Home

Het ’top of flop’-risico van het Holland Festival is te groot. Was het maar minder waterig, dan zou je er een toffe tijd beleven

Holland Festival terugblik Het Holland Festival zou het grootste en meest toonaangevende festival voor podiumkunsten moeten zijn. Klassieke muziek-redacteur Rahul Gandolahage was Holland Festival-sceptisch en bezocht juist daarom afgelopen maand vijftien voorstellingen. Hij maakt de balans op. Wat heeft het festival nu te zeggen?

Een rij bij het Concertgebouw voor de kaartverkoop van het Holland Festival in 1975.

Ik heb weinig goede ervaringen op het Holland Festival. Sinds ik het bestaan ervan in 2019 ontdekte, ga ik elk jaar naar een paar voorstellingen. Het is niet dat ik me er geen één kan herinneren, maar toch… De hier-gebeurt-het-sfeer die altijd rond dat Amsterdamse junifestival voor podiumkunsten hangt, zorgde ervoor dat ik ieder jaar met te hoge verwachtingen ging. Want meestal gebeurde er weinig memorabels.

In mijn bubbel – vrienden en familie, allen tussen de 20 en 70 jaar – gaat zelden tot nooit iemand naar een voorstelling in het Holland Festival. Ik, 31 jaar, heb dat de laatste weken eens rondgevraagd. De meeste twintigers en dertigers in mijn omgeving, overwegend Amsterdamse cultuurliefhebbers, konden niet uitleggen wat het Holland Festival is, of ze hadden er zelfs nog nooit van gehoord. Eén, een schrijfster, dacht dat ‘Holland’ festival iets voor toeristen was. Een collega verwoordde: „Ik heb het gevoel dat ik er iets mee moet, maar ik heb geen idee wat.”

Ook ik leerde het Holland Festival pas kennen toen ik bij NRC ging werken. Toen had ik er zes jaar muziekwetenschap in Amsterdam op zitten. Maar na meerdere teleurstellingen ging ik al snel liever naar oper-a, theater en muziekfestivals als O. in Rotterdam: ook experimenteel, maar minder internationaal, kleiner, jonger, goedkoper, bereikbaarder en verwelkomender.

In plaats van toe te geven aan mijn afnemende motivatie besloot ik het dit jaar om te draaien: deze maand ging ik het Holland Festival leren waarderen. Actieplan: ik propte mijn hele juni vol met Holland Festival voorstellingen. Veelal in mijn lievelingshoekje muziek, maar ook eens wat theater en dans. Er pasten vijftien programma’s in mijn agenda: twaalf voorstellingen, twee workshops en een installatie – samen goed voor een kleine helft van de in totaal dertig voorstellingen en een klein deel van de acht workshops, signeersessies en ‘meet-the-artists’.

Wat is het Holland Festival?

Het Holland Festival is het grootste, best gesubsidieerde festival van Nederland, gericht op avant-garde podiumkunsten van internationale kunstenaars. Het vindt plaats in verschillende zalen in Amsterdam, maar het festival wil voor heel Nederland dé kans zijn om internationale topkunstenaars in eigen land te kunnen bewonderen. Het festival begrootte voor 2026 een budget van 8,2 miljoen euro, waarvan 5,8 miljoen euro uit subsidie komt.

Nostalgische cultuurliefhebbers mijmeren nog weleens over de goede jaren 50 en 60, toen grote namen naar Nederland werden gehaald. Benjamin Britten, Kathleen Ferrier, Maria Callas. Toentertijd was het Holland Festival ook daadwerkelijk een festival in Holland, met ook programma’s in Den Haag en Rotterdam. Dit jaar speelde één voorstelling, A Possibility, ook tweemaal in Heerlen.

Wellicht de laatste gigaproductie die echt een buzz veroorzaakte was Aus Licht in 2019, nog geprogrammeerd door oud-festivaldirecteur Pierre Audi. In de Amsterdamse Gashouder werden delen uit de enorme LICHT-cyclus van Karlheinz Stockhausen uitgevoerd, inclusief zijn beroemde Helikopter-Strijkkwartet voor vier strijkers in vier helikopters.

Dit jaar kreeg het Holland Festival een kleine 6 miljoen euro subsidie, deels landelijk en deels van de gemeente Amsterdam. Goed om te weten: dat is zowel veel als weinig geld. Het is ruim drie keer zo veel als het Nederlandse podiumkunstfestival dat qua subsidiëring op de tweede plek staat (Festival Oude Muziek in Utrecht). Maar kijk je naar internationale festivals waarmee het Holland Festival zich meet, bijvoorbeeld de podiumkunstenfestivals van Avignon, Edinburgh, Wenen en de Ruhrtriennale, dan is het Holland Festival het kindje in lompen: de rest van die klas krijgen zo’n beetje het dubbele tot het vijfdubbele publieke budget.

Een overzicht van het programma in tops, de middenmoot en flops.

De tops

Vier weken en vijftien programma’s later kan ik zeggen: ja, er waren voorstellingen die me echt nog een tijd bij zullen blijven. Met afstand bovenaan: Bilderschlachten van Stephanie Thiersch en Brigitta Muntendorf. Het laat zich lastig navertellen wat er gebeurde in die totaal absurde dansvoorstelling. Wat nog even een eentonige armen- en benenwerveling leek te blijven, ontaardde in een onnavolgbare choreografie met kleurrijke opblaaspakken en een schijnbaar doelloze maar door de machinale gedecideerdheid toch volkomen logisch aanvoelende bewegingssequentie. Ja, een geel wezen zonder armen beweegt nu diagonaal. Uiteraard staan er nu twee opblaasbessen een barokdans uit te voeren. Twee wezens met grote opblaashanden doen nu een klapdans, logisch. En natuurlijk is het van vitaal belang dat het oranje wezen met grote kegels als hoorns zijn hoofd heel precies door dat gat steekt.

Scène in ‘Bilderschlachten’, genomen bij een eerdere uitvoering.

Hierna verdwijnen de kleuren, maar volgt onder andere een even onnavolgbare poppige choreografie bij junglegeluiden. „Ich bin nicht keine Kiwi!” roept een van de dansers. Steeds zijn de serieuze gezichten even logisch als onbetamelijk grappig. Het Residentie Orkest speelt ondertussen puik de Musique pour les soupers du Roi Ubu van Bernd Alois Zimmermann; een aaneenschakeling van muziekcitaten die het goed doet als klassiekemuziekpubquiz. Een vriendelijke buurvrouw die meer dans kent dan ik, weet me te vertellen dat ook de choreografie vol citaten zit.

Bilderschlachten steekt boven de rest van de voorstellingen uit, omdat het wel een dieper idee als startpunt heeft gehad („de constante overprikkeling van het moderne leven”), maar het resultaat ook een op zichzelf staande vanzelfsprekendheid heeft gekregen. Herken je de diepere laag niet, dan is het nog steeds enorm boeiend.

Ook Sada (Echo) van de Egyptische ‘verhalenverzamelaar’ Ossama Helmy (Oz Oz), en theatervoorstelling Lacrima van Caroline Guiela Nguyen blijven me bij.

Sada (Echo) is één man, Ossama Helmy, achter een tafel met analoge geluidsapparatuur. Op een bandrecorder speelt hij een vijftig jaar oude bandopname af, waarop een onbekende, Arabisch sprekende man rouwt om zijn overleden vrouw. Dat deed hij door elke avond met zijn vrouw te ‘bellen’ en haar (de bandrecorder) alles te vertellen over zijn dag: hoe het met de kinderen gaat, hoe de buurman onverwacht langskwam, hoe de president is overleden, hoe lang hij bij haar graf is geweest. Af en toe breekt hij, jammerend dat hij niet zonder haar kan: hartverscheurend ontroerend. Helmy bouwt daaromheen een soundscape van Arabische liedjes en filosofische inzichten over verlies, zoals: „vergeten is de verbeelding oefenen de werkelijkheid te respecteren.”

Ossama Helmy (Oz Oz) in ‘Sada (Echo)’, genomen bij een eerdere uitvoering.

Lacrima is een theatervoorstelling over een kledingatelier dat de ultrageheime én ultragewichtige opdracht krijgt om de trouwjurk van ‘de Britse prinses’ te maken. Daarin komen thema’s als te hoge werkdruk en nog immer kolonialistische verhoudingen met kledingfabrieken in Azië aan bod. De extra verhaallijn van het atelierhoofd met een gewelddadige man en een moeilijke puberdochter is teleurstellend eendimensionaal, maar het geheel blijft meeslepend als een binge-waardige serie.

Ook Honor schaar ik nog net onder de tops, want hoe grappig is het gegeven dat je op een podiumkunstenfestival een anderhalf uur durend boeiend college krijgt over een wandtapijt. Het is jammer dat bedenkster Suzanne Bocanegra de presentatie niet zelf geeft, maar dat laat doen door een actrice, om er toch ’toneel’ van te maken. Daarmee is Honor een tableau vivant, wat – meta! – een van de hoofdthema’s is van het college; want ook het tapijt is een tableau vivant, maar dan de stille weergave daarvan. Wat is dan nog echt en wat niet, wil Bocanegra maar vragen. Alleen zit ze, nogal storend, zelf op het podium de spreektekst in een microfoon te mompelen, die via een zendertje in het oor van de collegegevende actrice Tanya Selvaratnam belandt. Dat hoorbare gesouffleer leidt nogal af.

Ik kan me goed vinden in de recensie van NRC-collega Eva Peek, die lovend en kritisch tegelijkertijd was over Simon Boccanegra van De Nationale Opera. Al kun je je afvragen hoezeer dat echt ‘Holland Festival’ was. Het label ‘Holland Festival’ is daar financieel, de productie is van het operahuis zelf. De multidisciplinaire voorstelling We Are The House van Tomoko Mukaiyama zag ik niet, maar werd wel goed beoordeeld door collega Joep Stapel. En theater-collega Ron Rijghard was enthousiast over A Trial – after An Enemy of the People.

Aantal programma’s in het groen: 5 van 15.

De middenmoot

Veel voorstellingen vallen in de categorie: ‘leuk als je toevallig in de buurt bent’. Ja, iets is er goed aan, maar het totaal is net niet indrukwekkend genoeg. De meeste drieballenrecensies die al in NRC verschenen vallen daaronder: Chernobyl, de live-uitvoering van Hildur Guðnadóttirs muziek bij de gelijknamige serie. De glitterige dansvoorstelling Mirage. Brecht’s First Play, een herinterpretatie van Bertolt Brechts Baal. Die voorstellingen zag ik niet zelf. A Possibility, een minimalistische licht-en-geluidsvoorstelling van Germaine Kruip, zag ik eerder wel al in Wenen en vond ik ook mild indrukwekkend.

Ook voor veel van wat ik deze weken zag, zou ik niet graag langer dan twintig minuten in de trein hebben gezeten. Salukat is een concert met het Indonesische gamelanensemble Gamelan Salukat, waarin met name het eerste werk voor alleen gamelan indrukwekkend is. De ritmische precisie van deze mensen is onvergelijkbaar. Maar de hoofdmoot van de avond is House, een wat langdradig nieuw werk van Jameszoo voor gamelan en ensemble Het Muziek. Door de haast onmenselijke perfectie van Salukat vallen ineens de vele ongelijke inzetten van Het Muziek op.

‘Salukat’

Qaqnas was het Holland Festival-debuut van Naaz: een klankgroteske eenmensopera van Huba de Graaff. Vier vrouwen begeleiden de meeslepende stem van Naaz op elektronisch versterkte en vervormde instrumenten: synths, viool, cello, maar ook schoteltjes en deksels. Bij Qaqnas gaat iets mis in de communicatie. Er verschijnen tussendoor regels in de boventiteling, een gedicht van de Koerdische dichter Tarza Jaff over onderdrukking van Koerdische vrouwen, waarna die tekst verdwijnt en Naaz begint te zingen. Maar wat? Een interpretatie, een reflectie, gibberish? Pas helemaal aan het einde vertelt ze dat ze het gedicht gewoon nazong. Oh!

In Spem in Alium zong koor Vox Luminis in extra grote bezetting geweldig, maar had de toegevoegde dans van Saburo Teshigawara niet constant toegevoegde waarde. In de audio-installatie Your Eyes in My Head kon je met een koptelefoon ‘in het hoofd kruipen’ van multidisciplinair artiest Laurie Anderson door middel van een binaurale opname, maar voor een 3D soundscape kletste ze een beetje veel. Beter was de video-installatie Sunday Without Love van Ragnar Kjartansson, waarin je keek naar een tableau vivant dat een ansichtkaart met mensen in folkloristische kostuums op een idyllische weide naspeelde. Ze herhalen twintig minuten lang hetzelfde refrein: You must learn to live without love, love is not good for you (…). Hypnotiserend en lekker absurd.

De festivalafsluiter RAVE-L had een ‘klassieke rave’ moeten worden op een elektronische en jazzy herinterpretatie van de Bolero van Ravel, door orkest plus band en dj. Speciaal daarvoor waren de stoelen uit het Muziekgebouw gehaald. Het blijkt best goed te kunnen, dansbare boem-boem muziek door dj én akoestische instrumenten, maar om een feestje aan de gang te krijgen moet je dat wel langer doen dan anderhalve minuut per keer. Het grootste deel van de ‘rave’ bestond toch uit contemplatieve sfeermuziek, waarbij het grootste deel van het publiek op de grond zat. Omdat een ruim deel van de toch al matig gevulde zaal personeel van het festival zelf was, voelde de avond meer als intern eindfeest dan een echt programmaonderdeel.

Aantal programma’s in het oranje: 5 van 15.

De flops

Het thema van het festival was dit jaar ‘Luisteren’. Om het publiek daarbij te helpen, zijn er onder andere twee workshops over ‘deep listening’. Dat klinkt leuk, maar het blijkt dat je daarvoor om zes uur ’s ochtends buiten bij het Muziekgebouw met je armen moet zwaaien om „je nieren wakker te maken” en over het IJ moet staren om „naar de wind te kijken”. De workshopgevers hebben Listening with the IJ maanden mogen voorbereiden, en inderdaad, het is best leuk dat we even met een onderwatermicrofoon naar motorgeluiden en steengeruis mogen luisteren, maar het gevoel bekruipt me dat vooral zijzelf veel aan de workshop gehad hebben. Ze slagen er niet in om het plezier van ‘deep listening’ over te brengen.

De meeste echte tegenvallers vielen onder die noemer ‘luisteren’. Zoals de festivalopening, City of Floating Sounds, die nog geinig begint met een muziekwandeling. De route staat in een app, die ondertussen een partij van de muziek van die avond uit je telefoon blaast. Samen met de telefoons van je medelopers vormt dat een nogal schelle soundtrack, maar het idee is leuk en het trekt op straat nogal wat bekijks. Het concert in Carré zelf blijkt alleen uiterst misbaar. Nederland telt negen uitstekende beroepsorkesten, maar het Holland Festival vroeg het Symfonieorkest van Vlaanderen voor de opening. Misschien omdat de Nederlandse orkesten niet twéé zijige stukken van Huang Ruo wilden uitvoeren? De lange stijgende en dalende consonante lijnen komen nergens vandaan en gaan nergens heen.

Hildur Guðnadóttir tijdens ‘Nærmynd‘.

Nog teleurstellender waren de optredens van de ‘associate artist’, cellist en componist Hildur Guðnadóttir. Guðnadóttir maakt neo-klassiek, een genre waarvan je je sowieso al kunt afvragen waar op de schaal van gebruiksmuziek tot kunst het zich bevindt. Maar ook binnen dat genre is er echt interessantere muziek te vinden dan die van Guðnadóttir. In het eenmalige Nærmynd, met het IJslands Symfonieorkest, krijgt het publiek een hele avond vijfminutenmopjes van Guðnadóttirs filmmuziek zonder film. Filmmuziek overleeft zelden zonder beeld. We moeten „leren luisteren zonder te oordelen”, introduceert Guðnadóttir het concert. Lekker makkelijk. Het publiek mocht zijn kaartje van 83 euro toch ook niet ‘afrekenen zonder te betalen’?

Where to From is Guðnadóttirs „meest persoonlijke optreden op het festival”, en dat bevindt zich aan het andere uiterste: veel te lang uitgesponnen niets, met laserlicht. Met een violist, twee cellisten én gambist speelt ze soms hoge noten. Soms speelt ze lage noten. Soms ook iets ertussenin. Twee zangeressen zingen soms „Ha ha ha”, maar soms ook „Ah ah ah” en zelfs een keer „Ahhh ha”.

Wat opvalt: haar muziek is enorm afhankelijk van post-productie. Het lukt haar live geen enkele keer om de muziek, steevast stevig uitversterkt, glans te geven. Ook haar eigen cellospel is live kleurloos.

Aantal programma’s in het rood: 5 van 15.

Als het Holland Festival NRC geen persplaatsen had aangeboden, had dit avontuur me op de eerste rang in totaal iets meer dan zevenhonderd euro gekost, met een gemiddelde kaartprijs van iets onder de vijftig euro. Was ik voor de goedkoopste normale kaartjes gegaan, dan kostte deze maand me 375 euro, met een gemiddelde kaartprijs van 25 euro. Gelukkig kan ik nog 25 procent jongerenkorting krijgen; het Holland Festival hanteert een vrij brede interpretatie van ‘jong publiek’: tot en met 39. Volgens het Holland Festival zijn er dit jaar ruim 3200 tickets verkocht met jongerenkorting.

De worstelingen met het festival

Ik heb zeker een paar memorabele voorstellingen gezien dit Holland Festival. Maar was het genoeg om me ervan te overtuigen dat het een goed festival is? Dat toch niet. De afgelopen maand heeft me met enkele belangrijke worstelingen opgezadeld:

Niet voor iedereen

Avant-garde podiumkunst is niet voor iedereen. Het zal nooit vijf keer de Gelredome vullen. Maar dat hoeft ook niet om belangrijk te zijn. Belangrijke elementen in de populaire cultuur zijn vaak doorsijpelingen van extreme uitvindingen van avant-garde kunstenaars die op een festival als dit kansen krijgen om hun belangrijke pionierswerk te doen. Maar. Er wonen echt wel genoeg liefhebbers in Nederland om het Muziekgebouw meerdere keren te vullen. Voelt het afwezige publiek dezelfde worstelingen als ik?

Ik kan na een maand niet uitleggen wat het Holland Festival precies wil zijn en wil laten zien. Ik ben gaan vermoeden dat dat komt omdat het Holland Festival door wildgroei zelf ook niet goed (meer) kan uitleggen wat het Holland Festival is. Daarom besluit ik om het aan het einde van de laatste week maar gewoon aan directeur Emily Ansenk te vragen: „Het Holland Festival is een internationaal podiumkunstenfestival dat podiumkunsten brengt die in vorm, stijl, textuur, whatever, grensverleggend of grensopzoekend zijn. Die aanzetten tot reflectie en bewustzijn bij bezoekers”, zegt ze aan de telefoon. Reflectie waarop? „De wereld om ons heen, hetgeen wat we zien. Op nieuwe perspectieven, en wat die zeggen over jou en je rol in de wereld.”

Van wat ik zag, voldoen wat mij betreft alleen Sada (Echo), Honor, Lacrima en Bilderschlachten daaraan. Vier voorstellingen van de vijftien.

Je kúnt op het Holland Festival echt een toffe tijd met grensverleggende voorstellingen beleven. Maar een geweldige voorstelling als Bilderschlachten verdient een festival dat ‘kleiner’ en betrouwbaarder is. Dan zou ik ieder jaar gaan, en op voorhand al mijn onwetende vrienden durven uitnodigen.

NRC bezocht deze voorstellingen in het Holland Festival

Het Holland Festival vond plaats tussen 3 en 28 juni. Rahul Gandolahage zag:

City of Floating Sounds (inclusief wandeling), Listening with the IJ (workshop), Salukat, Qaqnas, Nærmynd, Sada (Echo), Your Eyes in My Head/Sunday Without Love (installatie), Spem in Alium, Honor, Deep Listening workshop (workshop), Where to From, Lacrima, Simon Boccanegra (De Nationale Opera), Bilderschlachten, Rave-L

Eerder zag hij al: A Possibility

Het volgende Holland Festival is de 80ste editie en loopt van 3 t/m 27 juni 2027.

Musici dansten nog het hardst bij ‘Rave-L’.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next