Home

Na de aardbeving stroomt de hulp aan Venezuela toe, maar krijgt het land die ook cadeau?

De aardbeving in Venezuela kan eens te meer duidelijk maken wat de regering-Trump voorheeft met het land. De VS trokken meteen 131 miljoen euro (150 miljoen dollar) uit voor noodhulp. Maar de vraag is wat de Amerikanen daar op termijn voor terug willen.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en soms over Latijns-Amerika.

De eerste reactie van Donald Trump kwam snel, na de verwoestende aardbeving in Venezuela. ‘De VS staat klaar, en is bereid en in staat om te helpen!’ schreef de Amerikaanse president op sociale media, luttele uren na de ramp. ‘We zullen er zijn voor onze nieuwe en geweldige vrienden.’

Sinds het Amerikaanse leger op 3 januari de (illegitieme) Venezolaanse president Nicolás Maduro overviel en meenam naar de VS, is de invloed van de regering-Trump op het bestuur van Venezuela enorm. Het land is de facto een protectoraat van de VS: de interim-president, Delcy Rodríguez, is volledig afhankelijk van de goede wil van Trump. Ze weet immers hoe het haar voorganger is vergaan.

Na de dubbele aardbeving die Venezuela deze week opschrikte, wordt er wereldwijd dus met grote belangstelling gekeken naar de reactie van de Amerikaanse regering. Want hoe zal Trump zich opstellen? Wat zijn Venezuela en zijn inwoners hem waard?

Nog steeds gierende inflatie

Sinds Maduro werd afgezet, veranderde er wel iets in Venezuela – maar veel ook niet. Er werden behoorlijke aantallen politieke gevangenen vrijgelaten. En enkele wetten werden onder druk van de VS gewijzigd, om buitenlandse bedrijven toegang te geven tot grondstoffen.

‘Maar voor de gewone Venezolanen is er sinds januari niet zo veel gewijzigd’, zegt Eva van Roekel, een cultureel antropoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam die jarenlange ervaring heeft in Venezuela. ‘Het gaat economisch niet goed, met nog steeds een gierende inflatie. Ik denk dat de meeste mensen nog in de afwachtende stand stonden.’

Nu Venezuela is getroffen door de zwaarste aardbeving die hier plaatsvond sinds 1900, lijkt het erop dat de bevolking voor het eerst iets gaat merken van de nieuwe verhouding tot de Verenigde Staten.

Op de dag na de ramp kondigde de regering van Trump voor 150 miljoen dollar (131 miljoen euro) aan noodhulp aan. Dat is aanzienlijk meer, bijvoorbeeld, dan de 9 miljoen dollar (bijna 8 miljoen euro) die de VS toezegden aan Myanmar, toen dat land vorig jaar werd getroffen door een nog hevigere aardbeving dan die in Venezuela.

‘Donroe-doctrine’

Het laat zien dat hier voor Trump iets op het spel staat. De Amerikaanse president ‘ziet Caracas als een succesvoorbeeld van de interventionistische politiek tijdens zijn tweede termijn’, schrijft de Spaanse krant El País. Trump brengt hier zijn ‘Donroe-doctrine’ in de praktijk, een verwijzing naar de ‘Monroe-doctrine’ uit de 19de eeuw, die stelt dat Latijns-Amerika behoort tot de Amerikaanse invloedssfeer.

Ook een ander historisch feit is van belang. Hoewel de VS fors hebben bezuinigd op noodhulp, hebben ze juist in Venezuela een naam hoog te houden. ‘Venezuela is de geboorteplaats van de Amerikaanse buitenlandse hulp’, schreef Sam Vigersky, expert van de Council on Foreign Relations. Toen een andere aardbeving Caracas in het jaar 1812 in puin legde, trok het Amerikaanse parlement 50 duizend dollar uit aan hulpgeld.

Los van de vraag of de VS wíllen helpen in Venezuela, is het de vraag of ze het kúnnen. Voorheen werd er noodhulp geboden via Usaid, het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling, maar dat is in 2025 opgeheven.

In elk geval kwam vrijdag een eerste militaire eenheid aan in Caracas, onder leiding van marinegeneraal Kevin Jarrard. Het leger zal vliegtuigen inzetten om Amerikaans overheidspersoneel, zoek- en reddingsteams en andere hulpverleners naar de juiste plek te brengen. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt een Disaster Assistance Response Team (DART) naar Venezuela, een ambtelijk team dat de Amerikaanse hulpverlening moet coördineren. Vanuit de staten Virginia en Californië zijn twee gespecialiseerde zoek- en reddingsteams uitgezonden.

Lastig parket

Belangeloos gebeurt dit allemaal niet, denkt cultureel antropoloog Van Roekel. ‘Als interim-president zit Delcy Rodríguez in een heel lastig parket. Ze moet hulp uit het buitenland accepteren, want Venezuela heeft zelf niet voldoende middelen. Maar dat verzwakt haar onderhandelingspositie. De landen die nu hulp bieden, willen er later misschien iets voor terug. Dat is de tragiek.’

Daar komt bij dat een democratische omwenteling in Venezuela waarschijnlijk verder uit zicht raakt door de aardbeving. De VS hebben tot nu toe weinig gedaan om vrije verkiezingen voor te bereiden, ook al was dat de belofte. Officieel mag een interim-president in Venezuela maar 180 dagen blijven zitten; die termijn lijkt voor Rodríguez geruisloos te verstrijken. Alle aandacht gaat nu uit naar de ramp. ‘Dit gaat er ongetwijfeld toe leiden dat verkiezingen op de nog langere baan worden geschoven’, zegt Van Roekel.

Volgens Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is de dubbele aardbeving een ‘terugslag’ voor de plannen van Washington om de noodlijdende economie en democratie van Venezuela te herstellen. Rubio zegt ook dat hij denkt ‘dat Venezuela hier sterker uit komt’.

Maar dat is zeer de vraag. ‘Ik moet de laatste dagen denken aan de tragedie van Vargas’, zegt Van Roekel. ‘Die regio in Venezuela werd in 1999 getroffen door enorme modderstromen, met duizenden doden tot gevolg. De situatie is daar altijd precair gebleven. En nu is wéér dezelfde regio het zwaarst geraakt. Ik kan me moeilijk voorstellen dat de situatie nu ineens wel gaat verbeteren.’

Source: Volkskrant

Previous

Next