Akkoord Israël-Libanon Het ‘raamwerkakkoord’ dat Israël vrijdag sloot met Libanon stuit daar op verbaasde en boze reacties. Hoewel een enkele Amerika-gezinde politieke partij het prees als een overwinning voor het land, is het moeilijk om te zien wat Libanon bij de afspraken wint. De door Iran gesteunde gewapende groep Hezbollah spreekt van „overgave”.
Israëlisch militair voertuig bij beschadigd gebouw in Zuid-Libanon met daarop een Israëlische vlag, 27 juni.
De overeenkomst moet als eerste opstap dienen naar verdere onderhandelingen over de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon en de eis dat de Libanese autoriteiten de ontwapening van Hezbollah afdwingen.
Hezbollah, de door Iran gesteunde gewapende groep en politieke partij die in Zuid-Libanon strijd levert met Israël, zat bij de onderhandelingen niet aan tafel en wees het akkoord dit weekend resoluut af. Hezbollah-leider Naim Qassem noemde het al „ongeldig” en een „overgave”. Dit maakt de kans klein dat het akkoord ook tot een werkelijke verandering op de grond zullen leiden.
Maar niet alleen Hezbollah is kritisch. Parlementslid Halime Kaakour noemde de voorwaarden „een ernstige en gevaarlijke fout”, en anderen uitten kritiek op passages die wijzen op mogelijke normalisatie tussen de twee landen.
Zoals bij eerdere overeenkomsten tussen de twee landen, lijkt ook dit raamwerkakkoord weinig voordelig te zijn voor Libanon. Sterker, Libanon doet meer concessies dan het ooit eerder deed. „Israël heeft groen licht om op Libanees grondgebied te blijven totdat aan voorwaarden wordt voldaan die Israël grotendeels bepaalt”, reageerde de Brits-Israëlische politiek commentator en voormalig onderhandelaar Daniel Levy in een interview met een Libanese podcastmaker. „De Libanese regering scoort hier een ongeëvenaard groot eigen doelpunt.”
Tegenover Israël, met vrijwel onvoorwaardelijke militaire en politieke steun van de VS, heeft Libanon een zeer zwakke onderhandelingspositie. Het leger is vrijwel geheel afhankelijk van steun uit de VS, Europa en de Golflanden, de economie ligt in puin en zo’n miljoen mensen hebben de afgelopen twee jaar meerdere malen moeten vluchten. Het land heeft vrijwel geen andere drukmiddelen dan het verzet van Hezbollah, iets waar een deel van het land en de autoriteiten die premier Nawaf Salam vertegenwoordigt, zich niet achter willen scharen.
Premier Salam probeerde afgelopen weken te benadrukken dat alleen de Libanese staat namens het land onderhandelt, zonder inmenging of hulp van „buiten”. Hij doelde daarmee vooral op Iran.
Paradoxaal genoeg ondermijnen de afspraken van vrijdag echter de veel voordeliger Libanon-clausule uit de deal tussen de VS en Iran van 17 juni. Daarin had Iran juist weten af te dwingen dat er een „direct en permanent einde aan de militaire operaties op alle fronten, inclusief Libanon” zou komen, en dat de VS en zijn bondgenoten „de territoriale integriteit en soevereiniteit van Libanon” zouden waarborgen. Het recente akkoord stelt echter opnieuw de ontwapening van Hezbollah als voorwaarde voor de „herplaatsing” van Israëlische troepen van Libanees grondgebied.
Ook de een-na-laatste clausule, die spreekt over „het staken van alle vijandige of nadelige acties in internationale politieke of juridische fora”, is controversieel. Het komt erop neer dat Libanon geen klachten tegen Israël, zoals bij internationale gerechtshoven, de VN Veiligheidsraad of Mensenrechtenraad, indient of voortzet. Ook steun voor een VN-resolutie die Israël bekritiseert of meewerken aan een internationaal onderzoek naar vermeende Israëlische misdrijven zou daar onder kunnen vallen.
Gezien de Israëlische aanvallen op civiele infrastructuur, burgers, hulpverleners en journalisten in de afgelopen jaren, wordt dit als bijzonder pijnlijk en vernederend gezien in Libanon. Sommigen spreken hun verbijstering uit dat juist Salam rechter was bij het Internationaal Gerechtshof, en zelfs de zaak van Zuid-Afrika over de genocide in Gaza voorzat. „Het bloed van mijn familieleden, vrienden, collega’s en elke inwoner van het zuiden is niet van [president] Joseph Aoun, noch van Nawaf Salam”, zo schreef de Libanese journaliste Nada Ayoub op X. „Het recht om te vervolgen hebben we rechtmatig verworven en niemand kan het zomaar opgeven.”