Home

Na zeven lange jaren komt er dan toch enig zicht op serieus natuurbeleid

Vooral de partijen die verkondigden dat krimp van de veestapel nergens voor nodig was, hebben de boeren een rad voor ogen gedraaid.

Johan Remkes is er de man niet naar om zaken nodeloos ingewikkeld te maken. Slechts twee maanden had hij nodig om het kabinet Rutte III in 2019 te vertellen wat het te doen stond nadat de Raad van State het Nederlandse natuurvergunningenmodel naar de prullenbak had verwezen. Onder het motto ‘Niet alles kan’, bepleitte hij fundamentele ingrepen in de landbouw, de industrie en het mobiliteitsbeleid, om te beginnen in de directe nabijheid van de natuurgebieden. Piekbelasters moesten worden uitgekocht of verplaatst.

Op ‘Niet alles kan’ volgden later nog de adviezen ‘Niet alles kan overal’ en ‘Wat wel kan’, met allerlei nuances, maar aan de kern van de boodschap veranderde in wezen niets: durf in te grijpen. In 2022 al was er geen tijd meer te verliezen, aldus de VVD-coryfee: in elk geval moesten ‘binnen een jaar’ vijfhonderd tot zeshonderd piekbelasters worden uitgekocht. Dat was de beste manier om bestuursrechters ervan te overtuigen dat het de overheid menens is met natuurbescherming en zodoende misschien de vergunningverlening weer op gang te helpen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Zeven jaar zijn inmiddels verstreken. De boerenprotesten die na Remkes’ eerste advies op gang kwamen, mogen worden gerekend tot de meest succesvolle verzetsbewegingen in de parlementaire geschiedenis. Opeenvolgende bewindslieden traden aan met goede moed, om er al snel achter te komen dat het ontbrak aan politiek draagvlak. De stormachtige opkomst van de BoerBurgerBeweging, hand in hand met de bijna-ondergang van het CDA, ontnam het Binnenhof op cruciale momenten de moed om door te pakken.

In die zin is het succes van de boerenprotesten zeer relatief. Critici, onder wie Remkes, waarschuwden voortdurend dat uitstel en verzachting van de nodige maatregelen uiteindelijk tot pijnlijker besluiten zouden gaan leiden. Het intermezzo van het kabinet-Schoof, dat de BBB anderhalf jaar lang het ministerie van Landbouw in handen gaf, werd in dat proces het dieptepunt.

Zelfs het stikstoffonds, dat de boeren toch enig toekomstperspectief gaf, werd omwille van de symboolpolitiek geschrapt. Niet de partijen die krimp van de veestapel bepleitten maar de partijen die verkondigden dat dat nergens voor nodig was, en dat ze in Europa wel even ‘met de vuist op tafel zouden gaan slaan’, hebben de boeren een rad voor ogen gedraaid.

Het kabinet-Jetten pakt de draad nu op waar Rutte IV in 2023 was gebleven. Het stikstoffonds is terug, evenals de ambitie om snel in te grijpen rond de belangrijkste natuurgebieden en over de hele linie structureel de stikstofproductie omlaag te brengen.

Het verschil met de vorige keren is dat de VVD inmiddels onder enorme druk staat van de ondernemers in de achterban om de zaak vlot te trekken en dat het CDA onder Henri Bontenbal zeer hecht aan een daadkrachtige en betrouwbare overheid die zich in staat toont om problemen op te lossen. Gecombineerd met de constructieve houding van oppositiepartijen als Pro en de ChristenUnie gloort voor het eerst sinds lange tijd weer zicht op het begin van een doorbraak. Nu maar hopen dat niemand alsnog koudwatervrees krijgt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next