Stéphane Boujnah | Topman Euronext Terwijl de Iran-oorlog de inflatie en energieprijzen opdrijft, tikken beurzen wereldwijd het ene na het andere record aan. Euronext-topman Stéphane Boujnah snapt wel waarom. „Er heerst onder beleggers een gevoel dat dit conflict lokaal is en omkeerbaar.”
Euronext-topman Stéphane Boujnah afgelopen april.
De oorlog in Iran nadert met een fragiel vredesakkoord tussen Washington en Teheran een mogelijk einde. Op verschillende plekken in de economie laten de gevolgen zich inmiddels voelen. Hogere olie- en gasprijzen afgelopen maanden, een langzaamaan toenemende inflatie, geannuleerde vluchten omdat ze voor luchtvaartmaatschappijen niet meer uit konden. De Europese Centrale Bank verhoogde voor het eerst in bijna drie jaar de rente om de inflatie onder controle te houden. Geen optimale omstandigheden voor florerende financiële markten, zou je zeggen.
Maar ondanks alles rijgen aandelenbeurzen wereldwijd de records de laatste weken aaneen. De Amsterdamse AEX-index flirtte afgelopen week tussentijds even met de 1.100 punten grens, Amerikaanse indices als de Nasdaq, Dow Jones en S&P 500 kwamen eveneens tot niet eerder vertoonde standen.
De ontwikkelingen wekken her en der verbazing, maar Stéphane Boujnah, topman van Euronext – de uitbater van onder meer de aandelenbeurzen in Amsterdam, Parijs en Milaan – kan precies aanwijzen waarom de markten op deze manier bewegen.
Via een videoverbinding vanuit het Euronext-kantoor in Parijs licht hij toe: „Je zou misschien verwachten dat een oorlog met een intensiteit als die rond Iran een sterkere impact op de markt zou hebben, maar dat gebeurde niet. Er is een gevoel in de markten dat dit conflict lokaal is en omkeerbaar. Komende tijd kan er een besmettingsgevaar zijn met prijsinvloed op energieprijzen en aanhoudende inflatie. Dat effect is nog niet helemaal duidelijk, maar wat ik observeer is dat investeerders op dit moment meer optimistisch dan pessimistisch zijn.”
Neem de prestaties van veel beursondernemingen in het eerste kwartaal. Die waren, constateert Boujnah, „gewoon heel goed”. Parallelle ontwikkelingen, zoals enorme AI-investeringen, spelen daarin een belangrijke rol. „De markten waren onder de indruk van de sterke winsten die veel bedrijven presenteerden. En beleggers gingen ervan uit: als de oorlog voorbij is, gaan we toe naar een situatie die beter is dan gemiddeld als je kijkt naar bedrijfsresultaten en koerswinsten.”
„Het is een misverstand dat wanneer je een aandeel in een AEX-bedrijf of in Frankrijk de CAC 40 [de index van grootste beursbedrijven in Frankrijk] aanschaft, je een stukje in de Nederlandse of Franse economie koopt. De AEX vertegenwoordigt de dertig grootste bedrijven met de meeste liquiditeit, los van de vraag waar ze hun inkomsten vandaan halen. Neem een ASML. Dat haalt slechts een klein deel van zijn omzet uit Nederland en Europa. Je koopt een mondiaal bedrijf met een hoofdkantoor in Nederland. De prestaties worden niet beïnvloed door de oorlog, of in ieder geval niet alleen maar. De omzet en winst van ASML groeien, met de ontwikkelingen rondom AI, gewoon flink.”
„Natuurlijk presteren de beursindices in de VS de afgelopen jaren beter dan die in Europa, maar dat werd grotendeels beïnvloed door de uitzonderlijk sterke prestaties van een kleine groep zeer grote technologiebedrijven [de zogenoemde Magnificent 7, met onder meer Apple en Amazon, die dit jaar juist iets minder presteren dan de rest van de aandelenmarkt]. Zij bevinden zich in een unieke positie op de wereldmarkt en kunnen daardoor prijzen en marges realiseren die niet representatief zijn voor de rest van de markt.
„Wat ook waar is, is dat veel wereldwijde investeerders in de VS, Azië en het Midden-Oosten Europese bedrijven relatief goedkoop vinden, vergeleken met soortgelijke bedrijven in de VS. Daardoor bestaat de indruk dat er een beter rendement en meer opwaarts potentieel te behalen valt. In de praktijk zien we sinds eind 2024 een aanzienlijke instroom van kapitaal uit de VS, Azië en de Golfregio naar Europa.”
Het maakt de aandelenmarkt een aantrekkelijke plek om nieuw geld aan te trekken. Kortom: een gunstig klimaat voor beursgangen. Met name in de VS volgt de ene na de andere zogeheten Initial Public Offering (IPO). Eerder deze maand realiseerde ruimtevaartbedrijf SpaceX met een waardering van 75 miljard dollar (64 miljard euro) de grootste beursgang ooit. Later dit jaren volgen naar alle waarschijnlijkheid AI-bedrijven Anthropic (van chatbot Claude) en OpenAI (ChatGPT).
De Amerikaanse bank JP Morgan sprak al over een „historische” piek in de hoeveelheid geld die er momenteel vanuit de markt in Amerikaanse beursgangen wordt geïnvesteerd. „Het is hét IPO-seizoen”, stelt Boujnah vast. „Na jaren van een stagnerende groei in beursintroducties maakt een stroom aan particuliere bedrijven zich op om naar de beurs te gaan.”
Euronext kon in 2026 tot nu toe dertig nieuwe noteringen bijschrijven, het beste half jaar sinds begin 2021. Toch zitten er weinig grote beursgangen rond techbedrijven in de pijplijn, al verwacht bank BNP Paribas dat de ontwikkelingen in de VS ook in Europa tot tech-IPO’s zullen gaan leiden. Belangrijkste kanshebber op dat vlak is de in Londen gevestigde online bank Revolut.
Het zijn vooralsnog vooral defensiebedrijven die een notering aanvroegen. Zo ging begin dit jaar het Tsjechische defensiebedrijf CSG naar de Amsterdamse beurs. In Noorwegen volgde wapenfabrikant Kongsberg met de afsplitsing van de maritieme divisie. De Frans-Duitse tankbouwer KNDS komt deze zomer met een notering in zowel Frankfurt als Parijs. De in Hengelo gevestigde wapenproducent Destinus volgt waarschijnlijk in 2027.
„Allereerst het aantrekkelijke rendement. Overheden investeren in defensie dus omzetten zullen stijgen. Dat is wel een verschil tussen Europa en de VS: de dreiging van de Oekraïne-oorlog voel je hier veel meer en daarmee de noodzaak meer aan defensie te besteden. Voor zittende aandeelhouders is het aantrekkelijk hun belang te verzilveren via een beursgang. Daarnaast moeten bedrijven fors investeren in onder meer productiecapaciteit om aan de toegenomen vraag naar materieel te kunnen voldoen. Een beursgang is een manier om snel extra eigen vermogen op te halen. Dat helpt ze bovendien om overnames te kunnen doen en daarvoor is ook geld nodig. Als Europa sneller en op grotere schaal wil produceren in de defensiesector, is consolidatie noodzakelijk.”
„Ik ben voorzichtig optimistisch. Maar wat eraan zit te komen in Europa qua beursgangen is veelbelovend. Er is een pijplijn vol met aankomende IPO’s, ook van bedrijven waarvan het nu nog niet publiekelijk bekend is dat ze zullen gaan.”
Gedecideerd: „Energie. In de meeste van onze landen is ongeveer 50 procent van het elektriciteitsnet meer dan veertig jaar oud. De behoefte aan kapitaalinvesteringen in Europa, ook op het gebied van verduurzaming en hernieuwbare energie, is aanzienlijk. Veranderende energiebehoeftes, zoals de laatste jaren verder toegenomen gebruik van video- en telecomtechnologie, dragen daaraan bij. Ook de opmars van energie-intensieve datacentra die nodig zijn om AI-toepassingen op te laten draaien leveren een belangrijke bijdrage aan de noodzaak om het elektriciteitsnet te updaten en uit te breiden.”
Een stroom aan energiebedrijven die op zoek naar nieuw kapitaal voor een beursgang gaan, zou goed nieuws zijn voor Euronext. Het levert het bedrijf naast publiciteit ook extra handel op – de belangrijkste inkomstenbron van de beursuitbater. Euronext noteerde al acht kwartalen op rij dubbelcijferige omzetgroei (528 miljoen euro in de eerste drie maanden van 2026). De sterk gestegen aandelenkoersen de laatste tijd maar ook volatiliteit vorig jaar toen Donald Trump een wereldwijde handelsoorlog ontketende, dragen daaraan bij. Maar vernauw het bedrijf niet tot een platform voor aandelenhandel, benadrukt Boujnah.
„Nog slechts 17 procent van onze omzet is afkomstig uit aandelenhandel. Daarnaast nog ongeveer 23 procent uit andersoortige handel. We faciliteren grondstoffen-, energie- en valutahandel; we hebben staatsobligaties bijvoorbeeld. Ongeveer 60 procent van de omzet komt uit andere bronnen, niet gerelateerd aan handelsvolumes zoals het verkopen van data aan derden en het afwikkelen van transacties. We doen echt ons best om te diversifiëren.”
„Wij zijn de leidende Europese beursuitbater, dus die pan-Europese aandelenmarkt bestaat al: Euronext. We hopen dat vanuit Europa het voornemen voor één toezichthouder wordt doorgezet, bijvoorbeeld via ESMA [de Europese autoriteit voor effecten en markten]. Dat zou helpen voor een verdere integratie. Nu nog zie je lokale verschillen in hoe de regelgeving wordt toegepast en gehandhaafd. Maar als we Europese kampioenen willen hebben, zoals Mario Draghi het graag ziet [met een groot rapport over concurrentiekracht van de Europese Unie], zullen we echt over nationale voorkeuren en sentimenten heen moeten stappen.”
Stéphane Boujnah (Albertville, 1964) is sinds 2015 topman van Euronext. Onder zijn leiding werden onder meer de beurzen in Milaan en Oslo overgenomen. Boujnah zwaait in mei volgend jaar na drie termijnen af bij de beursuitbater.Boujnah werkte eerder bij Banco Santander en Deutsche Bank en als beleidsadviseur op het Franse ministerie voor Economische Zaken.