Sterke ontwikkelingssamenwerking vraagt om een stabiele en voorspelbare inzet, waarbij solidariteit en strategisch belang hand in hand gaan. Juist in onzekere tijden.
Na een kritisch debat in de Eerste Kamer is de begroting van minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) nog niet uit de gevarenzone. De minderheidsregering heeft weliswaar na een deal met Pro nu ook steun van 50Plus voor de eenmalige verhoging van het ontwikkelingsbudget voor 2026, maar de stemming op dinsdag 30 juni blijft spannend.
De aangepaste begroting is een eerste stap om de forse bezuinigingen van het kabinet-Schoof terug te draaien. Het kabinet-Jetten wil dat Nederland op termijn zijn internationale afspraken over investeren in ontwikkelingssamenwerking nakomt.
Over de auteurs
Frans Claassen is directeur van MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten. Heske Verburg is directeur van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In een wereld vol geopolitieke spanningen, klimaatuitdagingen en groeiende ongelijkheid blijft internationale samenwerking van groot belang – ook en misschien wel juist voor het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn de totale verdiensten van de export goed voor een derde van het Nederlandse bruto binnenlands product en hangen 2,6 miljoen banen samen met internationale handel. Econometrisch onderzoek van de Universiteit van Göttingen toont aan dat voor elke euro die Nederland in ontwikkelingssamenwerking investeert, de Nederlandse export groeit met ruim 2 euro. Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking is, kortom, een typisch voorbeeld van penny wise, pound foolish.
Vooral voedselzekerheid is gebaat bij robuustheid. Het Nederlandse voedselsysteem is een combinatie van productie, import en export. Een open systeem met sterke productie, efficiënte handel en betrouwbare import en export maakt van Nederland een stabiele schakel in de Europese en mondiale voedselvoorziening. Het zorgt ervoor dat onze supermarkten vol liggen met geïmporteerde producten. Het gaat dan niet alleen om koffie, cacao en bananen, maar bijvoorbeeld ook om margarines, granen en veevoer. De grote Nederlandse voedselsector en onze welvaart zijn afhankelijk van stabiele internationale relaties.
Nederlandse ontwikkelingsorganisaties, het bedrijfsleven, de wetenschap en de overheid hebben decennialang geïnvesteerd in relaties met productielanden in het mondiale Zuiden, omdat we weten dat ontwikkelingssamenwerking ook belangrijk is voor het versterken van ons verdienvermogen. Ontwikkelende economieën zijn volwaardige handelspartners geworden. Samen met deze landen hebben we grote stappen gezet in het bevorderen van voedselproductie, het versterken van gezondheidszorg en het verduurzamen van grondstofketens. Dat is en blijft belangrijk. Als het goed gaat met de wereld, gaat het goed met Nederland. Of, zoals de grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW het onlangs formuleerde: ‘Internationaal beleid is geen kostenpost, maar een investering in onze toekomst.’
Ondanks alle inzet wereldwijd is er nog steeds armoede en honger. Klimaatverandering, natuurvernietiging en oorlog raken iedereen – in en buiten Nederland. Het conflict met Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz zorgen voor tekorten van energie en kunstmest. Dit leidt tot meer armoede volgens het World Food Programme. Nog eens 45 miljoen mensen krijgen te maken met acute honger als de oorlog voortduurt. Wereldwijd wordt dan een nieuw dieptepunt bereikt: 363 miljoen mensen met honger.
De Adviesraad Internationale Vraagstukken riep de minister dit jaar op tot gerichte investeringen in internationale samenwerking voor een stabiel en weerbaar mondiaal voedselsysteem. Ook op Europees niveau groeit het besef: het aanstaande Ierse EU-voorzitterschap heeft voedselzekerheid en ontwikkelingssamenwerking expliciet als urgente prioriteit benoemd. Nederland moet niet uit de pas lopen met Europese buurlanden.
Juist in onzekere tijden is investeren in robuuste internationale relaties en betrokkenheid van groot belang. Sterke ontwikkelingssamenwerking vraagt om een stabiele en voorspelbare inzet, waarbij solidariteit en strategisch belang hand in hand gaan. Van Nederland mag worden verwacht dat de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingssamenwerking en economische groei conform internationale (Oeso-)afspraken wordt hersteld. De Eerste Kamer kan daar in de begroting 2026 mee beginnen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant