Een beetje bevreemdend vind ik het altijd, wanneer andere mensen heel erg onder de indruk zijn van iets waar ik persoonlijk weinig bij voel. Goocheltrucs. Schaakcomputers. Mensen die hun oren op en neer kunnen bewegen. Twintigers die ergens wethouder worden. Jeff Bezos. Hoe diep ik ook graaf in de put van mijn emoties, bewondering tref ik voor die dingen simpelweg niet aan.
Zulke bevreemding ervaar ik ook bij veel berichtgeving over kunstmatige intelligentie. De Nijmeegse ondernemer Pim de Witte heeft 320 miljoen dollar opgehaald met zijn Nederlandse AI-bedrijf, wordt mij verleden week gemeld door NOS, NRC, de Volkskrant en Omroep Gelderland. Eenendertig jaar is hij pas. Zijn bedrijf bouwt AI-modellen op basis van data uit clips van computerspelletjes. Daarmee zullen we mogelijk een heleboel nog niet gerobotiseerde dingen straks wel kunnen robotiseren. Een van de investeerders is Jeff Bezos. De term ‘Europese AI-kampioen’ valt. In mijn binnenste gebeurt er niets.
Bij Nieuwsuur komt het bericht over de Nijmeegse ondernemer voorbij tijdens een gesprek over de ‘AI-race’, waarin „Europa de boot dreigt te missen”, in de woorden van presentator Jeroen Wollaars. Aan tafel zit AI-expert Michiel Bakker, verbonden aan de Amerikaanse universiteit MIT. Bakker werkt trouwens ook voor de AI-tak van Google, zo benoemt Wollaars „even voor de transparantie”, en hij heeft trouwens ook geïnvesteerd in dat bedrijf van De Witte. Net als Jeff Bezos dus. Had ik al gezegd dat Jeff Bezos ook heeft geïnvesteerd?
Enfin, samen met andere AI-experts heeft Bakker een fictief doemscenario geschreven onder de titel ‘Europe 2031’, over hoe het ons hier zal vergaan als we niet nú vol inzetten op AI. Weldra zal Europa afhankelijk zijn van AI-modellen onder controle van andere continenten; binnen vijf jaar rest ons slechts de keuze tussen „een Amerikaans protectoraat worden”, „de toekomst aan China geven” of „wegkwijnen in isolatie”, zo valt te lezen in de executive summary van het scenario. Al deze rampspoed kán echter nog voorkomen worden, luidt de boodschap, mits we in Europa massaal in AI gaan investeren.
Begin dit jaar liet de Europese Commissie al weten een Europees AI-fonds te willen van 20 miljard euro. „Ons doel is dat Europa een van de meest vooraanstaande spelers is op het vlak van kunstmatige intelligentie”, zei Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. „Dat houdt in dat we een manier van leven moeten omarmen waarin je kunstmatige intelligentie overal terugvindt.”
Voor de auteurs van het Europe 2031-scenario, dat de afgelopen weken internationaal door verscheidene media werd opgepikt, is het plan van Brussel nog niet genoeg. Om de AI-investeringen in de Verenigde Staten te evenaren zijn er wel honderden miljarden euro’s nodig, er moeten heel veel meer datacenters gebouwd worden, en de arbeidsmarkt moet op de schop, schrijven ze, waarbij veel van onze banen gaan worden vervangen door AI. Krijgen we er al een beetje zin in?
Ik twijfel er niet aan dat de scenarioschrijvers het beste voorhebben met ons continent. En net als zij denk ook ik dat het onwenselijk is als Europa zichzelf afhankelijk maakt van Amerikaanse AI-modellen. Maar ben ik gek als ik vraag of de efficiëntste manier om onszelf niet afhankelijk te maken van Amerikaanse AI-modellen misschien is om onszelf überhaupt niet afhankelijk te maken van AI-modellen? Als ik meen dat we de kosten van al die datacenters – in geld, ruimte, energieverbruik, en de esthetische kwaliteit van ons landschap – zorgvuldig moeten afwegen tegen de baten? En als ik van die baten nou eenmaal niet zo ongelofelijk onder de indruk ben?
Dat AI heus wel baten heeft, ontken ik niet. Prima om er ook in Europa een duit in te investeren, en ongetwijfeld moeten we hier iets van eigen AI ontwikkelen om onszelf te kunnen weren tegen AI-gestuurde (cyber)aanvallen van buitenaf. Maar dat is nog iets anders dan de hele samenleving ombouwen omdat we niet achter zouden kunnen blijven in een door Big Tech gehypete ‘AI-race’. Wat een armoe om dat te denken dat dat onze enige optie is.
Source: NRC