Home

Hongarije moet zich hervinden na zestien jaar leugens en staatspropaganda door de Orbán-kliek

Viktor Orbán had als premier het Hongaarse mediabestel zo in zijn greep dat het één grote propagandamachine was. Maar Orbán is weggestemd en zijn media-imperium stort in. Hoe komt Hongarije met zichzelf in het reine na zestien jaar propaganda?

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Toen journalist Csaba Lukács vorige maand een reportage moest maken over de inauguratie van de nieuwe Hongaarse premier, verdwaalde hij in de gangen van het parlement. ‘Ik was er bijna tien jaar niet geweest’, zegt Lukács op de redactie van Magyar Hang, het onafhankelijke weekblad waarvan hij ook directeur is. Magyar Hang was niet welkom geweest in de jaren dat Viktor Orbáns partij Fidesz aan de macht was. Maar sinds de verkiezingsnederlaag van Fidesz verandert in Hongarije veel, zo niet alles..

In de zestien jaar dat Orbán regeerde, groeiden de media uit tot een van zijn belangrijkste machtsinstrumenten. Zo werd de publieke omroep vrijwel meteen overgenomen en omgevormd tot propagandakanaal van de regering. Begin juni kwam de nieuwe regering met een wetsvoorstel om deze grondig te hervormen. De directeur had daarvoor al zijn ontslag ingediend.

Journalisten van de omroep treden ondertussen naar buiten. Het invloedrijke YouTube-kanaal Partizán maakte in mei een documentaire waarin vier (voormalige) medewerkers van de publieke omroep aan het woord komen. ‘We hebben ’s nachts gelogen, we hebben overdag gelogen, we hebben op alle golflengten gelogen’, zei een van hen. De hoofdredacteur van actualiteitenprogramma Híradó gaf toe dat ‘het aantrekkelijke salaris’ voor hem een belangrijke rol speelde. ‘Als ik deze baan niet had aangenomen, hadden ze iemand anders gevonden om het te doen.’

In andere Centraal-Europese landen zoals Polen en Slowakije werd de publieke omroep ook gekaapt door radicaal-rechtse regeringen. Maar wat Hongarije uniek maakte, was de dominantie van Fidesz binnen de commerciële media. Oligarchen met partijconnecties kochten titels op, wat leidde tot extreme kartelvorming. Zo raakte naar schatting 80 procent van de Hongaarse media gelieerd aan Fidesz, bijvoorbeeld via de Centraal-Europese Pers- en Mediastichting (Kesma), dat ruim vijfhonderd titels beheert.

Mediabedrijven die pro-regering waren, werden financieel ondersteund via de staatsbegroting, zegt Lukács. Dit schiep een vicieuze cirkel: als mediabedrijven politiek loyaal waren, kregen ze meer geld, daardoor konden ze doorgroeien en de markt ontregelen totdat concurrentie niet meer bestond. Volgens een onderzoek uit 2025 gaat het om 1,1 miljard euro aan illegale subsidies naar regeringsgezinde media. Magyar Hang en een andere titel hebben daarover een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Lukács hoopt dat de Commissie actie onderneemt, waardoor de bedrijven mogelijk worden verplicht het ontvangen geld terug te betalen aan de staat.

Drukken in Slowakije

Het in 2018 opgerichte Magyar Hang was uiteindelijk de laatste onafhankelijke publicatie in Hongarije met een conservatief profiel. Lukács legt uit hoe de marktconcentratie van regeringsmedia titels als de zijne verdrukte. Mediaworks, in handen van de oligarch en Orbáns jeugdvriend Lörinc Mészáros en een spil van Kesma, bezit naast zeventig titels ook drukkerijen. Toevalligerwijs de enige drukkerijen in Hongarije die Magyar Hang kunnen printen, wat ze al die jaren weigerden. Daarom moest Lukács uitwijken naar een drukker in buurland Slowakije. Daar wordt Magyar Hang nog altijd gedrukt.

Lukács wacht nog even met het opnieuw benaderen van de Hongaarse drukkerijen. Want met de nieuwe regering aan de macht, droogt de subsidiestroom naar Fidesz-media snel op. Ze imploderen letterlijk, waarbij Mediaworks het hardst wordt getroffen. Vorige week werden zo’n tweehonderd journalisten ontslagen, 10 procent van het personeelsbestand. Het dagblad Bors zal worden opgeheven en het lot van regionale bladen en de Fidesz-spreekbuis Magyar Nemzet is onzeker. Het is kortom nog maar de vraag of de Hongaarse drukkerijen dit alles gaan overleven. Nee, zegt Lukács, hij zit voorlopig goed in Slowakije. ‘Het hele systeem dat Orbán heeft opgebouwd, stort voor onze ogen in.’

De aangekondigde hervormingen van de nieuwe regering moeten onafhankelijke media weer bewegingsruimte geven. Zo wil premier Péter Magyar het zogeheten Bureau voor Soevereiniteitsbescherming afschaffen. Dit instituut heeft verregaande bevoegdheden om ngo’s en media te controleren in naam van het landsbelang. In de praktijk richtte het bureau de pijlen op critici van de regering-Orbán. Ook gaat een oud wetsvoorstel dat (indirecte) buitenlandse financiering van ngo’s en media kan blokkeren, en zelfs organisaties kan verbieden, van tafel.

Moeilijke tijd

Alle recente ontwikkelingen lijken gunstig voor de media die onder Orbán uitgroeiden tot onafhankelijke vluchtheuvels in een zee van propaganda. ‘Maar de spannendste en moeilijkste tijd voor onafhankelijke media ligt nog voor ons’, zegt Lukács. Zo ontvangt Magyar Hang de laatste tijd opzeggingen van donateurs, alsof de strijd gestreden is nu Orbán weg is. En het aantrekken van advertenties is moeilijk, vertelt hij, want de meeste bedrijven hebben de begroting voor de rest van het jaar vastliggen. Bovendien vertrokken ook nog eens twee van zijn medewerkers, die hebben een baan gevonden bij de nieuwe regering.

En de interesse voor politiek nieuws daalt, ziet Lukács. Logisch, vindt hij, na de meest polariserende verkiezingscampagne in de recente Hongaarse geschiedenis. ‘Mensen willen hun geest reinigen.’

Maar er is nog een uitdaging. Premier Magyar laat de media goeddeels links liggen en communiceert direct met zijn achterban. Dagelijks plaatst hij filmpjes op zijn sociale media, en kondigt hij nieuwe plannen aan via Facebook en livestreams. De in Boedapest gevestigde denktank Political Capital omschreef het als een ‘realityshow’. Uit hetzelfde rapport van de denktank blijkt ook dat Hongaren nog volop in de wittebroodsweken van de nieuwe regering zitten. De steun voor Magyars partij Tisza onder de bevolking is gestegen tot 73 procent. Enkele fouten en misstappen die de regering afgelopen weken maakte, ‘verdwijnen in de mist van euforie’, schrijft Political Capital, zo blij zijn veel Hongaren dat Orbán weg is. Daarin ziet journalist Lukács ook een risico voor onafhankelijke media als de zijne. ‘We weten niet hoe onze lezers reageren als we kritisch schrijven over de nieuwe regering. Misschien zien ze ons dan als verraders.’

Nepnieuwsmakers

Het hervormen van de media is tevens een moreel vraagstuk. Regeringsgezinde media verspreidden propaganda en organiseerden hetzes tegen alle critici die Fidesz als staatsvijand bestempelde. In Hongarije is een levendige discussie ontstaan over het afleggen van rekenschap voor de voorbije zestien jaar. Behalve kopstukken gaat dit ook om mensen die meewerkten aan het systeem, zoals de medewerkers van de publieke omroep.

‘De omroep heeft mensen gehersenspoeld’, zegt oud-journalist Krisztina Balogh. ‘Het management moet vertrekken, net als de presentatoren, zij waren het gezicht van de propaganda’, zegt ze. ‘Maar er werken veel meer mensen. Waar leg je de grens?’ Balogh heeft daar geen klip-en-klaar antwoord op. Tot 2018 werkte ze zelf bij de publieke omroep.

Twee jaar eerder, ze was toen 23, kreeg ze de kans om stage te lopen bij de televisie via een speciaal programma voor aspirant-journalisten uit de Roma-gemeenschap. ‘Journalistiek was mijn droom. Ik kom uit een arme familie, ik was de eerste die zo’n kans kreeg.’ Na haar stage kreeg ze een baan aangeboden.

‘Al snel ontdekte ik dat professionaliteit er niet toe deed.’ Ze beschrijft hoe de onderwerpen en de manier van verslaggeven afkomstig waren van het ministerie van Antal Rogán, die de bijnaam ‘propagandaminister’ kreeg. ‘We moesten almaar dezelfde sleutelwoorden gebruiken: migranten, Brussel, terrorisme.’ Het waren de nadagen van de migratiecrisis in 2015. ‘Ik kreeg de opdracht om een arts te zoeken die voor de camera wilde zeggen dat migranten ziekten verspreiden.’

Ze dacht eraan om te vertrekken. ‘Maar ik moest mijn huur betalen, het zou moeilijk zijn om een andere baan te vinden.’ De druppel die de emmer deed overlopen, was een protest van de toenmalige oppositie in het omroepgebouw. ‘Een van de parlementariërs filmde me met haar telefoon en zei: ‘Hier heb je een van de nepnieuwsmakers.’ Balogh diende daarna haar ontslag in, verliet het land en vond een baan in de horeca in Oostenrijk.

Tijdens de pandemie viel dat werk weg. Ze kreeg een nieuwe kans om bij onafhankelijke Hongaarse media te werken. Tot ze een voor een werden opgekocht door zakenlui uit de kringen van Fidesz. ‘Het systeem leek me te achtervolgen.’ Ze ging uiteindelijk schrijven voor een lifestyletijdschrift, over veganisme en dierenrechten.

Alles begint bij waarheid, zegt Balogh. ‘We moeten openlijk praten over de afgelopen zestien jaar. We hebben in een alternatieve werkelijkheid geleefd. Na de verkiezingen voelde het alsof ik uit een zwart gat kroop.’

Hetze en beschuldigingen

Ook Lukács tobt over propagandisten die nu spijt betuigen. ‘Als christen zou ik moeten vergeven’, zegt hij. ‘Maar het valt me zwaar.’ Een deel van zijn redactie werkte voor Magyar Nemzet, maar werd ontslagen toen het dagblad onder controle van Fidesz kwam. ‘We konden overigens niet iedereen een plek bieden. Sommigen konden alleen werk vinden als vuilnisman of gevangenbewaarder.’

Nadat ze Magyar Hang hadden opgericht, werd de nieuwe titel van alle kanten aangevallen, ook door hun oud-collega’s. ‘In Magyar Nemzet verschenen stukken waarin stond dat ik een pedofiel zou zijn’, zegt Lukács. ‘De auteur was iemand die zeven jaar tegenover me had gezeten op de redactie.’

De hetzes tegen journalisten namen extreme vormen aan. Onderzoeksjournalist Szabolcs Panyi werd vlak voor de verkiezingen aangeklaagd voor spionage, nadat hij de nauwe contacten had onthuld tussen minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjárto en diens Russische ambtgenoot Sergej Lavrov. Een paar dagen na de verkiezingen liet de openbaar aanklager de zaak vallen. ‘Het sloeg nergens op’, zegt Panyi nu over de aanklacht. ‘Het was een politieke stunt, uit pure wanhoop. Ze zaten behoorlijk in de penarie, zoals later ook zou blijken.’

Medewerkers van regeringsmedia die zich nu melden met spijt, daar heeft hij weinig geduld voor. ‘Het maakt me boos. Je had een klokkenluider kunnen zijn toen het er nog toe deed. Nu proberen mensen hun deelname aan het Orbán-systeem in een beter daglicht te stellen. Maar ze hebben nul geloofwaardigheid. Ze logen al die jaren.’ Wat Panyi betreft is er geen coulance als het om een terugkeer in de journalistiek gaat. ‘De politie rekruteert ook geen criminelen. Bovendien: niemand zegt dat je in de media hóéft te werken.’

Identiteit veranderd

Balogh, die jaren geleden bij de publieke omroep vertrok, stipt aan dat ze zich daarna meermaals heeft uitgesproken over de gang van zaken op de redactie, waaronder in een documentaire. Maar Fidesz zat destijds stevig in het zadel, velen waren bang om zich ook uit te spreken. ‘Ik riep om hulp, maar er gebeurde niets’, zegt ze over de periode nadat ze ontslag had genomen. ‘Het was alsof ik schreeuwde en niemand me kon horen.’

Volgens onderzoeksjournalist Panyi heeft het bewind van Orbán de aard van de Hongaarse media fundamenteel veranderd. Ook voor onafhankelijke journalisten zoals hij. ‘Het heeft mijn identiteit bepaald. Als journalist was ik altijd aan het vechten en aan het worstelen met de regering. Wat nu? Komende zomer zal ik behoorlijk aan introspectie gaan doen. En ik zal niet de enige zijn.’

Source: Volkskrant

Previous

Next