Home

‘De meeste mensen gaan van mbo naar hbo. Bij mij is het andersom, en dat is helemaal goed’

Eva Driessens (25) komt uit ‘één groot ADHD-gezin’, dus is ze opgevoed met zo veel mogelijk structuur. Nu is ze de ‘proefjesjuf’ op een Eindhovense bso. ‘Ik denk dat ik zelf nog heel erg kind ben.’

schrijft voor de Volkskrant over theater en human interest

Hoe ben je opgegroeid?

‘Heel fijn, in Eindhoven. Mijn ouderlijk huis is hier één kilometer vandaan. Mijn vader en moeder zijn nog steeds gelukkig samen. Ik heb een grotere zus en een jonger broertje. Papa werkte, waardoor mama thuis kon zijn. Eigenlijk echt een huisje-boompje-beestjegezinnetje, zelfs met een hond.’

Wat maakte het zo fijn?

‘Het was veilig en gezellig. Mijn ouders hebben ons opgevoed met zo veel mogelijk rust en regelmaat. We zijn namelijk één groot ADHD-gezin. Ik ben op m’n 10de gediagnosticeerd, en de rest van het gezin volgde later ook. Dus ja, een beetje ritme inbouwen was wel goed voor ons.’

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Hoe zorgden je ouders daarvoor?

‘Alles was altijd ongeveer hetzelfde. Als we uit school kwamen kregen we standaard ranja met twee koekjes. Nooit één, altijd twee. Wij speelden ook veel buiten vroeger. Met de bal onder de arm belden we bij iedereen aan om mee te spelen. Het park was om de hoek, en er was een boerderij op loopafstand. Heel relaxed allemaal.’

Wat voor puber was je?

‘Ik had twee kanten, nog steeds denk ik. Aan de ene kant ben ik een kleine stuiterbal, en aan de andere kant ben ik de rust zelve. Hoe ik me gedroeg hing af van of ik me op mijn gemak voelde. In de klas was ik het stille meisje. Maar bij mijn vriendinnen in de pauze, zij zaten allemaal op het vwo en ik op de havo, was ik letterlijk de hele pauze aan het springen.

‘Pas na de middelbare school heb ik geleerd dat ik ook rustig kan zijn bij mensen die ik ken, en dat ik mijn drukkere zelf kan zijn bij mensen die ik niet ken.’

Waar leerde je dat?

‘Tijdens de introweek van de pabo, waar ik uiteindelijk maar twee maanden heb gestudeerd. Maar in die introweek heb ik een grote sociale ommezwaai gemaakt. Het was niet eens een heel bewuste keuze, maar ik voelde wel: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ik wilde niet weer in een klas zitten waar ik me niet helemaal op mijn gemak voelde.’

Waarom stopte je na twee maanden?

‘Ik weet het niet zo goed. Ik was 17. Vlak voor de eerste toetsweek liep ik zo ver achter, dat ik dacht: dit gaat niet meer goedkomen. Daarna heb ik een tussenjaar gehad en ben ik aan nog een hbo begonnen: management van de leefomgeving. Wel propedeuse gehaald, maar ook weer niet afgemaakt want het werd corona en ik moest de hele dag achter de computer gaan zitten.

‘Toen dacht ik: ik wil met mijn handen werken. Ik wil bezig zijn. Ik ging op zoek naar een bbl-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg, red.) en nu werk ik met heel veel plezier in de kinderopvang. Ik werk bij de bso.’

Wat doe je op de kinderopvang?

‘Samen met collega’s haal ik de kinderen van school en daarna hebben we gewoon gezellige middagen met elkaar. Ik doe vaak proefjes met de kinderen. Meng azijn met baking soda, doe het in een dichte fles, beetje schudden en dan heb je een raket. Dat vinden de kinderen natuurlijk prachtig. Elke dag vragen ze me: ‘Juf, gaan we vandaag weer een proefje doen?

‘De groep die ik onder mijn hoede heb is 5 tot 8 jaar, maar ze mogen bij ons vrij rondlopen dus soms heb je ook kinderen van 4 of 10 onder je hoede.’

Wat vind je zo leuk aan met kinderen in de weer zijn?

‘Ik denk dat ik zelf nog heel erg kind ben. Ik vind het leuk om tikkertje te spelen, en dingen te ontdekken. Ik was die proefjes gaan doen omdat ík daar zin in had, en nu ben ik de ‘proefjesjuf’ geworden. Maar dat vind ik dus alleen maar leuk. Lekker met de kinderen meespelen.

‘Soms moet je ze natuurlijk ook helpen. Als ze dan ruzie hebben zeggen: ‘Goh, dit kindje doet iets wat jij niet fijn vindt. Maar heb je tegen hem of haar gezegd dat je het niet fijn vindt? Nee? Nou, ga daar maar eens mee beginnen dan.’ Het is leuk om de kinderen te zien groeien.’

Leer je ook veel over jezelf?

‘Ja. Kinderen zijn zo’n spiegel. Dat is eigenlijk echt niet grappig. Soms gaan ze mijn woordjes herhalen. Ik zeg bijvoorbeeld niet ‘oké is goed’ maar ‘okidoki’, en nu zeggen die kinderen ook allemaal ‘okidoki’.

Herken je jezelf toen je klein was?

‘Soms. Eén meisje vindt het fantastisch om op het podium te staan en dansjes te doen. Dat herken ik. Maar ik herken me ook in het kindje dat heel rustig in het atelier zit te knutselen. Je herkent delen van jezelf in verschillende kinderen.’

Was er in je jeugd een gebeurtenis die je heeft gevormd?

‘Op mijn 6de ging ik bij scouting. Ik heb daar leren samenwerken, koken, tenten opzetten, zelfstandig zijn. Daar heb ik ook beter leren plannen dan op school. Ik had één leidinggevende die gitaar speelde. Mijn ouders zeiden altijd: je bent zo muzikaal, je moet iets met muziek doen. Ik vond dat altijd stom, tot dat kamp, waar hij de hele tijd gitaar speelde. Toen ik werd opgehaald was het eerste wat ik tegen mijn moeder zei: ik wil op gitaarles.’

Hoe gaat dat plannen nu?

‘Dat is nog steeds iets waar ik moeite mee heb. Als een afspraak in mijn agenda staat, komt het goed, maar iets erin zetten vergeet ik soms, of ik zet het op de verkeerde dag erin. Ik ben regelmatig gebeld door de kapper of de tandarts met: hé, waar ben je? Na al die tijd heb ik er nog steeds geen vrede mee. Ik word soms echt gek van mezelf.

‘Mijn sociale leven lijdt er niet echt onder, omdat mijn vrienden weten dat ik meestal een kwartiertje later ben. En het leuke is dat ik wel goed ben in spontane acties. Als iemand vraagt: wie gaat er mee over vijf minuten dit of dat doen?, dan zeg ik: ik!’

Wat zijn je hobby’s?

‘Gitaar spelen. Ik was een beetje zenuwachtig voor het interview dus ging ik lekker spelen. Mijn favoriete liedje om te spelen is Wattendag van Maaike Ouboter. Een lekker rustig nummer, over dat je de dag gewoon mag nemen zoals-ie komt. Ik zing ook, en maak liedjes met die leidinggevende die me inspireerde. Maar dat is alleen voor op de zolderkamer.’

Eva Driessens werd 25 op 28 april.

Woonplaats: Eindhoven

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 6. Ik vind mezelf qua werk best volwassen, maar daarbuiten nog vooral kind.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Nee, ik heb het gevoel dat ik een ander leven leid dan anderen.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik heb echt geen flauw idee. Ik zie wel waar de wind me naartoe waait. Ik zal vast wel gelukkig zijn.’

‘Verder fiets ik graag. Ik was eigenlijk veel aan het hardlopen, maar ik ben deze winter hard gevallen met skiën, toen heb ik mijn voorste kruisband voor 75 procent afgescheurd en mijn meniscus gescheurd. In die gitaartas in de hoek van de kamer zit geen gitaar, maar krukken. Daar fiets ik elke dag mee naar mijn werk, haha.

‘Als ik me verveel ga ik gewoon 40 kilometer fietsen, en dan bedenk ik bij een kruising ter plekke of ik links of rechts ga. En na een uur zoek ik op hoe ik weer thuiskom.’

Klinkt alsof je jezelf goed kan bezighouden

‘Ik zou denk ik gek worden als ik helemaal alleen zou zijn. Ik vind het dan ook fijn hier in dit studentenhuis. Maar het fijne aan alleen op pad gaan, is dat je met niemand rekening hoeft te houden. Als ik ergens een kwartier in het gras wil liggen, dan doe ik dat.’

Is er iets in je leven wat je zou willen veranderen?

‘Ik vind theater, zingen en dansen heel leuk, en dat wil ik het komende jaar meer gaan delen met anderen. Lange tijd voelde het alsof zingen iets van mij is, en dat ik niet wilde dat mensen daar een mening over zouden vormen. Ik zing bijvoorbeeld alleen als mijn huisgenoten niet thuis zijn, zodat niemand het hoort. Maar iets als theater kun je toch moeilijk in je eentje doen. Dat wordt toch een beetje treurig alleen in je slaapkamer, haha.’

Waar ben je trots op?

‘Dat ik heb geaccepteerd dat ik een ander pad bewandel dan ik voor mezelf had uitgestippeld. Ik ging van de havo naar hbo, en van mijn ouders huis naar samenwonen met mijn toenmalige vriend. Dat was hoe ik het wilde, zoals ik dacht dat het moest gaan. Maar toen dat allemaal stuk liep, kon ik dat moeilijk accepteren.

‘Ik was ook helemaal niet trots toen ik mijn mbo-diploma haalde. Ik vond het vooral onder mijn niveau. Inmiddels ben ik wel trots op dat diploma.’

Wat was ervoor nodig om die trots te gaan voelen?

‘De realisatie dat ik eigenlijk heel blij ben met mijn leven, en dat al die omwegen hebben geleid tot waar ik nu ben. Dat zou ik ook wel tegen mensen willen zeggen: je mag het leven ook achterstevoren leven. Dat kan een heel leuk leven opleveren. De meeste mensen gaan van mbo naar hbo en van studentenhuis naar samenwonen. Bij mij is het andersom, en dat is helemaal goed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next