Home

Een jaar lang stuurde Caro Derkx dagelijks een mail aan Emma Watson – zonder ooit antwoord te krijgen. Nu is er een boek

Wat de eenzijdige correspondentie Derkx wel opleverde: haar debuutroman Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Emma Watson, over fancultuur, rolmodellen en opgroeien. ‘Emma stond voor alles dat ik belangrijk vind, en ik wilde me aan haar optrekken en op haar lijken.’

is chef-kunst van de Volkskrant. Ze schrijft over toneel, film, series en popcultuur.

Lieve Emma,
De laatste tijd denk ik veel na over vrouwenvriendschappen en kom ik erachter hoe zeldzaam die zijn. [...] We leven in een door mannen gedomineerde wereld, waarin strijd en schaarste overheersen. Hoe kan je in dit competitieve klimaat vriendschap sluiten?

Dit is mail nummer vijf uit een reeks van 365 emails aan actrice Emma Watson. Theatermaker Caro Derkx (30) schreef de Britse actrice, voor altijd bekend en geliefd als Hermelien Griffel uit de Harry Potter-films, een jaar lang, elke dag, een brief. Ze schreef haar schaamteloos openhartig over rolmodellen, opgroeien en vrouw-zijn. Over de moeizame relatie met haar lichaam en haar omgang met mannelijke aandacht. Over eenzaamheid en depressie, en over mentale groei.

De mailbox van EmmaCD22.Watson@live.nl stroomde zo vol met mijmeringen, vragen, associaties, bekentenissen; samen het verslag van een hoogstpersoonlijke zoektocht.

Lieve Emma, te lang heb ik je niet geschreven. Misschien omdat het beter met me gaat.

Nooit kwam er een reactie terug, geen standaardzin, geen bedankje van het management – niets. Dat is omdat Watson de emails niet heeft gekregen. Het was Derkx zelf die het e-mailaccount creëerde en beheerde. Al die tijd schreef ze in feite aan zichzelf.

Dat was in 2022.

Nu, vier jaar later, is er een boek. Eind mei verscheen Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Emma Watson, literaire memoires in dagboekvorm waarin verteller ‘Caro Derkx’ naar Oxford reist in de hoop daar de bewonderde actrice spontaan tegen het lijf te lopen. Om… Ja, om wat eigenlijk? Dat is de intrigerende vraag die het verhaal voortstuwt, tot aan het verrassende slot. Het is een bont, overvloedig, associatief boek – reisverslag, dagboek en literaire speurtocht in één – boordevol essayistische uitweidingen over kunst, literatuur, filosofie, over Alice in Wonderland en natuurlijk Harry Potter.

Derkx, geboren in 1995, groeide op met Potter en dus ook met Hermelien, het vroegwijze boekenmeisje aan wie Watson vanaf haar 10de gestalte gaf, waarna ze uitgroeide tot literair influencer en feministisch activist. Emma Watson is haar muze, zegt Derkx in haar appartement aan een Amsterdamse gracht. Formaatje poppenhuis, met vanillevlakleurige muren, een rode bank en een piano, en Roland Barthes, Rebecca Solnit en Virginia Woolf in de boekenkast.

Derkx is goedlachs en uitgelaten; de boekpresentatie is net geweest en haar hele huis staat nog vol met bloemen. Ze schenkt glazen water in (‘Er staan nu bloemen in mijn karaf’), terwijl ze de ene na de andere associatie aan de volgende vlotte ingeving rijgt. ‘God, we gaan wel van de hak op de tak. Maar er valt ook zo veel te zeggen!’

Je maakte in 2022 ook al de voorstelling Emma Watson – The Play, die gaat over je fascinatie voor haar. Wat viel daar nog meer over te vertellen?

‘Ik raakte gefascineerd door de parasociale relatie tussen fans en hun idolen, het eenzijdige ervan. En hoe dat voor veel fans tóch wederkerig voelt.

‘Emma is al heel lang bij mij, ik groeide met haar op. En toen ze zich in 2016 met haar onlineboekenclub ontpopte tot pleitbezorger van de feministische literatuur werd ze voor mij echt een boegbeeld. Ze stond voor alles wat ik belangrijk vind, en ik wilde me aan haar optrekken en op haar lijken.’

In haar boek somt Derkx op: ‘Ze is literair, nerdy, erudiet, bescheiden, vriendelijk, beheerst en begaan met de staat van de wereld.’ Lacht: ‘Dat wil ik allemaal ook zijn.’

Emma Watson – The Play was een voorstelling in háár woorden, daarvoor heb ik elk snippertje interview, alles wat ik online kon vinden, letterlijk overgetypt, tot ik zo’n vierhonderd A4’tjes met haar teksten had. Dat voelde alsof ze heel veel met mij had gedeeld, wat in zekere zin ook zo was: ze deelt het met de wereld, met haar fans – zij geeft iets van zichzelf aan ons, en ik speelde met het idee om iets terug te geven.

‘Op tournee met die voorstelling, waarin ik zelf ook speelde, had ik het zwaar. Ik was eenzaam, op het randje van overspannen, ik overwoog te stoppen met acteren. Ik had een enorme behoefte aan echt, eerlijk, kwetsbaar contact. Toen ben ik haar gaan schrijven.’

Maar je schreef haar niet écht, ze heeft je mails nooit kunnen lezen. In hoeverre is er dan sprake van ‘echt contact’?

‘Ik schreef eigenlijk vooral om iets van mezelf te delen. Ik vind het moeilijk om me kwetsbaar op te stellen, en dit was een eerste stap. Zoals mensen hun hart soms ook makkelijker luchten bij een chatbot, of een onlinepsycholoog. Dat is minder confronterend dan met een ander mens tegenover je. Tegelijk voelen zulke gesprekken en relaties heel reëel, en kunnen ze je ook echt helpen. Bij mensen van mijn generatie is het onderscheid tussen echte vriendschap en digitale vriendschap steeds diffuser. Dan is de stap naar een volledig fictieve vriend helemaal niet zo groot. Ik begon me af te vragen in hoeverre wederkerigheid eigenlijk van belang is in relaties.

‘Dagboekschrijven schijnt therapeutisch te zijn, en zo gingen de mails voor mij op een gegeven moment ook werken. Ter inspiratie heb ik een eindeloze reeks literaire dagboeken gelezen, van Etty Hillesum, Virginia Woolf, Clarice Lispector en Fernando Pessoa, bijvoorbeeld. En het dagboek van Anne Frank natuurlijk, die ook aan haar fictieve vriendin Kitty schrijft.’

Wat leer je van het lezen van andermans dagboeken?

‘Nou, dat zelfs Virginia Woolf niet de hele tijd interessante inzichten heeft. Zij schrijft ook gewoon wat ze die dag heeft gedaan, wat ze gegeten en gedronken heeft. Dat maakt het op een bepaalde manier banaal, maar ook heel rauw en rechtstreeks. Heel menselijk. Bij Woolf is het laatste fragment een brief aan haar man, Leonard Woolf, waarin ze schrijft dat ze de rivier in zal lopen met stenen in haar zakken.

‘Ik wilde dat de toon van mijn boek ook zo zou zijn, alsof je iets heel vers aan een vriendin vertelt. En het niet te veel oppoetst achteraf. Het moest recht uit dat moment voelen.’

De verteller in je boek heet Caro Derkx, is actrice en theatermaker, en is op tournee met een voorstelling over Emma Watson. In hoeverre is Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Emma Watson autobiografisch?

Derkx, stralend: ‘Wel en niet!

‘Er is veel overlap tussen mij en de verteller, zeker. Maar ik moest ook manipuleren om tot een meeslepende spanningsboog te komen. De Caro Derkx in het boek heeft aan het begin een depressie, en hoewel ik zeker sombere momenten heb gekend was het bij mij niet zó zwaar. Ik heb de afgelopen jaren ook veel moois beleefd; ik ben bijvoorbeeld heel erg verliefd geworden, maar dat zit niet in het boek. Het moest ook niet over mannen gaan, vond ik, maar juist over de relaties van vrouwen met vrouwen. En met boeken!

‘Mijn favoriete boek is Little Women, van Louisa May Alcott, en dat gaat eigenlijk vooral over de liefde van een vrouw voor de literatuur.’

Er worden te weinig liefdesverhalen geschreven over vrouwen en boeken, vindt Derkx. ‘Hier is het niet: ‘Girl gets boy, maar girl gets book.’

Ze grinnikt: ‘Het is nu ook weer uit, trouwens.

‘Hoe dan ook: de emoties in het boek zijn echt, al heb ik scènes verzonnen en feiten verdraaid. En veel weggelaten. Ga maar na: ik schreef élke dag, er lagen 365 mails. Maar de Caro die dat meemaakte is een andere dan die van nu, ze is een versie van mij uit 2022, en in die zin ook fictie.’

Ze haalt de anekdote aan van Susan Sontag, over haar ontmoeting met haar held Thomas Mann. Daarover schreef ze in 1987 het verhaal ‘Pilgrimage’ in The New Yorker, waarin ze nogal wat feiten verdraaide. Derkx: ‘Zelf zei ze daar later over: ‘De feiten waren fake, maar de schaamte was echt’, zo is het in mijn boek ook.’

Een rode draad in haar boek is de (on)mogelijkheid van vrouwenvriendschap en haar verlangen naar vrouwelijke rolmodellen. Ze schrijft over door haar bewonderde denkers als Kant, Wittgenstein, Nietzsche, Schopenhauer, Heidegger en Kierkegaard: allemaal mannen. Het personage Derkx heeft vooral mannelijke leermeesters en (oudere) mannelijke vrienden. In haar boek schrijft ze: ‘Ik plaats de oudere man onbewust nog steeds op een voetstuk. Ik voel me door hen op een andere manier gezien. Alsof ik serieuzer genomen wordt en me intellectueel aan hen kan optrekken.’

Derkx trekt een gezicht. ‘Au, ja.’

Schuilt achter dit gevoel niet een nog ingewikkelder aanname, namelijk dat jij mannen zelf intellectueel hoger acht?

‘Het is heel stom, maar ik kénde haast alleen maar witte mannelijke schrijvers en denkers. Dat komt ook door mijn theateropleiding en het klassieke toneelrepertoire: Shakespeare, de oude Grieken, Tsjechov, Ibsen, enzovoort. Dat heb ik pas veel later aangevuld met Woolf, Donna Haraway, Susan Sontag, Hannah Arendt, Gloria Steinem, Simone de Beauvoir. En nóg later met Audre Lorde, Angela Davis, Toni Morrison.

‘Voor een deel is het ook geïnternaliseerd seksisme. Er zit iets, of zat iets, in het systeem waardoor vrouwen zich uitverkoren voelen als zij bij de mannen mogen horen. Dat idee van schaarste, waar ik in die mail aan Emma over schrijf: er zijn een paar plekjes te vergeven, en maar een handvol vrouwen mag erbij. Zo worden we gevoed met een gevoel van concurrentie. Ik wilde heel lang one of the guys zijn, dat vond ik cool. Maar ondertussen hunkerde ik naar vrouwelijke vrienden en voorbeelden.’

Ze schrijft: ‘Misschien verlang ik naar Emma omdat ik verlang naar een intellectuele bondgenoot van mijn eigen geslacht en generatie.’

Lacht: ‘Inmiddels heb ik een aantal heel goeie vrouwelijke vrienden van mijn eigen leeftijd, hoor!’

‘Als kind had ik wel vrouwelijke rolmodellen, maar allemaal fictieve: Roald Dahls Matilda, Alice uit Alice in Wonderland, Ronja de roversdochter, Pipi Langkous. En Hermelien Griffel. Maar later, in de puberteit, droogde dat een beetje op. Ik had ook de pech dat ik heel andere interesses had dan leeftijdsgenoten. Ik wilde over boeken praten, over gedachten en theorieën, niet over vriendjes, of zoenen, of borsten.’

Een rode draad in het boek is de ingewikkelde relatie die je hebt met je lichaam. Je schrijft: ‘Als ik geen sport-bh’s draag die de boel platdrukken tot jongensachtige proporties, haat ik de rondingen in mijn T-shirts.’ Hoe zit dat?

‘Ik vond kind-zijn, meisje-zijn, prima. Maar vrouwelijke vormen krijgen vond ik heel moeilijk. Omdat ik vrouw-zijn lang niet cool vond. Als meisje kom je nog overal binnen, en kom je overal mee weg, maar ik zag hoe moeilijk vrouwen het hadden in de maatschappij. Borsten krijgen stond voor mij gelijk aan tot die gediscrimineerde groep toetreden. Ik wilde beoordeeld worden op mijn brein, en niet op mijn lichaam.

‘Dat kwam ook door dat bizarre moment, dat veel vrouwen denk ik wel herkennen, waarop je opeens merkt dat je lichaam wordt gezien, dat het niet meer van jou is. Ineens ben je een object van begeerte. Maar ik wilde gewoon mens zijn.

‘Hoe bizar is dat? Omdat ik me ongemakkelijk voelde bij de blikken en de begeerte van anderen, probeerde ik zelf mijn lichaam weg te maken.’

Ik kan me voorstellen dat op een podium staan en bekeken worden, dat ongemakkelijke gevoel nog wel versterkt.

‘O, zeker. Ik wil ook altijd liever schrijver en maker zijn dan acteur. Vroeger wilde ik architect worden. Met spelen in films en series heb ik altijd een haat-liefdeverhouding gehad. Je wordt in kleren gehesen die je niet zelf hebt gekozen, en in beeld gebracht op een manier waar je zelf geen controle over hebt. Ook daar is je lichaam vaak niet van jou.’

En daar komt nog de vervreemding bij van opgroeien in een onlinetijdperk, en steeds bezig zijn met het onlinebeeld van jezelf – ook een belangrijk thema in je boek.

‘Ja, die beoordeling van de buitenkant is in de onlinewereld nog tien keer zo erg, natuurlijk. En het is er altijd, 24/7, ook in je slaapkamer. In die zin leven veel mensen tegenwoordig in een soort digitaal dagboek. Maar dan een waarvan je weet dat het live wordt meegelezen door anderen. Het is heel ongezond om permanent met zo’n dubbel bewustzijn te leven; op een zeker moment weet je niet meer wat echt is en wat gespeeld.

‘Ik ervaar ook een soort schizofrenie bij het feit dat je continu je eigen visitekaartje moet zijn. Je moet de hele tijd succesvol zijn en op vakantie. En je moet er altijd goed uitzien. Ik heb een tijd gehad dat als ik voor m’n gevoel ‘live’ niet aan dat beeld kon voldoen, ik drie dagen niet naar buiten ging. Niet naar buiten dúrfde.’

Dat doet me denken aan de roman Josephine van Eva Hofman. Ook die gaat over een onlineobsessie die naar stalking neigt, over de vraag wat identiteit is en wat performance, en hoe die verwarring tot een existentiële crisis kan leiden.

‘Ja, dat heb ik gelezen! Het is bizar hoeveel overeenkomsten er zijn. Hofman haalt zelfs net als ik het cultboek I love Dick van Chris Krauss aan. Dat gaat over een vrouw die helemaal geobsedeerd raakt door de Dick uit de titel en zich aan de hand daarvan gaat afvragen wat zo’n obsessie betekent, wat overgave betekent, wat vriendschap betekent. Daarin staat ook de vraag centraal of wederkerigheid cruciaal is voor waarachtige vriendschap. In dat boek is het antwoord ja.

‘Bij mijn generatie, die online is opgegroeid, komt daar die hele dynamiek bij van posten en volgen, en van digitale vriendschap. Daardoor wordt de grens tussen echt en imaginair contact wazig. Online iemand volgen kan echte gevoelens van verbondenheid opwekken. De lijn met stalking is dun.’

In je boek schrijf je dat je ook zelf werd gestalkt, door een nogal vasthoudende theaterbezoeker.

‘Ik heb verschillende van dat soort ervaringen gehad, die ik in het boek heb samengesmeed tot één geval. Het waren altijd oudere mannen die van alles projecteerden op mijn publieke persoonlijkheid. Dat begint vaak met een beleefd gesprekje of een vriendelijke mail, waar ik dan nog wel aardig op inga, maar gaandeweg kan het iets heel drammerigs en verstikkends krijgen. Je bent als acteur natuurlijk ook heel zichtbaar, en daardoor kwetsbaar. Iemand kan gewoon een kaartje kopen om je te komen zien.

Harde lach: ‘Maar eigenlijk ben ik zelf natuurlijk ook een soort stalker. Ik verslind al jaren alles wat er online van Emma te vinden is, en projecteer waarschijnlijk een totaal geromantiseerd beeld op haar. In mijn boek maakt Caro zichzelf ook nog wijs dat ze niet zomaar een fan is, maar een bijzondere band heeft met Emma – zij moet dat alleen nog maar inzien. Zulk denken kan heel gevaarlijk zijn. Alleen is dat bij mij fictief.’

En hoe verhoudt dit alles zich tot die superfanatieke onlinefancultuur die we tegenwoordig zien?

‘Door sociale media zijn sterren veel zichtbaarder, en voelen ze dichterbij dan vroeger. Zo kan je het idee krijgen: hé, ik ken Emma, want ik zie haar overal en ik ben met haar opgegroeid.

‘Dat gevoel te kunnen delen met andere fans geeft een enorme energie. Fandom kan iets ritueels, haast religieus hebben: een vorm van vereren die we in de seculiere wereld zijn kwijtgeraakt. We gaan op zoek naar een soort jezusfiguren en komen online samen om die te aanbidden.

‘Zo creëren we een vorm van verbinding die de kerk ooit bood. Dat vind ik er mooi aan, zoals ik het ook mooi vind dat je ervoor kiest een ander mens radicaal te bewonderen.

‘Samen kunnen fans ook maatschappelijke bewegingen in gang zetten, zoals Taylor Swift die haar fans vroeg om op Kamala Harris te stemmen. Toch kan die collectieve, haast religieuze extase ook heel gemakkelijk omslaan in woede, in vijandelijkheid.’

Dat is J.K. Rowling, schrijver van de Harry Potter-reeks, natuurlijk ook gebeurd, na haar weerzinwekkende uitspraken over trans personen en haar steun aan de anti-translobby.

‘Claire Dederer schrijft daar heel mooi over in Monsters – Dilemma’s van een fan. Ik vind het verschrikkelijk wat Rowling zegt over trans personen en hun rechten. Maar ze heeft óók dat schitterende Potter-universum geschapen, dat zo bepalend was voor mijn jeugd. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor. Ik vind het ingewikkeld dat ik die liefde nu niet meer zou kunnen of mogen voelen.

‘Voor mezelf ben ik op zoek naar een vorm van fanschap waarin ik niet bij de eerste uitglijder afhaak. Ik kreeg op zeker moment een beetje een aversie tegen Emma: zo perfect, zo onkreukbaar. En haar feminisme was wel heel wit, ze besprak in haar boekenclub alleen maar witte denkers en schrijvers, dat is haar ook wel verweten.

‘Maar hoe kun je nou zorgen dat je relatie met een idool, die toch een vorm van liefde is, iets duurzaams blijft? En dat die bewonderde persoon ook gewoon een mens mag zijn, en fouten mag maken?

‘Dus ik probeer haar trouw te blijven ondanks die smetjes. Want ze hoort nu eenmaal bij mij.’

Dus je bent nog steeds niet klaar met Emma Watson?

‘Ik hoop eigenlijk nog wel op een dubbelinterview.’

Caro Derkx: Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Emma Watson. Atlas Contact; 312 pagina’s, € 22,99.

1995 Geboren in Arnhem.
2007-2014 Vwo aan het Beekdallyceum Arnhem.
2013 Eli in Eli Eli van Toneelgroep Oostpool, miniserie Cruijff - Logisch is anders.
2014 - 2019 Toneelacademie Maastricht.
2014-2018 Rollen in tv-series Spangas, Rundfunk en Nieuwe buren.
2019 Maakt en speelt solovoorstelling: Me, Myself and Sir Roger Scruton, bekroond met de Henriëtte Hustinxprijs en geselecteerd voor Het Debuut.
2020 Solovoorstelling A Portrait of the Artist in Red, Yellow and Blue.
2021-2022 Host boekenclub bij televisieprogramma Brommer op Zee.
2022 Emma Watson – The Play, bekroond met YAA Award.
2022-2023 Rol in tv-serie Santos.
2025 Maakt en speelt Haar in de wind met Wilfried de Jong.
2025 Hoofdrol in horrorfilm Vleesdag.
2025-2026 Co-host van feministische podcast Wolf.
2026 Debuutroman Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Emma Watson.

Caro Derk is single en woont in Amsterdam.

Source: Volkskrant

Previous

Next