Home

Opinie: Ketikoti vraagt om meer dan alleen ceremonie

Herdenken heeft betekenis. Symboliek doet ertoe. Excuses doen ertoe. Maar symboliek wordt kwetsbaar wanneer zij niet gepaard gaat met politieke helderheid. Zoals bij de stemming bij de VN op 25 maart, over de trans-Atlantische slavenhandel.

Vandaag, op Ketikoti, spreekt Nederland opnieuw over erkenning en doorwerking van het slavernijverleden. Er worden toespraken gehouden, kransen gelegd en vlaggen uitgestoken. Sinds de officiële excuses in 2022 is de herdenking daarnaast zichtbaarder en institutioneler geworden. Het Nationaal Slavernijmuseum is in voorbereiding. Het kabinet investeert honderden miljoenen euro’s in bewustwording en educatie.

Dit staat in schril contrast met de positie van Nederland op 25 maart, toen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemde over een resolutie die de trans-Atlantische slavenhandel omschreef als een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid uit de geschiedenis.

123 landen stemden voor. Nederland niet; het onthield zich van stemming, evenals andere EU-landen.

Over de auteur

Ptah Ankh Re is publicist en auteur van Sleutels van Her-innering. Hij schrijft over koloniale doorwerking, collectief geheugen en maatschappelijke bewustwording.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Expliciete steun

De VN-stemming roept een ongemakkelijke vraag op. Want wat betekent herdenken op Ketikoti wanneer Nederland zich op het belangrijkste internationale podium onthoudt van expliciete steun aan dezelfde historische erkenning?

De Europese Unie verklaarde bezwaar te hebben tegen de formulering dat de trans-Atlantische slavenhandel de ‘ergste’ misdaad tegen de menselijkheid zou zijn geweest. Zo’n kwalificatie zou namelijk een hiërarchie van historisch leed kunnen suggereren. Dat argument klinkt op het eerste gezicht principieel. Toch wringt het. Westerse staten gebruiken vaker unieke morele kwalificaties voor specifieke historische gebeurtenissen. Zo wordt de Holocaust internationaal consequent beschreven als een uitzonderlijk en uniek kwaad. Daar bestaat brede politieke en diplomatieke consensus over.

De vraag is dan ook waarom die voorzichtigheid in sommige gevallen wel en in andere gevallen juist niet wordt toegepast. Nederland heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk erkend dat slavernij niet alleen historisch geweld was, maar een systeem waarvan de gevolgen nog altijd zichtbaar zijn. De koning sprak in 2023 over schuld en vergiffenis. Het kabinet bood excuses aan. Gemeenten, universiteiten en culturele instellingen volgden. Maar erkenning binnen de eigen nationale context is iets anders dan internationale positionering.

Beheersbaar

Een nationale herdenking blijft grotendeels beheersbaar: een land bepaalt zelf de timing, de taal en de reikwijdte van het gesprek. Een stem vóór bij de Verenigde Naties plaatst die erkenning in een bredere internationale context, waarin ook vragen over herstel, verantwoordelijkheid en structurele doorwerking nadrukkelijker terugkomen. En juist daar lijkt de terughoudendheid te beginnen.

Tijdens het debat rond de resolutie wezen verschillende westerse landen op juridische bezwaren rond herstelbetalingen en terugwerkende kracht. Zo stelden de Verenigde Staten expliciet dat slavernij destijds niet illegaal was onder het toenmalige internationale recht. Formeel is dat juist. Maar het argument onthult ook een dieper probleem: de internationale rechtsorde en koloniale macht waren historisch nauw met elkaar verweven.

De staten die economisch profiteerden van slavernij waren vaak dezelfde staten die het internationale recht vormgaven. Daardoor ontstaat een ongemakkelijke cirkelredenering: een systeem wordt verdedigd met verwijzing naar een rechtsorde die mede ontworpen werd door de machten die van dat systeem profiteerden.

Meer dan juridische nuance

Dat betekent niet automatisch dat hedendaagse staten juridisch onbeperkte aansprakelijkheid dragen voor historische misdaden. Maar het verklaart wel waarom veel voormalige koloniën de terughoudendheid van Europese landen ervaren als meer dan alleen juridische nuance. Voor hen gaat het namelijk niet uitsluitend om herstelbetalingen. Het gaat ook om de vraag hoeveel ruimte westerse staten werkelijk bereid zijn te geven aan een internationale herdefiniëring van hun eigen geschiedenis.

Juist daarom krijgt Ketikoti dit jaar een andere lading. De herdenking draait allang niet meer alleen om het verleden. Zij draait ook om de geloofwaardigheid van hedendaagse erkenning. Nederland heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet. Dat moet ook gezegd worden. De excuses van 2022 waren historisch. De maatschappelijke aandacht voor het slavernijverleden is groter dan ooit.

Niet alleen woorden

Maar erkenning wordt uiteindelijk niet alleen zichtbaar in woorden of herdenkingen. Zij wordt ook zichtbaar in de momenten waarop een land bereid is zijn positie internationaal expliciet te maken. En precies op dat moment koos Nederland voor onthouding. Dat maakt de spanning rond Ketikoti dit jaar groter dan voorheen. Want wat herdenken we precies als de internationale bevestiging van dezelfde geschiedenis politiek te gevoelig blijkt?

De juridische ketenen van de slavernij werden in 1863 verbroken. De maatschappelijke gevolgen werken nog steeds door in vermogensverschillen, onderwijsongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt. Dat zijn inmiddels geen marginale observaties meer, maar terugkerende conclusies uit onderzoek van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek, universiteiten en mensenrechtenorganisaties. Om die reden voelt de onthouding van 25 maart voor veel mensen dan ook niet neutraal: niet omdat Nederland tegen erkenning stemde, maar omdat het zweeg op het moment dat expliciete internationale positionering werd gevraagd.

Eerlijkheid

Herdenken heeft betekenis. Symboliek doet ertoe. Excuses doen ertoe. Maar symboliek wordt kwetsbaar wanneer zij niet gepaard gaat met politieke helderheid. Misschien zou Ketikoti daarom dit jaar minder om ceremonie moeten draaien en meer om eerlijkheid. Eerlijkheid over het feit dat Nederland nog altijd zoekt naar de grens van zijn eigen erkenning. Hoeveel geschiedenis kan een land erkennen zolang die erkenning vooral nationaal en ceremonieel blijft?

En wat gebeurt er wanneer diezelfde geschiedenis internationale politieke consequenties begint te krijgen? Dat zijn ongemakkelijke vragen. Maar misschien is precies dat wat een volwassen herdenking uiteindelijk vraagt: niet alleen stilstaan bij het verleden, maar ook zichtbaar maken waar de bereidheid tot erkenning vandaag nog ophoudt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next