Bas Louissen Podcastmaker en kroegbaas Bas Louissen (38) herlas ‘Reizen met Charley’ van John Steinbeck. „Het ademt de romantiek van het onderweg zijn.”
„De eerste keer dat ik Reizen met Charley las, was ik begin twintig. Ik werkte net bij BNN en woonde in een klein zolderkamertje in Hilversum. In die tijd was ik veel alleen en las veel meer dan nu. In die periode leerde ik John Steinbeck kennen via Bruce Springsteen, mijn idool, die zich sterk door hem liet inspireren. Als Springsteen Steinbeck belangrijk vond, moest ik hem ook lezen.
In Reizen met Charley trekt Steinbeck in 1960 met een camper en zijn hond Charley door Amerika om te ontdekken wat er van het land geworden is. Hij is dan al een beroemde schrijver, heeft geld, vrijheid en succes, maar hij wil het land opnieuw leren kennen. Waar staat Amerika nu voor? Wat is er veranderd? Hij reist alleen, observeert landschappen en ontmoet mensen uit alle lagen van de samenleving.
Nu ik het boek opnieuw las, begreep ik pas goed waarom het me destijds zo aansprak. Niet omdat ik zo veel met Amerika had, maar omdat het boek een soort romantiek van het onderweg zijn ademt. Steinbeck beschrijft niet alleen zijn bestemmingen, maar vooral het gevoel van onderweg zijn. Het gevoel van nog niet weten waar je terechtkomt, herken ik heel erg.
Ik merk dat ik nog steeds vrij solistisch ben, al heb ik inmiddels een relatie en een kind. Gisteren zei ik nog tegen mijn vriendin dat ik eigenlijk weer een week alleen op reis wil. Op de fiets, met de auto, maakt niet uit. Gewoon alleen weg. Niet hoeven overleggen, een lege dag voor je hebben en kunnen bedenken waar je heen gaat. Dat vind ik romantisch.
Wat ik mooi vind aan Steinbeck is dat hij reizen niet idealiseert. Hij schrijft ook over irritatie, vermoeidheid en teleurstelling. Over eenzaamheid zelfs. Maar juist daardoor voelt het echt. Wat ik treffend vind voor hoe hij reist: hij is het soms een beetje zat. Zijn camper ruilt-ie regelmatig in voor een motel omdat er niks op kan tegen een warm bad, en op het laatst jakkert-ie maar door om meters te maken, dan wordt zijn reis wat troebel. Ik denk dat dat wel herkenbaar is voor solo-reizigers. Dat je echt niet elke dag totaal gelukkig onderweg bent, maar dat er momenten van eenzaamheid zijn of dat je domweg toe bent aan comfort.
Bij het herlezen vielen me ook nieuwe dingen op. Bijvoorbeeld hoe vroeg Steinbeck al beschreef dat Amerika een soort eenheidsworst wordt. Dialecten verdwijnen, restaurants serveren fabrieksmatig eten, overal verschijnen dezelfde motels en winkels. Hij schrijft ergens: „We hebben de hongernood ingewisseld voor corpulentie. En aan allebei gaan we dood.” Dat vond ik een geweldige zin. Het gaat niet alleen over eten, maar over smaak, karakter en een cultuur die aan het verdwijnen is.
Tegelijk zit er ontzettend veel optimisme in het boek. Steinbeck ontmoet mensen die dromen van een betere toekomst, die geloven dat het leven nog openligt. Misschien is dat uiteindelijk wat me het meest aanspreekt: het gevoel dat je altijd opnieuw kunt vertrekken.”