd te blijven en de stof bij te houden. „Veel jongeren zetten hun camera uit en gingen bijvoorbeeld gamen met vrienden.”
Luijckx vertelde tijdens de coronacrisis heel veel contact te hebben gehad met oud-minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (CU), die vrijdagochtend aan het woord kwam. Slob praatte het LAKS bij voordat een scholenbesluit publiekelijk bekend werd gemaakt en nam ook altijd de telefoon op als iemand van het LAKS belde. Slob wilde de scholen graag openhouden, vertelde hij vrijdagochtend, maar slaagde daar niet in.