De Amerikaanse hoogleraar en bestsellerschrijver Brené Brown doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar onderwerpen als kwetsbaarheid, schaamte, moed, empathie en verbondenheid. ‘Je kunt de denksnelheid van een straaljager hebben, op emotioneel gebied zal iedereen door het moeras moeten lopen.’
is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.
Vier maanden kostte het om een interview met Brené Brown voor elkaar te krijgen. Niet zo gek, want ze behoort tot de meest gevraagde sprekers ter wereld. Haar TED-talk over de kracht van kwetsbaarheid werd meer dan zeventig miljoen keer bekeken. Haar boeken, zoals De moed van imperfectie en De kracht van kwetsbaarheid, werden wereldwijd door miljoenen mensen verslonden.
In totaal heeft de onderzoeksprofessor aan de universiteit van Houston en hoogleraar praktijkgericht management aan de universiteit van Texas in Austin, die door Oprah Winfrey haar ‘nieuwe super soulmate’ wordt genoemd, zes nummer 1 New York Times-bestsellers op haar naam. Daarnaast helpt ze bij organisaties over de hele wereld met ‘de ontwikkeling van moedigere leiders en een gedurfdere bedrijfscultuur’.
De afgelopen zes jaar leidde ze met een wereldwijd netwerk van coaches en begeleiders meer dan 150 duizend leiders in 45 landen door haar Dare to Lead-programma; haar vorige maand verschenen managementboek Strong Ground: lessen voor moedig leiderschap in tijden van onzekerheid bundelt de lessen uit die ervaringen.
‘Ik ben zo dankbaar dat je bereid was om dit interview een uur later te doen dan afgesproken’, zegt de 60-jarige Brené Brown vanachter het Zoom-scherm in haar huis in Houston. ‘Er was hier gisteravond een vreselijke storm. Ik was in Austin en durfde het niet aan om naar huis te rijden. Vanochtend ben ik om 6 uur vertrokken, anders had ik nog eerder moeten gaan. Ik hoop dat ik jou er niet mee in de problemen heb gebracht?’
Het kwam mij wel goed uit. Daardoor had ik de tijd om naar mijn vader te reizen en het interview vanuit daar te doen. Mijn moeder is twee weken geleden overleden, dus het is fijn om hier even te kunnen zijn.
‘Oh, dat spijt me voor je. Jeetje, ze waarschuwen ons niet voor deze levensfase, hè? Mijn moeder had vier jaar dementie, ik was met mijn zussen haar mantelzorger en ik heb twee kinderen (dochter Ellen van 26 en zoon Charlie van 20, red.) die ik de wereld in probeer te lanceren. Ook heb ik opvliegers door de overgang, het is vreselijk. Mijn moeder is twee jaar geleden overleden. Hoe gaat het met je vader en hoe gaat het met jou?’
Mijn vader is erg bedroefd, ze is plotseling overleden. Zelf zit ik eigenlijk midden in het niets voelen, is dat ook mogelijk?
‘Ja, ik voelde een jaar lang niets. Heel gek. Misschien speelde het mee dat ik de oudste dochter ben en altijd het gevoel heb dat ik de leiding moet nemen. Ik doe niet echt aan gevoelens als er dingen gedaan moeten worden.’
De voorgangster tijdens de uitvaart zei dat in het licht van de dood liefde voelbaarder wordt. Zo ervoer ik dat ook, maar ik werd ook steeds overvallen door schuldgevoel als ik haar dood zag. Alsof de overledene totaal onschuldig is omdat die dood is en de overlevende ineens alle gemaakte fouten glashelder ziet. Had jij dat ook?
‘Honderd procent. Alle dingen die ik had moeten doen, alle dingen die ik had kunnen doen, alle tijd die ik niet aan haar heb besteed en die ik wel aan haar had kunnen besteden. De grootste schuld die ik voelde ging over hoe opgelucht ik was dat ze niet meer leefde. Ik kon die zorg gewoon niet langer volhouden. We verloren elke dag kleine stukjes van haar, vier jaar lang. Ze overleed op kerstochtend... En ik dacht, ja..., ik voelde niets.’
Wat voelde je na een jaar?
‘Iemand vertelde me dat het als surfen is. Je staat op een golf, maar af en toe komt er een golf van achteren die je omver gooit.'
In tranen: ‘Ik kan dit niet vertellen zonder te huilen, maar mijn dochter is een paar maanden geleden getrouwd. Dat mijn moeder daar niet bij was vond ik zo verdrietig. Dat is de prijs die je betaalt voor liefde. En er zijn nog steeds gebeurtenissen die niemand zo grappig had gevonden als mijn moeder. Of foto’s die niemand zo zou waarderen als zij. En momenten die ik met niemand liever had willen delen. Dat gaat niet weg, denk ik.’
Je komt niet uit een gezin waar veel over gevoelens werd gepraat. Maar je moeder heeft zichzelf op dat gebied weten te veranderen, begreep ik.
‘Ja, ze zei: ‘Die houding ga ik niet langer in stand houden.’ Ze besloot dat ze het wilde hebben over alle moeilijke dingen om de ellende te doorbreken – zoals het alcoholisme dat in onze familie heerst. Daardoor heb ik zelf dertig jaar geleden ook besloten nooit meer een druppel te drinken. ‘Net als archeologen moeten we het verleden opgraven’, zei ze. ‘Het voor ons neerleggen, het uit elkaar halen, de goede stukken bewaren en de slechte weggooien.’ Zo heeft ze de koers van ons gezin echt veranderd.’
Hoe kwam ze erop om dat te doen?
‘Ik denk dat zij de eerste persoon was die, nog voordat het in de mode kwam, in therapie geloofde. Ze is opgevoed door een moeder die alcoholist was, maar tegelijkertijd een van onze meest favoriete mensen op aarde. Dat mijn moeder tot het inzicht kwam om het stilzwijgen te doorbreken en te voelen in plaats van te drinken, is het grootste geschenk dat ze ons heeft gegeven.’ Ze denkt lang na. Dan: ‘Ik denk niet dat ik dit ooit eerder hardop heb gezegd.’
‘Ik denk dat ik nu pas begin te begrijpen hoezeer het mij heeft geholpen dat mijn moeder ons de kunst van het verdragen van de paradox heeft bijgebracht. Twee ideeën die elkaar ogenschijnlijk tegenspreken, kunnen allebei waar zijn, en het is onze taak als mens om ons zo te ontwikkelen dat we de spanning van paradoxen kunnen verdragen. Mijn grootmoeder was alcoholist, en dat was vreselijk en traumatisch voor mijn moeder, maar ze was ook de meest geweldige oma. Ze is gestopt met drinken op de dag dat ik werd geboren. Dat was de voorwaarde van mijn moeder, anders mocht ze geen deel uitmaken van mijn leven.’
Zelf ging je in therapie toen je tijdens je onderzoek ontdekte dat veerkrachtige en gelukkige mensen over eigenschappen beschikken die je zelf juist lastig vond. Zij accepteerden hun imperfecties, durfden kwetsbaar te zijn en vonden zichzelf de moeite waard zonder eerst iets te hoeven bewijzen. Dat botste zo met je eigen overtuigingen dat je een persoonlijke crisis kreeg.
‘Ja, het kostte me alleen al een jaar therapie om te beseffen dat kwetsbaarheid de enige deur naar verbondenheid is, naar intieme relaties. Ik heb net als mijn moeder het belang van emoties inmiddels volledig omarmd, maar ik ben van nature geen ‘soft’ type. Ik ben een Texaanse. Ik ben opgegroeid met jagen en vissen. We waren thuis heel nuchter en robuust. Niet piepen, flink zijn, geen emoties tonen. Maar stoerheid is vaak een masker voor angst. De engste mensen die ik ken, zijn bange mensen.’
Zie je Trump ook als een bang iemand?
‘Ik denk dat hij een angstig persoon is, ja.’
Waarvoor is hij bang, denk je?
Lange denkpauze. ‘Ik definieer narcisme als de op schaamte gebaseerde angst om een gewoon, doorsnee iemand te zijn. En ik denk dat Trump op een pathologische, ziekelijke manier bang is om gewoon te zijn. Hij schaamt zich ervoor om als zwak te worden gezien. Het is hetzelfde mechanisme dat ik in het bedrijfsleven zie bij autoritair leiderschap door zogenaamd sterke mannen: het zijn in wezen zwakke mannen met macht.’
Vaak komen we niet verder dan Trump een klootzak noemen. Vind jij dat we meer moeten kijken naar wat erachter zit?
‘Ik ben ook oké met dat ‘klootzak’-deel hoor. Maar het is wel goed om het gevaar dat er van hem uitgaat te begrijpen. Om met schaamte om te gaan, ontwikkelen mensen vaak beschermingsmechanismen zoals agressie en dominantie. Dat is de rode draad die autoritaire, populistische leiders met elkaar verbindt. En het wordt gevaarlijk als je ziet hoe ze macht gebruiken. In plaats van het in te zetten om mensen te helpen, gebruiken ze het om macht over anderen uit te oefenen. En de katalysator daarvoor is angst.
‘Maar je moet mensen voortdurend bang zien te houden om macht over hen uit te kunnen oefenen. En angst heeft neurobiologisch gezien een korte houdbaarheid, dus je moet voortdurend wreedheden begaan en angst zaaien om het in stand te houden. Dat zien we in de VS, maar ook wereldwijd, met rechtse media die migranten afschilderen als een bedreiging voor de samenleving, met nieuwsberichten die gevaar opblazen.’
In een interview met Oprah Winfrey noemde je 9/11 als verklaring voor de verharding van de samenleving. Je zag in je onderzoeksresultaten een collectieve posttraumatische stressreactie. ‘We hebben ‘code oranje’ geïnternaliseerd, onze angst is naar binnen geslagen’, zei je.
‘Ja, ik denk zeker dat dat een duidelijke kentering was, al is dat een Amerikaans- en West-Europees perspectief, want wereldwijd zijn er natuurlijk ook andere catastrofale momenten geweest die bepalend waren. Maar omdat de VS zo’n grote machtspositie inneemt, heeft onze reactie op gebeurtenissen wereldwijde gevolgen. Maak Trump boos, en iedereen betaalt ineens invoerrechten. Zijn impulsiviteit heeft enorme, wereldwijde gevolgen.’
Denk je dat jouw kennis over kwetsbaarheid kan helpen om de politieke wereld te verbeteren? Of is het meer bedoeld voor mensen in het bedrijfsleven en mensen thuis?
‘Ik denk dat het voor iedereen goed is om te beseffen dat er geen mogelijkheid bestaat tot echte, fundamentele verandering zonder kwetsbaarheid. Dat is jammer, ik vind het zelf ook geen fijn gevoel. Ik ben zelf dus ook niet zo goed in mezelf kwetsbaar opstellen, ik heb er veel hulp bij nodig van mijn coach. Die zegt dan zoiets als: ‘Ik denk dat je bang bent, want je klinkt als een eikel.’ Maar kwetsbaarheid is nou eenmaal een gevoel dat we ervaren in tijden van onzekerheid en blootstelling aan risico’s.
‘We zijn allemaal bang. Mensen die beweren dat ze niet bang zijn, zijn niet moedig, die dragen een pantser. Die durven niet bij zichzelf na te gaan: waarnaar grijp ik om mezelf te beschermen als ik me kwetsbaar voel? Grijp ik naar perfectionisme? Naar wreedheid? Naar controledrang? Blaas ik mezelf op? Word ik iemand die alles al weet in plaats van iemand die wil leren?
‘Als ik in bedrijven aan de slag ga met leiderschapsontwikkeling, meten we de vooruitgang aan de hand van prestatiemaatstaven als groei en omzet. Als leidinggevenden de moed hebben om zich kwetsbaar op te stellen, maar ook stevig gegrond zijn binnen hun eigen grenzen, en werknemers zich gezien, gerespecteerd en verbonden voelen, zijn bedrijven tot buitengewone dingen in staat. En dat vereist zelfbewustzijn, het vermogen om over je eigen denken na te denken, en het vermogen om jezelf te kalmeren als de druk oploopt. Je kunt geen leiding geven aan anderen als je geen leiding kunt geven aan jezelf, aan je eigen zenuwstelsel.’
Hoe kalmeer je je zenuwstelsel?
‘Ademhalen, mindfulness-oefeningen, coaching. Tennisser Novak Djokovic zei eens: ‘Mijn spel veranderde toen ik een mindfulnesscoach nam.’ Ik doe veel werk met speciale eenheden van het leger. En als je ziet dat de besten, slimsten en dappersten onder die mannen en vrouwen serieuze beoefenaars van mindfulness zijn, dan moet ik altijd lachen als ik zo’n nep-sterke leider zie, die zegt: ik ben te stoer voor mindfulness en emotionele regulatie. Dan denk ik: wat grappig, want ik heb net gewerkt met mensen van 130 kilo die jou met één arm kunnen optillen, en die zijn niet te stoer voor mindfulness. Dat zijn mensen die gewoon meer geïnteresseerd zijn in winnen dan in het beschermen van hun ego.’
Denk je dat je Trump tot rede kunt brengen als je een weekendje weg zou gaan met hem?
‘Ik werk op basis van dertig jaar ervaring en heb veel succes bij transformaties van bedrijven, vanuit een strak uitgangspunt: je speelt ofwel om te winnen, ofwel om niet te verliezen. Dat zijn twee totaal verschillende dingen. Als je serieus wilt winnen, moet je ego niet centraal staan, maar diep respect voor en zorg om de mensen met wie je werkt. Ik denk dat ik op beide punten bij Trump geen overeenstemming zou vinden.
‘In de meest succesvolle transformaties die ik heb begeleid, werkte ik met CEO’s die teams hebben opgebouwd met mensen die meer gaven om hun medemens dan om hoe anderen hen zagen. Zij beoefenen bescheidenheid als een discipline. En bescheidenheid is niet verlegen zijn of jezelf wegcijferen, maar de vaardigheid om voortdurend eerlijk te kunnen benoemen waar je goed in bent en waar je kunt groeien.’
Kun je Trump niet overtuigen door te zeggen: jij wilt toch winnen?
‘Dat is gewoon niet mijn taak. En ik wil in dit artikel ook niet de indruk wekken dat ik met hem zou willen samenwerken. Want dit is een onveilig land voor mensen in het openbare leven. Ik heb met eerdere regeringen gewerkt, maar ik denk niet dat er een klik zal zijn tussen mij en deze regering.’
Waarom zijn de Verenigde Staten geen veilig land voor mensen in het openbare leven?
‘Laat me dat herformuleren: academici staan op dit moment enorm onder druk. De regering Trump sloopt hele vakgebieden. Liberal arts-colleges, genderstudies, gaystudies, zwarte studies, ze sluiten op sommige plekken ondersteuningscentra voor lhbti-studenten. En ik denk dat het aanvallen van kwetsbare groepen een manier is om angst te zaaien in de bredere samenleving, om zo de macht over mensen te behouden. Zo van: hey folks, even een subtiele reminder waar we toe in staat zijn. Dus think twice, mensen. Dat dit daadwerkelijk gaande is, is toch niet te geloven, hè? Al snap ik het emotioneel gezien wel, ik snap waarom het zo effectief is.’
Waarom is het zo effectief?
‘Omdat de mens nou eenmaal een emotioneel wezen is dat af en toe nadenkt, in plaats van – wat we zelf geneigd zijn te denken – een rationeel wezen dat af en toe iets voelt. Dus het vergt niet veel intellect om dingen te bedenken waarmee je mensen op stang kunt jagen. Zoek een recente tragedie of diepgewortelde pijn in een gemeenschap, geef de mensen iemand om de schuld aan te geven, speel in op de nostalgie naar een tijd waarin dat niet bestond, en beloof ze een terugkeer naar die tijd, ook al heeft die voor de meeste mensen nooit echt bestaan. Want nostalgie is een illusie. Het is geen eerlijke blik op het verleden, het is een gevoel. Een gevoel van thuis en veiligheid, iets dat voor de meeste mensen nooit heeft bestaan.
‘Wat kan helpen tegen dat vingerwijzen en die loze beloftes, zijn compassie en onderwijs. Maar met compassie word je niet geboren, dat wordt opgebouwd door de geesteswetenschappen, door kunst, theater, literatuur, geschiedenis. En dat zijn nou precies de terreinen die nu onder druk staan, dus dat baart mij zorgen.
‘Als ik eerlijk campagne zou moeten voeren tegen iemand die deze gemeenschapswoede aanwakkert, zou ik eigenlijk moeten zeggen: de reële angst dat jullie kinderen het minder goed zullen hebben dan jullie, komt door een complexe combinatie van factoren, waaronder de inkomensongelijkheid die op dit moment vooral wordt aangejaagd door de techgiganten. Maar het eerlijke verhaal is te ingewikkeld. Het speelt niet in op de emotie. Het past niet op een bumpersticker op je auto.’
Zie je ook mensen die eerder op Trump stemden, en die nu twijfelen of hij misschien toch niet de oplossing is voor hun problemen?
‘Ja. Ik hoor mensen bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik heb mijn vader moeten begraven omdat hij de zorg niet kon betalen.’ Mensen beginnen verbanden te leggen. Maar onze pijn kan zo overweldigend zijn dat we toch op zoek blijven naar een manier om er op de korte termijn even vanaf te zijn. En als iemand dan roept: kijk naar die moslims, die komen hier de shariawet invoeren, zij zijn de schuld van jouw pijn, dus stem op mij, dan heb je ineens iets om je pijn op af te reageren. Ook al heeft dat niets te maken met de werkelijke oorzaken van je pijn.
‘Ik maak me echt zorgen om wat er nu in de VS gebeurt, omdat kritisch denken en compassie afhankelijk zijn van twee dingen, onderwijs en de media, en die worden beide aangepakt. Kijk alleen al naar wat er onlangs bij de grote Amerikaanse commerciële tv-zender CBS weer gebeurde, Stephen Colbert van de buis, Scott Pelley ontslagen. We krijgen langzaam maar zeker door de staat gecontroleerde media. Tegelijkertijd ontmantelen ze het onderwijs.’
Denk je er weleens aan om de VS te verlaten?
‘Nee. Nou, soms denk ik eraan. Soms denk ik eraan om weg te gaan uit Texas, omdat mijn dochter minder zeggenschap heeft over haar eigen lichaam dan mijn moeder had. Maar dit is mijn staat, verdomme. En mijn land.
‘Maar waarom ben ik desondanks hoopvol? Als iets wordt aangevallen, is dat een teken van twee dingen: de aanvallers zijn bang, en we komen dichtbij een doorbraak. Laat me zien van wie je rechten afneemt, en ik laat je zien voor wie je bang bent. Hier zijn ze bijvoorbeeld bang voor vrouwen. De tradwife-beweging is erg populair. Vrouwen moeten weer terug in de rol van de traditionele huisvrouw, ze moeten weer thuisblijven en kinderen krijgen. Er wordt geroepen dat vrouwen geen kinderen meer willen.
‘Maar is het bij de mensen die dat roepen al eens opgekomen dat ze misschien een omgeving hebben gecreëerd die zo vijandig en beangstigend aanvoelt dat je er geen kinderen in wilt grootbrengen? Of is het al eens bij ze opgekomen dat ze misschien wel kinderen willen, maar niet met de mannen die ze op dit moment kunnen vinden – mannen die ze voorschrijven wat hun ideologie over mannelijkheid is? Waarom ligt de vraag niet op tafel wat we aan deze mannen kunnen doen? Wat kunnen we doen om deze mannen tot betere vaders te maken? Om ze te laten ontwikkelen op het gebied van liefde, verbinding, empathie, zelfbewustzijn? Dan hoeven we ons geen zorgen meer te maken dat de vrouwen weglopen, hoor.
‘De terugslag die we momenteel zien, is een teken van vooruitgang. We komen echt dichtbij de erkenning van groepen mensen die lang zijn genegeerd. Hetzelfde geldt voor de witte-mannelijke-macht-over-anderen, dat is een laatste stuiptrekking. We maken nu mee hoe zij een wanhopige laatste strijd leveren om zich staande te houden. En laatste stuiptrekkingen zijn meedogenloos, wanhopig, als een gewond dier dat in het nauw is gedreven. Alles is geoorloofd. Daar zitten we nu middenin. Ik denk dus dat die witte mannelijke macht aan het afbrokkelen is, maar als je de geschiedenis kent, weet je dat laatste stuiptrekkingen lang kunnen duren.’
Uit je onderzoek naar kwetsbaarheid kwamen twee soorten mensen naar voren, de mensen die redelijk gelukkig zijn en niet veel last hebben van schaamte over hun onvolkomenheden, en degenen die daar veel last van hebben en manieren hebben ontwikkeld om ze te verbergen. Dat is de meerderheid. Waarom denk jij dat veel mensen moeite hebben om te geloven dat ze het waard zijn om van te houden?
‘Ik denk schaamte, trauma, angst.’
Hebben jouw kinderen daar ook last van?
‘Ik denk dat iedereen ermee worstelt. Niet willen dat je kinderen dit voelen, is hetzelfde als zeggen: adem niet buitenshuis, want de lucht is vervuild. Maar dat is de lucht die iedereen inademt. Je kunt alles goed doen en alle adviezen over liefdevol opvoeden opvolgen, en toch kunnen je kinderen worstelen met het vinden van hun plek in de wereld. Want de wereld is hard. Dus je moet veerkracht opbouwen en kritisch denken. Is het echt zo dat iedereen een groep vrienden heeft die eruitzien als modellen? Is het echt zo dat anderen zeven avonden per week een geweldige tijd hebben? Of is dat reclame die mij een slecht gevoel moet geven zodat ik die kleren of dat biertje koop? Ik denk dat het opvoeden van kinderen met een sterk gevoel van eigenwaarde vandaag de dag meer dan ooit mediawijsheid vereist.’
Kun jij beter van jezelf houden dankzij het onderzoek dat je hebt gedaan en de boeken die je erover hebt geschreven?
‘Ik denk dat het me een intellectueel voordeel heeft gegeven, maar ik heb toch ook twintig jaar lang het echte werk moeten doen met een therapeut. Je verandert dat niet puur door er verstandelijk over na te denken.’
Jammer.
‘Heel teleurstellend, ja. Je kunt de denksnelheid van een straaljager hebben, op emotioneel gebied zal iedereen door het moeras moeten lopen.’
Waarom is het zo moeilijk om van jezelf te houden?
‘Vanwege de boodschappen die je doen twijfelen aan jezelf, die van alle kanten op je afkomen. En als je een treurige, filosofische reden wilt: ik denk niet dat het huidige kapitalisme zou werken als iedereen van zichzelf hield. Want dan hoefden we een hoop spullen niet te kopen. Dan zouden mensen ook niet vijf uur per dag op sociale media zitten.
‘We zijn bovendien sociale wezens. En een deel van onze bedrading als sociaal dier is: overleven door ieders motieven in twijfel te trekken.’
Zijn er ook mensen die niet steeds met allerlei twijfels kampen?
‘Niet echt. Nee. Ik zou ook nooit omgaan met zulke mensen, ik vertrouw ze niet. Iedereen twijfelt aan zichzelf. Iedereen worstelt met eigenwaarde. Het hoort bij het mens-zijn.’
Heeft het feit dat je al twintig jaar in therapie zit alleen met het mens-zijn te maken of komt het ook door je jeugd?
‘Ik denk dat het vooral bij het mens-zijn hoort. Al heb ik ook moeilijke dingen meegemaakt in mijn jeugd. Mijn ouders waren arm, er was veel verlies, veel verslaving. Maar ze deden het beste wat ze konden met wat ze hadden.
‘Bij American Football krijgt het team dat aanvalt de bal en heeft vier pogingen om de bal zo’n tien meter vooruit te krijgen. Lukt dat, dan krijgen ze opnieuw vier pogingen. Zo kunnen ze steeds verder oprukken totdat ze een touchdown maken. Zo zie ik de reikwijdte van opvoeden ook. Mijn moeder heeft de bal tien meter vooruit geschopt, terwijl ze me ook met dingen achterliet die ik op mijn beurt moet herstellen. Dus nu pak ik die bal op, en schop hem weer tien meter vooruit, in de hoop mijn kinderen iets minder bagage mee te geven dan ik meekreeg. En ik hoop dat mijn kinderen de bal nog verder brengen. Maar zij zullen ook weer dingen hebben om aan te werken, waar ik niet aan toegekomen ben.’
Wat doe je anders dan je ouders?
‘O, waarschijnlijk alles. Mijn kinderen groeiden op in een huis waar gedrag voorspelbaar was. Er was geen geschreeuw, geen woede-uitbarstingen, geen geweld. Mijn man Steve en ik zijn al veertig jaar samen, dus ze zagen ons van mening verschillen en ook echt boos op elkaar zijn, maar zonder dat het bedreigend werd. Verder zeiden wij nooit: ‘Omdat ik het zeg.’ We legden uit wat we deden en waarom.
‘Steve is kinderarts, dus als je zijn en mijn studieschuld bij elkaar optelt, hebben we tweehonderdduizend dollar aan kennis over kinderontwikkeling in huis, maar nog steeds maak je fouten. Het belangrijkste is misschien wel dat onze kinderen ons soms anderen om hulp zagen vragen. En als we iets verkeerd deden, boden we onze excuses aan. Opvoeden is hetzelfde als leiding geven, het is een kwestie van je best doen, maar ook eerlijk zijn als je het even niet weet en als je de fout ingaat.’
Kon jij met je ouders praten over de dingen die ze fout had gedaan?
‘Met mijn moeder heb ik daar veel moeilijke gesprekken over gehad. Ze stond ervoor open. Maar mijn vader is gewoon mijn vader. Hij heeft zijn grenzen als het gaat om persoonlijke groei. De reden dat alle vier zijn kinderen op sport zijn gegaan én alle vier weer ermee zijn gestopt, is omdat hij heel agressief was.
‘Ik herinner me dat ik hem meenam naar een voetbalwedstrijd van mijn dochter, ze was een jaar of 10. Ik had er zelfs vooraf met mijn therapeut over gesproken. Wat als hij zich als een klootzak gedraagt? Wat als hij doet zoals bij mijn wedstrijden vroeger? Dat was zo vernederend. Ze zei: ‘Zorg dat zowel Steve als jij en je vader in een aparte auto rijden, wees erop voorbereid om halverwege weg te gaan.’ Halverwege de eerste helft liep mijn vader ineens naar mijn auto en ging op de motorkap zitten. Ik liep naar hem toe, en zei: ‘Pap, wat is er aan de hand?’ ‘Ik denk dat er te veel druk op die arme kinderen wordt gelegd’, zei hij, ‘al die ouders die langs de lijn staan te schreeuwen.’ Who the fuck ben jij?, dacht ik. Ik zei: ‘Pap, weet je nog hoe jij je langs de lijn gedroeg toen ik jong was?’ ‘Nee hoor’, zei hij resoluut, ‘dat herinner ik me helemaal niet.’ Ik dacht: o, dat komt je goed uit!’
‘Mijn moeder had, omdat ze veel aan zichzelf had gewerkt, een niveau van eigenwaarde waarbij ze kon aanhoren wat mij pijn had gedaan zonder zich te verdedigen of zichzelf een slecht mens te vinden. Mijn vader daarentegen wordt meteen defensief en begint anderen de schuld te geven. En als je eenmaal mijn leeftijd hebt bereikt, besef je: ik kan dit werk niet met je doen, omdat jij je eigen werk niet hebt gedaan. En dat is denk ik de toetssteen voor mijn huwelijk, mijn relatie met mijn zussen en mijn beste vrienden. Wat we gemeen hebben is de moed om aan onszelf te werken.’
In de tijd dat je moeder die omslag nog niet had gemaakt en je opgroeide in een huis waar iedereen behoorlijk hard was en niet over zijn gevoelens praatte, voelde je je dan weleens eenzaam omdat je dacht: ik ben gek, want ik voel wel van alles?
‘Ja. Ik zou de sfeer thuis omschrijven als hard, stoïcijns, boos en onvoorspelbaar. Ja, mijn leven is altijd getekend geweest door een gevoel van not belonging, van nergens echt bij horen. Mijn man had een vergelijkbare opvoeding, maar zijn reactie erop was: deze mensen zijn volstrekt gestoord. Mijn reactie was: wat is er mis met mij?’
En denk je dat dat gevoel iets te maken heeft met het werk dat je uiteindelijk hebt gekozen? Dat je nu aan de hele wereld wilt vertellen: ik ben niet gek, laten we deze gevoelens met elkaar delen, mijn vader heeft het mis!
‘Dat is precies mijn persoonlijke zoektocht, die samenvalt met mijn onderzoek. Hoe meer ik bijvoorbeeld leerde over schaamte, hoe meer ik dacht: mijn god, iedereen heeft hier last van, niemand wil erover praten, maar hoe minder je erover praat, hoe meer je ervan krijgt, dus waarom hebben we hier niet over? Maar ik denk niet dat ik met mijn werk bewezen heb dat ik niet gek ben. Ik heb eerder bewezen: we zijn allemaal een beetje gek. Dus laten we samen proberen beter te worden.’
Later, als we bijna dag-zwaaien: ‘Ik weet niet of je een God-persoon bent, maar ik zal een gebedje doen voor jou, je vader en je familie. En ik hoop dat je een zachte overgang hebt van niets voelen naar veel voelen. Dat is mijn beste wens voor jou. Want die overgang is klote, vreselijk. Dat moet ik je wel zeggen. Dus pas goed op jezelf.’
1965 Geboren in San Antonio, Texas, Verenigde Staten.
1995 Bachelor Social Work, universiteit van Texas.
1996 Master Social Work, universiteit van Houston.
2002 PhD Social Work, universitair docent aan de universiteit van Houston.
2004 Bijzonder hoogleraar in Houston.
2007 Boek Gelukkig ben ik niet de enige: Maak van schaamte en kwetsbaarheid je kracht.
2010 Boek De moed van imperfectie. TEDx talk: The Power of Vulnerability.
2012 Boek De kracht van kwetsbaarheid.
2015 Boek Sterker dan ooit.
2016 Huffington Foundation Endowed Chair aan de universiteit van Houston.
2017 Boek Verlangen naar verbinding.
2018 Boek Durf te leiden.
2020 Podcast Unlocking Us en podcast Dare to Lead. Docent McCombs School of Business van de universiteit van Texas.
2022 Boek Atlas of the Heart.
2024 Benoemd tot Executive Chair van het Center for Daring Leadership.
2025 Strong Ground: lessen voor moedig leiderschap bij A.W. Bruna.
Brown is getrouwd met Steve Alley, met wie ze twee kinderen heeft. Ze woont in Houston.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant