Teamgenoten in de Formule 1 zijn vaak ook elkaars concurrent. En meestal is een van de twee daar de dupe van. Zo worstelen George Russell (Mercedes) en Charles Leclerc (Ferrari) dit seizoen allebei met het succes van hun collega’s.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
George Russell herhaalt het keer op keer, als hij een vraag krijgt over Kimi Antonelli. Ook bij de grand prix in Oostenrijk, dit weekend, moet hij waarschijnlijk weer reageren op de goede prestaties van zijn teamgenoot bij Mercedes. ‘Ik ben niet bezig met Kimi’, zal hij dan antwoorden, ‘ik focus op mezelf.’
Het is de bezweringsformule die topsporters vaker gebruiken, al dan niet ingefluisterd door sportpsychologen. Ze moeten zich richten op zichzelf, niet op factoren waarop ze geen invloed hebben. Maar in de Formule 1 is dat nog niet zo makkelijk en op eerlijke momenten geeft Russell dat ook wel toe.
‘Kimi deed het enorm goed, en ik heb het een beetje gekopieerd’, zei de Engelsman bij de vorige grand prix, in Barcelona. ‘Ik keek naar wat werkte voor hem.’ Verbetering kwam er alleen niet, integendeel. ‘Voor mij werkte het niet’, moest Russell concluderen. ‘Dus ik dacht: ik moet gewoon op mijn eigen intuïtie vertrouwen.’
Teamgenoten in de Formule 1, het blijft een ingewikkeld concept. Ook dit seizoen blijken ze vaak elkaars eerste concurrenten. En zelfs als ze het goed bedoelen, kunnen ze elkaar soms van de regen in de drup helpen. Zo is bij Ferrari iedereen blij dat Lewis Hamilton na een eerste rampseizoen is opgebloeid. Maar zijn succes lijkt er nu toe te leiden dat zijn teamgenoot Charles Leclerc steeds ongelukkiger zijn rondjes rijdt.
De geschiedenis van de Formule 1 zit vol verhalen van teamgenoten die elkaar tot op het bot haten. Zo deinsden Ayrton Senna en Alain Prost er in hun strijd om de titel in 1989 en 1990 niet voor terug hun McLarens tegen elkaar aan te schuiven. ‘Ayrton wilde me niet verslaan’, zei Prost daar later over. ‘Hij wilde me vernietigen.’
Hun band werd beter nadat Prost de sport had verlaten. Maar tussen de oude kartvrienden Lewis Hamilton en Nico Rosberg is het na jarenlange onderlinge strijd bij Mercedes nooit meer goed gekomen. ‘Als je vecht voor het kampioenschap, dan zet je die vriendschap altijd op het spel’, zei Rosberg daarover.
Maar ook een op zichzelf constructieve samenwerking kan slecht uitpakken. Daar lijken Russell en Leclerc dit seizoen last van te hebben. Hun teamgenoot presteert beter, in dezelfde auto, en in hun poging de ander te kopiëren gaan ze de mist in.
Het was Hamilton zelf die dat suggereerde bij de grand prix in Barcelona. De Engelsman had voor het eerst in twee jaar weer eens gewonnen, een primeur voor hem in een Ferrari; zijn teamgenoot Leclerc ‘schaamde zich’ datzelfde weekend juist omdat hij in de kwalificatie was gecrasht.
‘Ik remde heel laat in bocht vier’, zei Hamilton over die crash van zijn teamgenoot, ‘en dat was voor iedereen te zien. Ik denk dat Charles misschien ook met veel snelheid die bocht probeerde in te gaan en helaas werkte dat niet voor hem.’
Hamilton en Leclerc schijnen goed met elkaar te kunnen opschieten, zo spelen ze soms online een potje schaak. Maar de analyse van Hamilton legt pijnlijk het probleem van zijn teamgenoot bloot. Leclerc kijkt dit seizoen met meer dan een schuin oog naar de prestaties van zijn conculega. Zo wisselde hij in navolging van Hamilton van remschijvenfabrikant.
Zulke wijzigingen kunnen goed uitpakken, en het is ook logisch om voor verbeteringen eerst te kijken naar de coureur die met dezelfde auto het best presteert. Tegelijkertijd schuilt daar een gevaar in, want de auto mag dan hetzelfde zijn, de coureurs hebben elk hun eigen rijstijl en hun reactie op de wijzigingen varieert daardoor ook.
Het is een van de redenen waarom teamgenoten van Max Verstappen bij Red Bull vroeg of laat ongelukkig worden. De Nederlander houdt van auto’s waarvan de voorkant scherp staat afgesteld, zodat die snel reageert op zijn stuurbewegingen. Zijn oud-teamgenoot Alex Albon vergeleek het met een computermuis waarvan de snelheid op de hoogste stand is gezet.
‘Als je die muis dan aanraakt, schiet hij alle kanten op op het scherm’, zei hij. ‘De auto staat nu zo scherp afgesteld dat het je een beetje nerveus maakt.’
In het begin viel dat nog mee: Albon perste alles uit zichzelf en bleef in Verstappens spoor. Maar gedurende het seizoen werd de auto aangepast, uiteraard in lijn met de wensen van de beste rijder. Nog steeds hadden de twee dezelfde auto, maar voor Albon voelde die steeds minder vertrouwd.
‘Het gaat scherper en scherper, en hij gaat steeds sneller; om bij te blijven moet je wat meer risico nemen’, zei de Brits-Thaise coureur. Het kan lang goed gaan, maar vroeg of laat komt de crash, de spin, het controleverlies. ‘Het is een sneeuwbaleffect. Iedere keer als de auto scherper wordt, word je gespannener.’
Voor Charles Leclerc dreigt precies dit gevaar bij Ferrari. Na een desastreus eerste seizoen heeft Lewis Hamilton op de leiding ingepraat; de huidige auto past veel beter bij zijn rijstijl. Nu de Engelsman tweede staat in het kampioenschap, en beter presteert dan Leclerc, ligt het voor de hand dat het team alleen maar meer naar hem zal luisteren.
Voor advies kan Leclerc te rade gaan bij Russell, want die is inmiddels een expert op dit gebied. Toen hij in 2022 teamgenoot werd van Hamilton bij Mercedes, vroeg hij zich al af hoe hij zich tot de topcoureur moest verhouden. ‘Tot ik op een dag een heel goed gesprek had met mijn psycholoog’, vertelde hij.
‘Ik kwam tot de conclusie dat het niet moet uitmaken of ik een zevenvoudig wereldkampioen of een rookie heb als teamgenoot, of helemaal niemand, omdat ik mijn lot in eigen handen heb.’
Toch gaat dat in de Formule 1 niet altijd op, weet hij nu. Maar je lot in handen leggen van een teamgenoot maakt het er meestal niet beter op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant