Cristiano Ronaldo in actie tijdens de groepswedstrijd tegen Colombia in Miami.
„I’m back”, schreeuwde Cristiano Ronaldo naar de camera toen hij dinsdag twee keer scoorde tegen Oezbekistan. De week ervoor was het eindeloos over hem gegaan. In de eerste wedstrijd van het WK, tegen DR Congo (0-0), was de spits vrijwel onzichtbaar geweest. „Het team moet scoren, niet jij”, analyseerde de Franse oud-topspits Thierry Henry op de Amerikaanse tv, waarbij hij beelden liet zien dat Ronaldo in zijn drang naar een goal teamgenoten met betere scoringskansen in de weg liep. Met twee doelpunten tegen de nummer 52 van de wereld eiste Ronaldo daarna alsnog de aandacht op.
Maar wie hem zaterdagnacht tegen Colombia over het veld ziet lopen, kan weinig anders concluderen dan dat de critici een punt hadden. Ronaldo, één van de beste voetballers uit de geschiedenis, staat op het veld maar doet grote delen van de wedstrijd amper aan het spel mee. Soms zakt hij even terug, kaatst hij een bal, maar in een schitterende wedstrijd die op de hoogste versnelling gespeeld wordt, mist hij de intensiteit om direct naar voren te sprinten. Zijn schoten missen kracht. In de eerste helft raakt bij de Portugezen alleen de keeper de bal minder dan Ronaldo (12 om 13 passes). Als hij aan het begin van de tweede helft de bal verliest, doet hij niets om ‘m weer terug te winnen.
Ronaldo blijft een fenomeen. Colombiaanse fans zijn in het stadion in Miami zwaar in de meerderheid, maar wie het rood van Portugal draagt, heeft daar vrijwel altijd ook ‘Ronaldo’ en nummer 7 op staan. Ronaldo komt als eerste het veld op voor de warming-up en wordt door de camera’s gevolgd als hij na de rust van kleedkamer richting het veld loopt. Weinig spelers hebben zó lang in de top van het voetbal gespeeld; Ronaldo is sinds dit WK met zijn 41 jaar de één-na-oudste veldspeler op het toernooi ooit (na de één jaar oudere Roger Milla, die in 1994 met Kameroen meedeed).
Maar de laatste jaren laait er in Portugal steeds vaker een discussie op of het nog kan, Ronaldo in de nationale ploeg. Voor zijn doelpunten tegen Oezbekistan had hij in tien wedstrijden op een eindtoernooi (EK’s en WK’s) niet gescoord. Met Goncalo Ramos heeft Portugal een kundige vervanger op de bank zitten, hoewel een echte topspits ontbreekt.
Op sommige momenten is iets van de oude klasse te zien: een omhaal in de eerste helft, een technische voorzet in de tweede. Tussendoor is er een kopbal waar hij amper naar springt, waarna hij lijkt te gebaren dat de bal lager moest – direct komt een verbolgen kijkende aangever Joao Felix in beeld. Kort daarop staat Ronaldo een meter buitenspel, al gaat zijn schot vanaf een meter of dertien naast.
Topspelers hoeven geen sprinters te zijn. Lionel Messi is een wandelaar die pas snelheid maakt als hij de bal aan z’n voet krijgt. Maar Ronaldo wist zijn snelheid altijd wel als wapen in te zetten en leek met de jaren zelfs steeds sneller te worden. Die tijd is voorbij. Portugal, dat met Vitinha en Bruno Fernandes twee van de beste middenvelders van dit moment heeft lopen, oogt behalve onthand ook gefrustreerd. Op het veld gebaren spelers onbegrepen naar elkaar.
Alleen omdat Colombiaan Davinson Sanchez met minder dan een teen buitenspel staat en zijn doelpunt vervolgens wordt afgekeurd blijft het in Miami 0-0. Met die uitslag zijn beide teams door: Colombia als groepswinnaar, Portugal als nummer twee. Donderdag wacht Kroatië. Daar treft Ronaldo een generatiegenoot, die dit toernooi wél bepalend blijft: de 40-jaar oude Luka Modric.