De beschilderde loggia’s in het Vaticaan zijn minder bekend dan Rafaëls andere werk, omdat ze niet toegankelijk zijn voor publiek. Wel waren de fresco’s van grote invloed, Rafaël zette hiermee een opleving van de Romeinse schilderstijl in.
schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
Het zijn elitecorridors, de zogenoemde loggia’s van Rafaël in het Vaticaan, want anders dan de beroemde Sixtijnse Kapel zijn ze niet toegankelijk voor het publiek. Ze bevinden zich in het Apostolisch Paleis en alleen de paus, medewerkers en hoogwaardige gasten lopen langs en onder de fresco’s door.
Maar nu even niet; de komende vijf jaar worden de muurschilderingen intensief gerestaureerd en voorzien van klimaatregulering. Drie maanden nadat verderop in de Sixtijnse Kapel het wereldberoemde Laatste oordeel van Michelangelo is ontdaan van een door zout ontstane witte waas door restauratoren, zijn nu deze gewelfde galerijen aan de beurt.
Renaissanceschilders waren begin 16de eeuw onder de indruk van de ondergrondse schilderingen in het toen pas herontdekte paleiscomplex van de Romeinse keizer Nero, de Domus Aurea in Rome. Rafaël liet zich door deze muurschilderingen in deze ‘grotten’ inspireren bij het beeldprogramma van drie loggia’s in het Vaticaan, die hij vanaf 1517 ontwierp in opdracht van paus Leo X.
Op de zuilen en muren staan sierlijke dieren en mythologische figuren in zwart-wit verbeeld, vergelijkbaar met die in de Domus Aurea. En onder de dertien gewelven van de tweede galerij ontwierp Rafaël 49 scènes uit het Oude Testament en 4 uit het leven van Jezus. Die liet hij grotendeels uitvoeren door zijn leerlingen en volgers. Rafaël stierf in 1519, in de derde galerij werden de voorstellingen na zijn dood uitgevoerd.
De schilderingen zijn minder bekend dan de andere fresco’s die Rafaël voor het Vaticaan maakte. Zijn School van Athene bijvoorbeeld, met de Griekse filosofen Plato en Aristoteles in diepe discussie, is veel beroemder. Maar in de 64 meter lange galerijen creëerde Rafaël een opleving van de Romeinse schilderstijl en die had enorme invloed; het heeft voor een deel de stijl van het maniërisme bepaald.
Veel voorstellingen zijn versleten in de loop van de tijd, en delen zijn niet meer goed zichtbaar. Omdat de fresco’s zo kwetsbaar zijn, worden ze ‘droog’ gerestaureerd. Bij eerdere restauraties in de 19de eeuw werd er een soort lijm aangebracht om afbladderende verf tegen te gaan. Die lijm moet nu worden weggehaald en de verf moet worden gestabiliseerd – dat gebeurt onder meer door een verstevigend middel in de verflaag te injecteren. Met een glasvezellaser wordt de exacte kleur bepaald, zodat weggevallen delen kunnen worden opgevuld.
In 2019 en 2020 zijn al twee voorbeeldprojecten uitgevoerd in het zesde gewelf van de galerij, om te zien of deze manier werkte. Ook worden ramen vervangen. Oorspronkelijk waren de corridors open, maar de weersomstandigheden tastten de fresco’s aan. In 1813 liet kunstenaar Antonio Canova ramen plaatsen, maar de kunstwerken werden daar alleen maar slechter van, omdat de hitte en het vocht daardoor juist in de ruimtes bleven hangen. Nu wordt er een geavanceerd systeem voor klimaatregulering geplaatst en de nieuwe ruiten bevatten UV-filters.
De restauratie wordt uitgevoerd in opdracht van het Vaticaan en de World Monuments Fund en gefinancierd door de filantropische stichting van de Amerikaanse Blackstone-medeoprichter Stephen Schwarzman. Die doneerde bijna 13 miljoen euro voor het project, dat naast de restauratie (5 miljoen euro) ook digitalisering, archivering, en een educatie- en onderzoeksprogramma mogelijk maakt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant