Wie alleen kan denken in ‘wij’ en ‘zij’, ziet vooral concurrerende vlaggen. Wie beter kijkt, ziet iets anders.
Half zes in de ochtend. Ergens in Nederland staat een vader met zijn zoon voor de televisie. Allebei met natte ogen, om tegenovergestelde redenen. De een baalt van de uitschakeling van Oranje, de ander juicht om de overwinning van Marokko. Twee paspoorten in één huiskamer, twee emoties, allebei even echt.
Na vrijwel elke wedstrijd tussen Nederland en een land als Marokko keert dezelfde vraag terug: voor wie hoor je dan eigenlijk te juichen?
Ik schrijf dit niet als voetballiefhebber; het spel zelf raakt me amper, maar als iemand die zich al jaren verdiept in hoe wij hier samenleven. En precies daarom is deze vraag interessanter dan hij lijkt.
Die vraag lijkt onschuldig, maar rust op een hardnekkige aanname: dat loyaliteit een keuze is tussen twee kampen. Alsof je uiteindelijk één shirt moet aanwijzen dat het echte is. Alsof verbondenheid een rekening is die ooit vereffend moet worden.
Dat beeld past steeds minder bij de werkelijkheid.
Over de auteur
Najib Tuzani is expert polarisatie en gelijkwaardigheid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Terwijl Brian Brobbey deze maand voor Oranje speelde, scoorde zijn broer Derrick Luckassen op hetzelfde WK voor Ghana. Twee broers. Twee shirts. Beiden trefzeker. Voor het eerst in de geschiedenis van het toernooi.
Ook het Marokkaanse elftal dat Nederland uitschakelde, vertelt dat verhaal. Drie basisspelers zijn geboren in Nederland. De speler die de beslissende strafschop benutte, Ismael Saibari, werd weliswaar in Spanje geboren, maar bloeide als voetballer op bij PSV. Het elftal dat Oranje naar huis stuurde, is voor een belangrijk deel mede gevormd op Nederlandse trainingsvelden, door Nederlandse clubs en Nederlandse jeugdopleidingen.
Dat gegeven roept vaak een voorspelbare reactie op: zie je wel, ondankbaar.
Maar misschien is dat precies de verkeerde conclusie.
Niemand vraagt zich in alle ernst af of een Nederlander met een Duitse opa een morele plicht heeft om voor Duitsland te kiezen, mocht hij daarvoor de papieren hebben. Die vraag duikt vrijwel alleen op zodra afkomst zichtbaar is. Dat zegt meer over wie de vraag stelt dan over wie hem moet beantwoorden.
Kaapverdië schreef geschiedenis door zich voor het eerst voor een WK te plaatsen. In de selectie zaten zes spelers die in Rotterdam zijn geboren. Over het hele toernooi lopen er dertien Rotterdammers rond, verspreid over verschillende nationale elftallen. Een Rotterdammer zonder Kaapverdische achtergrond kan zich daarin net zo goed herkennen. Niet vanwege gedeelde afkomst, maar vanwege dezelfde straat, dezelfde school of hetzelfde voetbalveld.
En ondertussen bestaat Oranje zelf uit spelers met wortels over de hele wereld. Nathan Aké, Memphis Depay en Cody Gakpo dragen het Nederlandse shirt, terwijl hun familiegeschiedenis ook naar Ivoorkust, Ghana en Togo voert. Dat voelt voor vrijwel niemand als een tegenstelling. Sterker nog: miljoenen Nederlanders juichen zonder aarzeling voor hen.
Misschien zegt dat iets groters over Nederland.
We praten vaak over identiteit alsof mensen uiteindelijk moeten kiezen. Alsof loyaliteit een rekening is: je hebt iets gekregen, dus moet je op het beslissende moment precies één kant kiezen. Maar wat het voetbal juist laat zien, is dat Nederland allang niet meer als een rekening werkt. Het werkt als een netwerk.
Een rekening kent winnaars en verliezers. Een netwerk vermenigvuldigt verbindingen.
Dat is meer dan een mooi beeld. Misschien is dat ook precies wat burgerschap in een rechtsstaat betekent. Niet dat je voortdurend moet bewijzen waar je loyaliteit ligt, maar dat je die vraag überhaupt niet steeds opnieuw hoeft te beantwoorden. Nederland heeft deze spelers niet alleen iets gegeven. Via hen blijft Nederland ook aanwezig in verhalen die zich elders afspelen. In een Ghanese treffer. In een Marokkaanse overwinning. In een Kaapverdiaans succes. Dat neemt niets af van Oranje; het laat juist zien hoever Nederland reikt.
Daarom is de vraag ‘voor wie ben jij?’ uiteindelijk minder interessant dan een andere vraag: hoeveel verhalen kun je tegelijk herkennen?
Wie alleen kan denken in ‘wij’ en ‘zij’, ziet vooral concurrerende vlaggen. Wie beter kijkt, ziet iets anders. Die ziet oud-klasgenoten die elkaar op een WK treffen. Broers die allebei scoren, maar voor verschillende landen. Rotterdammers die overal ter wereld in een ander shirt spelen, zonder dat Rotterdam daardoor minder van hen wordt.
Oranje verloor deze week een wedstrijd.
Nederland niet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant