Hoofdpersonage Jonne bezoekt haar vaste camping in Frankrijk als schuchter meisje en als losgeslagen vrouw. Overtuigend laat debutant Annabel Essink zo de reikwijdte van haar pen zien.
is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Weldra begint de grote uittocht van volgepropte familieauto’s richting het zuiden. En route pour la douce France! Het land zucht onder de ene na de andere hittegolf, maar zolang de camping niet in de fik staat blijven de Nederlanders komen, want zo doen we dat nu eenmaal al sinds de jaren zeventig. Is er iets Nederlandser dan je tent opzetten op een Franse camping?
De basisbestanddelen voor een complete ervaring: hurktoiletten, wespen, espadrilles, hangen aan de rand van het zwembad, yahtzeeën bij het licht van een citronellakaarsje, croissantjes halen bij het bakkertje, La vache qui rit, de meegebrachte pindakaas op stokbrood, Orangina (et sa pulpe!).
De zomer en het meisje, de debuutroman van Annabel Essink, speelt zich grotendeels af op zo’n Franse camping. Ik zou bijna willen zeggen: het is een ode aan die typische plek. Met veel genegenheid beschrijft Essink de herkenbare details, van de gifgroene comicsansletters op de niet-functionerende campingwebsite tot aan de immer tsjirpende cicaden in het gras.
Het meisje Jonne trekt jaarlijks met haar ouders en jongere zusjes naar dezelfde camping. Omdat daar alles altijd hetzelfde blijft, kan de plek fungeren als ijkpunt: je kunt er precies aan aflezen hoeveel groter je bent geworden ten opzichte van het jaar daarvoor. Als Jonne 7 is rent ze door de lavendelvelden, als ze 8 is ontdekt ze met haar vakantievriendinnetje een oude caravan in het bos, 9: Jonne wordt gewaarschuwd voor kinderlokkers, 12: Jonne is voor het eerst verliefd, op de 18-jarige Matthijs.
En 29: Jonne wordt op haar huwelijksdag door haar vriend gedumpt en keert in een opwelling terug naar de camping waar ze sinds haar 12de niet meer is geweest. Er is iets akeligs gebeurd, toen, met die Matthijs, en we kunnen allemaal wel raden wat. Nu is het tijd om met dat verleden af te rekenen. ‘Ze gaat haar ophalen, denkt ze lyrisch. Het meisje dat ze jaren geleden achterliet in Zuid-Frankrijk.’
Onder dit soort overbodige duiding heeft de roman wel vaker te lijden. De schrijver heeft de neiging de dingen steeds te verduidelijken: ‘Is dit waarom ze hier eigenlijk is teruggekomen, om te zien waar het voor het eerst misging?’ ‘Maar ze heeft hier ook zoveel fijne herinneringen, heeft ze zichzelf daar al die jaren mee gefopt?’. Het verraadt dat Essink een debutant is en nog niet volledig durft te vertrouwen op de beelden en sferen die ze oproept, terwijl die op zich sterk genoeg zijn: de geur van tentdoek, rook van de barbecue, gegil van zwemmende kinderen en de gevaarlijke aantrekkingskracht van dat groepje tieners dat ’s avonds laat ergens Passoa zit te drinken.
Er gebeurt veel in deze roman, misschien wel te veel. Jonne krijgt nogal een bak ellende te verstouwen – alsof in de steek gelaten worden op je trouwdag al niet erg genoeg was. Nou ja, de vaart zit er in elk geval in en Essink kan op deze manier de reikwijdte van haar pen demonstreren. Ze zet net zo overtuigend een schuchter meisje neer als een losgeslagen vrouw.
Toch zijn de verstilde, ietwat losgezongen beelden, zonder plot, zonder uitleg, het mooiste. Een gladbruin veulentje op een keukentafel, ‘op zijn plek gehouden door twee sterke mannenhanden’, wilde stieren die door smalle straten achter hagelwitte paarden aanrennen, en een meisje, ‘met kaarsrechte rug en bloemen in het haar’.
Annabel Essink: De zomer en het meisje. Meulenhoff; 240 pagina’s; € 21,99.
Source: Volkskrant