Voetballen tegen Marokko, in een deels vijandig decor in Monterrey: Oranje wacht in de volgende ronde van het WK een zware klus. Bondscoach Ronald Koeman is in elk geval scherp; ook hij groeit in het toernooi.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Onder de feloranje tweede huid van het Nederlands elftal schuilt zowel kwetsbaarheid als kracht. Wat borrelt op uit de poriën, maandagavond in het Mexicaanse Monterrey, als het in Nederland al dinsdag is (03.00 uur), als meer dan alleen de nachtvlinders onder de liefhebbers zich voor de buis zullen scharen?
In zijn hart is Koeman een cruijffiaan, en openlijk trouwens ook. Aanvallen en vaker scoren dan de tegenstander, dat is de essentie van voetbal. Hij zei het letterlijk, na de zege op Tunesië (3-1) en de koppeling aan Marokko bij de laatste 32 van het WK. Een doelpunt meer op de eindbalans dan de tegenstander, dan is het goed.
Hij hoorde het eindeloos van Johan Cruijff, als speler, als trainer, als buurman in Barcelona. Koeman is alleen minder roekeloos. Hij is soms zelfs uitgesproken voorzichtig.
Nederland - Marokko is een op alle fronten vooraf veelbesproken duel. Nummer 7 (Marokko) tegen nummer 8 van de wereldranglijst. Bijna een half miljoen mensen van Marokkaanse afkomst in Nederland.
Een wedstrijd in Mexico, uitgerekend op 29 juni, de datum waarop Mexicaanse supporters met het nodige pathos het ‘onrecht’ van 2014 ‘herdenken’, toen Nederland in Fortaleza (Brazilië) een beslissende strafschop kreeg na een gretige val van Arjen Robben. De sfeer zal niet zo pro-Oranje zijn als in Kansas City, waar onwetende Amerikanen zich massaal in oranje hesen.
Nederland is wisselvallig. De vraag is: lukt het tegen ploegen met meer niveau dan Tunesië en Zweden ook om meer doelpunten te maken dan de tegenstander? De opsmuk van de groepsfase is voorbij na de regenachtige avond in Kansas City, waarop Oranje zich tot groepswinnaar kroonde.
Het begint nu echt, met Marokko als opponent, het land dat na een protest alsnog Afrikaans kampioen werd (al sputtert Senegal, de feitelijke winnaar van de uit de hand gelopen finale, nog tegen). Is het tussenrapport voor Oranje voldoende om over te gaan, op een ongetwijfeld zwoele avond in Monterrey?
Koeman lacht, in de perstent naast stadion Arrowhead in Kansas City, als het gaat over te makkelijke fouten. Want het ging te makkelijk, nadat Nederland in amper 7 minuten op een 2-0-voorsprong was gekomen. ‘Ik heb ook weleens een man laten lopen. Ik ben niet de analist die zelf alleen goede wedstrijden heeft gespeeld.’ Het is een lichtvoetige sneer naar Nederland, waar ontelbare stuurlui in ontelbare programma’s hem de maat nemen.
‘Menselijk’, dat woord noemt hij steeds. Hij probeert onverstoorbaar te blijven, niet te veel negativiteit toe te laten in de bubbel. Voor Koeman is het WK sowieso bijzonder. Zijn vrouw Bartina komt misschien later naar het toernooi, maar vermoedelijk helemaal niet. Ze is wegens ziekte onder behandeling. En ze wil dat haar man dit doet. Voetbal is zijn afleiding, zijn zuurstof.
Koeman is scherp en gevat; ook hij groeit in het toernooi. Hij weet precies hoe zijn team in elkaar steekt, wat ieders rol is. Alles is duidelijk. Wout Weghorst bijvoorbeeld zal alleen spelen als de nood aan de man is. Als Weghorst dit toernooi niet voetbalt, is het vermoedelijk geweldig gegaan.
Brian Brobbey is de eerste spits, de aan fitheid winnende Memphis Depay nummer twee. Crysencio Summerville is Donyell Malen voorbij als rechtsbuiten, al speelde hij vanwege het gevaar van een schorsing alleen in de slotfase tegen Tunesië.
‘Ik maak ook fouten’, zegt Koeman met een lach, nadat hij heeft gezegd dat Oranje negen keer scoorde in de groepsfase – het scoorde al tien keer. Twee keer zoveel als vier jaar geleden met Louis van Gaal in Qatar, maar toen was er slechts één tegengoal, tegen vier nu. Koeman is de ‘cruijffiaan light’; Van Gaal paste de speelwijze aan in defensieve zin.
Maar nu begint het toernooi opnieuw. ‘We worden nu echt getest.’ Dan mag het niet misgaan. ‘We zijn nog iets te makkelijk: net te laat reageren, net te laat teruglopen. Het is menselijk, als je makkelijk op voorsprong komt.’ Weer dat woord: menselijk. Mensenwerk.
Oranje is een potentieel meesterwerk in ontwikkeling. Het ontstaat, terwijl miljoenen toekijken. De Oranje-machine anno 2026 is de hedendaagse versie van het origineel uit 1974, toen de wereld kennismaakte met totaalvoetbal. De toppers van 1974 voetbalden als een oranje machine van vlees en bloed; nu is Oranje een lekker tuffend treintje dat af en toe uit de rails raakt.
De standaardsituaties zijn verbeterd, dat is meegenomen. Vanaf de eerste dag is daarop geoefend. Dat kan ook, als er meer tijd is om te trainen. Oranje probeert maximaal rendement te halen uit weinig inspanning, mede dankzij de aanwezige lengte en kracht. Maar ja, tegen Japan en Tunesië kreeg de ploeg ook een doelpunt tegen uit een hoekschop. Dan gaat dat voordelige saldo weer verloren.
‘Ik weet niet of wij de favoriet zijn’, zegt Koeman over de wedstrijd van maandag. ‘Marokko is een goed elftal, met individuele kwaliteiten en scorend vermogen. Het is een sterk team, technisch. We kennen Ismael Saibari uit de Nederlandse competitie. In Nederland is het niet heel moeilijk om te scoren, maar als je dat ook op dit podium kunt, is dat knap.’ Saibari scoorde tot nu toe in elk duel.
Tunesië was voor Nederland geen echte test. Na een eigen doelpunt en weer een treffer van Brian Brobbey ging het tempo omlaag, het spel was te gezapig. Na de 2-1 ging het tempo weer omhoog. Dat moest ook, omdat Japan op voorsprong was gekomen en Nederland als eerste wilde eindigen. Alleen Jan Paul van Hecke scoorde nog.
Mocht Nederland van Marokko winnen, dan volgt Canada of Zuid-Afrika. ‘Als je wereldkampioen wilt worden, moet je van iedereen winnen’, weet ook middenvelder Tijjani Reijnders. Marokko eindigde op het vorige WK als vierde, met defensief spel. Het elftal speelt nu avontuurlijker, met een bondscoach (Mohamed Ouahbi) die eerder al wereldkampioen werd met Marokko bij de jeugd, en met supertalent Ayyoub Bouaddi, die rust kreeg tegen Haïti.
Het is voor Oranje zaak om stoïcijns te blijven, in de bubbel. Om weg te blijven van negativiteit. De buitenwereld weet nooit hoe zo’n missie precies in elkaar steekt. Frenkie de Jong zei in een opwelling van openhartigheid dat velen die hem beoordelen weinig verstand van voetbal hebben. Vindt hij mooi, Koeman, zo’n tikje uitdelen.
Reijnders: ‘Iedere speler is persoonlijk gegroeid. Door ervaring durven we eerder met elkaar over bepaalde zaken te praten.’ Koeman stelt dat de sfeer evenwichtiger is dan bij het EK van 2024, toen de reserves meer klaagden.
De vraag is of de groep voorloopt op de beoogde groei. Koeman noemde aandachtspunten: baltempo houden, posities bezetten. Nog meer kansen creëren, zonder bal compacter staan. De staf is ervaren: Koeman, zijn broer Erwin. Wim Jonk, een nog grotere cruijffiaan dan de bondscoach. Ruud van Nistelrooij traint met de aanvallers, de linie die het boven verwachting doet.
Vooral buiten het veld regeert de menselijke maat. Spelers genieten vrijheid. Reijnders: ‘Het is goed om soms buiten het hotel te zijn. Ik ben een familieman: ik heb het liefst zo veel mogelijk mensen erbij, zodat zij ook kunnen genieten van dit podium.’
Koeman is daarbij ook de pater familias van Oranje. Door de wedstrijd tegen Tunesië kwam hij als bondscoach op 63 interlands, evenveel als Louis van Gaal.
Reijnders: ‘De trainer is direct, hij zegt waar het op staat. Dat is fijn. Als iets goed is, is het goed. Als het slecht is, is het slecht. Er wordt niet omheen gepraat.
‘Het mooie van deze groep is dat iedereen voor elkaar wil werken. Soms moet je eerst moeilijkheden ondervinden om van daaruit een oplossing te vinden.’ Cruijff zou zeggen: ieder nadeel heeft zijn voordeel.
De kans op de wereldtitel? ‘We kijken per wedstrijd’, zegt Reijnders. Op de vraag over de mogelijke volgende ronde wilde Koeman geen antwoord geven. Op dit moment telt alleen Marokko.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant