Home

Hoe geweldig is het om te tekenen en te schilderen? Dave Eggers laat zien dat alles uiteindelijk draait om de magie van het creëren

Dave Eggers In zijn nieuwe roman Contrapposto wil Eggers overbrengen wat het betekent om een kunstwerk te maken. Hij werpt daarbij dezelfde grote vragen op als Hermann Hesse bijna honderd jaar geleden deed.

Tekening van Dave Eggers uit Contrapposto.

Dave Eggers: Contrapposto. (Contrapposto) Vert. Gerda Baardman en Jan de Nijs. De Bezige Bij, 448 blz. € 27,99

Kunst? Wat heeft Dave Eggers, schrijver van maatschappijkritische werken als Zeitoun (2009), De parade (2019) of de satirische tech-dystopie Het Alles (2021) ineens met beeldende kunst? Het antwoord is: alles. Voordat de Amerikaanse auteur met zijn debuutroman Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (2000) doorbrak, studeerde hij onder meer kunstgeschiedenis aan de universiteit van Illinois en volgde tekenlessen. Na twee solotentoonstellingen in 2010 en 2015 richtte hij dit jaar een nieuwe kunstacademie op, Art + Water, die in de nabije toekomst gratis atelierruimte biedt aan kunstenaars. Bovendien exposeerde hij afgelopen weekend in een Amsterdamse galerie een aantal van zijn tekeningen. Kortom, naast literatuur neemt kunst een belangrijke plek in het leven van Eggers. En die liefde, met name voor klassiek tekenen, heeft hij nu verwerkt in Contrapposto, zijn nieuwe roman.

Herman Hesse: Narziss en Goldmund (Narziss und Goldmund). Vert. Pé Hawinkels, De Bezige Bij, 396 blz. € 22,99

Met Contrapposto wil Eggers iets wezenlijks overbrengen, namelijk: wat betekent het om een kunstwerk te creëren? Een voorzichtig antwoord op die vraag komt op ongeveer een derde van de roman. Hoofdpersoon Cricket Dibb, die bij zijn moeder woont in een saai prairiestadje in de staat Indiana, zit op zijn zestiende verjaardag naast de rivier, met zijn schetsboek en potloden, en staart naar het stromende water. „Hij keek naar de stenen op de rivierbodem, verwaterd door de stroom die er overheen joeg […] De rivier liet zich niet tekenen, nee. Hij kon haar leven niet in potlood vangen.” Cricket tekent vervolgens een boomstam en komt, vele uren later, tot de conclusie dat de dag was vergaan, maar zijn tekening bleef. „Kunst was onthouden, documenteren. Een dag besteden aan het beschrijven van een dag en daarmee de tijd stilzetten.”

Het fragment had rechtstreeks afkomstig kunnen zijn uit Narziss en Goldmund, het beroemde boek van Hermann Hesse uit 1930 en raakt daarmee aan eeuwenoude thema’s uit de wereld van de kunsten. Net als bij Eggers gaat deze roman, die zich afspeelt in het Duitsland uit de late middeleeuwen, over kunstenaarschap en, bovenal, de innige vriendschap tussen twee personen. Goldmund is een rusteloze jongeman die op aanraden van zijn goede vriend Narziss het klooster verlaat om de wereld te verkennen. Tijdens zijn tocht ontdekt hij de liefde, wordt hij geconfronteerd met ellende en jaagt hij, verlangend naar zijn moeder, het beeld na van de ‘oermoeder’, een ideale gestalte waarin alle grote tegenstellingen van de wereld bij elkaar komen: geboorte en dood, goedheid en wreedheid, leven en vernietiging.

Dat leidt tot een belangrijke passage waarin Goldmund, eveneens gezeten aan een rivier, wordt aangetrokken tot allerlei voorwerpen die slechts ten dele zichtbaar zijn onder het stromende water. Het kortstondige blinken „van die verzonken gouden schatten” inspireert hem: „Waarom toch waren deze dingen zo mooi, dit gouden geschitter onder water, deze schaduwen […] al deze onwerkelijke, sprookjesachtige verschijnselen – waarom toch schonken ze zo onuitsprekelijk grote voldoening, terwijl ze precies het tegendeel vormden van de schoonheid die een kunstenaar kan scheppen?” 

Werk van Dave Eggers afkomstig uit de tijdelijke expositie bij Galerie Stigter Van Doesburg.

Het zijn oude filosofische kwesties die Hesse opwerpt en nu nog steeds van belang zijn. Hoe herkennen we schoonheid? Wat maakt iets tot een kunstwerk? Dezelfde thema’s werpt Eggers nu opnieuw op in Contrapposto. Ook in deze roman wordt Cricket gedreven door het simpele verlangen de schoonheid in de wereld vast te leggen en ligt de focus, net als bij Hesse, vooral op de ervaring van de maker: hoe voelt het om iets te creëren? Wat betekent het als een kunstwerk de wereld ingaat, een object van waarde wordt en losgekoppeld raakt van de oorspronkelijke verhouding die de kunstenaar ermee had?

Liefdesverhaal

Contrapposto – een term uit de schilder- en beeldhouwkunst die wijst op een houding waarbij het gewicht van het lichaam volledig op één been rust – is in de eerste plaats een liefdesverhaal. Cricket, afkomstig uit een gebroken gezin, ontmoet op 8-jarige leeftijd de iets oudere Olympia Argyros, een wereldwijs, erudiet en scherpzinnig meisje met ‘gouden ogen’. Zij verleidt hem tot het schrijven van schunnige teksten op de speelplaats en stelt zich, als hij haar later weer tegenkomt, voor als ‘Albert’ (spreek uit zonder t): ze beweert de reïncarnatie van de filosoof Camus te zijn. Cricket is meteen smoorverliefd en de ontmoeting vormt het begin van een stormachtige relatie die meer dan zestig jaar zal duren.

Tijdens die eerste jaren fungeert Olympia als een grote inspiratiebron voor Cricket. Ze vertelt hem van alles over El Greco, Van Eyck, Van Gogh, Dada en de impressionisten – passages die helaas soms te veel op een college kunstgeschiedenis lijken – en op haar aandringen gaat hij naar de kunstacademie. Daar, in een wereld van onderlinge competitie en conceptuele kunst, houdt hij het maar kort vol, waarna hij in de leer gaat bij Marcus Carpenter, een dwarse professor die de moderne kunstwereld haat en hem al snel de kneepjes van het vak leert. Volgens Carpenter – en daar horen we de stem van Eggers in doorklinken – is een klassieke kunstopleiding vooral gebaseerd op vaardigheden en honderden uren oefening. En dus tekent Cricket, bij Carpenter thuis, uren en achtereen allerlei naaktmodellen in verschillende poses.  

Precies daar ontstaat de breuk tussen Olympia en Cricket. Terwijl Cricket zich steeds meer afkeert van de zakelijke kant van het kunstenaarsleven, begeeft Olympia zich vol overgave in de kunstwereld en weet er bovendien geld uit te slaan. Een rol die perfect past bij haar rusteloze inborst („Ze was niet één persoon, ze was een menigte. Haar hart bestond uit duizenden deuren die naar alle kanten openstonden”). Cricket daarentegen wil vooral scheppen, zich verliezen in het maakproces en zo „de tijd stilzetten”, zoals hij als jongen al deed aan de rivier, zonder het vooruitzicht op commercieel succes. De twee drijven steeds meer van elkaar af, zonder elkaar echt los te laten.

Doodsangst

Dit brengt ons terug bij de roman van Hesse. Want de drang tot creëren komt bij Cricket, net als bij Goldmund, voort uit een diepe, existentiële behoefte. Reden dat beide personages zo gefascineerd zijn door de rivier. De stroming, de objecten onder het water – ze doen denken aan de filosofie van Plato waarbij kunst wordt opgevat als een nabootsing van de werkelijkheid, die op haar beurt een afspiegeling is van de volmaakte, maar ongrijpbare ideeënwereld. Juist dit ongrijpbare, waarin het besef van schoonheid besloten ligt, is wat beiden willen vastleggen. Dat maakt Cricket tot een zonderlinge figuur. In een wereld waarin kunstenaars bezig zijn met trends en theorieën, blijkt hij een verstokte classicist: een kunstenaar die zich nog altijd wil laten inspireren door de idealen, strakke vormen en esthetiek van de Griekse en Romeinse oudheid.

Tekening van Dave Eggers uit Contrapposto.

Dat verklaart ook waarom Cricket en Olympia telkens zo’n moeite hebben nader tot elkaar te komen. Olympia – van een soort Pippi Langkous groeit ze uit tot een ongrijpbare vamp – wordt, ondanks haar originele en dwarse kunstopvattingen, steeds meer opgeslokt door een wereld die Cricket verguist. Wanneer Olympia haar eigen galerie opent meent Cricket dat ze, ondanks haar hoogdravende praatjes, uiteindelijk net zo ‘bourgeois’ is geworden als alle andere galeriehouders. Vol afschuw bekijkt hij die opportunistische kunstwereld van een afstandje: „Het glas, de witte muren, de zuchtende uitroepen, de kakelende lachjes, de slecht gekozen computergegenereerde muziek, de wietlucht buiten om het hoekje van de achterdeur, de romige borrelhapjes waar niemand trek in had, de vetvlekken rond de zilveren schalen.” 

Zijn afkeer groeit wanneer Olympia, die inmiddels werkt voor Kyle (type Damien Hirst meets Andy Warhol), hem overhaalt ook voor deze kunstenaar te gaan werken, waarna hij wordt meegesleurd in een draaikolk van peperdure conceptuele projecten die hij met andere kunstenaars moet produceren. Het levert Cricket geld op, maar geen geluk, en dat is ook wat hij in zijn omgeving terugziet: „Kyle had geen plezier. En Olympia had geen plezier. En de mensen die in de studio werkten deden dat om hun leven buiten de studio te bekostigen. En de miljardairs die Kyles werk kochten waren investeerders, geen liefhebbers. Dus iedereen […] maakte deel uit van een soort fabriekje dat mooie, overbodige dingen produceerde die voor de makers amper betekenis hadden.” Het is deze zielloze industrie die Cricket uiteindelijk ontvlucht, en daarmee verliest hij opnieuw Olympia uit het oog, van wie hij nog altijd houdt, maar die hij niet kan bereiken. Net als zij reist hij daarna de wereld rond, woont op verschillende plekken met verschillende liefdes, maakt reproducties om in zijn levensonderhoud te voorzien, en blijft op zoek naar wat hem werkelijk raakt. 

Engelenbeeldjes

Daarmee zijn we opnieuw terug bij Narziss en Goldmund. Want Goldmund heeft eveneens een hekel aan „fraaie dingen waarin kunstliefhebbers behagen scheppen en waarmee kerken en raadzalen werden opgesmukt”. Het stemt hem zelfs dodelijk bedroefd: „Als het erom ging aardige engelenbeeldjes te maken en andere prullen, al was het dan allemaal zo aardig om te zien, dan was het niet de moeite waard om kunstenaar te zijn”, schrijft Hesse. „Misschien wel voor anderen, voor ambachtslieden, voor burgers, voor stille, tevreden zielen wel, maar voor hem niet.”

Werk van Dave Eggers uit de tijdelijke expositie bij Galerie Stigter Van Doesburg.

Het had Cricket kunnen zijn die (zij het zonder dit uitgesproken dédain) eveneens wordt gedreven door het verlangen iets te maken dat losstaat van het oordeel van het publiek. Een besef dat ook al bij hem opkwam toen hij voor een expositie een aantal naaktmodellen schilderde. Een van die schilderijen, van de voluptueuze Bulgaarse Bilyana, was bijzonder geslaagd en deed hem beseffen: „De uren van schepping, de uren waarin hij zich warmde aan het vuur van zijn eigen creatie. Het deed er niet toe of het door hem, of door wie dan ook, op waarde werd geschat. Het belangrijke was dat hij vervoering kon oproepen, bij zichzelf, uit het niets.”

Dat is uiteindelijk de boodschap die Eggers in deze roman overtuigend weet over te brengen. De magie van het creëren, dat is waar het om gaat. En de liefde? Ja, uiteindelijk is de diepe vriendschap tussen zijn twee hoofdpersonages onverwoestbaar. Zoals Goldmund uiteindelijk terugkeert bij Narziss, zo komt Olympia uiteindelijk terug bij Cricket. Maar of het hen lukt om samen te blijven?

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next