Breedtesport Vanwege het beëindigen van het Nationaal Sportakkoord en de afbouw van een veelgebruikte subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties verkeren veel verenigingen in onzekerheid. Deze dinsdag debatteert de Tweede Kamer over het sportbeleid. „Juist nu investeringen het hardst nodig zijn, wordt er bezuinigd.”
Deelnemer Corinne op de nieuwe ‘fietsen’ van atletiekvereniging ASV Eibergen, aangeschaft met subsidie uit het Sportakkoord.
Zeven volle werkdagen had de penningmeester van tennispark Startbaan Amstelveen nodig gehad om alle administratie voor te bereiden. Stipt om 09.00 uur zat hij klaar, op 5 januari dit jaar, om de aanvraag voor de BOSA-subsidie in te dienen. Zo snel als hij kon, drukte de penningmeester op alle knoppen. Maar hij was niet snel genoeg en kwam ergens achteraan terecht in de wachtrij die inmiddels was ontstaan.
Ook de boekhouder van atletiekvereniging ASV Eibergen zat ruim op tijd klaar. Uren was hij ermee bezig geweest, alle bonnetjes uitwerken en invoeren. Maar toen het loket eenmaal opende, lag het systeem plat. Na anderhalf uur wachten klapte hij zijn laptop maar dicht, om het aan het eind van de middag nog eens te proberen. Toen bleek de pot leeg en het portaal gesloten. Het totale beschikbare bedrag van 43 miljoen euro was binnen een paar uur met 155 procent overschreden door de vele aanvragen (109 miljoen euro aan aanvragen in totaal).
De BOSA (stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties) is een subsidieregeling waarmee sportverenigingen 20 procent van hun kosten vergoed kunnen krijgen. Het door drukte vastgelopen systeem en de snelle overschrijding van het budget begin dit jaar legt een pijnpunt in de sportsector bloot: het gat tussen de beschikbaar gestelde middelen vanuit de overheid en de behoefte bij sportverenigingen.
Voor het tennispark in Amstelveen betekent geen subsidie onder meer dat de verduurzaming van het pand stil komt te staan, zegt directeur Cees van der Togt. Voor de atletiekvereniging in Eibergen betekent het bijvoorbeeld geen nieuwe kussens voor de hoogspringbak. „De oude zijn versleten, maar nieuwe kosten duizenden euro’s per stuk”, zegt bestuurder en trainer Peter Oude Hilbert.
Veel sportaccommodaties zijn gebouwd in de jaren zeventig en daarom hard aan renovatie of nieuwbouw toe, maar die verhoogde nood valt samen met bezuinigingen. De BOSA wordt de komende jaren verder afgebouwd; een erfenis van het kabinet-Schoof, dat een bezuinigingsmaatregel van 250 miljoen euro op sportsubsidies invoerde. In 2023 was er nog zo’n 80 miljoen euro beschikbaar voor de BOSA, dit jaar was dat 43 miljoen en vanaf 2028 is dat nog 20 miljoen.
Het huidige kabinet is volgens het regeerakkoord voornemens structureel 50 miljoen euro in sport te investeren, „bijvoorbeeld door het budget van de BOSA te verhogen”. Hoe en wanneer dat zal gebeuren, is nog niet duidelijk. Wel werd eerder dit jaar bekend dat er geen nieuw Sportakkoord komt nadat het huidige akkoord eind dit jaar afloopt. Via de Sportakkoorden I en II werd sinds 2018 jaarlijks 16,5 miljoen euro voor de breedtesport (amateursport) uitgetrokken. Ongeveer de helft daarvan blijft beschikbaar voor de sector. De jaarlijkse 10 miljoen voor lokale sportakkoorden vervalt.
Deze dinsdag debatteert de Tweede Kamer over het sportbeleid, waarbij het onder meer over de BOSA en het Sportakkoord zal gaan. Ook zullen de contouren van een Sport- en Beweegwet besproken worden.
Eerder dit jaar publiceerde adviesbureau Berenschot een evaluatie van het Sportakkoord. Daarin concluderen de onderzoekers dat het akkoord heeft bijgedragen aan „een inclusieve, veilige en positieve sportcultuur”, maar óók dat „continuïteit van inspanningen niet overal gegarandeerd” is. Er zijn nuttige netwerken en samenwerkingsverbanden opgezet om de breedtesport toegankelijker te maken, maar zonder structurele financiering zijn die kwetsbaar.
Tegelijkertijd blijkt uit het rapport Niemand aan de zijlijn, van de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid en Sport, dat de kansenongelijkheid op het gebied van sport en bewegen ondanks lokale en landelijke initiatieven onvoldoende verminderd is. Dat komt deels omdat er „te veel tijd en geld naar overleg gaat”, zegt Tweede Kamerlid en sportwoordvoerder Mohammed Mohandis (PRO), en omdat de financiering vaak op projectbasis is.
Mohandis hoopt dat een sportwet structurele financiering voor de sector kan waarborgen. „De cultuursector heeft al een wettelijke basis, een bibliotheek wordt als essentiële voorziening in een gemeente gezien. Zo moeten we ook naar sportverenigingen en zwembaden gaan kijken.” Dat zegt ook Tweede Kamerlid Inge van Dijk, sportwoordvoerder bij het CDA. „Er komen mooie initiatieven uit het Sportakkoord, maar die hebben vaak een korte horizon. Het aanpakken van kansenongelijkheid in bewegen en sport moet breed verankerd worden in beleid.” Want dat was een van de pijlers van het Sportakkoord: sport inclusiever en toegankelijker maken.
Een van de plekken waar dat lukt, is bij ASV Eibergen in de Achterhoek. De atletiekvereniging heeft net nieuwe ‘fietsen’ – om mee te lopen. Geen echte fietsen, maar frames op wielen met een zadel om mee te framerunnen: hardlopen voor wie daar een steuntje bij nodig heeft. Zoals Corinne, die een verstandelijke beperking heeft waardoor ze nog weleens ten val komt tijdens het hardlopen. Deze woensdagavond in juni probeert ze de ‘fiets’ voor het eerst uit. „Ik hoorde dat ze veel geld hebben gekost. Dus ik ga maar snel lopen. Ajuus!”
Trainer Nicolette Scharenborg draaft al rustig over de atletiekbaan, met zo’n tien deelnemers in haar spoor. Elke woensdag traint ze het groepje volwassenen met een verstandelijke beperking. De fietsen hebben inderdaad een hoop geld gekost, maar met subsidie uit het Sportakkoord kon de vereniging ze toch aanschaffen, vertelt Scharenborg. „Ik ga nog niet zo snel, maar het voelt veel stabieler”, zegt Corinne na haar eerste rondje. Ook voor Marjon zijn de frames een aanwinst. Zij heeft epilepsie en hardlopen kan een aanval triggeren, terwijl ze dat juist zo graag doet. Zolang ze op het zadel zit en het frame kan vasthouden, valt ze tijdens een aanval niet om.
Annie Harmsen, voorzitter van de stuurgroep van een lokaal sportakkoord uit de Achterhoek dat onder de paraplu van het Nationaal Sportakkoord valt, vreest dat „het verenigingsleven onder druk komt te staan” door de bezuinigingen op sport. Het Sportakkoord geeft volgens haar „net het financiële zetje” om sport toegankelijk te maken voor doelgroepen bij wie dat niet vanzelfsprekend is. Niet alleen door aanschaf van materialen, maar ook door mensen op te leiden en netwerken te creëren waarin expertise binnen een regio gedeeld kan worden.
Zo is er in de Achterhoek het regionale sportakkoord ‘Achterhoek in Beweging’, dat lokale initiatieven uit tien gemeenten samenbrengt „om van elkaars kennis en ervaring te leren”, vertelt projectmanager Suzanne Spexgoor. Dat heeft volgens haar bijgedragen aan een „inclusiever sport- en beweeglandschap”, waaronder meer mogelijkheden om G-sport (sporten voor mensen met een beperking) te beoefenen, in de Achterhoek.
Want niet iedereen kan deze atleten begeleiden, zegt trainer Scharenborg. „Je kan niet te veel vragen van deelnemers, dat kan een spasme of spanningsaanval opwekken. Je moet dus weten hoe je een veilige training opstelt én wat je moet doen als het toch fout gaat.”
Jeroen, de man van Corinne en ook deel van de G-groep, loopt net als zijn vrouw al ruim twintig jaar rond op de atletiekvereniging. Hij rent een paar rondjes meer dan de rest van de groep: „Ik ben me als langeafstandsloper aan het ontwikkelen.” Het mooie, vindt hij, is dat bij ASV Eibergen „de G-sporters en de valide sporters op dezelfde plek trainen”. Zo kom je elkaar nog eens tegen, waar dat in het dagelijks leven minder gauw gebeurt. Iedereen weet van Jeroens langeafstandsambities, ook buiten het G-groepje. „Als ik een wedstrijd heb gelopen, willen de andere atleten allemaal m’n medaille zien.”
V.l.n.r.: trainer Nicolette Scharenborg, haar assistent (en dochter), een begeleider, deelnemer Corinne en deelnemer Jeroen tijdens een training in juni.
Verschillende gemeenten en sportorganisaties vrezen dat dit soort initiatieven onder druk komen te staan zonder het geld uit het Sportakkoord. Guido Davio, directeur breedtesport bij sportkoepel NOC-NSF, deelt die zorgen. Dat naar een nieuwe vorm van financiering gekeken wordt, juicht hij toe, „want nu was er telkens financiering voor een paar jaar en konden we daarna opnieuw beginnen”. Maar dat er minder geld beschikbaar wordt gesteld, betekent volgens hem dat de sector simpelweg „veel minder mensen kan opleiden en minder programma’s kan draaien voor mensen met grotere afstand tot sport en bewegen”.
Het geld vanuit de sportakkoorden – nationaal en landelijk – was volgens Davio „het smeermiddel om partijen bij elkaar te brengen”. Met een lager budget kan kennis wel behouden blijven maar wordt de uitvoering lastiger, zegt hij. „We hebben nu mensen in huis die bijvoorbeeld verstand hebben van hoe je jongeren in wijken met een lage sociaaleconomische status het best bereikt. Maar we hebben niet meer de middelen om dat vervolgens uit te voeren, om een geschikt iemand te vinden om die wijk in te gaan.”
Sportverenigingen in Nederland staan er „nog net goed genoeg voor” om te blijven draaien, zegt Dick Zeegers, directeur van Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). „Dat klinkt positief, maar het betekent dat bezuinigingen grote gevolgen hebben.” SWS ondersteunt sportverenigingen bij het verkrijgen van financiering en heeft zodoende inzicht in de financiën van een groot deel van de sportverenigingen in Nederland.
Zeegers vindt het „gek” dat op zowel de BOSA als het Sportakkoord wordt bezuinigd in tijden waarin veel verenigingen juist zouden moeten investeren. Vooral de grillen van de BOSA bemoeilijken dat. „Voorheen kon je als club op die subsidie rekenen: het potje was pas aan het eind van het jaar leeg. Nu is het budget verlaagd terwijl juist méér verenigingen subsidie aanvragen en voor hogere bedragen. Als bestuurder heb je geen idee of je die subsidie wel of niet toegekend krijgt.”
De BOSA-regeling werd in 2019 ingevoerd ter compensatie van het vervallen van een btw-teruggaafregeling voor sportclubs. „Maar door de kortingen op de BOSA sta je er als sportvereniging nu een stuk slechter voor dan vóór 2019”, zegt Zeegers. Hij ziet veel urgente projecten stilstaan vanwege onzekerheid rondom de subsidie, met „lekkende kleedkamers, versleten velden en hoge energierekeningen” als gevolg.
Ook voor tennispark Startbaan Amstelveen zijn alle investeringen onzeker waarbij een beroep op de BOSA gedaan zou worden, zegt directeur Van der Togt. Dat gaat bijvoorbeeld om nieuwe dakbedekking. „Dit dak zit er al ruim 25 jaar op en is dus aan vervanging toe. Als je daar te lang mee wacht, gaat het lekken.”
Van der Togt hoopt vooral dat met een sportwet „dat kleuterige gedrang voor een subsidieaanvraag” voorbij is. De tennisvereniging had nog een tweede aanvraag gedaan, naast de mislukte poging van de penningmeester voor het verduurzamen van het pand, voor een nieuwe blaashal (overdekking van twee tennisbanen). Het bedrijf dat die hal zou leveren, deed ook de aanvraag. Mét succes. „Zij waren met z’n zevenen op kantoor achter zeven computers een uur lang alleen maar gaan refreshen.” Van der Togt was blij dat het bedrijf de subsidie voor de vereniging wist binnen te harken. „Maar dat is toch verschrikkelijk, dat je met dat soort trucs je subsidie moet ‘winnen’?”
Bovendien was de blijdschap niet van lange duur: vanwege de systeemstoring besloot het ministerie de subsidie via een loting toe te wijzen in plaats van op volgorde van binnenkomst. „Nu weten we nog niet of we op onze subsidie kunnen rekenen.” In totaal gaat het bij Startbaan Amstelveen om 130.000 euro aan vergoedingen. Atletiekvereniging ASV Eibergen loopt mogelijk 18.000 euro aan subsidie mis door „de roulette van het Rijk”, zoals trainer en bestuurder Oude Hilbert het noemt.
Waar de sector behoefte aan heeft, zegt Van der Togt, is betrouwbare, structurele financiering, „en vooral een hoger budget. Anders blijft het de één tegen de ander.”
G-sport bij atletiekvereniging ASV Eibergen