Home

Schaduwkant van toerisme

Het vakantiedilemma staat er weer aan te komen: niet weg, toch weg maar dicht bij huis, ver weg, tropisch ver, terwijl we net een week in eigen land hebben lopen kreunen onder hittestress? Ja, maar daar is het anders, daar zijn de huizen erop gebouwd en waait de wind. Nou, bijvoorbeeld niet in Suriname.

 Ik heb net het „cultessay over de schaduwkant van toerisme” gelezen, zoals de Nederlandse uitgever ‘De Geus’ het aanprijst: Zo’n klein eiland van Jamaica Kincaid, geboren op het Caribische eiland Antigua, nu wonend en werkend in de Verenigde Staten. Onderwijl begreep ik dat ik de tekst eerder onder ogen had gehad, jaren geleden, in het Engels, onder de titel A small place. Nu is mijn Engels heel behoorlijk, maar het is toch een schok te merken hoe het Nederlands als moedertaal veel dieper tot je doordringt. Nu pas ontdekte ik de kracht en de woede van het boek, ook door die nieuwe, naturelle vertaling van Janneke van der Meulen. We houden onszelf voor polyglotten, maar heel terecht liet mijn vroegere zanglerares me de Duitse en Italiaanse liederen eerst vertalen in het Nederlands, om de gevoelswaarde op het spoor te komen.

 Kincaid verliet Antigua toen ze zestien was, of zoals ze zelf schrijft, „ik werd naar de V.S. gestuurd om als dienstmeisje te werken (…)”. Niet per se een vakantietrip. Ze had bij vertrek het gevoel „dat ik een hel achter me liet die altijd was voorgesteld als paradijs: elke dag stond de zon twaalf uur lang boven m’n hoofd te branden, elke avond ging ik omhuld door een deken van warme duisternis slapen.” Ook voor niet-bereisde Nederlanders zal dit stukje verrassend herkenbaar zijn.

 Twintig jaar later keert ze, dan al fulltime schrijfster, terug naar haar geboorte-eiland, „een wereld die in 1492 was begonnen”. De Amerikaanse afstand heeft haar ogen des te meer geopend voor de koloniale geschiedenis, de slavernij, de onaantastbare Britse standaarden van de voormalige meesters (waar de Britten zelf niet aan voldeden), en vooral ook: voor de toeristische voortzetting van die buitenlandse overheersing. Want „Antigua is mooi. Antigua is te mooi”, en de hotels en tweede of derde huizen van en voor Amerikanen en Europeanen zijn er talrijk. Ondertussen ligt de plaatselijke bibliotheek, die ooit het toevluchtsoord was voor de jonge Kincaid in puin. Sinds 1974, na de grote aardbeving op het eiland, hangt daar het bord „HERSTELWERKZAAMHEDEN IN VOORBEREIDING”. Maar van herstel is het ook na de onafhankelijkheid van het eiland (1981) niet gekomen.

 Want naast die koloniale geschiedenis is er nog steeds de doorwerking ervan, de nieuwe, autochtone bestuurders, die er dezelfde graaimentaliteit op nahouden als de voormalige Britse heersers; ook zij kennen de weg naar Zwitserse bankrekeningen.

 Kincaid richt haar woede vooral op de West-Europeanen, de grote kolonisatoren van het gebied, dan op de Noord-Amerikanen, en vervolgens net zo goed op de Antiguanen zelf. „Als ze eenmaal geen slaafgemaakten meer zijn, als ze vrij zijn, dan zijn ze niet langer rechtschapen en hoogstaand; dan zijn het gewone mensen.”

 Onderdrukking, wil Kincaid maar zeggen, is geen hogedrukpan waarin als vanzelf een mooie moraal bereid wordt. Zonder toeristen zou Antigua niet of nauwelijks kunnen overleven. Tegelijkertijd vormt dat toerisme een voortzetting met andere middelen van een bezettingsmacht. Het sterkst wordt dat gevoeld in Europa zelf, in de grote Zuid-Europese steden als Barcelona, Lissabon, Venetië. Daar ontdekken de bewoners tot hun schrik dat zij van afstammelingen van oude ontdekkingsreizigers de bestemming zelf zijn geworden, de bedienden van al die goed betalende, zongebruinde vakantiemensen.

Als je Kincaid hebt gelezen wordt het nog moeilijker je als West-Europeaan in het Caribische gebied te begeven, want Florence is eigenlijk al bezwaarlijk. Toeristen in massale aantallen brengen geld mee en laten het land leeg achter, want de inwoners zelf zijn daar bezienswaardigheden geworden.

Kincaids ‘cultessay’ was eigenlijk bedoeld voor The New Yorker, maar een nieuwe hoofdredacteur weigerde het te publiceren (‘daar gaan onze adverteerders‘), uiteindelijk werd het als boek uitgegeven door Farrar, Straus & Giroux – een boek dat jarenlang niet te koop was op Antigua. Zelf durfde Jamaica Kincaid jarenlang niet terug naar ‘haar eiland’, wegens doodsbedreiging.  Ze werd van toerist in eigen land de plaatselijke terrorist.

 Vakantiedilemma? Existentieel dilemma.

Toerisme

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next