Het Nederlandse Urban Search and Rescue Team (Usar) werkt de klok rond om in Venezuela nog overlevenden onder het puin vandaan te halen. Maar de tijd dringt, zegt teamleider Marko Redelijkheid. ‘We zijn hier niet gekomen om stil te staan.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Natuurlijk gelden er na een aardbeving protocollen. Maar in hun wanhoop proberen de families van vermiste Venezolanen uit alle macht om voorrang te krijgen op zoekacties naar overlevenden. Ze klampen de reddingswerkers aan op straat. Of bellen, in dit geval, direct naar het Nederlandse Urban Search and Rescue Team (Usar), dat zaterdag in Venezuela is geland. Na overleg met de lokale autoriteiten ging het team eropaf.
En dus stonden Nederlandse reddingswerkers zondag voor wat ooit een tien verdiepingen tellend appartementencomplex was, zegt Marko Redelijkheid, teamleider van Usar, per telefoon vanuit Venezuela. De persoon onder het puin had zijn geliefden een Whatsapp-bericht gestuurd en zou, ruim 72 uur na de ramp, nog tekenen van leven geven. ‘Wij moeten zoiets eerst checken, want mensen kunnen dat ook zeggen om sneller te worden geholpen. We moeten keuzes maken: waar gaan we onze tijd aan besteden?’
Maar zondag was het raak. De Nederlandse speurhond begon te blaffen. En toen de reddingswerkers de omstanders om stilte maande, klonk er inderdaad uit de verte geklop. ‘Dan weet je: iemand leeft nog. Dit moeten we doen.’
De bouwkundige van het team maakte een plan. Met een boor wilden de reddingswerkers een weg banen naar het slachtoffer, dat minstens 3 meter onder het puin lag. Drie uur lang was er hoop. Totdat het geklop verstomde en het stil bleef. ‘We zijn in een kring gaan staan om te vragen hoe het met iedereen ging. Daarna hebben we gezegd: we zijn hier niet gekomen om stil te blijven staan. We moeten door.’
Redelijkheid (42) is in het dagelijks leven directeur van de brandweer in de regio Rotterdam-Rijnmond. Maar op dit moment geeft hij met een collega leiding aan het reddingsteam, 64 man en 8 speurhonden sterk. De Usar biedt in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking noodhulp in Venezuela. Het team werkt vanuit La Guaira, een kustplaats in het hart van het getroffen gebied. Daar zijn ze een van de 51 internationale reddingsteams ter plaatse. Met vier ploegen werken de Nederlanders in shifts de klok rond.
In La Guaira is goed te zien dat 39 seconden na de eerste beving de tweede aardschok volgde, zegt Redelijkheid. ‘De gebouwen zijn eerst naar links omgeklapt, daarna naar rechts.’ In sommige straten staat alles nog overeind, in andere straten ogen de ingestorte gebouwen als een soort pannenkoeken van beton. ‘Het is helemaal afhankelijk van de ondergrond waarop er is gebouwd.’
De overlevenden zijn, nu hun huizen veelal zijn ingestort, op straat beland. Sommigen hebben provisorische tentenkampen opgeslagen bij rotondes, waar geen instortingsgevaar is. Anderen hebben een zeil gespannen tussen twee palmbomen op het strand en er auto’s omheen gezet, ter beschutting. Overdag ziet Redelijkheid oudere vrouwen met groepen kinderen in het park zitten. ‘Ik vermoed dat ze babysitten, zodat de ouders kunnen helpen met de zoekacties.’
Het valt de teamleider op hoe behulpzaam en betrokken de Venezolanen zijn. ‘Ze bieden aan om te tolken. Of halen schoppen of pikhouwelen tevoorschijn om zelf mee te graven.’ Maar de omstandigheden zijn zwaar. Het is 32 graden. Naschokken doen de aarde nog geregeld trillen. En het is voor de hulpverleners duidelijk dat Venezuela al voor de aardbeving een berooid land was. ‘Met de spullen die wij hebben meegebracht kunnen onze medici meer dan in het lokale ziekenhuis.’
Usar is naar Venezuela afgereisd met drie doelen: het redden van mensen, het bieden van hoop, troost en perspectief, en het coördineren van de internationale organisatie. In deze fase, ruim 120 uur na de dubbele aardbeving, staat het eerste doel nog overeind. ‘Wij hebben zelf nog niemand gevonden, maar soms, als een van de andere teams gereedschap bij ons komt lenen, hoor je dat er nog iemand levend onder het puin is gehaald. Dat motiveert.’
Tegelijkertijd moet Redelijkheid erkennen dat de kans dat zijn team nog mensen kan redden, steeds kleiner wordt. ‘Het is hier heel warm en het heeft al even geduurd. Dus wij zullen de lokale overheid op een gegeven moment adviseren om van een reddingsoperatie over te schakelen naar een bergingsoperatie. Dat moment nadert met de minuut.’
Maar Redelijkheid, die zelf voor het eerst op buitenlandse Usar-missie is, ervaarde de afgelopen dagen dat hoop, troost en perspectief bieden minstens zo nastrevenswaardig is. Een van zijn teams werd maandag afgestuurd op een appartementengebouw van dertien verdiepingen, waarvan alleen de trappenhuizen nog overeind stonden. De bewoners die wel op tijd buiten hadden kunnen komen, wisten dat hun doofstomme buurvrouw nog onder het puin moest liggen. Met behulp van een endoscoop, een soort camera die aan een flexibele slang door het puin kon dringen, konden de Nederlanders vaststellen dat de vrouw niet meer in leven was.
‘Soms gaat zo’n mededeling gepaard met wanhoop’, zegt Redelijkheid. ‘Maar hierbij, en dat begrijp je waarschijnlijk pas als je hier bent, was er berusting toen wij ze konden vertellen wat ze eigenlijk al wisten; dat hun dierbare was overleden. We werden bedankt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant