De verwachtingen zijn torenhoog voor Andy Burnham, die naar verwachting op 17 juli Keir Starmer opvolgt als premier. Met zijn ‘Manchesterism’ denkt Burnham het land weer op de rails te krijgen. Hij is niet de eerste die de Britten hoop en glorie belooft.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
Britse politici kennen duidelijk hun Monty Python-klassiekers. Toen Andy Burnham begin deze week het Lagerhuis binnenliep om te worden beëdigd als de net gekozen afgevaardigde voor Makerfield, riep een lid van de Conservatieve oppositie: ‘Hij is de Messias niet!’ De vermoedelijke aankomende premier van het Verenigd Koninkrijk zag er de humor van in, wachtte even met het zetten van zijn handtekening en antwoordde: ‘Nee, gewoon een hele stoute jongen.’ Het was een knipoog naar de beroemde en tijdloze dialoog uit de 47 jaar oude film Life of Brian.
Achter dit theatrale moment ging een serieuze gedachte schuil. In de regeringspartij wordt de 56-jarige Burnham gezien als de verlosser van de partij en de natie – en dus de beoogde opvolger van Keir Starmer. Tegenkandidaten kunnen zich nog melden, maar vanwege Burnhams populariteit wordt die kans erg klein geacht. Op 17 juli zou hij de ambtswoning dus kunnen betreden.
Zelf had Burnham in de aanloop naar de ingelaste verkiezing in Makerfield beweerd dat een stem voor hem ‘de laatste kans op verandering’ is. Twee jaar geleden had ook Starmer al verandering beloofd, maar daar is weinig van terechtkomen. Als zich inderdaad geen andere gegadigden melden, kan Burnham vanzelf premier worden.
Burnham is niet de eerste charismatische ‘verlosser’ in de recente Britse politiek. Binnen Labour werd Jeremy Corbyn in 2015 tot leider gekozen door een enthousiaste achterban. Het liep niet goed af. Veel ‘Corbynites’ hebben zich nu geschaard achter The Greens van Zack Polanski.
Bij de Tories leefde in 2019 een gevoel van hoop en glorie over het premierschap van Boris Johnson, maar dat draaide uit op een teleurstelling. En ook op de uiterste rechterflank profileren populisten als Nigel Farage (Reform UK) en Rupert Lowe (Restore Britain) zich als redders van de natie.
Het zoeken naar een verlosser is een teken van een stuurloos en rusteloos land. De Britse economie wil maar niet lekker draaien, de staatsschuld is veel te hoog, het vertrouwen in de politiek heeft een dieptepunt bereikt, overheidsdiensten voldoen niet aan de verwachtingen, illegale immigratie blijkt niet te stoppen, de belastingdruk is zwaarder dan ooit en de cultuurstrijd wordt steeds venijniger. Instituten als de BBC, de politie en het koningshuis gaan gebukt onder schandalen. Het land bevindt zich duidelijk in een turbulente periode.
Het is verrassend dat juist Burnham nu de man is die deze problemen moet gaan aanpakken. Twee keer eerder, in 2010 en 2015, had hij zich kandidaat gesteld voor het leiderschap van Labour, en beide keren verloor hij kansloos.
Na negen jaar burgemeesterschap in Manchester heeft Burnham zich echter weten te profileren als een outsider, een anti-Westminster-politicus. De makkelijk communicerende noorderling, type ‘mensenmens’, raakte een snaar bij de kiezers.
Meteen na aankomst in het parlement maakte hij een selfie in Westminster Hall, samen met tweehonderd blije fractieleden van Labour. Onder hen de minister van Financiën Rachel Reeves, die dit fotomoment verkoos boven de afscheidstoespraak van haar baas in Downing Street.
Om zich goed te kunnen voorbereiden had Burnham het premierschap liever pas over drie maanden willen overnemen, maar Starmer hield het op drie weken. Volgens de Britse pers zou de premier uiterst verbitterd zijn over de gang van zaken.
Omdat er dus vrijwel zeker geen strijd om het leiderschap komt, blijft het vooralsnog onduidelijk wat Burnham precies van plan is. Wel heeft hij enkele weken geleden gezegd dat veel problemen in het land het gevolg zijn van het neoliberalisme, en dat hij daarom vindt dat de staat de regie weer in handen moet krijgen.
Tegelijkertijd werpt de sociaaldemocraat zich op als een vriend van de ondernemers, zoals pubeigenaren, boeren en middenstanders. Burnham staat voor een ‘ondernemersvriendelijk socialisme’, zoals hij het zelf noemt.
Dat vormt het hart van het Manchesterism. De postindustriële stad heeft de voorbije jaren een flinke groei doorgemaakt, waarvan de glazen wolkenkrabbers met yuppenappartementen getuigen. De ex-burgemeester ziet zijn stad als een model voor het land.
Wat Burnham betreft zal er meer macht vloeien naar de steden, bijvoorbeeld waar het gaat om belastingen en bestedingen. Van oudsher is het land sterk gecentraliseerd, al heeft toenmalig premier Tony Blair in de jaren negentig een begin gemaakt met de decentralisatie door Schotland, Wales en Noord-Ierland eigen parlementen te geven.
De Financial Times wist deze week te melden dat Burnham van plan is om een filiaal van 10 Downing Street in Manchester te openen, waar hij een deel van de tijd zal doorbrengen. Burnhams voornemen heeft een symbolische waarde, maar de vraag is of regeren vanaf twee locaties die 300 kilometer uit elkaar liggen efficiënt is.
Geheel nieuw is de gedachte niet. Boris Johnson had al eens geopperd om het Hogerhuis, tijdens de grote renovatie van het parlementsgebouw, naar York te brengen, maar dat plan is nooit uitgevoerd.
De ‘Koning van het Noorden’ is druk met het samenstellen van een kabinet, waarin belangrijke posten zullen zijn weggelegd voor vrouwelijke politici. Na zijn zege in Makerfield prees Burnham de rol van ‘de sterke vrouwen uit het Noorden’, in de pers reeds omgedoopt tot de ‘koninginnen’. Bij de triomfantelijke selfie in Westminster Hall had Burnham zich bewust omringd met vrouwelijke fractieleden. Zijn stafchef zal echter een man zijn, in de persoon van oud-minister James Purnell, een oude bekende uit zijn Blair-jaren.
Voordat hij vrijdag weer noordwaarts vertrok, stuurde de nieuwe ster van Westminster via X een bedankje de wereld in. ‘Laten we kijken of we kunnen gaan doen wat we hebben gezegd,’ zei Burnham, ‘en een beetje hoop terugbrengen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant