Home

66 jaar na 'helse vlucht' keert Oranje terug naar Mexico: 'Gelukkig leef ik nog'

Voor het eerst in 66 jaar speelt het Nederlands elftal weer een interland in Mexico. De vorige keer ontsnapte de Oranjeselectie aan een vliegtuigramp, met gevolgen die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn.

Sjaak Swart ziet het allemaal nog zo voor zich. De angst bij het vliegtuigpersoneel, de paniek bij zijn medespelers en bondscoach Elek Schwartz die ineens kort het woord nam.

"Ik weet nog precies wat hij zei: 'Jungens, dit ist unze letzte Reise', in dat halfbakken Duits van hem", vertelt Swart.

"We waren na een overstap in New York net weer opgestegen, op weg naar mijn eerste interland met Oranje. Ik was pas 21 jaar, maar achter me zaten spelers met drie, vier kinderen. Die mannen hadden het moeilijk. En terecht. Ik ook."

In totaal zaten zestien Oranjespelers aan boord van het toestel. Mexico-Stad was de eindbestemming voor een oefeninterland tegen Mexico op 26 juni 1960. Sinds het overlijden van Kees Kuijs in maart 2026 is de 87-jarige Swart de enige van de zestien die nog in leven is, en de enige die nog kan vertellen over "die helse vlucht".

66 jaar later stapt Oranje zondag voor het eerst weer op een vliegtuig richting Mexico. Vanuit Kansas City gaat het naar Monterrey, waar Marokko in de nacht van maandag op dinsdag (Nederlandse tijd) de tegenstander is in de zestiende finales van het WK.

"Ik hoop uiteraard dat ze winnen", zegt Swart, om daar glimlachend aan toe te voegen: "En ik hoop dat ze een betere vlucht hebben dan wij."

Destijds vloog Oranje - met naast Swart spelers als Kees Rijvers, Henk Groot en Tonny van der Linden - vanuit Amsterdam naar Mexico-Stad. Na de overstap in New York ging de reis verder in een Mexicaans toestel. Een kwartier na het opstijgen begonnen de problemen.

"Over wat er precies aan de hand was, lopen de lezingen wat uiteen", vertelt journalist Matty Verkamman, die meerdere boeken schreef over het Nederlands elftal. "Ik heb verhalen gehoord dat er rook uit een van de motoren kwam. Wat zeker is, is dat er flinke motorproblemen waren. De piloot keerde om in de hoop het vliegtuig weer veilig aan de grond te krijgen in New York."

Swart heeft geen rook gezien. "Dat kon ook niet, want ik keek vooral naar de grond. Dat toestel knalde steeds enorme stukken naar beneden. Ik dacht: wanneer klappen we op de grond? Het was verschrikkelijk."

Ondertussen was het mistig geworden in New York. Bij de eerste poging tot landen bleek het toestel zich niet boven een baan te bevinden en dus werd op het laatste moment toch weer opgetrokken. De tweede landingspoging slaagde wel.

Swart herinnert zich dat hij na de landing met de Oranje-internationals op een pikdonkere luchthaven in New York zat. "Niemand wilde meer een vliegtuig in. Er werd gevraagd of er niet een boot naar huis geregeld kon worden. Ik wilde desnoods naar huis fietsen."

Uiteindelijk moest Oranje toch weer een vliegtuig in, waarna het 's ochtends vroeg met flinke vertraging alsnog Mexico-Stad bereikte. Swart: "Tijdens die vlucht onweerde het, alsof het nog niet erg genoeg was. Ik heb bijna niet geslapen, maar die middag moesten we wel al spelen tegen Mexico."

Met de schrik van de vlucht in de benen en amper slaap kon Oranje die middag voor 68.000 toeschouwers in het Estadio Universitaria weinig uitrichten tegen Mexico. Het was bloedheet, en doordat de Mexicaanse hoofdstad op meer dan 2.000 meter hoogte ligt, was de lucht ijl.

"In de rust lagen de meeste spelers van ons aan een zuurstofapparaat", weet Swart nog. "Het was waardeloos. We verloren met 3-1."

Voor zover is na te gaan waren er geen Nederlandse journalisten in het stadion, maar dankzij "speciale berichtgeving" van het ANP verscheen er wel een verslag van de wedstrijd in de Nederlandse kranten.

"Lusteloos Nederlands elftal verliest onder moeilijke omstandigheden met 3-1", kopte Het Parool. In het Algemeen Dagblad ging het over de "meedogenloos brandende zon" en het zwakke spel van linksbuiten Kees Rijvers. De jonge rechtsbuiten Swart had daarentegen wel indruk gemaakt met een paar "goed gerichte schoten".

Over de helse vlucht werd niets gemeld in de kranten, maar terug in Nederland bleek dat het incident wel zijn sporen had nagelaten. "Meerdere Oranjespelers hebben er vliegangst aan overgehouden", weet Verkamman.

Swart is er een van. Als speler van Ajax en Oranje moest hij voor internationale wedstrijden nog vaak vliegen. Maar iedere keer als hij een vliegtuig instapte, voelde het alsof er "iemand van 100 kilo" op zijn nek zat. Zo af en toe mocht hij naast de piloot zitten. Dat haalde wat spanning weg.

Eenmaal gestopt als voetballer vloog Swart veertien jaar niet. Toen zijn club Ajax in 1987 in Athene de finale van de Europacup II speelde, zette hij zich toch over zijn vliegangst heen, maar hij is er nooit helemaal vanaf gekomen.

"Een uurtje vliegen, dat gaat nog net, maar lange vliegreizen doe ik niet. Als je nu aanbiedt om naar Mexico te vliegen voor Nederland-Marokko, dan zeg ik nee. Dat heeft met mijn leeftijd te maken, maar het voelt voor mij ook te link. Destijds, in 1960, ben ik er gelukkig heel uitgekomen. Ik leef nog, daar ben ik blij om. Het is goed zo."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next