De Nederlandse brandweer bestaat voor 80 procent uit vrijwilligers, afkomstig uit zeer verschillende beroepsgroepen. Fotograaf Lars van den Brink portretteerde een aantal van hen in hun bluspak op hun werkplek.
Het gezegde ‘kleren maken de man’ wordt vaak gebruikt in de Engelse variant, maar heeft een Latijnse oorsprong: vestis virum facit, kleding maakt de man. De oudst bewaarde optekening is van de Romeinse retoricus Quintilianus, in de eerste eeuw na Christus. Dat het overal in Europa inburgerde, is te danken aan ‘onze’ Erasmus, die het in de vroege 16de eeuw opnam in zijn verzameling spreuken.
‘Clothes make the man’ is tegenwoordig in zwang als aansporing om zich béter te kleden, maar betekende oorspronkelijk dat het sóórt kleren dat mensen dragen bepaalt hoe we hen zien.
Dokters die op zaterdagochtend langs de lijn hun kinderen aanmoedigen, kunnen zonder witte jassen andere mensen lijken. Een beurshandelaar die op zaterdagochtend in gespannen toestand langs diezelfde lijn zijn vuisten balt, doet hetzelfde als op zijn werk, maar lijkt zonder overhemd en stropdas toch iemand anders. In het zuiden van Nederland staat een verandering van kleding in de carnavalstijd vaak garant voor ‘vreemde ontmoetingen’: de tandarts in een ridderkostuum, de accountant in een vogelpak, de notaris verkleed als banaan.
Patiënten van de Larense tandarts Bert van Aalten stonden in 1981 versteld toen ze hem onder de naam ‘De Aal’ op tv zijn carnavalskraker Een barg die hé un krul in de steert zagen vertolken. De man van de extractietangen bleek zonder witte jas bekwaam in knorgeluiden.
Fotograaf Lars van den Brink was bezig zijn camera te hanteren in een tandheelkundige praktijk toen de tandarts hem vertelde over zijn werk bij de vrijwillige brandweer. Meerdere malen per week legt hij zijn tandheelkundige werkzaamheden neer om zich naar de brandweerkazerne te spoeden, zich razendsnel om te kleden en uit te rukken.
Van den Brink: ‘Twee dingen gebeurden er in mijn hoofd: ik werd geconfronteerd met mijn vooroordeel over de mensen met het beroep tandarts en ik zag meteen het visueel vervreemdende effect van een brandweerman werkzaam als tandarts voor me.’ Het idee voor een fotoserie was geboren.
De geschiedenis van de vrijwillige brandweer gaat in Nederland terug tot de 17de eeuw. 80 procent van de Nederlandse brandweer bestaat uit vrijwilligers, afkomstig uit zeer verschillende beroepsgroepen.
De afgelopen maanden legde Van den Brink diverse brandweervrijwilligers tijdens hun betaalde werk vast in de kleren van hun onbetaalde werk: op een bloemenveiling, op een belastingkantoor, in een slagerij, in een showroom, op een gemengd agrarisch bedrijf en zo nog meer plekken. Brandweervrijwilliger Marlies – kleren maken de vrouw – mocht hij fotograferen op de verpleegkunde-opleiding in Amsterdam.
Behalve een project over het effect van kledij is de serie een eerbetoon aan de vrijwillige brandweer. Een heimelijke hoop is dat de foto’s wervend kunnen werken. De vrijwillige brandweer kampt in Nederland met grote vergrijzing. Op veel plekken dreigt zo’n tekort aan vrijwilligers dat de uitruktijd in gevaar kan komen. Wie minimaal 18 jaar oud is, op enkele minuten van een brandweerkazerne woont en ook overdag kan uitrukken, verwijst de Brandweer Nederland graag naar de vacaturepagina.
Leeftijd: 43 jaar
Eenheid: post Bilthoven
Bij de brandweer sinds: 9 jaar
Beroep: accountant bij de Belastingdienst
‘Als medewerker van de Belastingdienst en de brandweer heb ik twee maatschappelijke functies, maar het verschil in waardering tussen die twee banen is groot. Bij de Belastingdienst zien mensen me liever gaan dan komen, bij de brandweer is het precies andersom. Je maakt bijzondere dingen mee. Een aantal jaar geleden moesten we naar een bejaardentehuis voor een brandmelding. De oude dame bij de voordeur zei: ‘Volgens het doosje moest de kroket echt 180 minuten in de oven.’
Leeftijd: 41 jaar
Eenheid: Beusichem
Bij de brandweer sinds: 3 jaar
Beroep: veearts, beleidsmedewerker BBB
‘Toen ik als veearts werkte, kwam ik vaak brandweerlieden tegen en was ik al van ze onder de indruk. Maar mijn motivatie om zelf bij de brandweer te gaan, ontstond een paar jaar geleden. Ik was thuis en hoorde mijn man roepen. Hij stond in het halletje aan zijn laarzen te sjorren en zei dat het huis in brand stond. ‘Schatje,’ zei ik, ‘dan hoef je echt niet eerst je laarzen uit te trekken voordat je binnenkomt hoor.’ De brand was niet zo erg, want de kinderen waren weg en de hond zette ik meteen in de auto. Maar het dak stond in brand, en de kinderkamers fikten af. Ik belde de brandweer en kreeg Henny aan de lijn, hem kende ik. Ik zei: ‘Henny, mijn huis staat in brand.’ Ik geloof dat ik huilde. Hij zei: ‘Meisje, ik weet het. Blijf maar rustig, ik ben al onderweg.’ Hoe geweldig is het als je dat tegen iemand kunt zeggen? Als je kunt geruststellen: ik kom eraan, rustig maar. Dat je zoiets voor iemand kunt betekenen, dat wilde ik ook.’
Leeftijd: 37 jaar
Eenheid: post Epe
Bij de brandweer sinds: 6 jaar
Beroep: automakelaar
‘Ik ben geen typische brandweerman: ik ben met 1,72 meter niet de grootste, ben niet grofgebekt en ook niet stoer. Maar ik begon als zelfstandig ondernemer mijn eigen garage en had geen collega’s meer. Bij de brandweer kon ik iets moois voor een ander doen, en kreeg ik meteen collega’s - een goeie combi. Soms is het werk onhandig. Vorige week nog zat ik in een auto-overdracht toen mijn pieper ging. De klant was net binnen, zijn elektrische Volvo lag nog onder het doek, alle mooie lampjes stonden aan. Ik zei: ik moet nú weg. Hij had gelukkig wel net betaald. De klant begreep het en wachtte. Er was een ongeval gebeurd op de provinciale weg. We hadden de mensen keurig uit die auto geknipt, en je gelooft het niet: precies toen we klaar waren, gebeurde er nog een ongeluk. Op diezelfde weg, 500 meter verderop - ze waren wel heel netjes dichtbij elkaar. Opnieuw knippen. Die klant heeft anderhalf uur gewacht. Gelukkig hebben mensen er begrip voor.’
Leeftijd: 40 jaar
Eenheid: Kazerne Spaarndam
Bij de brandweer sinds: 3 jaar
Beroep: docent opleiding verpleegkunde
‘Jaren werkte ik als verpleegkundige, ik verleende acute hulp. Sinds ik als docent werk, mis ik de hectiek van de praktijk. Bij de brandweer is veel onzeker: je weet nooit waar je heen moet en wat je aantreft. Maar dat het acuut is, zoveel is zeker. Soms word ik op ongelegen momenten weggepiept: als ik de kinderen nét in bad heb gedaan bijvoorbeeld, en in de supermarkt heb ik weleens in haast een vol karretje moeten achterlaten. Ook was ik op Koningsdag op stap, ik had mijn oranje outfit aan toen er een grote brand uitbrak in Haarlem. Ik heb me, hup!, in dat bluspak gehesen, over mijn chique jurk heen. Tijdens het blussen had ik mijn oranje oorbellen nog in.’
Leeftijd: 46 jaar
Eenheid: Kazerne Weesp
Bij de brandweer sinds: 24 jaar
Beroep: slager
‘Toen ik als 22-jarige begon als slager, bracht ik broodjes naar de kazerne. Ik zag telkens posters hangen dat ze vrijwilligers zochten. Inmiddels ben ik al ruim twintig jaar brandweerman. In het begin maakten ze grapjes als we een koe uit de sloot moesten halen: pas maar op, daar komt de slager met z’n mes, dan is die koe direct die sloot uit. Ik ben in de avonden, de nachten en in de weekenden oproepbaar. Het gebeurt regelmatig dat ik met mijn vrouw meega, boodschappen doen bijvoorbeeld, en dan moet ik ineens weg. Soms is ze daar niet zo blij mee, maar ze begrijpt het ook. Als er echt iets belangrijks is, kan ik me afmelden. Ik moet toch voorkomen dat mijn vrouw zegt: ‘Joh, dan trouw je toch lekker met die brandweer!’
Leeftijd: 44 jaar
Eenheid: Kazerne Heemstede
Bij de brandweer sinds: 5 jaar
Beroep: implantoloog
‘Met mijn carrière in de tandheelkunde zit ik in een bubbel. Ik wilde daar uitbreken, iets verrassends doen. Sommigen noemen het misschien een midlifecrisis. Een motorrijbewijs had ik al, maar tijdens mijn rondje hardlopen kwam ik langs de brandweerkazerne. Ze deden een grote oefening. Ik raakte met een van hen aan de praat, nu zit ik al vijf jaar bij die ploeg en binnenkort ga ik in opleiding voor chauffeur/pompbediener. Wel moest mijn baard eraf, anders kan ik geen zuurstofmasker op. Dat was vooral voor mijn vrouw even een probleem. Maar het is een leuke ploeg, we hebben een piloot, een schilder, mensen in de bouw - het is een blauwdruk van de samenleving en het werk geeft een geweldig gemeenschapsgevoel. Ik woon vlakbij de kazerne, meestal rijden we binnen 4 minuten weg. Soms is er twee weken niks, dan plots drie uitrukken in een weekend. Vorige week nog moest ik de verjaardag van mijn zoontje verlaten, ik heb van alle visite niemand gezien.’
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant