Home

Halsema voor coronacommissie: "afstand bij BLM-protest bewust niet gehandhaafd"

Femke Halsema is maandagmorgen in Den Haag ondervraagd door de Parlementaire enquêtecommissie Corona. De burgemeester werd verhoord omdat ze tijdens de pandemie de burgemeester was van Amsterdam en daarom ook voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland: "Alles wat wij in Amsterdam deden, werd al snel een nationaal symbool." 

De commissie ondervraagt van mei tot september de kopstukken van de coronacrisis, over verschillende thema's. In deze vijfde week van de verhoren staat de avondklok en de maatschappelijke onrust die bij de pandemie kwam kijken centraal. Iedereen die een oproep krijgt om verhoord te worden, is verplicht om mee te werken en wordt onder ede verhoord. 

Impact op jongeren 

Hoewel de avondklok en maatschappelijke onrust in het verhoor centraal staan, begint de ondervraging met een onderwerp dat een week eerder al werd besproken, namelijk de positie van jongeren. De vragen worden gesteld door commissielid Annelotte Lammers van Groep Markuszower. Het is een onderwerp waar de burgemeester zich meermaals over heeft uitgesproken en vandaag herhaalt Halsema dat de impact op jongeren "een van de meeste verschrikkelijke gevolgen van de pandemie" is geweest. "In mijn stad wonen veel kinderen en jongeren kleinbehuisd. Je zag razendsnel een isolement toenemen." 

Aan het begin van de pandemie wordt daarom onder leiding van de burgemeester de Tijdelijke Werkgroep Sociale Impact opgericht. "We wilden voor het kabinet schetsen wat de effecten waren en wat de sociale impact was", vertelt ze. "En daarmee een route voorstellen om de meest negatieve effecten te dempen. Daarvoor hebben wij een verslag uitgebracht en aan het kabinet voorgelegd."

Op de vraag hoe dat rapport is ontvangen door het kabinet, blijft Halsema even stil om haar woorden te kiezen. "Ik denk dat men niet de vrijheid voelde om de negatieve sociale effecten op jongeren en kwetsbaren om te zetten in beleid", zegt ze. "Daarvoor was de angst voor besmetting te groot. Uiteindelijk was het effect dan dat we de gevolgen dan maar hadden te slikken." Volgens Halsema waren er constante duivelse dilemma's die er ook voor zorgden dat het proces van de werkgroep stagneerde. 

Noodverordening 

Het volgende verhooronderwerp gaat over de noodverordening die werd ingesteld tijdens de pandemie, en door Halsema als voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland werd ondertekend. Gevolgen daarvan waren onder andere samenscholingsverboden, sluitingsverplichtingen voor de horeca en de avondklok.

"We hebben eigenlijk twee jaar onder GRIP 4 geleefd", zegt Halsema tegen André Poortman (CDA), die nu het vragenstellen heeft overgenomen van Lammers. "Dat is eigenlijk het hoogste crisisniveau dat een regio kent." Gevolgen daarvan waren dat Halsema als burgemeester niet alleen een aantal bevoegdheden van burgemeesters in de regio overnam, maar ook dat de "gemeenteraden op afstand kwamen te staan." Ze geeft toe dat de democratische orde daardoor voor een lange tijd opzij is geduwd.  De burgemeester noemt die keuzes te verdedigen, "maar ik vind het terugkijkend wel kwetsbaar." 

Poortman verwijst naar een artikel van de NOS, dat in augustus 2020 uitkwam, toen de noodverordeningen net een aantal maanden in werking waren. In het artikel wordt kritiek geuit op het democratische proces tijdens de pandemie. Halsema schrijft destijds dat artikel met "toenemend ongemak" te hebben gelezen.

Op de vraag waar dat ongemak vandaan kwam, antwoordt Halsema dat ze als burgemeester in een lastige positie werd geplaatst. "Doordat onze handtekeningen onder die noodverordeningen stonden, werden wij cruciaal in het besluitvormingsproces dat landelijk werd besproken. Daardoor werden wij degenen die het landelijk beleid aftekenden, en dus ook een verantwoordelijkheid droegen."

Repressie

Halsema vertelt dat door die situatie de nadruk in toenemende mate kwam te liggen op repressie. "Dat maakte dat je als burgemeester steeds meer een sheriff werd", zegt ze. "Wij hebben medio 2020, toen alle maatregelen er weer af gingen, in Amsterdam 5500 boetes uitgedeeld. Dat waren geen criminelen, maar gewone inwoners." 

De burgemeester vertelt ook dat ze het als zwaar heeft ervaren om haar handtekening te plaatsen onder de eerste noodverordening. "Omdat je zo diep ingreep op de vrijheden van je eigen inwoners. Het was onvermijdelijk, maar diep ingrijpend."  

Wat het proces volgens Halsema nog ingewikkelder maakte, is dat de Tweede Kamerverkiezingen eraan kwamen. "De Kamer stond al behoorlijk in de verkiezingsstand. Veel discussies werden ook op die manier gevoerd", zegt Halsema. "Ik heb het gevoel dat daardoor een steeds grotere nadruk kwam te liggen op handhaving en repressie, en dat de Tweede Kamer daar ook een zwieper aan gaf."

Sowieso is Halsema kritisch op de rol van de Tweede Kamer tijdens de pandemie. "Ergens in de winter van 2020 raakte de overheid haar bevolking kwijt en dat heb ik als de treurigste periode ervaren", vertelt ze. "Ik vind dat de Tweede Kamer daar geen onverdeeld goede rol in heeft gespeeld."

Avondklok 

Halsema geeft toe dat ze ook wel eens akkoord is gegaan met maatregelen waar ze over twijfelde. "Zeker omdat de maatregelen soms ook steeds idioter werden." Poorthuis slaat aan op de term die Halsema daar kiest en vraagt om toelichting. "Ik kan mij herinneren dat de clubs op gegeven moment open mochten, maar dat die wel om twaalf uur dicht moesten. Dat soort maatregelen gingen te ver." 

Lammers neemt het gesprek weer over en wil het hebben over de avondklok, welke een van de meest controversiële coronamaatregelen was. Halsema zegt daar vanaf het begin principieel kritisch op te zijn geweest. "Het doel heiligt niet altijd alle middelen, en voor mij was de avondklok vrijheidsontneming. Het ging mij echt te ver." Ook praktisch zegt de burgemeester er bezwaren tegen te hebben. "Je zag in Amsterdam veel jonge kinderen die in hun pyjama voor de avondklok naar hun vriendjes gingen, en daar dan bleven logeren. Dat was volgens mij niet de bedoeling bij de instelling van de avondklok." 

Halsema haalt de dood van Pepijn Remmers aan als een van de gevolgen van de impact van maatregelen zoals de avondklok. De jongen overleed in een tentje aan de ring in Noord aan een koolmonoxidevergiftiging. "Daarin werd een rechtstreekse relatie gelegd en dat stond voor mij symbool voor de enorme problemen en de emotionele tragiek voor veel jongeren. Dat was rond dezelfde periode als wanneer de avondklok werd ingevoerd."  

Black Lives Matter-protest  

Na een korte schorsing wordt de ondervraging weer opgepakt door Poorthuis, die Halsema vragen stelt over het ingrijpen bij de verschillende coronademonstraties. "Onvermijdelijk en omstreden", is daarop haar bondige antwoord. Bij de vraag om toelichting begint ze uit zichzelf over de Black Lives Matter protesten van 1 juni 2020, waarna Halsema flink onder vuur kwam te liggen omdat ze niet ingreep. Ze overleefde toen meerdere moties van wantrouwen en bleef aan als burgemeester.

Eerder in het verhoor ging het ook al kort over de demonstraties. Voorzitter Daan de Kort stelde Halsema toen al een directe vraag over of ze ooit heeft overwogen af te treden. Daarover is de burgemeester stellig: "Nee", zegt ze. "Ik vond dat ik mijn plicht had na te leven als bestuurder, hoe ingewikkeld ik dat ook vond."

"Onder mijn verantwoordelijkheid werd de afstand niet gehandhaafd", zegt ze over de Black Lives Matter protesten. "In de maanden daarna hebben we geprobeerd om demonstraties beperkt te laten plaatsvinden, maar ze tegelijkertijd zo controleren dat mensen niet besmet werden." Ze herinnert zich het systeem van stippen leggen op het Museumplein, waar mensen op konden staan. "Als je eraan terugdenkt, is het absurdistisch, maar dat is wat we deden." 

Vergrootglas op Halsema en Amsterdam

"Amsterdam, en ik in het bijzonder, lagen enorm onder een vergrootglas." Dat was volgens de burgemeester vanaf het Black Lives Matter-protest. "Mensen vroegen zich af: wil zij wel handhaven?" Volgens Halsema werd ze daarna door de media voortdurend bevraagd over of en hoe ze zou gaan handhaven. "Dan is het ook nog eens zo dat veel van de media zich concentreert in Amsterdam, dus veel van de camera's zijn al in Amsterdam", legt ze uit. "Alles wat wij in Amsterdam deden, werd al snel een nationaal symbool." 

Demonstraties Museumplein

Als Halsema terugblikt op de coronademonstraties op het Museumplein, herinnert ze zich dat het "ingewikkeld opereren" was, omdat er verschillende groepen demonstranten waren. Daarnaast kwamen mensen, ondanks een demonstratieverbod met het idee om een kopje koffie te gaan drinken op het Museumplein, en dat was volgens Halsema lastig te verbieden. 

"In het begin grepen we heel snel in, dan begon de demonstratie om 14.00 uur en grepen we om 14.30 uur in", herinnert ze zich. Ze geeft aan dat er in latere fases met de protestorganisatoren contact werd gehouden om het ingrijpen zo lang mogelijk uit te stellen. "Daar spreekt het diepe ongemak ook dat wij hadden, want we hadden te handhaven." 

Op de vraag of het ingrijpen van de politie bij demonstraties buitenproportioneel was, is de burgemeester stellig: "Je hebt demonstraties die soms uit de hand liepen, en je hebt rellen. Dat waren niet de demonstranten, dat waren gewoon jongeren die in de wijken containers in de fik staken omdat ze het niet eens waren met de avondklok." Ze erkent dat er een aantal individuele situaties zijn geweest waarin de politie te hard heeft ingegrepen, "maar ik neem verantwoordelijkheid voor het politieoptreden in het geheel, en ik vind dat dat in de omstandigheden noodzakelijk en proportioneel was." 

Poortman wil nog weten of er een verband was tussen het politie-ingrijpen en het uit de hand lopen van demonstraties. "Hoe meer beperkingen je oplegt aan demonstraties, hoe eerder de politie heeft op te treden en hoe groter het risico is op escalatie", zegt ze daarover. 

Halsema pleitte tijdens de pandemie wel voor landelijke richtlijnen in het demonstratiebeleid, maar die vonden geen succes. "Ik denk dat het Rijk terugdeinsde voor een landelijke verantwoordelijkheid voor het lokale demonstratierecht, wat op zichzelf ook te verdedigen valt." Op de vraag of Halsema zich op dit punt landelijk voldoende gesteund voelde in haar aanpak: "In de beginfase is dat wel eens problematisch geweest." 

Mondkapjes

In de zomer van 2020 pleitte Halsema voor een mondkapjesplicht, omdat "het aantal besmettingen in Amsterdam sneller opliep dan waar dan ook." Volgens Halsema was het in de stad praktisch onmogelijk om anderhalve meter afstand te houden, vanwege de smalle straten, de drukte en het feit dat een groot deel van Amsterdam uit water bestaat. "Je kon je kont niet keren, maar wij wilden voorkomen dat mensen weer thuis moesten gaan zitten", vertelt ze. "Met die mondkapjes hoopten we dat we ervoor konden zorgen dat het besef van het gevaar zichtbaar zou worden op straat, en dat we daarmee konden voorkomen dat we weer in een lockdown zouden komen." 

Het Outbreak Management Team (OMT) was in die tijd juist geen voorstander van de mondkapjes, omdat er vrees was dat mensen daardoor juist dichterbij elkaar zouden komen. "Ik wist dat niet", zegt Halsema daarover. "Ik ben geen wetenschapper. Ik wist alleen dat in andere landen en steden wel de mondkapjes werden ingevoerd, dus ik was verbaasd over de stelligheid waardoor het werd afgeraden." Ze voegt daar nog aan toe dat er tegenwoordig nog steeds geen onderzoek is geweest dat aantoont dat mondkapjes dragen wel of niet voordelig zouden zijn. "Ik dacht: baat het niet, dan schaadt het niet." 

Opiniestuk burgemeesters

In de laatste fase van de lockdown schrijft Halsema samen met andere burgemeesters een opiniestuk in de Volkskrant, waarin ze spreekt van een "repressieve overheid die tegenover haar eigen burgers komt te staan." Halsema twijfelt zichtbaar als haar gevraagd wordt wat de reden van het schrijven van deze brief was.

"Allereerst was de dreiging toen minder", begint ze. "Maar inwoners van een land kunnen niet jarenlang in zulke ongewone omstandigheden leven. De ratio in veel maatregelen was gewoon verdwenen. Kappers mochten wel open zijn, maar theaters niet. We vonden dat het kabinet te weinig naar voren bewoog, dus daarom hebben we die brief geschreven." Ze voegt daar nog aan toe dat de brief uiteindelijk door ruimt tweehonderdvijftig burgemeesters is ondertekend. 

"De pandemie nam meer de vorm aan van een griep, en we vonden dat het ook die behandeling moest gaan krijgen. Mensen moesten hun leven weer gaan lijden, want het leven was te lang in de wacht gezet." Volgens Halsema voelde het kabinet destijds weinig ruimte om de teugels te laten vieren. "Ik weet nog dat ik heb voorgesteld om te stoppen met beboeten, en terug te gaan naar dringend adviseren. Dat waren echt ingewikkelde discussies die we met elkaar voerden." 

Halsema eindigt haar verhoor met een advies: "Ik heb wel een het gevoel gehad dat lokaal en landelijk bestuur tegenover elkaar stonden. Er werd ook goed samengewerkt en er was veel contact, maar benut de lokale ervaring vooral bij een nieuwe crisis", zegt ze. "Wij zien hoe mensen wonen, wij weten wat er achter voordeuren gebeurt. Gebruik die kennis." 

De coronaverhoren lopen nog tot en met september, de uitkomst van het definitieve onderzoeksrapport komt aan het begin van 2027.

Burgemeester Halsema (@Tom Feenstra - Gemeente Amsterdam)

Source: Fok frontpage

Previous

Next