Home

Bang voor het donker? Deze expeditie leert je waarom licht juist de echte boosdoener is

De lichtvervuiling in Nederland heeft negatieve gevolgen voor de bioritmen van mens en dier. Marjolijn van Heemstra houdt een pleidooi voor meer duisternis. ‘Veel mensen zijn angstig in het donker, moeten we ze niet bang maken voor te veel licht?’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

‘Kijk, dit is écht de allermooiste’, zegt een jonge vrouw midden in het donkere Vliegenbos in Amsterdam-Noord.

‘Ze zijn allemaal mooi’, reageert een toegesnelde man.

‘Maar moet je zien: dit is pas een shiner.

Het is vrijdag, even na elf uur ’s avonds, als ongeveer tien leden van deze glimwormexpeditie zich rond de jonge vrouw verzamelen. Sommigen zitten op de knieën in de modder, anderen buigen voorover. Allemaal turen ze naar een klein lichtgevend bolletje dat naast het bospad ligt.

Vol bewondering kijken ze hoe het bolletje, met de grootte van een parel, groenig oplicht, uitdooft en weer oplicht in het struikgewas. Ze zijn niet de enige deelnemers met succes, ook verderop in het bos klinkt geritsel en soms zacht gejuich van andere expeditieleden.

‘Het is vanavond meteen raak’, zegt Marjolijn van Heemstra (45) tevreden. ‘We hebben al meerdere glimwormen en -larven gevonden.’

De glimworm is geen worm

Anders dan de naam doet vermoeden, is de glimworm geen worm maar een kever. ‘Waarom hij een worm wordt genoemd, is een mysterie’, vervolgt Van Heemstra – petje, regenjas en stevige wandelschoenen aan.

Ze is glimwormfan van het eerste uur en vanavond leider van deze expeditie. In haar ogen is de kever meer dan alleen een insect. ‘Glimwormen zijn de mascottes van de nacht. Doordat ze oplichten in het duister, zijn ze drager van magie’, zegt Van Heemstra, die in het dagelijks leven ook schrijver, theatermaker en pleitbezorger voor de duisternis is. ‘Sommige mensen denken dat het sprookjesdieren zijn en dat ze niet bestaan. Maar ze zijn er wel, ook in de stad.’

Alleen: het moet wel donker genoeg zijn om ze te kunnen zien. En dat is al jaren een probleem in Nederland, een van de meest lichtvervuilde landen ter wereld.

Lichtvervuiling in Nederland

‘We wonen in een dichtbevolkt, hoog geïndustrialiseerd land’, verklaart emeritus hoogleraar Joke Meijer. Een deel van het licht is ’s nachts noodzakelijk. ‘Bijvoorbeeld in ziekenhuizen. Maar er is ook veel licht waar we best zonder kunnen.’

Dit is niet alleen een probleem in Nederland. Ook elders in de wereld komt de duisternis steeds meer in de knel, blijkt uit een in 2023 gepubliceerde studie in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Tussen 2011 en 2022 nam de lichtvervuiling wereldwijd jaarlijks met zo’n 10 procent toe. ‘Vroeger deed je het licht uit vanwege de energierekening, maar door de komst van ledlampen is die financiële prikkel weggevallen.’

Als neurobioloog deed Meijer veertig jaar onderzoek naar de werking van de biologische klok. Daarnaast was ze oprichter van het BioClock-consortium, een samenwerking van verschillende universiteiten, lokale overheden en maatschappelijke partners die onderzoekt hoe je de biologische klok gezond houdt in een maatschappij die 24 uur per dag doorgaat.

Verstoord dag- en nachtritme

‘Overdag hebben we voldoende licht nodig, en ’s nachts voldoende duisternis’, zegt Meijer. ‘Dat is al vanaf het begin van de evolutie zo, ook de eerste organismen hadden een dag- en nachtritme.’ Verstoor je dat, dan geeft dat bij de mens een grotere kans op onder meer hart- en vaatziekten, kanker en obesitas.

‘Een van de meest veelzeggende studies vind ik een onderzoek naar baby’s die veel te vroeg geboren waren’, zegt Meijer. ‘Zij konden een of meerdere weken eerder van de neonatale afdeling vertrekken als het ’s nachts echt donker was op die afdeling.’

Ook op planten, dieren en insecten heeft nachtelijk licht een groot effect. ‘Het speelt een substantiële rol bij het uitsterven van insectensoorten, het is misschien wel net zo schadelijk als insecticiden.’ Meijer vindt dat een beangstigende constatering. ‘Insecten liggen aan de basis van de voedselketen. Wij kunnen niet zonder, dit kan echt grote gevolgen hebben.’

Alleen wordt die boodschap nauwelijks opgepikt, constateert ze. ‘Bij ons, maar ook bij andere dagdieren wordt licht door de hersenen geregistreerd als een signaal dat het veilig is. Donker is een signaal dat het onveilig is. Dus een pleidooi voor meer duisternis gaat in tegen ons primaire gevoel. Maar we vergeten dat onze ogen, als ze eenmaal gewend zijn aan de duisternis, best goed kunnen zien, ook het kleinste gevaar. Veel lampen zijn onnodig.’

Liefde voor de duisternis

Maar hoe verander je dat? Het is een vraag waarover ook glimwormfan Van Heemstra haar hoofd al zes jaar breekt. Om de liefde voor de duisternis aan te wakkeren, organiseerde ze afgelopen jaren onder meer zeshonderd nachtwandelingen, initieerde ze in 2023 het Amsterdam Dark Festival en schreef ze in 2025 de roman Nachtgids.

Dit jaar kreeg ze subsidie van de gemeente Amsterdam voor het project Nacht van Noord, een werkgroep met deskundigen en bewoners die onderzoekt hoe en waar het donkerder kan. ‘Ik ben niet tegen licht, maar wel tegen de hysterische verlichting die je bijvoorbeeld vaak ziet rond sportvelden of op bedrijventerreinen’, zegt Van Heemstra. ‘In Amsterdam zie je gemiddeld maar een stuk of zeventig sterren, terwijl er duizenden aan de hemel staan. Dat is toch zonde? In Zuid-Holland is het zelfs nog erger.’

Het is een paar avonden voor de glimwormexpeditie als Van Heemstra hierover vertelt. Ditmaal zit ze in een klein houten paviljoen naast het Vliegenbos. Om haar heen zitten artsen, verloskundigen en een psycholoog.

‘We hebben deze avond georganiseerd om te kijken wat we voor jullie kunnen doen’, zegt Van Heemstra tegen de aanwezigen. ‘Maar ook om te horen of jullie iets voor ons kunnen doen. Veel mensen zijn nu angstig in het donker’, zegt ze met een knipoog. ‘Maar moeten we ze niet bang maken voor te veel licht?’

Patiënten met slaapproblemen

Ook met bijeenkomsten als deze probeert ze stap voor stap de duisternisbeweging verder op gang te krijgen. De artsen vertellen dat ze op hun spreekuur veel vragen krijgen over slaapproblemen. ‘Maar in onze antwoorden komt het woord ‘duisternis’ en het belang daarvan weinig voor’, reageert huisarts Pim van den Dungen. ‘Misschien dat dat kan veranderen in onze richtlijnen. ’

Zelf is hij er al wel mee bezig. Zo adviseert hij slechte slapers soms om te ‘schemeren’. ‘Dan zeg ik: leg alles weg. Telefoons, horloges, kinderen, de hele reutemeteut. Neem de tijd om even rustig te kijken hoe de dag afloopt en de nacht begint. Vaak slaap je dan beter.’

Behalve met artsen is Van Heemstra’s werkgroep ook in gesprek met beheerders van sportvelden en de gemeente. ‘Er is inmiddels een gemeentelijk meldpunt waar je terechtkunt met klachten over te felle lantaarnpalen.’ Ook werkte er bij het Team Licht en Donker van de gemeente kortstondig een ‘darkness manager’. Maar die functie is weer opgeheven.

Wel komt er dit jaar waarschijnlijk een tweede ‘duisternisreservaat’ in de hoofdstad bij. Eerder al veranderde het Vliegenbos in zo’n reservaat, waar om elf uur alle straatverlichting uitgaat.

Een goed begin, vindt Van Heemstra. ‘Maar het mag nog wel wat voortvarender. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld wetgeving om lichtvervuiling tegen te gaan. Daar gaat in veel dorpen ’s nachts het licht uit. Overal, ook op straat. Het is niet zo dat er daardoor meer criminaliteit is, of dat daar veel linkse mensen wonen. Het zijn gewoon mensen die tot de conclusie zijn gekomen dat leven met de duisternis heel gezond is.’

Voortplantende glimwormen

In het Vliegenbos klinkt vrijdagnacht opgetogen gefluister van leden van de glimwormexpeditie. Vooraf heeft Van Heemstra de vijftig deelnemers gewaarschuwd dat ze waarschijnlijk ‘best wel lang in het donker moeten staren’ voordat ze iets zien en ‘dat ze geen honderd glimwormen moeten verwachten, eerder een stuk of vier’.

Want ook de glimworm lijdt onder een gebrek aan duisternis: alleen als het donker is, kan het mannetje het oplichtende vrouwtje vinden om zich voort te planten.

Maar nu, na veertig minuten gebukt in de bosschage kijken, staat de teller al op vijftien kevers en vijf eitjes.

De 71-jarige Anneke uit Lijnden is wat afgedwaald. Samen met haar man René tuurt ze in het struikgewas. ‘Ik denk dat hier een hele grote zit’, zegt ze. ‘Maar het kan ook zijn dat mijn ogen mij voor de gek houden, en dat het gewoon een lichtreflectie is.’ Ze houdt haar hand in een kommetje bij de ‘wel-of-geen-glimworm’ om het kleine stukje bos nog donkerder te maken. ‘Hij geeft duidelijk licht’, zegt ze vol ongeloof. ‘Ja, ik denk echt dat het er een is.’

Ook haar man René kijkt met verbazing toe. Al komt dat bij hem niet door dit mysterieuze kevertje. ‘Dat ik dit nog in mijn leven mag doen: met vijftig mensen midden in de nacht in een modderig bos naar glimwormen zoeken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next