Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën heeft grote moeite het wetsvoorstel voor een nieuwe vermogensbelasting (box 3) door de Eerste Kamer te loodsen. Eerenberg heeft een aantal aanpassingen voorgesteld, maar het blijft onzeker of de senaat die voldoende vindt.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De Eerste Kamer blijft sterk verdeeld over de Wet werkelijk rendement box 3, bleek dinsdagmiddag tijdens de wetsbehandeling in de senaat. Het wetsvoorstel regelt dat vermogende Nederlanders vanaf 2028 belasting betalen over hun daadwerkelijke vermogensgroei in plaats van over een fictief rendement.
Het belasten van het werkelijke vermogensrendement is een oude, vurige wens van het parlement, maar het huidige wetsvoorstel krijgt in de senaat de handen niet op elkaar. Het is namelijk een mengvorm van een vermogenswinstbelasting (vwb) en een vermogensaanwasbelasting (vab).
De rechtse fracties, inclusief het CDA, zijn eigenlijk voorstander van een ‘zuivere’ vwb. De fiscus int dan alleen belasting over vermogenswinst die de belastingplichtige te gelde maakt. Spaarrente en dividenden worden dan – net als nu – jaarlijks belast, maar de waardestijging van vastgoed en effecten pas na verkoop.
Maar het huidige wetsvoorstel onderwerpt aandelen en andere effecten aan een vab. Effectenbezitters gaan jaarlijks belasting betalen over de ‘papieren’ koerswinst van hun portefeuille. Een groot deel van de senaat (de rechterkant) vindt dat onredelijk, omdat sommige beleggers misschien een deel van hun effecten moeten verkopen om de belastingaanslag te voldoen.
De linkse senaatsfracties vinden dat het wetsvoorstel vermogenden juist te veel ontziet. Onder andere Pro en de SP willen een progressievere belasting: hoe meer vermogen, hoe hoger het tarief. Het wetsvoorstel voorziet in een ‘vlaktaks’ van 36 procent boven een belastingvrije vermogenswinstdrempel van 1.800 euro.
Over de waardestijging van vastgoed wordt in het voorliggende wetsvoorstel wél een vwb geheven, net als over aandelen in start-upbedrijven. Voor deze twee categorieën is een uitzondering gemaakt, omdat deze vermogensbestanddelen niet gemakkelijk te verzilveren zijn.
Vorige kabinetten kozen er bewust voor goed verkoopbare effecten als aandelen en obligaties met een vab te belasten, omdat een ‘zuivere’ vwb de schatkist miljarden aan belastingderving kost. Een vwb geeft vermogenden namelijk een sterke prikkel om de verkoop van hun effecten, vastgoed en andere bezittingen zo lang mogelijk uit te stellen. Want daarmee stellen ze ook de box 3-belasting uit.
Uit berekeningen van de Belastingdienst blijkt overigens dat maar weinig Nederlanders in betalingsproblemen zouden komen door een vab. Ook vastgoedbezitters kunnen de vab-aanslag meestal gemakkelijk betalen met de huur- of pachtinkomsten die hun vastgoedbezit of andere vermogen genereert.
Maar ondernemersorganisaties als VNO-NCW, beleggersverenigingen en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs lobbyen keihard voor een vwb voor elke vermogensvorm. Met succes, want het kabinet-Jetten wil volgens het regeerakkoord uiteindelijk zo’n zuivere vwb invoeren.
Het wetsvoorstel dat staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën door de Eerste Kamer probeert te loodsen is daarom een tijdelijke oplossing voor ongeveer vier jaar. Het kabinet heeft deze stoplap nodig omdat de Hoge Raad de voormalige box 3-belasting onwettig heeft verklaard. Sindsdien werkt de Belastingdienst met een ‘tegenbewijsregeling’, een noodoplossing die de schatkist jaarlijks 2,4 miljard euro kost.
Om die financiële bloeding te stelpen stemde de Tweede Kamer vorig jaar met tegenzin vóór het wetsvoorstel. Maar de lobby van het bedrijfsleven heeft sindsdien vat gekregen op het rechterdeel van de Eerste Kamer. De CDA-senaatsfractie heeft gedreigd met tegenstemmen, al was de partij in de Tweede Kamer nog voor. Ook de VVD is in de Eerste Kamer gaan twijfelen.
Een deel van de senaat zou het liefst doorgaan met de tegenbewijsregeling tot 2032 en dan een zuivere vwb invoeren. Maar dat kost een schrikbarende 22 miljard euro, berekenden ambtenaren van het ministerie van Financiën eerder deze maand.
De Eerste Kamer wil niet meer stemmen over het wetsvoorstel in huidige vorm. Eerenberg presenteerde op 19 juni een ‘keuzemenu’ van iets minder dure aanpassingen die het wetsvoorstel politiek verteerbaar moeten maken. De acht verbetervoorstellen variëren in kosten van 120 miljoen tot 4 miljard euro eenmalig en van 12- tot 218 miljoen euro structureel.
Het kabinet zal hiervoor tijdens de begrotingsonderhandelingen in augustus financiële dekking moeten zoeken, in overleg met de oppositie. In het najaar wil Eerenberg het aangepaste wetsvoorstel opnieuw voorleggen aan de Tweede Kamer. Als die akkoord gaat, moet het opnieuw terug voor behandeling naar de Eerste Kamer.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant