Archeologie Aan de Slag bij Ane (1227) hebben Groningen en Drenthe veel autonomie te danken. Een groot ridderleger werd toen verslagen door de heer van Coevorden. Maar het slagveld zou wel eens bij Holthone kunnen liggen. Archeologen, amateurs én veteranen doen er nu gezamenlijk onderzoek.
Opgravingen op het landgoed De Groote Scheere, het gebied waar de slag van Ane heeft plaatsgevonden.
Is dit dan de plek waar in 1227 de Slag bij Ane plaatsvond? Over een grasveld op de grens van Overijssel en Drenthe loopt nu een bont gezelschap rond. Archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn samen met oorlogsveteranen en met amateurs met metaaldetectoren op zoek naar sporen van de veldslag waarbij een klein leger van Drentenaren onder leiding van Rudolf van Coevorden een groot leger van de bisschop van Utrecht in de pan hakte. „Dit archeologisch onderzoek heeft niet alleen een wetenschappelijk, maar ook een maatschappelijk belang”, vertelt Jan van Doesburg. Hij is senior archeoloog middeleeuwen en Nieuwe Tijd van de RCE. „Het archeologische veldwerk geeft veteranen met PTSS het gevoel dat ze nuttig werk doen. Tegelijkertijd maken wij gebruik van hun militaire kennis.”
Van Doesburg vindt dat archeologie van en voor de samenleving is. „En dus moeten we archeologie ook voor maatschappelijke vraagstukken inzetten.” Zo was hij één van de personen die het mogelijk maakte dat islamitische Molukkers resten van hun voormalige woonoord Wyldemerck in Friesland hielpen opgraven. En dit is al de derde keer dat hij met oorlogsveteranen een historisch slagveld onderzoekt. „Bij Gennep hebben we twee keer onderzoek gedaan naar gevechten uit de Tachtigjarige Oorlog en de Tweede Wereldoorlog.”
Archeoloog Jan van Doesburg met een medewerker.
Die opgravingen waren weer een gevolg van een Brits initiatief, Waterloo Uncovered, dat al sinds 2015 archeologen en oorlogsveteranen met geestelijke en lichamelijke wonden samenbrengt om het terrein van de Slag bij Waterloo (1815) te onderzoeken. Nederlandse veteranen die een vergelijkbaar archeologisch project in Nederland wilden, hebben de Stichting Recovery on Battlefield opgericht en contact gezocht met de RCE om hen te helpen.
Het was na Gennep even zoeken naar een geschikt slagveld. Uiteindelijk viel de keuze op de Slag bij Ane, die landelijk niet erg bekend is maar volgens Van Doesburg wel van groot belang is geweest. „Het politieke systeem in Drenthe is na die slag onder druk komen te staan.”
Drenthe was in de dertiende eeuw onderdeel van het Oversticht en bezit van de bisschop van Utrecht. Rudolf van Coevorden was er namens de Utrechtes bisschop Otto II van Lippe de regionale heer. Rudolf maakte van het gebied zo zeer een eigen machtscentrum dat de bisschop met een leger van 5.000 man tegen hem ten strijde trok. Van Coevorden kon daar slechts een leger van zo’n 1.500 lokale heren en Drentse boeren tegenover stellen. Toch wonnen ze de slag, nadat Otto en zijn geharnaste ridders te paard in het moerassige veengebied ten zuiden van Coevorden in een hinderlaag waren gelokt. Otto en zeker 400 ridders werden gedood.
Otto’s opvolger voerde daarop enkele strafexpedities uit. Met Rudolf eindigde het slecht. Onder valse voorwendselen werd hij naar vredesbesprekingen gelokt, gevangen genomen en onthoofd. Toch lukte het de nieuwe bisschop niet om de oude toestand te herstellen. In 1234 kwam er een bestand, waarbij de bisschop formeel zijn rechten hield, maar Drenthe en Groningen een aanzienlijke vorm van autonomie behielden.
Tot nu toe is naar het strijdtoneel weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan, vertelt Van Doesburg. „Mensen uit de regio, verenigd in de Stichting Overstichtse Oorlogen, zijn wel al jaren op zoek naar de locatie van de slag. Op basis van eerdere vondsten zijn we nu in dit veld bezig. Waarschijnlijk is er geen echte frontale veldslag geweest, maar een soort guerrillagevecht.”
Twee veteranen staan bij een kleine opgravingsput die ze net hebben gegraven en getekend. „De omgang met lotgenoten die aan één blik genoeg hebben, en de veilige omgeving zorgen ervoor dat ik nu voorbij mijn voordeur kom”, vertelt Tim Driessen. Met 37 jaar is hij de jongste van de veteranen. „De archeologische handelingen geven me rust en ruimte in mijn hoofd die ik thuis niet vind.” Hij heeft PTSS sinds een missie naar Afghanistan in 2009. Zijn putgenoot is de 78-jarige Wim Dijkema, de oudste deelnemer. In 1995 was Dijkema de voorlichter van Dutchbat III in Srebrenica die alles filmde. „Archeologie was vroeger alleen een woord. Sinds ik heb meegedaan aan Waterloo Uncovered heb ik er feeling mee gekregen. Het is geen therapie, maar het werkt wel therapeutisch.”
Helaas. Metaaldetectieonderzoek had uitgewezen dat op de plek waar de twee veteranen hebben gegraven mogelijk een object van ijzer, bijvoorbeeld een zwaard of een hoefijzer, zou kunnen liggen, maar de put blijkt alleen harde grond en een brok moerasijzererts te bevatten. „Verderop zit het veen echter zo aan het oppervlak dat m’n schoen er zo ingezogen werd”, vertelt Driessen. „Ik kon me meteen voorstellen hoe de ridders van de bisschop hier weggezakt zijn.”
Na vijf dagen graven is de oogst een ijzeren piek en stukken van hoefijzers. En musketkogels die ooit zijn afgevuurd bij schermutselingen uit een heel andere strijd – de Tachtigjarige Oorlog, Toch gaat Van Doesburg er nog steeds van uit dat de slag zich deels in het onderzochte veld heeft afgespeeld.
Dat ligt echter binnen de grenzen van het buurtschap Holthone en niet in het zuidelijker gelegen Ane waarnaar de slag is vernoemd en waar in 1967 een monument is onthuld. Die conclusie kan voor lokale commotie zorgen. In een ruimte waar de vondsten worden onderzocht staat al een kar in aanbouw voor de optocht tijdens het aankomende dorpsfeest van Holthone. Het opschrift luidt: DE SLAG BIJ ANE HOLTHONE.