Stikstofplan De slechte staat van veel natuurgebieden komt niet alleen door stikstofuitstoot van boeren, maar óók door een gebrek aan onderhoud door jarenlange bezuinigingen. Dat is te zien in natuurgebied De Alde Feanen in Friesland. Natuurbeheerders zien de plannen van het kabinet als rehabilitatie van het natuurbeleid.
Nationaal Park De Alde Feanen
„Ruik je de gagel?” Ecoloog Chris Bakker, directeur van It Fryske Gea, eigenaar en beheerder van natuurgebied De Alde Feanen, opent een houten hek en wandelt door wat ooit uitgestrekt zeldzaam blauwgrasland is geweest. Ernaast boerenland. Stof en zand wervelen op door een rijdende tractor. Zelfs in dit afgesloten, minst aantrekkelijke deel van het schitterende nationaal park valt nog veel te genieten, zegt Bakker, maar de interessante soorten zijn verdwenen. „Hier en daar zie je gras met een blauwige gloed, blauwgrasland. Maar waar is de Spaanse ruiter? De blauwe knoop? De nectar? Waar zijn de vlinders? Het glipt ons hier door onze vingers.”
De Alde Feanen in Friesland is een van de kwetsbare natuurgebieden in Nederland waarvoor provincie, natuurorganisaties, boeren en buitenlui het komende half jaar moeten proberen een plan te maken om de uitstoot van stikstof flink te reduceren en tegelijkertijd de natuur een oppepper te geven. Onder meer door het instellen van een emissiearme zone van vijfhonderd meter rondom het gebied. Met geld van het kabinet. Zodat Nederland ‘van het stikstofslot’ gaat. „Een mooi begin”, zegt Bakker. „Ik hoop nu maar dat het allemaal ook echt zal worden uitgevoerd.”
Ecoloog Chris Bakker, directeur van It Fryske Gea: „Ik geef boeren, onze buren, echt niet overal de schuld van.”
De stikstofplannen van het kabinet worden door natuurorganisaties en terreinbeheerders hoopvol begroet. „Het kabinet laat zien dat het de ernst van de opgave onderkent”, laten de Landschappen weten. Vereniging Natuurmonumenten spreekt van „een langverwachte én hoogstnoodzakelijke doorbraak in de stikstofaanpak”. De kabinetsplannen zijn „meer dan welkom” en „bieden perspectief voor de natuur”, stelt Staatsbosbeheer, dat ongeveer de helft van alle natuurgebieden in Nederland beheert.
Je zou de maatregelen van het kabinet, hoe ze ook uitpakken, kunnen opvatten als een rehabilitatie van het natuurbeleid. Terreinbeheerders lijden al jaren onder forse bezuinigingen die vijftien jaar geleden, door het kabinet Rutte- I onder aanvoering van staatssecretaris Henk Bleker, werden doorgevoerd. Veel onderhoud kon niet worden gedaan, en het waren uitgerekend boeren die het dikwijls niet konden laten te wijzen naar de in hun ogen soms verwaarloosde staat van de natuur. Met andere woorden, de slechte staat waarin de Europees beschermde Natura-2000-gebieden zich bevonden was heus niet alleen te wijten aan te veel stikstof maar óók aan een gebrek aan onderhoud.
Bij Kuierpaad in Nationaal Park Alde Feanen. In Nationaal Park de Alde Feanen zijn naast ganzen, eenden en ooievaars ook zeldzame vogels als rietzanger en wielewaal te zien.
Algemeen directeur Boudewijn Revis van Staatsbosbeheer: „Deze maatregelen zijn een erkenning van het belang van natuur. Er is in het verleden onterecht en te veel bezuinigd. De natuur is onvoldoende serieus genomen. Dat heeft bijgedragen aan de problematiek. In het gepolariseerde klimaat werd wel gezegd: ‘die natuurjongens met hun grote mond moeten het maar met wat minder geld doen’. Maar je moet gewoon bekostigen wat nodig is. Als je aan de maatschappij, aan boeren, industrie en mobiliteit offers vraagt om uit deze crisis te komen, is het minste wat je kunt doen, zorgen dat het de natuur goed gaat.”
Revis is niet alleen tevreden over de door het kabinet toegezegde 2,2 miljard euro voor projecten om natuur te herstellen in gebieden waar dat alleen met grote ingrepen kan, zoals door het wijzigen van de waterhuishouding in een verdroogd gebied. Maar ook met de 200 miljoen euro extra die voortaan jaarlijks worden toegekend voor het dagelijkse beheer. Revis: „De basis van het stikstofprobleem is dat de kwaliteit van onze natuurgebieden niet op orde is. Het is dus heel belangrijk dat er minder stikstof in deze natuurgebieden terecht komt.”
Het is óók belangrijk, zegt hij, dat het water in die gebieden schoon is, dat ze dat water kunnen vasthouden, en dat ze goed kunnen beheren. „Dat doet de natuur niet zelf. Als we niets zouden doen, wordt de natuur overwoekerd, monotoon, en ontbreekt de biodiversiteit zoals die is voorgeschreven in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Dat beheer wordt steeds duurder. Niet alleen door hogere kosten voor materieel, aannemers en boswachters, maar ook doordat we als gevolg van te veel stikstof steeds intensiever moeten beheren. We moeten vaker maaien om soorten die je niet wil hebben, zoals brandnetels en bramen, te bestrijden.”
Nationaal Park De Alde Feanen vormt, in de woorden van ecoloog Chris Bakker, een „lappendeken” van voornamelijk drie typen kwetsbare natuur: blauwgrasland, veenmosrietland en hoog- en laagveenbos. En de kwaliteit van sommige blauwgraslanden mag hier en daar te wensen overlaten, toch is er hoop. In sommige delen is deze natuur weer „aardig op weg”.
Bakker banjert door zompig gras, voormalig boerenland en sinds enkele decennia in beheer van It Fryske Gea, met hier en daar blauwgras en bijbehorende soorten als ratelaar, orchidee, biezenknoppen en holpijp. „En straks hopelijk de Spaanse ruiter en de blauwe knoop.” Het geheim van het succes is water. Grondwater. Bakker: „Dit is het laagstgelegen deel van De Alde Feanen. Het grondwater stroomt hier vanzelf naartoe. En dan krijg je dit.” Hij wil maar zeggen: natuurherstel is meer dan alleen stikstofreductie. „Kijk, als hier een varkensstal naast zou staan, zou je dit niet aan de praat krijgen. Maar ik geef boeren, onze buren, echt niet overal de schuld van. Het is een combinatie van te veel stikstof, weglekkend grondwater, en ook droge voorjaren, het klimaat, die maakt dat het is sommige delen van De Alde Feanen een dooie boel is.”
Vogelkijkhut Earnesleat.
Puffend onder de hete zon baant Bakker zich een weg naar een uitkijktoren in een prachtig deel van het gebied, in totaal 2.500 hectare groot, met zeldzame waterplanten en libellen boven een vaart, en zeldzame vogels als rietzanger en wielewaal. „Hoor je de koekoek?” De houten toren ziet uit over meer en minder aangetaste blauwgraslanden; over de feeërieke hoog- en laagveenbossen waar je naast het vlonderpad tussen de enigszins griezelige elzen, berken en wilgen tot je enkels in het veen zakt; en over de veenmosrietlanden, met onder meer wateraardbei en zonnedauw, waar je verend als over een matras overheen wandelt, althans in de delen waar het land niet is overwoekerd door riet en door bomen.
Net als directeur Revis van Staatsbosbeheer is Bakker verheugd over de vermoedelijke extra gelden voor natuurbeheer, waarmee het riet, de bomen en ook de gewone grassen kunnen worden weggehouden. „Het riet laten we regelmatig maaien, dat verkopen de rietsnijders als dakbedekking. De verbossing neemt steeds sneller toe, door een mix van stikstof en verdroging. De bomen moeten we eruit trekken, soms met dure machines, vaak via het water. Het is een kostbare zaak. We leggen er geld op toe.”
Nationaal Park de Alde Feanen is 2.500 hectare groot.
De natuurorganisaties zeggen vrijwel allemaal begrip te hebben voor de lastige situatie waarin boeren zich bevinden. Directeur Revis van Staatsbosbeheer: „Ons is door het kabinet expliciet gevraagd het contact met boeren te intensiveren. We krijgen een extra impuls om meer met onze buren samen te werken, verschillen te overbruggen en te laten zien dat je er samen heel goed uit kan komen.”
Benieuwd is Fryske Gea-directeur Chris Bakker naar de „puzzel” die het komende half jaar zal moeten worden gelegd om de stikstofarme zone van vijfhonderd meter rondom De Alde Feanen in te richten. Liever dan het aanwijzen van zo’n „rigide” zone hoopt hij eigenlijk op het succes van „gebiedsprocessen” die hier al waren voorbereid. „Als je dat slim doet, haal je daarmee tegelijk de stikstofdoelen.” In die plannen werken boeren, overheden en natuurorganisaties samen om het waterpeil in de omgeving te verhogen, ter bescherming van het veen. Bakker: „Niet iedere boer is hetzelfde. Voor boeren die, heel begrijpelijk, een hoge productie willen draaien, zal elders een goede plek moeten worden gevonden. Met de grond die je daarmee verwerft, kunnen boeren aan de slag die iets met recreatie willen doen, of die van agrarisch natuurbeheer houden. Kijk, ook wij willen dat het met onze buren goed gaat. De kans om dat goed te regelen is nu.”