Afstand en adoptie beginnen met het verlies van een kind. Waarom praten we daar niet over?
‘Er zal overigens zeker ook aandacht zijn voor de rol van het kind,’ verzekerde een medewerkster van het ministerie van Justitie en Veiligheid mij. Dat schreef ze in de voorlaatste zin van haar mail met de afwijzing van mijn verzoek om kort te mogen spreken op 2 juli tijdens de nationale excuses voor de misstanden rondom binnenlandse afstands- en adoptiepraktijken.
Bijzonder, dacht ik. Ik was tien seconden oud. Ik ben vanachter een laken geboren en direct na de bevalling bij mijn moeder werd weggehaald. Na twee jaar in een kindertehuis ben ik geplaatst in een adoptiegezin. Over mijn leven werd vanaf de eerste dag door anderen beslist. Ik had geen stem. Ik vrees dat dit bij de excuses op 2 juli opnieuw het geval zal zijn.
Over de auteur
Joep van Zijl is freelance journalist. Hij werkte eerder voor AD Haagsche Courant en was hoofdredacteur van Vakblad Uitvaart. Momenteel werkt hij aan een journalistiek project over adoptie, identiteit en mentale gezondheid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Vandaar ook mijn voorstel om zelf te spreken. Het afgestane kind was dan in ieder geval aan bod gekomen. Niet dat ik verbaasd was over de afwijzing, trouwens. Het is niet de eerste, zal ik maar zeggen. Sinds mijn psychose kan ik er gelukkig veel beter mee omgaan.
De overheid heeft trouwens wel een kans laten liggen. Ik had het namelijk voor haar op willen nemen. Ik had willen vertellen dat zij toch wel de laatste is die sorry moet zeggen. Wat dacht u van mijn eigen moeder? Die me na mijn geboorte gedwongen achterliet. En me dertig jaar later bij onze eerste ontmoeting ging vertellen hoe moeilijk dat voor haar was.
Of de moeder van mijn moeder. Die heeft beslist dat ik een schande voor de familie was. En daarom meteen moest verdwijnen. ‘Heb ik het wel goed gedaan?’, vroeg ze meerdere keren toen ik na 45 jaar dan eindelijk voor haar zat. Ze keek me geen enkele keer aan. In plaats daarvan keek ze omhoog en hield ze vragend haar handen in de lucht. ‘Vraag het hem. Hij zit hier nu’, probeerde mijn halfbroer nog. Tevergeefs, het antwoord moest opnieuw van boven komen. Het geloof had blijkbaar nog niet genoeg schade aangericht.
Dat brengt me bij de volgende partij die ook weleens sorry mag zeggen: de kerk. De katholieke, in mijn geval. Daar heeft namelijk niemand zich afgevraagd wat afstand doen voor het kind betekent. Niet dat mijn moeder bijzonder veel aandacht kreeg. Die was ongehuwd zwanger. Ze werd tot gevaar voor de samenleving bestempeld. En alsof dat nog niet genoeg was, hebben de Zusters van de Heilige Familie in Goirle niet bepaald hun best gedaan om mijn herkomst zorgvuldig te registreren.
‘De verwekker is waarschijnlijk een Spanjaard geweest’, staat in mijn adoptiepapieren. Het bleek een Portugees. Daar liet mijn moeder geen twijfel over bestaan. Ik sprak inmiddels vloeiend Spaans. Hadden die nonnen dat niet gewoon even kunnen vragen, dacht ik. En het dan ook juist kunnen noteren.
Ook in de media wordt het afgestane kind doorgaans over het hoofd gezien. Komt het wel aan bod, dan alleen in verhalen met een happy end. Zijn of haar pijn blijft onbesproken. En die wordt intussen alleen maar groter. Als journalist stelt dat me nog het meest teleur. Want niet elk kind dat in de steek is gelaten, komt terecht in een liefdevolle familie. Ik weet hoe dat voelt.
‘Ik ben overal welkom. Zolang ik mijn trauma maar thuislaat’, heb ik regelmatig tegen mijn adoptiemoeder gezegd. Hoe vaak kan ik u helaas niet vertellen. Ik ben de tel kwijtgeraakt. Misschien krijg ik wel een beterschapskaartje van mijn pleegbroer, dacht ik na mijn eerste psychose. Ik heb regelmatig in de brievenbus gekeken. Maar ook na psychose nummer vijf bleef die leeg.
Ik ben sindsdien heel anders naar mentale gezondheid gaan kijken. Want waarom blijft de omgeving waarin je opgroeit eigenlijk zo vaak buiten schot? Ik heb besloten afscheid van mijn familie te nemen. Afstand uit zelfbescherming, noemen psychologen dat. Ook heb ik ervoor gekozen de achternaam van mijn moeder weer aan te nemen. Als het niemand interesseert waar ik vandaan kom, laat ik dat voortaan zelf wel zien.
Ik ga daarom ook niet naar de nationale excuses. Er wordt al 51 jaar over mij gesproken. Het wordt hoog tijd dat het afgestane kind zelf spreekt.
Op 2 juli biedt het kabinet excuses aan voor het leed dat mensen is aangedaan bij binnenlandse afstands- en adoptiepraktijken in de jaren zestig en zeventig. De excuses volgen op het rapport Schade door Schande, waarin werd geconcludeerd dat een geschat aantal van minimaal 15.000 vrouwen onder dwang afstand moest doen van hun kind. De Nederlandse overheid heeft met de adoptiewet mogelijk gemaakt dat deze vrouwen onder institutionele en maatschappelijke druk hun kind moesten afstaan. De excuses worden namens het kabinet uitgesproken door Claudia van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sophie Hermans.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant