Defensie wil over vijf jaar meer dan de helft van haar militaire taken uitvoeren met onbemande systemen. Dat staat in de nieuwe Defensienota "Samen Voorwaarts", die vanmiddag is gepresenteerd door minister Yeşilgöz en staatssecretaris Boswijk. De krijgsmacht trekt de komende jaren veel geld uit voor zowel onbemande technologie als bescherming daartegen.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne speelt een belangrijke rol in deze koerswijziging. Bij dat conflict worden op grote schaal drones en andere onbemande systemen ingezet. Volgens de bewindspersonen laat die praktijk zien dat het te duur en inefficiënt is om dure Patriot-luchtafweerraketten te gebruiken tegen goedkope drones, en zijn er dus goedkopere en flexibelere wapens nodig.
Een van de speerpunten is de oprichting van een ontwikkellab voor zogeheten counterdronecapaciteit, samen met de Nederlandse defensie-industrie. In dat lab moeten systemen worden ontwikkeld waarmee drones andere drones kunnen opsporen en uitschakelen. Daarnaast reserveert Defensie geld voor kortcyclische innovaties, zodat sneller kan worden ingespeeld op nieuwe technologische ontwikkelingen op het slagveld.
Alle krijgsmachtonderdelen krijgen te maken met onbemande systemen. De landmacht werkt aan een gelaagd pakket van drones, middelen tegen drones en elektronische oorlogsvoering. De marine bereidt de komst voor van relatief eenvoudige schepen met een minimale bemanning of volledig onbemand, terwijl nog niet bekend is welke specifieke onbemande middelen de luchtmacht gaat gebruiken.
Ondanks de focus op digitalisering en onbemande systemen, blijft Defensie ook investeren in traditionele wapens. Marineschepen worden uitgerust met extra zelfverdedigingscapaciteit en er komen meer NH90-helikopters bij de vloot. Volgens de nota moet de combinatie van klassieke en nieuwe middelen de krijgsmacht beter voorbereiden op toekomstige conflicten.
Ter illustratie (Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)
Source: Fok frontpage