Filmprogramma World Pride Filmmuseum Eye viert deze zomer World Pride en de dertigste Canal Parade met ‘Queer Power’-films. In de film lijkt queer normaal geworden, maar repressie maakt een comeback.
Guinevere Turner en Cheryl Dunye in Watermelon Woman
The Watermelon Woman
Regie: Cheryl Dunye. Met: Cheryl Dunye, Valarie Walker, Guinevere Turner. 85 min.
We’ll Find Happiness . Regie: Léa Pool. Met: Mehdi Meskar, Aron Archer. 102 min.
Seksueel pervers, tegennatuurlijk, een bedreiging voor kinderen en familiewaarden. De termen om homoseksualiteit te beschrijven zijn terug van nooit helemaal weggeweest. In de zomer waarin World Pride naar Amsterdam komt, de regenboogstad waar dit jaar tevens de dertigste Canal Parade plaatsvindt, staan homorechten weer flink onder druk. In zo’n zeventig landen is homoseksualiteit strafbaar, soms zelfs bestraft met de dood. De Canadese film We’ll Find Happiness, vanaf deze week in de filmtheaters, laat in een schokkend shot twee opgehangen Iraanse homo’s zien, bungelend aan een hoge paal.
De laatste jaren zijn er veel mainstreamfilms met lhbti-personages, dit jaar bijvoorbeeld het historische drama The History of Sound. Dat een hoofdpersoon worstelt met zijn geaardheid doet al bijna ouderwets aan: queer zijn betekent nog maar zelden dat je automatisch ongelukkig, deerniswekkend of verknipt bent. Dat soort filmclichés zijn prachtig gedocumenteerd in The Celluloid Closet (1996), een baanbrekende documentaire die eindigde met voorbeelden van de verbeterde zichtbaarheid van gay-personages uit de New Queer Cinema, een stroming die in de jaren negentig van zich deed spreken.
Het dertig films omvattende zomerprogramma ‘Queer Power’ dat vanaf 26 juni in Eye Filmmuseum te zien is, toont er enkele, alsmede The Celluloid Closet. Ook zijn er lezingen, onder andere over de (on)zichtbaarheid van lesbiennes en de kunst van queer-codering in enkele Nederlandse films.
Een van de geselecteerde New Queer Cinema-films is The Watermelon Woman van Cheryl Dunye uit 1996, die landelijk wordt uitgebracht in de Previously Unreleased-reeks van het Filmmuseum. Is het een documentaire, een mockumentary, autofictie of toch een romantische komedie? Door verwarring te scheppen over welk genre haar film nu eigenlijk is, sluit Dunye aan bij het begrip ‘queer’ dat de laatste decennia in zwang is. De term wordt gebruikt uit onvrede over binair denken: man-vrouw, heteroseksueel-homoseksueel et cetera. Queer verzet zich tegen dit hokjesdenken en viert diversiteit. Daarbij zijn seksualiteit en gender fluïde want waarom zou je jezelf vastleggen in beperkende hokjes?
De ironie van Queer Power is dat de geselecteerde films toch weer een beknellend label krijgen. In The Watermelon Woman speelt Cheryl Dunye zelf de hoofdrol. Samen met haar beste vriendin Tamara werkt ze in een videotheek. Cheryl is filmmaker in spé en haar vrije uurtjes besteedt ze aan onderzoek naar zwarte actrices uit de jaren dertig en veertig.
Zo stuit ze op iemand die in de credits alleen vermeld staat als ‘watermelon woman’. Wie is zij? En waarom is er überhaupt zo weinig bekend over zwarte acteurs uit die tijd? De enige bekende namen zijn Hattie McDaniel uit Gone With The Wind en Louise Beavers. Zij speelden altijd ‘mammy’-rollen, het stereotype van de wat gezette huishoudhulp die dienstbaar is aan haar witte bazin. Ook de watermeloen uit de titel slaat op een raciale karikatuur: dat van de luie, dommige en wat kinderlijke zwarte.
Naast een film over de gebrekkige zichtbaarheid van gekleurde acteurs in Hollywood, en vooral hun onzichtbaarheid in bibliotheken en filmarchieven, is The Watermelon Woman een film over lesbische vriendinnen, waarbij Tamara ruzie krijgt met Cheryl omdat zij iets krijgt met de witte Diana. Hun zinderende, in close-ups gefilmde seksscène op de klanken van het lied ‘Skin’ (met de strofe „I ain’t afraid of your skin”), was tegen het zere been van Republikeins Amerika, de film zou „expliciete seksuele en illegale handelingen” tonen. Toenmalig Republikeins afgevaardigde Pete Hoekstra, tussen 2018 en 2021 de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, wilde dat Dunye de subsidie zou terugbetalen van haar toch al voor weinig geld gedraaide debuut.
Hoewel The Watermelon Woman uiterst serieus is over zwarte representatie en queer-seksualiteit is het ook een erg grappige film, vooral door het geestige gekibbel tussen Cheryl en Tamara. Daarnaast brengt Cheryl een hilarisch bezoek aan een lesbisch archief dat C.L.I.T. heet: Center for Lesbian Info & Technology, waar de ‘Hysteria Foundation’ net een schenking heeft gedaan die van onschatbare waarde is voor Cheryl. Toch is het Dunye ook hier ernst, zij deed zelf onderzoek in de Lesbian Herstory Archives.
Naast homorechten die wereldwijd onder druk staat, lijkt de acceptatie van homoseksualiteit in Westerse landen ook af te nemen. In het krachtige maar soms iets te melodramatische We’ll Find Happiness wordt dit gekoppeld aan de discussie over migratie. De film van Léa Pool begint met de vlucht van de Iraanse homoseksueel Reza naar Canada. Maar daar is het niet veel beter: een minister wil minder migratie en in een vernederende scène moet Reza een rechter overtuigen dat hij toch echt homoseksueel is. Intussen doet zijn Marokkaanse vriend Saad er alles aan Reza’s deportatie te voorkomen naar het land waar hij zeker ter dood zal worden veroordeeld. Voor liberale westerlingen een ongemakkelijke waarheid.