Home

Gezin dat zeven ton kreeg zou ‘met de kennis van nu’ geen slachtoffer Toeslagenschandaal zijn, zegt de rechter

Uitspraak Een gezin dat tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag moest terugbetalen en daarvoor een hoge compensatie ontving, is volgens de rechtbank Midden-Nederland niet vooringenomen behandeld door de Belastingdienst.

De printstraat voor brieven van de Belastingdienst in Apeldoorn.

Twee ouders die samen 690.000 schadevergoeding van de staat hebben ontvangen omdat ze toeslagenslachtoffer waren, zijn uiteindelijk niet vooringenomen behandeld door de overheid. Dat concludeert de rechtbank Midden-Nederland in een zaak die twee kinderen van deze ouders tegen het ministerie van Financiën hadden aangespannen. 

De kinderen (inmiddels meerderjarig) ontvingen eerder ook een schadevergoeding van respectievelijk acht- en tienduizend euro, maar eisten van de staat aanvullende compensatie. De rechtbank heeft die eis afgewezen. De rechtelijke uitspraak heeft geen gevolgen voor de eerder uitbetaalde schadevergoeding aan de ouders. 

NRC onthulde eerder deze maand dat vele duizenden ouders in de hersteloperatie Toeslagen onterecht een schadevergoeding kregen, omdat het ministerie ervan uitging dat de Belastingdienst hun toeslag zonder waarschuwing had stopgezet. De top van het ministerie negeerde vanaf 2020 interne waarschuwingen dat deze ouders wel degelijk brieven hadden ontvangen met verzoeken om informatie over de kinderopvang die ze afnamen en de kosten daarvan.

Het ministerie van Financiën heeft het bestaan van deze brievenadministratie nu voor het eerst ingebracht in een zaak die toeslagenslachtoffers hadden aangespannen. De uitspraak kan gevolgen hebben voor andere ouders en kinderen die procedures tegen de Staat voeren omdat zij menen niet voldoende gecompenseerd te zijn. Op dit moment lopen bij verschillende rechtbanken zeker veertien van zulke procedures.

Tienduizenden euro’s teruggevorderd

De Belastingdienst vorderde bij de moeder, de aanvrager van de toeslagen, tussen 2006 en 2009 voor tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag terug, blijkt uit de maandag gepubliceerde uitspraak. In de eerste twee jaren stuurde ze te laat de bewijsstukken op die moesten aantonen dat ze recht had op een toeslag. Nadat ze die had opgestuurd, kreeg ze alsnog de toeslag waar ze recht op had.  

In 2008 en 2009 ontving de moeder bijna 50.000 euro kinderopvangtoeslag, hoewel volgens de Belastingdienst bewijs ontbrak dat de kinderen in deze jaren naar de opvang gingen. De moeder tekende geen bezwaar aan tegen de terugvordering en moest daarom de ontvangen toeslagen terugbetalen.  

De terugvorderingen door de Belastingdienst leidden tot ernstige financiële problemen in het gezin, vertelden de kinderen tijdens de rechtszaak. Door de stress en financiële zorgen gingen de ouders uit elkaar; de kinderen zeiden nog altijd last te hebben van de gevolgen van deze periode. De rechters zeiden onder de indruk te zijn van het verhaal van de kinderen.

Tijdens de hersteloperatie Toeslagen werd de moeder als slachtoffer erkend, omdat de overheid ervan uitging dat haar toeslagen zonder waarschuwing waren stopgezet en zij niet de kans had gekregen te bewijzen dat ze wél recht had op de toeslagen. De terugvorderingen door de Belastingdienst waren daarom ‘vooringenomen’ geweest – en dus had de moeder recht op schadevergoeding. 

Niet vooringenomen behandeld 

Maar de rechtbank Midden-Nederland gaat nu mee in de stelling van het ministerie dat de moeder „met de kennis van nu” niet vooringenomen is behandeld. Uit een interne brievenadministratie die het ministerie tijdens de procedure inbracht, bleek namelijk dat de Belastingdienst tussen 2007 en 2009 telkens brieven aan de moeder stuurde met het verzoek om te bewijzen dat ze recht had op de kinderopvangtoeslagen die zij ontving. 

Omdat zij niet aantoonde dat ze recht had op toeslag, mocht de Belastingdienst volgens de rechter „de door de moeder ontvangen kinderopvangtoeslag terugvorderen”. De invorderingen waren weliswaar hoog, ze waren niet onrechtmatig. Ook „blijkt dat geruime tijd is gewacht met nemen van terugvorderingsmaatregelen”, concludeert de rechtbank. De moeder betaalde het bedrag uiteindelijk gespreid over acht jaar terug.

Dat de moeder in de hersteloperatie toch als slachtoffer van het Toeslagenschandaal werd aangemerkt, kwam volgens de landsadvocaat omdat het bestaan van de brieven jarenlang onbekend was. De administratie werd „pas in 2025 door de Auditdienst Rijk onderzocht en juist en volledig bevonden”, aldus de rechtbank.

Stopbrieven 

Veel ouders die zich tijdens de hersteloperatie meldden, claimden dat de Belastingdienst vanuit het niets hun toeslagen had stopgezet en teruggevorderd. Maar uit de brievenadministratie blijkt dat zij voorafgaand aan de zogeheten ‘stopbrief’ meerdere brieven hadden ontvangen met verzoeken om informatie. Ze moesten dan bijvoorbeeld een jaaropgave van een erkende kinderopvang inleveren, waaruit bleek hoeveel uren hun kinderen daar hadden gezeten, en wat daarvan de kosten waren. Als ouders op geen van deze brieven reageerden, kon hun toeslag uiteindelijk worden stopgezet. 

„De rechter gaat hier te kort door de bocht”, zegt advocaat Cyriel Spiertz van de kinderen die de rechtszaak aanspanden. „Je ziet dat er een juridische kronkel wordt gemaakt. De rechter gaat erin mee dat de staat ineens een ander standpunt inneemt, terwijl feitelijk is aangetoond dat de kinderen geleden hebben onder de hoge terugvorderingen. Wat ons betreft staat het vast dat hier in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid is gehandeld.”  

Spiertz zegt de uitspraak nog met zijn cliënten te bestuderen, maar dat die er waarschijnlijk tegen in hoger beroep zullen gaan.  

Source: NRC

Previous

Next