Home

Stevig stikstofplan kabinet: maximaal 2,6 koeien per hectare en zones rond natuur

Het kabinet legt een stevig pakket met stikstofmaatregelen neer, waardoor vooral boeren hard worden geraakt. Een greep uit de maatregelen: rond kwetsbare natuurgebieden moet de uitstoot fors verminderen en boeren mogen nog maar 2,6 koeien per hectare houden.

Nederland telt zo'n 130 stikstofgevoelige natuurgebieden die in zeer slechte staat verkeren, zoals de Veluwe en het Fochteloërveen in het noorden van het land. Dat komt grotendeels door te veel stikstof.

Rond ongeveer honderd van deze gebieden komen zones van 500 en 1.000 meter. In die stroken moet de uitstoot van stikstof in 2035 met ruim 60 procent zijn verminderd ten opzichte van 2019.

Het is een harde boodschap voor de ruim vijfduizend boeren in deze stroken. Juist in de smallere zones zijn boeren sneller de pineut. Zij moeten hun bedrijfsvoering omgooien naar een model met veel minder vee. Ze kunnen bijvoorbeeld biologisch gaan boeren, overstappen naar natuurinclusieve landbouw of er iets anders bij gaan doen, zoals een landwinkel of kinderopvang.

Ook komt er een koeiennorm. Dat is een afspraak over hoeveel koeien een melkveehouder per hectare mag houden. Het kabinet wil dit op 2,6 zetten. Dat is strenger dan het kabinet-Rutte IV ooit al eens voor ogen had. De norm geldt niet alleen voor grasland, maar ook voor de grond waar bijvoorbeeld mais wordt verbouwd.

Het kabinet heeft 20 miljard euro opzijgezet voor het oplossen van de stikstofcrisis. Een groot deel daarvan is bedoeld om boeren te helpen. Dat zou kunnen door bijvoorbeeld boeren dicht bij beschermde natuurgebieden uit te kopen. Er is ook een klein deel gereserveerd voor de industrie en mobiliteit. Deze sectoren moeten hun uitstoot ook verlagen.

Het kabinet gaat er zelf van uit dat met het pakket de doelen in 2035 worden gehaald. Of dat het geval is, moet later dit jaar blijken uit een doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Uiteindelijk zijn de ogen vooral gericht op de rechter. Die zal moeten beoordelen of de inzet van het kabinet een voldoende krijgt voor het lostrekken van de vergunningverlening. Het kabinet heeft hier vertrouwen in, vooral omdat ze bereid zijn aanvullende maatregelen te treffen als in 2030 blijkt dat de doelen buiten bereik liggen.

Als stok achter de deur wil het kabinet in 2035 bovendien als uiterste oplossing het mes in de veestapel zetten, als de doelen dan nog niet gehaald zijn.

Tegenover de pijnlijke maatregelen staat dat het kabinet ook tegemoetkomt aan een breedgedragen wens: de wetgeving gaat op de schop. Zo krijgen boeren bedrijfsspecifieke stikstofdoelen en wordt straks de uitstoot gemeten in plaats van de neerslag van stikstof.

Nu wordt aan de hand van die depositie nog gemeten wat de staat van de natuur is. Het kabinet moet dus wel op zoek naar een manier om dit te meten. Het plan blijft dus juridisch wankel.

Ook wil het kabinet een rekenkundige ondergrens invoeren. Dit betekent niets meer dan dat bedrijven en boeren die heel weinig stikstof uitstoten, dan geen natuurvergunning meer nodig hebben. Het kabinet hoopt dit uiterlijk eind 2027 voor elkaar te hebben.

Nu is zo'n vergunning vrijwel altijd nodig, ook als er amper stikstof vrijkomt. De Tweede Kamer wil al langer zo'n ondergrens invoeren, maar er werd gevreesd dat het zou stranden bij de rechter als niet ook de stikstofuitstoot fors zou verminderen.

Met de kabinetsplannen is de stikstofcrisis niet direct opgelost. Eerst moeten de plannen nog in nieuwe wetten worden gegoten. Dit najaar wil het kabinet een spoedwet naar de Tweede Kamer sturen met verschillende maatregelen. Daarvoor moet ook een meerderheid worden gevonden, want de coalitie heeft maar 66 zetels.

Begin volgend jaar zal het kabinet instructieregels opstellen voor de zoneringsgebieden. Voor die tijd zal het land dus nog niet van het slot kunnen. Bovendien zal Nederland niet in één keer van het slot gaan.

Als de nieuwe wetten er zijn, zal per regio moeten worden bekeken hoe de stikstofgevoelige natuur ervoor staat en of er ruimte is om vergunningen te verlenen. Pas als die ruimte er is, kunnen bouwprojecten weer doorgaan.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next