Wetsvoorstel Het kabinet wil dwingende controle en psychisch geweld strafbaar stellen. Daartoe werd deze maandag een conceptwet bekendgemaakt. Cruciaal is „kennisbevordering” bij politie, justitie en hulpverlening. „Professionals zijn onvoldoende bekend met de kenmerken van psychisch geweld.”
David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD), staat de pers te woord na het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer.
Dreigen met zelfmoord. Zeggen dat je de hond iets aandoet. Slaan tegen de muren. Gooien met spullen. De bankrekening van je partner controleren. Het paspoort afpakken. Een tracker onder de auto plaatsen en camera’s in huis. Dicteren welke kleding iemand mag dragen en hoelang iemand mag slapen. Over je eigen gezondheid liegen, zodat je partner minder gaat werken. Via gaslighting zorgen dat je partner aan het eigen verstand en geheugen gaat twijfelen. Kwaadspreken over familie en vrienden, zodat iemand afstand neemt en steeds verder geïsoleerd raakt.
Voorzien van een lange lijst voorbeelden presenteerde minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) maandag een conceptwet die psychisch geweld en dwingende controle strafbaar moet stellen.
Daarmee trekt Nederland een been bij in de aanpak van huiselijk en ander geweld tegen vrouwen. Vanuit de Raad van Europa klinkt al jaren de kritiek dat Nederland geen strafbaarstellingen voor psychisch geweld kent en onvoldoende doet om geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Hoewel het wetsvoorstel maandag pas in consultatie ging – om reacties te verzamelen – worden de contouren zichtbaar van de veel strengere aanpak zoals die al in het coalitieakkoord werd beloofd.
In tegenstelling tot eerdere wetsvoorstellen die niet veel verder kwamen dan onwenselijk gedrag strafbaar stellen (bijvoorbeeld seksuele straatintimidatie) of de strafmaat verhogen (zoals die van drugsdelicten), lijkt het kabinet zich nu wel bewust dat een wetswijziging alleen onvoldoende effect sorteert.
Dwingende controle wordt strafbaar gesteld met een fors maximum van vijf jaar en vier maanden cel. Tegelijkertijd wordt in de toelichting bij de wet veel aandacht besteed aan de cultuur- en kennisomslag die nodig is onder politieagenten, officieren van justitie, rechters, instanties zoals de Raad voor de Kinderbescherming en hulpverleners zoals Veilig Thuis. Het kabinet constateert dat professionals „nog onvoldoende bekend zijn met de kenmerken van psychisch geweld” en dat dit „gebrek aan deskundigheid” slachtoffers benadeelt.
Zo worden hun problemen te vaak weggezet als ‘relatieproblemen’. Niet zelden worden slachtoffer en dader bijvoorbeeld aangespoord om een bemiddelingstraject te doorlopen. Slachtoffers worden dan gedwongen tot omgang met de dader – die vaak gezamenlijk gezag over de kinderen uitoefenen.
Vandaar dat het kabinet ook werkt aan „kennisbevordering” bij betrokken instanties, zodat die slachtoffers en getuigen beter bejegenen, meldingen beter oppakken en hun beschermingsmaatregelen verbeteren. Daarmee toont het kabinet dat het niet doof is voor recente kritiek van wetenschappers en familierechtadvocaten die slachtoffers bijstaan en stellen dat hun cliënten te vaak door instanties en de rechtspraak in de steek worden gelaten.
Ter inspiratie voor betere dossiervorming, om psychisch geweld en dwingende controle effectiever te kunnen bewijzen, somt het kabinet een lange – van het Verenigd Koninkrijk overgenomen – lijst met potentieel bewijs op. Die varieert van screenshots van beledigende berichten en getuigenverklaringen van familie en vrienden tot dagboeken en foto’s van ingetrapte deuren.
Dwingende controle is een zwaardere variant van psychische controle. In de nieuwe wet is daarvan sprake als iemand een ander stelselmatig vernedert, bang maakt of vrijheid beperkt als machtsuitoefening. In 2024 telde Nederland ruim 870.000 mannelijke en vrouwelijke slachtoffers van psychisch geweld en bijna 200.000 van dwingende controle, stelt het kabinet op basis van CBS- en WODC-onderzoek onder 25.000 respondenten.
Slechts een klein – in het wetsvoorstel niet nader gespecificeerd – deel van hen doet ook daadwerkelijk een melding of aangifte. Dit terwijl een deel van de slachtoffers ook op grond van de strafbare feiten dwang, belaging en mishandeling naar voren zou kunnen stappen.
Met het wetsvoorstel hoopt het kabinet ook bij te dragen aan verdere bewustwording bij slachtoffers. Volgens Van Weel komt het niet alleen door schaamte en angst dat zij niet naar voren stappen: „Slachtoffers van dwingende controle en psychische mishandeling beseffen in veel gevallen niet dat ze slachtoffer zijn, onder meer omdat hun normkader is aangetast.”