De lezersbrieven! Over loyaliteit, kauwgom lospeuteren, Zeeuws-Groningse solidariteit, eenzaam sterven en bondscoaches importeren.
Het is weer WK voetbal, het moment waarop media de loyaliteitsvraag stellen aan Nederlanders van wie de roots via familiebanden in een ander land liggen. Voor wie ben je? Het is een onmogelijke identiteitsvraag – ben je/voel je je Nederlander? – die niet meer past op een werkelijkheid waarin ieder land een grote diversiteit aan culturen en achtergronden kent.
Professor Han Entzinger deed ruim 25 jaar geleden onderzoek naar de identiteit van Rotterdamse jongeren. Het was niet verbazingwekkend dat jongeren met een Marokkaanse en Turkse achtergrond zich minder Nederlander voelden en vooral trots waren op de landen waar hun familie vandaan kwam. Maar het interessante was dat ze zich dwars door alle culturele achtergronden heen trotse Rotterdammers voelden. Identiteit is een hybride begrip in een geglobaliseerde wereld waarin loyaliteiten kunnen fluctueren.
Marien van Schijndel, Deventer
Een derde van de gekochte kauwgom belandt op straat (Ten eerste, 29/6). De kauwgomindustrie ziet vervanging van plastic door een natuurlijke gom niet zitten. Een alternatief is dat er statiegeld wordt geheven op kauwgom. Als de kauwgom in strips wordt verkocht, kunnen die dienen als bergplaats voor de gebruikte kauwgom. Zoiets is niet haalbaar, dus moet van de industrie – de gebruiker dus – een verwijderingsbijdrage worden gevraagd. De opruimkosten per verwijderde kauwgom bedragen 1,50 euro. Wanneer een derde op straat terechtkomt is 50 cent per kauwgom een reëel bedrag.
Ben van de Wiel, Huizen
Begin ’45 kregen wij als kleine jongens soms kauwgom van onze bevrijders. Dat was pas kauwgom, daar kon je op blazen; klapkauwgom noemden we dat. Toen de laatste Canadees vertrok, was het: wat nu? Als het in de zomer lekker warm was, pulkten we teer van de weg waar de paarden van de melkboer, groenteboer, schillenboer regelmatig overheen liepen. Geen probleem, we kauwden er smaakvol op los, en uitspugen? Ik weet het niet meer, misschien kwam het via je darmen wel in het riool.
Rob de Waijer, Oostkapelle
We zitten in hetzelfde schuitje, Onne, wij uit Zeeuws Vlaanderen en jullie in Groningen (O&D, 30/6). Alleen is ons gebied nog kleiner, zelfs piepklein in vergelijking met Noord- Nederland. Ook wij hebben een prachtig polderlandschap, dat we niet nog verder kwijt willen raken. En dan hebben we ook nog een sterk vervuilde Westerschelde, onder meer door alle troep die er vanuit België nog steeds in wordt geloosd. Dus zeg het maar, trekken we samen op tegen deze onmogelijke keuzes?
Marian de Jonge, Venray (verbonden met geboorteplaats Terneuzen)
Hubrecht Duijker, gelauwerd wijnjournalist, stelt dat ‘tientallen wetenschappelijke onderzoeken in allerlei landen overtuigend hebben aangetoond dat wijn heilzame eigenschappen kan hebben en gezondheid bevorderend kan zijn’ (O&D, 30/6). Het kán, inderdaad, maar zeker is dat kennelijk niet.
Zijn schrikbeeld – het vergelijken van het drinken van wijn met roken – is wat ongelukkig verwoord, want hoe kort is het nog maar geleden dat roken niet per se als gezond, maar zeker niet als ongezond werd beschouwd?
Fons Bouchier, Naarden
Vandaag lees ik over het leven van meneer Van O (V, 30/6). En weer is het zo wonderlijk wat de nuchtere schrijfstijl van Joris van Casteren met me doet. Het leven van meneer O. glijdt af naar een hoekje dat door anderen liever gemeden wordt. De realisatie dat dit mij ook zou kunnen overkomen. Dat het niet automatisch goed gaat met je. Van Casteren schrijft het met zoveel mededogen op. Elke keer is het een oefening in me niet afwenden, maar meekijken om dan die schrijnende combinatie van angst en dankbaarheid te voelen.
Joyce van den Beuken, Utrecht
Een Française wordt rijksbouwmeester van Nederland (V, 30/6). Prima. Wanneer begint het besef door te dringen dat ook de bondscoach van het Nederlands elftal een buitenlander zou kunnen zijn? Misschien wordt het dan nog wat met ons nationale voetbal.
Marco Voorhuis, Amsterdam
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Source: Volkskrant