Ben Healy is een smaakmaker in het peloton, en vlak voor de Tour de France begint is hij ook onze Weekendgids. De wielrenner met de pretogen over zijn favoriete berg, de juiste hartslagzone en een gekoesterde koffiefilter.
Ben Healy maakt deze middag de verwachtingen niet bepaald waar. De 25-jarige wielrenner won vorig jaar de zesde etappe van de Tour de France, was daarna de eerste Ier in bijna veertig jaar die de gele trui droeg en werd later dat jaar derde op het WK in Rwanda. Als hij ergens aan de start verschijnt, dan is het vaak spektakel. Niet alleen door het felroze pakje en dito helm van zijn ploeg EF Education-Easy Post, maar door zijn agressieve, opportunistische koerstactiek.
Ook zonder fiets valt Healy op. Geen matgouden sportwagens of G.I. Joe-opscheer op zijn Instagram-account (105 duizend volgers), maar drie zilveren oorbellen en lange, bruine krullen boven een fijnbesnaarde outfit, met zomaar een Issey Miyake-pantalon. Zijn teckeltje Olive is nooit ver weg.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
De verwachtingen daarom: een volatiele, mysterieuze lad. Zeer waarschijnlijk achter een donkere zonnebril. Maar als de videobelverbinding is gelegd, blijkt er heel iemand anders te zitten: een ontspannen glimlachende jongeman in trainingspak met airpods in.
Healy zit deze namiddag prinsheerlijk in het zonnetje op het terras van zijn hotel in de buurt van Granada. De komende drie weken leeft hij boven op een berg voor een loeizwaar trainingskamp voor de Tour de France, die 4 juli van start gaat in Barcelona.
Deze zogeheten hoogtestages zijn berucht. Uit interviews met collega-renners lijkt het soms net een strafkamp. ‘Nou, zo kan het wel degelijk voelen hoor’, zegt Healy. ‘Maar het draait allemaal om de juiste mentaliteit: je moet niet van jezelf verwachten dat je drie weken lang alles goed gaat doen, dat het honderd procent perfect gaat verlopen.
‘Je moet er de lol van inzien. We zitten hier met een goede groep, zitten veel te playstationen en muziek te luisteren, bezoeken nog weleens een café. Je kunt jezelf namelijk ook drie weken opsluiten op een kamer en nee, dan wordt het niet leuk. Op de lange termijn word ik een betere sporter van even uitblazen op een zonnig terras.’
Inspanning én ontspanning dus. Al lijkt er in het wielrennen, dat almaar meer een datasport wordt, minder ruimte te zijn voor stilistische vrijbuiterij. Lang haar of een oorbel zou in theorie een aerodynamisch nadeel kunnen zijn.
‘Je ziet het inderdaad best weinig onder collega-renners’, zegt Healy. ‘Maar ik vind het ook belangrijk om een leven naast de fiets te hebben – en soms zie je daarvan wat terug. Al ben ik ook onder mijn niet-fietsvrienden een uitzondering met mijn uiterlijk.’
Uitzonderlijk is ook Healy’s vermogen om af te zien. Zijn lange solovluchten zijn legendarisch en eerder dit jaar brak hij zijn heiligbeen tijdens de Ronde van Catalonië, die hij desondanks uitreed. ‘Het is best makkelijk jezelf te verliezen als je aan het racen bent. Tijdens de etappe op de Ventoux vorig jaar was ik zo bezig met winnen (wat hem uiteindelijk net niet lukte, red.) en tegelijkertijd op een gekke manier heel bewust van het publiek.’
Als Healy erover spreekt, echoën in de verte de metafysische lijdenswegen van meervoudig Touretappe-winnaar en schrijver Peter Winnen. ‘Zo ver wil ik niet gaan hoor’, grinnikt hij. ‘Het was geen buitenlichamelijke ervaring, maar wel surreëel.’
Een andere (wat gezochte) overeenkomst met Winnen is dat je kunt zien dat hij afziet. Winnen ging scheel kijken, bij Healy lijkt het net of zijn helm scheef op z’n hoofd zit. Lacht: ‘Ja, dat is mijn ding. Al weet ik niet hoe blij de helmsponsor is met die aandacht. Misschien maken ze binnenkort wel wiggen zodat mijn hem altijd recht staat.’
In weinig sporten is het contrast zo groot: Healy met schuimende kaken en scheve helm op een bergflank, zijn fans languit op de bank met een hand in een chipszak. Ook hier geen probleem: ‘Geef het nog tien jaar en ik zit er waarschijnlijk ook zo bij.’
Iets minder ver vooruit ligt nog de Tour. Als dit interview verschijnt, is Healy alweer duizenden kilometers aan training en wedstrijden verder. Hoe de inmiddels fan geworden lezer ziet dat hij naast alle inspanning genoeg ontspanning heeft gehad? ‘Op goede dagen ben ik aanwezig en onrustig, dus ik zal dan ook veel in beeld zijn. Klaar om er iets van te maken.’ Grijnst: ‘Maar ik ben natuurlijk verder ijskoud en zal nooit in mijn kaarten laten kijken.’
‘Een van de dingen die ik tijdens een trainingskamp of meerdaagse wedstrijd het meest koester, is mijn V60-koffiefilter. Die staat op één.’
Een simpele filterhouder (vanaf 3 euro) met een mok eronder dus, waar de koffiedrinker zelf een straal heet water op dient te gieten. Niet de glimmende en loeizware espressomachines die sommige van zijn collega-renners meesjouwen. Begin dit jaar nog tipte schaatser Kjeld Nuis in deze rubriek zijn La Marzocco GS3, ‘eigenlijk een horecamachine’ (ruim 7.000 euro), als ideale koffiezetapparaat.
Op trainingskamp neemt Nuis zijn eigen machine mee, zei hij, ‘in zo’n koffertje waar muzikanten hun instrument in stoppen’. Healy niet: ‘Dat filter gaat zo de koffer in, heel handig. Je moet toch een beetje zelfvoorzienend zijn, hè.’ En de bonen? ‘Lekker licht gebrand met veel fruitige tonen. Ik neem vaak zelf wat zakken mee, daar komen we in ieder geval de eerste dagen mee door.’
‘Mijn tip: doe niets in je haar en draag het als mod (denk aan de shaggy kapsels van Britse gitaarbands, red.). Het is lekker makkelijk en onderhoudsarm. Het enige wat je dan nodig hebt is een goede kapper, iemand die het zo nu en dan een beetje opfrist.
‘Ik heb het trouwens niet altijd zo lang gehad. Een paar jaar geleden is het er een keer afgeschoren. Dat deed ik niet alleen zodat ik het minder warm zou hebben op de fiets, maar ook omdat ik dat leuk vond om te proberen. Daarna heb ik het zelfs een keer geblondeerd. Maar dat zie ik mezelf niet snel nog een keer doen. Ik laat het lang.’
‘Dit is best een nerderige tip. Ik luister graag naar The Real Science of Sport Podcast. Die podcast van twee Zuid-Afrikanen, hoogleraar Ross Tucker en sportjournalist Mike Finch, is een dikke aanrader voor wie van sport houdt maar minstens zoveel van de wetenschap erachter. Ze duiken lekker diep in de laatste wetenschappelijke inzichten voor een bepaalde sport, over hoe je bijvoorbeeld het effectiefst kunt trainen.
‘Wat ik er leuk aan vind is dat het niet alleen over wielrennen gaat, maar dat er allerlei sporten voorbijkomen. Zo leer je veel over waar andere sporters zich mee bezighouden en waar ze hun voordelen zoeken. Pluspunt: je hoeft niet zelf al die sporten op de voet te volgen, want dat doen zij dan voor je, haha.’
‘Soms zit je erg lang in de bus of auto tussen wedstrijden en loopt je hoofd helemaal over van al het wielrennen en de bijkomende stress. Ontspannen is zo belangrijk en weinig werkt zo goed als een serie aanzetten. Ik zet het echt aan voor op de achtergrond.
‘Ik kijk nu de HBO-serie Euphoria. Het laatste seizoen moet ik nog aan beginnen, maar tot nu toe is het precies het soort serie dat ik zoek.’
‘Om drie weken Tour de France vol te houden, ook of vooral met je ploegmaten, kun je niet zonder een goede plek voor koffie op de rustdag. Weinig is zo goed voor de moraal binnen de groep, op winnen na dan.
‘Je bent overgeleverd aan het raceparcours en waar toevallig iemand het hotel heeft geboekt, maar we maken er een sport van om de beste plekjes te vinden. Vorig jaar hadden we echt een fantastisch café te pakken in Toulouse. Weet je wat heel stom is? Ik weet niet meer hoe die plek heet, anders had ik hem hier graag getipt.’
‘Mijn favoriete berg moet El Purche zijn, hier in de Sierra Nevada.’ Lokaal staat-ie bekend als de Collado del Muerte, vrij vertaald de Heuvel des Doods. Een monster van 8 kilometer, met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna 8 procent, met pieken van ruim boven de 20 procent. Voor optimale training slaapt Healy met zijn ploeg drie weken op de berg, om vervolgens het dal in te duiken en deze berg te beklimmen. De afwisselende ijle, zuurstofarme lucht boven op de berg en de zuurstofrijke lucht in het dal zorgen voor een zo goed mogelijke aanmaak van rode bloedcellen, de zogeheten hoogtetraining. ‘Zonder deze berg zijn we kansloos voor de Tour.’
‘Laat ik alvast één ding duidelijk maken: ik ben absoluut geen ochtendmens. Mijn favoriete tijdstip van de dag is nu, zo aan het begin van de namiddag. Je hebt net getraind, hard gewerkt, maar dat ligt achter je. En nu kun je zonder al te veel schuldgevoel de benen omhoog gooien en van de zon genieten (mits je geen interview hebt met Volkskrant Magazine, red.). Dat zijn de beste momenten van de dag, vind ik.’
‘Ik moet meteen denken aan Cannock Chase, niet ver van waar ik ben opgegroeid.’ Healy komt uit Kingswinford, een voorstad van Birmingham in het midden van Engeland, en begon zijn fietscarrière op de mountainbike. ‘The Chase’, zoals het mountainbikeparcours bekendstaat, is een populair gebied met twee routes van elk zo’n 11 kilometer, de Follow the Dog en The Monkey Trail.
‘Behalve om er te racen, ging ik er ook vaak heen met vrienden of met mijn vader. Voor mij is het echt een iconische plek, waar mijn liefde voor het fietsen is geboren. Voor de lezers zal dit gewoon best een willekeurige plaats zijn, vrees ik, haha.’
‘Hartslagzone 5 (piekvermogen, red.)?! Echt niet. Doe mij maar zone 2, lekker op het gemakje. Tijdens een wedstrijd of training kan ik heel diep gaan, die reputatie heb ik ook een beetje, denk ik. Maar ik kan niet zomaar lijden. Mij moet een wortel worden voorgehouden, zoals het gevoel dat ik kan winnen of dat ik train om uiteindelijk te winnen.
‘Maar als ik het niet meer zie zitten, dan kan die lijdenslust meteen weg zijn. Soms heb je pas een kilometer erop zitten van een lange berg en voel je gewoon dat het er niet in zit die dag, of je zit kou te lijden op je fiets in een etappe voor sprinters… Dan is fietsen gewoon niet leuk.
‘Ik denk dat veel mensen zo in elkaar zitten trouwens, hierin ben ik verre van uniek. Maar als ik het wél voor me zie, als ik die wortel zie, dan kan ik meer pijn verdragen dan een gemiddeld mens, dat klopt. Maar liever niet dus.’
‘Het is voor mij heel simpel: doe dingen die je leuk vindt. Dat geldt zeker binnen het wielrennen. Het moment dat je deze sport met tegenzin aan het beoefenen bent, is het moment dat je moet overwegen of je niet iets anders moet doen. Natuurlijk hoeft niet alles leuk te zijn, maar zorg ervoor dat je actief op zoek blijft gaan naar dingen waar je blij van wordt, waar je plezier uit haalt.
‘Veel jonge renners willen koste wat het kost professioneel sporten, dat lijkt hun hoogste doel. Maar dat is echt een misvatting; het hoort geen doel op zich te zijn. Ik vraag me dan weleens af: voor wie wil je eigenlijk profrenner zijn? Dat ik wekenlang train op een berg of afzie in een wielerkoers, kan ik alleen omdat ik het gewoon heel leuk vind om op een fiets te zitten.
‘Dit advies geldt trouwens breder, voor alle dingen in het leven, denk ik. Onderschat de factor plezier niet!’
11 september 2000 Geboren in Kingswinford, Verenigd Koninkrijk, maar komt uit voor Ierland.
2006 Begint op 5-jarige leeftijd met mountainbiken.
2018 Iers kampioen tijdrijden (junioren).
2019 Jongste winnaar van een etappe in de Ronde van de Toekomst.
2020 Iers kampioen tijdrijden (beloften).
2022 Tekent bij EF Education-Easy Post.
2022 Iers kampioen tijdrijden (elite).
2023 Tweede plaats in Brabantse Pijl en Amstel Gold Race.
2023 Wint de achtste etappe van de Giro d’Italia.
2023 Iers kampioen op de weg.
2025 Wint een Touretappe.
2025 Eerste Ier sinds 1987 die de gele trui draagt.
2025 Brons op het WK in Rwanda.
2026 Rijdt de Tour de France.
Ben Healy woont met zijn verloofde en hond Olive in Andorra.
Source: Volkskrant