De kunstbiënnale Manifesta strijkt tweejaarlijks neer in een Europese stad met ‘een probleem’. Dit jaar is dat het Duitse Ruhrgebied, dat kampt met een gebrek aan sociale cohesie. En waar kun je beter nadenken over hoe dat anders kan dan in onbruik geraakte kerken?
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
‘Uiteraard’ weet iedereen dat er recent ‘heel veel’ is geschreven en gezegd over Gelsenkirchen, zegt Andrea Henze, burgemeester van de stad. In het stadhuis kijkt ze ernstig de zaal rond waar de internationale kunstpers zich heeft verzameld. ‘Maar’, wil ze graag benadrukken, ‘er gebeuren hier ook veel tolle und positive Dinge.’
Ook wie geen idee heeft wat er over Gelsenkirchen is gezegd en geschreven, begrijpt nu wel dat there’s something rotten in Gelsenkirchen. De werkloosheid is enorm, de stad is zichtbaar verwaarloosd en vervallen, polarisatie en racisme nemen toe.
Gelsenkirchen is bovendien de armste stad in Duitsland – en dat terwijl het gelegen is in de rijkste Duitse deelstaat, Noordrijn-Westfalen. Ooit floreerde de stad, toen zo tussen de jaren vijftig en zeventig in het hele Ruhrgebied de staalindustrie en kolenmijnbouw hoogtij vierden. Maar mijnen en fabrieken sloten, en das war einmal. Iets soortgelijks geldt voor meer steden in het Ruhrgebied.
Toch gebeuren er volgens de burgemeester dus ook veel leuke en positieve dingen, en een daarvan is de reden dat de pers hier bijeen is: de komende drie maanden vindt in Gelsenkirchen en drie andere Ruhrsteden (Duisburg, Essen en Bochum) de grote kunstbiënnale Manifesta plaats, met werk van meer dan honderd kunstenaars en collectieven.
Het feit dat Manifesta juist hier is neergestreken, is een teken aan de wand. De rondreizende biënnale kiest elke twee jaar een andere plek in Europa met een ‘probleem’, en laat zich inspireren door prangende lokale kwesties die ook van betekenis zijn voor de rest van Europa.
De vorige editie vond plaats in Barcelona (probleem: overtoerisme), de keer daarvoor was de beurt aan Pristina (in Kosovo, een editie die draaide om wederopbouw), en dit keer is dus het Ruhrgebied aan de beurt. Hier wordt het gebrek aan sociale cohesie en verbinding onder de loep genomen dat is ontstaan met het wegvallen van de industrie en de mijnen als gemeenschappelijke werkgever, en met de kerk als ontmoetingsplek.
Het zijn die kerken die het geweldige decor vormen van deze biënnale en die zelf soms ook al echte kunstwerken zijn. De modernistische, geometrische kerken zijn grotendeels gebouwd in de jaren zestig en zeventig. Destijds werd er veel gebouwd, want niet alle kerken hadden de Tweede Wereldoorlog heelhuids doorstaan. Bovendien moesten de nieuwe arbeiderswijken die na de oorlog uit de grond werden gestampt van godshuizen worden voorzien.
Deze kerken worden in de volksmond ‘pantoffelkerken’ genoemd, omdat ze waren ingebed in de buurten en op slofafstand lagen van de huizen. Maar de associatie met huiselijkheid en gezelligheid die de naam oproept klopt niet echt: het zijn vaak sobere, imposante, compromisloze gebouwen.
Veel van die naoorlogse kerken zijn in onbruik geraakt. Onder het motto ‘This Is Not a Church’ vulde Manifesta twaalf ervan met kunst, deels bestaand, grotendeels nieuw gemaakt. Er zitten bekende kunstenaars tussen, zoals Luc Tuymans, Turner Prize-winnaar Elizabeth Price en Mirosław Bałka, maar ook veel jongere en minder bekende namen. En er zijn workshops, performances en community-artprojecten met en door buurtbewoners.
Met deze editie wil Manifesta, dat ooit in Rotterdam van start ging en dit jaar dertig jaar bestaat, een aantal grote kwesties opwerpen en onderzoeken. Wat kunnen we doen met kerken die massaal leeg komen te staan? In Duitsland alleen al gaat het de komende tien jaar om meer dan 20 duizend kerken. En verder: hoe kunnen we de belangrijke sociale functies die de kerken vroeger vervulden op andere manieren invulling geven? Het zijn grote, ambitieuze vragen, en Manifesta pakt het niet vrijblijvend aan (een publicatie met hun zogeheten Urban Vision telt alleen al 142 pagina’s).
Het levert soms ronduit ronkende taal op in de tentoonstellingsteksten, waar Manifesta wordt omschreven als een ‘multilayered, inclusive tool for social change’, een plek waar ‘mogelijke toekomsten’ worden onderzocht en ‘artistieke verbeelding kan bijdragen aan stedelijke en sociale transformatie’.
Opvallend veel woorden beginnen met ‘re’: ‘reactivating churches’, ‘rethinking social spaces’, ‘renegotiating identity’. De ambities klinken lovenswaardig maar soms ook torenhoog. De Nederlandse founding director Hedwig Fijen, die met deze editie afzwaait, stelt zelf: ‘Manifesta voelde nooit urgenter dan nu.’
Wat levert dat allemaal op? Weten de kerken en kunstwerken de bezoekers en de omgeving te bezielen? De Volkskrant maakte een rondreis en selecteerde vijf kerken uit het programma. Wie zoals gesuggereerd in Duisburg begint en in Bochum eindigt, kan het in een dag doen.
Een klein deel van de monumentale Liebfrauenkerk in het centrum van Duisburg is nog altijd in gebruik als gebedsruimte, maar het merendeel is al langer veranderd in een Kulturkirche, een culturele evenementenlocatie. Tijdens Manifesta staat midden in de kerk een kolossale installatie van Abbas Zahedi, gemaakt van orgelbuizen uit een verwoeste kerk in Kyiv en andere plaatsen in Europa.
Ze zijn opgesteld in een cirkel, getransformeerd tot gevaarlijk ogend afweergeschut, en brengen unheimische klanken voort. Zahedi liet zich inspireren door het kapotte en deels weggeroofde orgel uit de kerk, en door het verdwijnen van gedeeld geloof en gedeelde ervaringen. Indrukwekkend, en een echte showstopper.
Verderop in de kerk maakte Emil Walde een installatie van glas-in-loodpanelen uit het station van Duisburg. Interessant om (net als Zahedi) zulke werkloos geworden materialen te hergebruiken en er de volle aandacht op te vestigen door ze op een ongebruikelijke plek te tonen. Voor de inwoners van Duisburg zal het wellicht een aangrijpend gezicht zijn om de gesloopte onderdelen van een verwaarloosd station terug te zien in een kerk die geen kerk meer is.
Ook Julian Irlinger reflecteert met een animatiefilm op de directe omgeving van de kerk, waar veel huizen en winkels leegstaan en vervallen raken: hij laat zien hoe architecten soms de prachtigste gebouwen ontwerpen, met hooggestemde idealen, maar uiteraard geen greep hebben op wat de realiteit en de tijd met hun ontwerpen doen – gebouwen veranderen van functie, komen leeg te staan en worden soms vernield of gesloopt.
Al met al is deze Kulturkirche in het net als Gelsenkirchen nogal verpauperde Duisburg een mooie plek om de route mee te beginnen. En op je te laten inwerken hoe en waarom kerken veranderen, verdwijnen, of zoals in het geval van deze kerk, transformeren tot iets nieuws.
De St. Marien in Essen is misschien nog wel spectaculairder dan Kulturkirche Liebfrauen. Dit uit strenge donkere bakstenen opgetrokken gebouw lijkt met zijn opvallende toren en massieve muren meer op een fabriek dan op een kerk. Jammer genoeg wordt de kerk met expressionistische glas-in-loodramen gesloopt – alle mogelijke nieuwe ideeën voor kerken waartoe Manifesta inspireert ten spijt.
Wie de kerk betreedt, weet even niet wat hem overkomt: nog voordat je de kunst van Jason Dodge kan zien, ruik je die al. De geur van kamille en lavendel komt de bezoeker tegemoet. In het schip van de kerk heeft de kunstenaar de vloer bezaaid met wat lijkt op hooi, veevoer en kleine veertjes en objecten die verwijzen naar huisdieren en veehouderij, zoals verpakkingen van diermedicatie. Beetje geheimzinnig, maar het ruikt heerlijk.
Ook hier blijkt het schip van een kerk een geweldig decor. Mooi om te zien hoe kerken, in vroeger tijden voor veel mensen de plek bij uitstek waar ze in aanraking kwamen met kunst, ook hedendaagse kunst uitstekend kunnen doen uitkomen.
Aan een van de wanden hangt een gigantisch kunstwerk van – opnieuw – orgelpijpen, gemaakt door William Engelen, de enige Nederlandse kunstenaar in deze editie. Dit kunstwerk mag door bezoekers worden bespeeld, hetgeen ook aarzelend gebeurt.
Verderop, in het koor van de kerk, vlak bij het altaar, staan enkele grote sculpturen van Alicja Kwade. Van veraf doen ze aan rechtopstaande DNA-strengen denken. Van dichterbij blijken het gestapelde smartphones van brons te zijn. Alsof dat nu onze altaren zijn, of onze torens van Babel, tot mislukken gedoemde wenteltrappen naar de hemel.
Manifesta is dit jaar samengesteld door acht curatoren. De drie kerken in Gelsenkirchen die curator Gürsoy Doğtaş onder zijn hoede nam, behoren architectonisch niet tot de uitschieters, maar qua exposities wel. De Turks-Duitse curator, zelf kind van arbeidsmigranten uit Anatolië, weet in zijn kerken op een indrukwekkende manier een brug te slaan naar de arbeiderswijken waar de kerken zich bevinden.
In de St. Bonifatius, vandaag de dag gebruikt als opslagruimte van een bakkerij, hangen kunstwerken van 24 kunstenaars. Veelal zijn het kinderen van wat vroeger ‘gastarbeiders’ werd genoemd, of zijn ze zelf arbeidsmigrant geweest. De kunstwerken draaien om het werk van alledag, maar ook om andere alledaagsheid: om eten en drinken, om gastvrijheid. Of het gebrek daaraan: de kerk is voor de duur van deze Manifesta omgedoopt tot Ferdane Satır Teegarten, een verwijzing naar de arbeidsmigrant die in 1984 met zes familieleden om het leven kwam bij een racistische aanslag.
Een schilderij van Yıldırım Denizli toont een stevig besnorde man in een grote kamer zonder meubels of andere bezittingen, met uitzondering van wat familiefoto’s aan de muur. Zo zie je eigenlijk pas goed wat er allemaal ontbreekt, hoeveel gemis en ‘negatieve ruimte’ er rond een ontworteld iemand bestaan.
Aangrijpend is ook een serie schilderijen van İhsan Ece, van pagina’s uit paspoorten van arbeidsmigranten, waarop alleen de pasfoto rechtsboven zichtbaar is, met daarop de stempel ‘Gastarbeiter’. Naam, geboortedatum, alles wat verder op zo’n paginaatje staat en wat iemand maakt tot wie hij is, deden er destijds niet toe, lijkt deze serie te zeggen. Het enige wat relevant leek, was dat deze naamloze mensen zouden werken en weer vertrekken. De geportretteerden zijn Eces vader en de vrienden met wie hij in de jaren zeventig voor werk naar Duitsland kwam.
Een ontdekking zijn de schilderijen met donkere, groteske figuren van Metin Talayman, die herinneren aan Goya en het surrealisme. Op een ervan zijn mannen in het duister te zien, vlak voor ze de kolenmijn ingaan. The Dead Without Graves, heet het werk.
De expositie in de kerk als geheel ademt een zekere zachtmoedigheid, een oog voor het delicate. Hoewel deze kunst eerder gericht is op het verleden dan op de toekomst, realiseert Manifesta hier iets bijzonders: deze expositie is een vorm van registratie, erkenning, verbeelding en soms ook viering van een verhaal dat een belangrijk onderdeel is van de gezamenlijke Europese geschiedenis.
De vierde en laatste stad is Bochum, een bloeiende universiteitsstad. De Christ-König is een reconstructie van een kerk uit 1932, die in 1944 door een bom werd getroffen. De kerk raakte in onbruik, en in 2010 werd hij omgedoopt tot ‘Kunstkirche’, toen het Ruhrgebied Culturele Hoofdstad van Europa was. Na Manifesta krijgt de kerk mogelijk een bestemming als marionettenatelier.
Er is hier een overweldigende hoeveelheid werk te zien, waaronder een gigantisch kunstwerk over fascistische beeldtaal van de Belgische schilder Luc Tuymans, een Madonna (zonder kind) gemaakt van kolen van Mirosław Bałka en sculpturen van Małgorzata Mirga-Tas. Er is ook veel videokunst, zoals een video waarin Katarzyna Kozyra godsdienstwaanzinnige mensen aan het woord laat. Plotsklaps besef je hoe weinig van de Manifesta-kunst in kerken over geloof gaat.
Van Nicolas Grospierre zijn gitzwarte foto’s te zien van bergen steenkool. Het is een wonder dat zulk zwart zich laat vastleggen. Er gaat een dreigende schoonheid uit van al dit zwarte goud dat de regio rijk maakte, al doet al dat zwart ook vrezen voor de longen van allen die ermee (hebben) moeten werken.
Een ontdekking is het werk van Mehtap Baydu, die polyester afgietsels van haar lichaam maakte en deze slappe vormen onder meer in een biechthokje drapeerde. Heeft iemand hier net haar huid afgelegd? Zeker in deze grote kerk gaat er een mooie, eenzame vervreemding van het kleine werk uit. The Distance Between Me and Everything Else, heet het.
Veel indruk maakt ook haar wandkleed, dat je ziet op het moment dat je de kerk verlaat. Het verbeeldt een moskeevloer vol biddende islamitische mannen, precies op het moment dat iedereen vooroverbuigt. Een zee van ruggen en achterwerken is het resultaat. Op een ongrijpbare manier is het beeld hier perfect op zijn plek. En het roept een grappige, ongetwijfeld heidense vraag op: kunnen leegstaande kerken ook moskeeën worden?
En kunnen ze anders gewoon blijvend kunst-, cultuur en buurtcentra worden, met exposities en evenementen, zoals hier in deze kerk?
Het uiterlijk van de strenge, driehoekige St. Ludgereskerk kan haast niet sterker contrasteren met wat zich hierbinnen afspeelt. De kerk is getransformeerd tot basketbal- en voetbalveld, of eigenlijk de lsd-versie daarvan. Aan één kant staan vijf doelen gebroederlijk naast elkaar. Ze zijn alleen wel extreem smal en variëren enorm in hoogte. In het midden van de zaal staat een kluitje baskets gezellig bij elkaar, ze torenen huizenhoog boven de bezoekers uit.
Kunstenaar Laia Torrents Carulla vertelt dat haar collectief CaboSanRoque bezoekers met dit wonderlijke speelveld wil uitnodigen om vrij te spelen, zonder te hoeven winnen, zonder competitie. Ze legt uit dat er sensoren zitten in de baskets en doelen, die detecteren wanneer er ‘net niet’ gescoord is. Als dat gebeurt, stoot het orgel boven in de kerk klanken uit. In zekere zin is ‘niet scoren’ dus het doel – wie daarin ‘slaagt’, maakt muziek en draagt bij aan een wilde groepscompositie die ter plekke ontstaat.
‘So please, play’, moedigt ze de aanwezigen aan. ‘Kunnen jullie proberen te falen?’ Dat laten we ons geen twee keer zeggen. Algauw knallen de ballen alle kanten op en komen er chaotische klanken uit het orgel. Wat hier nu precies is gebeurd kan niemand zeggen, maar vrolijk en geactiveerd zijn we zeker.
Handig om te weten
Manifesta 16 Ruhr duurt t/m 4/10 en vindt plaats in vier steden in twaalf kerken. In elke stad fungeert een van de kerken ook als informatiecentrum. Manifesta is gratis en alle dagen geopend, behalve maandag.
Manifesta is goed te bereizen met openbaar vervoer. De reistijd met de ICE vanuit Nederland bedraagt twee tot drie uur. Er rijdt een tram tussen Bochum en Gelsenkirchen, en tussen de vier steden rijden regionale treinen. Alle ov-informatie vind je in de app eezy.nrw.
Veel locaties zijn verbonden via fietsroutes, te vinden op de website van Manifesta en in de app Komoot. Fietsen zijn te huur voor 5 euro per dag via Metropolradruhr.
Meer cultuur in de Ruhr
Het Ruhrgebied heeft veel internationaal gerenommeerde kunstmusea, zoals het Folkwang Museum in Essen en het Museum Küppersmühle in Duisburg.
Veel braakliggende industriecomplexen zijn tot industrieel erfgoed verklaard. Sommige zijn omgetoverd tot landschapsparken en spectaculaire musea, zoals Landschaftspark Duisburg-Nord en Zeche Zollverein in Essen (waar in een oude cokesfabriek ook het meest absurde en fotogenieke zwembad ter wereld is aangelegd).
Elk jaar vinden hier tientallen theater- en muziekvoorstellingen plaats tijdens de Ruhrtriënnale (20/8 tot en met 20/9), dit jaar voor de (derde en) laatste keer onder leiding van Ivo van Hove, voormalig artistiek directeur van Internationaal Theater Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant