nieuwsbriefEuropa
Europa Detentiecentra buiten Europa. Outsourcing van asiel. Terugkeerafspraken met Kabul en Damascus. Het Migratiepact is amper ingegaan, of de nieuwe plannen buitelen over elkaar heen. Wat weten we over de effectiviteit van deze plannen, en van het huidige beleid?
Een lid van het Italiaanse leger staat wacht voor het detentiecentrum voor migranten in Albanië.
We beginnen met een feitje. Een cijfer. Frontex, de Europese grensbewakingsdienst, moet gaan groeien van minder dan drieduizend naar dertigduizend mensen. Dat zijn er evenveel als er bij de hele Europese Commissie werken.
Voor wie nog dacht dat de migratiediscussie na het Migratiepact zou gaan liggen: you ain’t seen nothing yet. Nu begint het pas.
Vorige week werd de mogelijkheid om detentiecentra voor afgewezen asielzoekers buiten de EU te creëren door het Europees Parlement definitief bezegeld. Een groep van twintig EU-landen riep nog dezelfde week op om zulke centra, of terugkeerhubs, met EU-geld te gaan financieren.
Door naar deze week. Dinsdag praatten ambtenaren uit vijftien landen en de Europese Commissie met de Taliban, om te kijken of dat bewind Afghanen die zijn afgewezen weer kan gaan terugnemen. Woensdag reisde een Nederlandse kabinetsdelegatie naar Damascus om afspraken over uitzettingen te maken met de nieuwe Syrische regering.
Doorpakken, lijkt het devies. Terecht wordt over al deze nieuwe stappen een – broodnodige – morele discussie gevoerd. Maar nu ze eraan komen, is het ook goed ze los van dat oordeel te toetsen aan de realiteit. Want het fundament onder veel van deze uitzetplannen – en dan specifiek de deals met migratielanden en de terugkeerhubs – is… nogal wankel.
Het werd deze week helder opgeschreven door een groep experts, juristen en politici. U denkt: die vinden migratiedeals vast niets. Maar dit rapport, van de hand van de Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken, is er helemaal niet strikt op tegen. Samenwerken met landen waar migranten vandaan komen en doorheen reizen, is noodzakelijk als je migratie wil remmen en regisseren.
Alleen, zien ze: Europa, en vooral Nederland, kijkt nu nog heel nauw naar dit soort afspraken. „Waar Nederland op papier (…) kiest voor ‘brede’ partnerschappen zet het in de praktijk tot nu toe vooral in op terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratie.” Oftewel: what’s in it for them? Voor het optuigen van legale routes voor migratie, of voor investeringen in de plaatselijke economie, is amper aandacht.
Dan Brussel. De Europese Commissie deelt nu al miljarden uit aan partnerlanden – zoals Egypte, Tunesië en Libanon. En tot nu toe lijken de migratiecijfers te dalen. Tegelijkertijd is onzeker hoe gecommitteerd deze landen nu echt zijn aan de uitvoering. De deals stellen de leiders van deze landen bovendien in staat om druk uit te oefenen: de EU heeft hen hard nodig.
Er staan meer interessante nuances in het rapport. Het bevorderen van de economie elders is nuttig, maar kan migratie juist aanjagen (mensen hebben meer geld om het erop te wagen). En met 300 miljoen jongeren die de komende 25 jaar de arbeidsmarkt betreden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, kun je niet alles oplossen met legale routes voor arbeidsmigratie.
Een heel andere publicatie, en uit andere hoek, verscheen iets langer geleden. Het onderwerp is ook specifieker: de casus-Australië, geliefd onder voorstanders van een zeer hard migratiebeleid omdat de Australische regering de afgelopen decennia asielzoekers opsloot in detentiecentra op afgelegen eilanden – en om diezelfde reden verafschuwd door tegenstanders van zulk beleid.
De afgelopen jaren daalde het aantal asielzoekers dat irregulier aankwam in Australië naar nul. Gek genoeg blijken die detentiecentra, die doen denken aan de terugkeerhubs die sommige EU-leiders voor zich zien, níet de hoofdoorzaak van deze daling te zijn. Ze waren erbarmelijk en werden berucht in de media, maar ze hadden geen groot effect op het aantal aankomsten.
De daling volgde pas op de momenten dat de Australische kustwacht inzette op pushbacks of turnbacks: het terugduwen van bootjes naar hun vertrekplaats, Indonesië. Het is een van de redenen dat het Migratiepact niet alleen bekritiseerd wordt omdat het te hard zou zijn. Een ander kamp van sceptici vindt het juist niet ver genoeg gaan, omdat een levensgevaarlijke oversteek naar Europa nog steeds de beste kans biedt op een verblijf in de EU.
In de EU zijn pushbacks officieel verboden – en zeer omstreden. Maar je hoeft niet pro-pushback te zijn om uit deze episode lessen te trekken. De afschrikwekkende werking van detentiecentra, hoe gruwelijk ook, is onbewezen. De aantrekkingskracht blijft groot.
Zolang het mogelijk blijft om naar Europa te komen, blijven mensen dat doen, zo suggereert het Australische voorbeeld. Pas als de route is afgesneden, verdwijnt die prikkel. Er sterven nu geen migranten meer op weg naar Australië: niemand probeert het nog. (Met het huidige beleid sterven in de Middellandse Zee drieduizend mensen per jaar.)
Overigens neemt Australië sindsdien juist meer vluchtelingen op via het hervestigingsprogramma van de Verenigde Naties. Je vraagt je af of de meeste Europese voorstanders van terugkeerhubs dat óók zien zitten.
Europese leiders willen intussen alweer dóór. De Deense premier Mette Frederiksen wil niet alleen terugkeerhubs bouwen, maar ook de hele asielprocedure outsourcen naar andere landen buiten Europa. Italië doet al zoiets op kleine schaal in Albanië. Werkt dat dan wel afschrikwekkend? Wederom: onzeker.
Want: ook in zo’n scenario moeten asielzoekers zich eerst in Denemarken melden, voordat ze in een flipperautomaat belanden die hen van een asielhub in land X naar een terugkeerhub in land Y stuurt – als ze na aankomst niet onder de radar en in de illegaliteit verdwijnen.
Bij dit alles lijkt nog één andere factor relevant. Migratiebeleid is populair bij kiezers zolang het abstract is. Als de gevolgen in beeld worden gebracht, groeit de afschuw. Zie de ICE-razzia’s in Minneapolis, of de treurige verhalen van uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug willen of kunnen: slachtoffers van beleid met een gezicht.
Dat ligt anders bij migranten die onzichtbaar blijven, omdat ze nooit op een bootje stappen, omdat ze vastzitten buiten Europa of juist omdat ze in de Middellandse Zee verdrinken en eeuwig anoniem blijven. Zo wordt onze discussie over migratie ook bepaald door wie er wel of niet in beeld komt.
Nu vrijwel heel Europa zint op hardere actie, en leiders elkaar overtoepen met hubs, deals en plannen, zou een beetje realiteitszin en feitelijkheid geen kwaad kunnen. De vraag is of er ruimte voor is.