De grootschalige verbouwingsgolf die door Nederland raast, betekent voor sociale huurders een woning met een lagere energierekening en veel meer wooncomfort. Maar het zorgt ook voor weken zonder thuis én hogere huurlasten. Blijf vooral kritische noten kraken, zegt de Woonbond.
In de IJsselstraat in de Utrechtse Rivierenwijk staat zo'n afgeronde modelwoning. Het vooroorlogse huis kreeg in de afgelopen maanden kunststof kozijnen, nauwelijks merkbaar zoemende CO2-gestuurde ventilatie, isolerend HR++ glas, een keurige spierwitte zolder waar het maar liefst 4 graden koeler is dan op de oude zolder.
De dakpannen zijn vervangen, de cv-ketel en de radiatoren ook. Wie dat wil, kan tegen extra betaling ook een regenton, buitenkraan, een hor of perilexaansluiting laten plaatsen, vertelt de medewerker die ons rondleidt. Het is de bedoeling dat alle bewoners komen kijken, zodat ze weten wat het eindresultaat wordt.
Corporatie Woonin gaat dit jaar in die wijk zo'n 333 vooroorlogse woningen aanpakken met als doel om minimaal energielabel A te bereiken. De draagvlakmeting, waarbij minstens 70 procent van de huurders moet instemmen, is in volle gang. De schop gaat er in 2027 in.
De Rivierenwijk in Utrecht is een van de vele wijken in Nederland waar bewoners worden geconfronteerd met grootschalige renovaties, want alle woningcorporaties moeten uiterlijk in 2028 al hun woningen met energielabel E, F of G hebben aangepakt. Het grote doel is dat in 2050 de hele sociale huurvoorraad energieneutraal gemaakt is.
Dat staat in de Nationale Prestatieafspraken (NPA), die zijn gesloten eind 2024 op de Woontop tussen het kabinet, koepelorganisatie van woningcorporaties Aedes en de VNG. Die afspraken lopen van 2025 tot 2035 en bevatten concrete doelen: 1,1 miljoen woningen verduurzamen vóór 2034. Nederland telt ongeveer 2,4 miljoen sociale huurwoningen en ruim 7 procent van de bevolking woont daarin.
De gigantische renovatiegolf is al een paar jaar aan het rollen. Woningcorporaties gaven in 2024 al zo'n 12,1 miljard euro uit aan onderhoud, verbetering en verduurzaming. Ruim een miljoen corporatiewoningen hebben inmiddels energielabel A of beter. Maar er staan nog altijd bijna 130.000 woningen met de slechtste labels E, F of G. Die moeten uiterlijk in 2028 zijn aangepakt.
Voor huurders die aan de beurt zijn, is de verbouwing ingrijpend. Zij krijgen, als het goed is, ruim op tijd een renovatievoorstel. Daarna volgt een stemming; als 70 procent van de bewoners het eens is met het renovatievoorstel, dan pas gaat het door. Maar de renovatie is wettelijk verplicht en zal er hoe dan ook komen, vertelt een Woonbond-woordvoerder.
"Een nee vanuit bewoners is goed en gezond, en betekent dat de verhuurder opnieuw in gesprek moet met bewoners. Een nee betekent dat er verder gewerkt moet worden aan de plannen, omdat het oorspronkelijke plan geen daadwerkelijke verbetering oplevert. Dat is soms frustrerend voor verhuurders, maar het dwingt ze ook om in gesprek te blijven. Want zij zijn hoe dan ook verplicht om de woningen te verduurzamen."
Voor huurders is zo'n renovatie vaak spannend. "Je weet wat je hebt, maar niet wat je straks krijgt. De energierekening zou een stuk lager moeten liggen, maar er komt ook een huurverhoging bij. Je moet een tijdje ergens anders wonen. Mensen zien er soms enorm tegenop", zegt de Woonbond.
Jolande Uringa van Woonin snapt wel dat het voor bewoners een ingrijpende gebeurtenis is. Daarom wordt er alles aan gedaan om het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen. "Er zal ongetwijfeld weleens iets mis gaan, maar als bewoners achteraf niet tevreden zijn, wordt er altijd gekeken naar een oplossing."
Het is volgens de Woonbond belangrijk dat verhuurders die menselijke kant blijven zien. "Dit is meer dan een vastgoedprojectje dat je er als beheerder even doorheen jaagt. Als iemand jarenlang ergens woont, dan zit je ziel en zaligheid in die woning. Dat moeten verhuurders zich goed realiseren en dat kan alleen als je uitgebreid in gesprek gaat met bewoners."
En wat als het eindresultaat tegenvalt? Ook dan heeft de Woonbond een tip voor verhuurders: neem bewoners direct serieus. "Laat mensen niet weer een strijd aangaan, en laat ze niet alles zelf hoeven bewijzen."
Want bij al die renovaties gaat er volgens de Woonbond regelmatig iets mis. "Er zijn helaas voorbeelden van renovaties die slordig en te goedkoop zijn uitgevoerd. Aanbesteden aan de laagste bieder, een aannemer die alles te snel wil afronden: dat leidt niet altijd tot zorgvuldig werk. We hebben voorbeelden gezien van scheve deuren, gaten in de muren, en dan begint een heel proces om dat te herstellen. Dat is echt heel vervelend als je eindelijk terug mag naar je vernieuwde huis."
De modelwoning zag er weliswaar keurig uit, maar als je 333 woningen aanpakt, bestaat de kans dat daar iets misgaat. Uringa benadrukt dat er alleen wordt samengewerkt met partijen die vooraf goed gescreend worden. "Niet alleen op kwaliteit en prijs, maar we kijken ook hoe ze met huurders en materialen omgaan."
Woonin werkt volgens Uringa met een vast aantal verschillende partijen. Dat maakt het beter, omdat je leert van iedere ervaring. "Na een project evalueren we wat er beter kan."
Om zoveel mogelijk problemen te voorkomen of op te vangen, adviseert de Woonbond huurders altijd een bewonerscommissie op te richten als er grote plannen worden aangekondigd. Dat is wat anders dan een klankbordgroep.
"Een bewonerscommissie heeft een juridisch kader. De verhuurder móet in overleg treden, dat is niet vrijblijvend." De verhuurder is volgens de wet verplicht om serieus naar de commissie te luisteren en zo'n commissie kan al vanaf drie personen worden opgericht, maar ook met tien, en moet een afspiegeling zijn van de buurt.
Source: Nu.nl economisch