Langzaam, met één stap vooruit en twee terug, is er in Nederland meer aandacht gekomen voor het slavernijverleden. Vijf vrouwen uit drie generaties vertellen over de strijd die zij daarvoor leverden, en over wat er nog te doen staat.
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Wie: Barryl Alexandrina Biekman (75)
Waar: te Zoetermeer, is landelijk en internationaal actief
Wat: Biekman strijdt al een leven lang voor erkenning en herstel van het slavernijverleden en de doorwerking ervan op het gebied van racisme en discriminatie. Mede dankzij haar heeft Nederland een nationale slavernijherdenking, een nationaal monument en boden koning en regering excuses aan.
U bent onlangs benoemd tot officier, ridder was u al, vanwege uw strijd voor erkenning en herstel van het slavernijverleden. Hoe vindt u dat?
‘Het is een blijk van waardering, want in Nederland ben ik vaak als radicalist bestempeld. Maar ik ben een humanist, ik strijd voor gelijke mensenrechten voor iedereen, voor een inclusieve en rechtvaardige samenleving. Ik omschrijf mezelf als mensenrechtenactivist, wetenschapper, strateeg, bruggenbouwer en lobbyist.
‘In 2001 vertegenwoordigde ik Nederlandse ngo’s in de regeringsdelegatie bij de anti-racismeconferentie in Durban, waar de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij werden erkend als misdaden tegen de menselijkheid.’
Hoe werd u zo’n drijvende kracht?
‘Mijn jaren van bewustwording heb ik nog in Suriname beleefd, bij een jongerenbeweging die zich bezighield met goed onderwijs, mijn focus lag op racisme op katholieke scholen. In 1971 kwam ik in Nederland, daar was ik actief in de Surinaamse onafhankelijkheidsbeweging en heb ik mij verder ontwikkeld bij de vrouwenbeweging. Bikkelharde witte vrouwen leerden mij revolutionaire taal, openden mij de ogen.
‘Toch merkte ik dat de emancipatie van de zwarte vrouw anders was. De witte vrouw opereerde vanuit feminisme, onze emancipatie kwam vanuit een koloniaal perspectief. We hadden immers ook een appeltje te schillen met de witte vrouwen die gedurende 350 jaar een eigen rol hadden in de misdaden tegen Afrikaanse tot slaaf gemaakte vrouwen. Denk aan het afsnijden van borsten, kledingvoorschriften zoals de koto om te voorkomen dat de witte mannen zich aan zwarte vrouwen zouden vergrijpen.
‘Ik kwam in Nederland en was ‘de tropische verrassing’, ‘de mooie negerin’, ‘de Zwarte Piet’. Dat zei men zo. Ik heb op kantoren gewerkt, bij banken. Bij de gemeente, als klerk. Ik leerde meebewegen met het racisme en gedijen in organisaties, dankzij oudere witte mannen die mij, nog lang na hun pensioen, steunden.
‘In 1986 hebben we Stichting Sophiedela opgericht, een zwarte vrouwenbeweging. Dit jaar zijn we veertig jaar actief. Wij spraken over Zwarte Piet en de herkomst, en in die jaren begon ik te spreken over excuses. De reacties waren zoals verwacht: wie denkt ze wel niet dat ze is. Kom mij niet zeggen dat het lang geleden is, of dat wij er niets mee te maken hebben, want het duurde vierhonderd jaar en mijn kinderen maken nu pas mee dat er excuses kwamen.’
U bent een van de initiatiefnemers van het slavernijmonument en de landelijke herdenking in Amsterdam.
‘In 2000 was de eerste nationale herdenking, in 2002 volgde het nationaal monument. Mensen waren van heinde en verre afgereisd om bij de onthulling te zijn. Vanwege 9/11 was alles met hekken afgezet, vrijwel niemand kon erbij. Zeer triest.
‘Dan was er nog het voorval met mijn spreektekst, die ik niet vooraf had afgestemd met de secretaris-generaal van Algemene Zaken, uit vrees voor censuur. Dat werd me niet in dank afgenomen, nooit mocht ik van hem meer spreken op 1 juli. Maar de koningin gaf me een knikje en een knipoog na mijn toespraak.’
Hoe belangrijk waren de excuses voor u?
‘U kunt zich haast niet indenken hoe belangrijk. Een directe opvolger in de historische lijn van de koning die de slavernij in 1863 afschafte, bood excuses aan voor het wegkijken van opeenvolgende koningshuizen.
‘De koning heeft me naderhand bedankt. ‘We zijn het niet vergeten’, zei hij. Het emotioneert me daaraan te denken. Dat ik niet meer die vrouw was die te radicaal was, maar een handdruk van de koning kreeg.
‘Maar daarna volgde 25 maart jongstleden de VN-resolutie om vast te leggen dat die honderden jaren slavernij behoren tot de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid. En wat gebeurde daar: Nederland onthield zich van stemming. Argentinië, de VS en Israël stemden zelfs tegen.
‘Na de excuses volgde een fonds, 200 miljoen, maar waarvoor precies? Bewustwording? Wie moet er bewust worden? Het gaat over doorwerking en herstel. Daarvoor hebben we het Landelijk Platform Slavernijverleden, opgericht in 1999.
‘Natuurlijk is er een groot verschil tussen toen en nu, we hebben vele stappen vooruitgezet. Maar een overkoepelend herstelplan, dat voldoet aan de VN-resolutie van Durban uit 2001 en die van 25 maart jongstleden, ontbreekt.’
Wat verstaat u onder herstel?
‘Daarover bestaan internationale afspraken tussen de Afrikaanse Unie, de VN, de Caribische gemeenschappen en de EU. We spreken over reparatory justice. Opmaken wat de schade van vierhonderd jaar is, van de doorwerking, afrofobie erkennen en in de wet vastleggen, de excuses in de wet verankeren, alles wat met racisme te maken heeft moet verboden worden bij wet. Het woord ‘neger’: strafbaar. Het ontkennen van het slavernijverleden: idem.
‘De volgende stap is een staatsorgaan dat aan herstel werkt, met een gecoördineerde aanpak om chaos en een wirwar van overbodige onderzoeken te voorkomen: een ministerie van Reparatie, met als doel vereffening van het slavernijdossier. Hier, en vooral ook dáár, in Suriname, op de eilanden.’
Wie: Peggy Wijntuin (68)
Waar: Rotterdam
Wat: Wijntuin (geboren in Suriname, geworteld in Rotterdam) zet zich sinds 1979 in tegen racisme en kansenongelijkheid. Als journalist, bij de politie, in het onderwijs, in de lokale politiek en als burger. Dankzij Wijntuin heeft Rotterdam een eigen slavernijherdenking, -monument en uitvoerig historisch onderzoek.
U heeft op veel plekken gewerkt.
‘Ik begon bij Sijthoff Pers, een voorloper van het huidige AD. Een zwarte vrouw in de journalistiek, dat was niet vanzelfsprekend. Ik ben rauw racisme tegengekomen, maar zei je destijds iets, dan klonk het: onzin, in Nederland hebben we geen racisme.
‘Ik opereer vanuit menselijkheid. Mijn uitgangspunt is altijd geweest: zie mijn menselijkheid, zie de mens in mij.
‘Ik ben gevormd door mijn moeder, die opgroeide in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, in een dorpje op een paar dagreizen van Paramaribo. Ze verloor haar moeder op jonge leeftijd en is grootgebracht door haar oma, die zelf nog in 1863 uit slavernij is bevrijd.
‘Mijn moeder wilde onderwijzeres worden. In vertrouwen gaf haar vader haar als 12-jarige mee aan mensen uit Paramaribo, om verder te leren. Achteraf bleek zij als een soort huisslavin ingezet in het huishouden en op het erf.
‘Mijn strijdbaarheid en motivatie heb ik van haar. Ze wilde de historische ongelijkheid doorbreken, hield het bij één kind. Ze had drie banen om mij kansen te geven. Ze gaf mij alles, muziekles, we leerden samen.
‘Kinderen pakten me op mijn kleur. Wanneer ik huilend thuiskwam, zei mijn moeder: dus dankzij jou hebben ze vandaag gelachen? Dank U, Here, dat mijn kind mensen kan laten lachen. Draag dat talent als een kroon, leerde ze me. En vlieg zo hoog je kan, zo ver je kan.
‘Mijn cijfers waren goed, maar ik kreeg het advies huishoudschool. Mijn moeder werkte als hulp in de huishouding in een bejaardenhuis, zij zou mij volgens de leerkracht niet kunnen helpen met schoolwerk. Mijn beste vriendin Marina had lagere cijfers, haar ouders stonden op de markt, en zij mocht wel naar de Petrus Mavo.
‘Boos over zoveel onrecht zijn we samen naar de directeur van de Petrus Mavo gegaan. Twee meisjes van 12, hij ontving ons met een grote glimlach, ik weet het nog goed. Ik mocht er beginnen, haalde negens en tienen en mocht door naar de havo.’
Dankzij u heeft Rotterdam een slavernijmonument. Hoe kreeg u dat voor elkaar?
‘Tussen 2006 en 2018 was ik gemeenteraadslid. Ik hoorde al jaren dat er in de stad, vooral in de Surinaamse gemeenschap, behoefte was aan een slavernijherdenkingsplek. Mensen kwamen samen, maar deden dat in kerken en verenigingsgebouwen.
‘Met duizenden verzamelde handtekeningen toonde ik de toenmalige wethouder hoeveel mensen het initiatief steunden. Toch besloot ik het niet via de gemeenteraad te realiseren, maar particulier. De raad was destijds, kort na de dood van Pim Fortuyn, sterk gepolariseerd. De kogel kwam van links, zei men, en ik zat bij de PvdA.
‘Het moest een monument van verbinding worden, geen splijtzwam. Als ik het in de raad zou opperen, zou de tegenstem zich nadrukkelijk hebben laten horen. Ik wilde dat mensen die geschiedenis tot zich zouden nemen en niet direct in de weerstand belanden.
‘Het slavernijmonument kwam er in 2013, op de Lloydkade, nabij de plek waar onlangs het Molukse monument is geplaatst. Met de toenmalige burgemeester Ahmed Aboutaleb sprak ik meermaals over het belang van een officiële Rotterdamse herdenking, net als op 4 mei. Die is er sinds 2015.
‘Veel mensen waren ontzettend blij met mijn inzet. Natuurlijk was er ook venijn en lelijkheid: hoe durfde ik, hoezo slavernij, racistische bagger en de doodsbedreigingen.
‘Waarop ik dacht: het is omdat jullie je geschiedenis niet kennen. Want het feit dat ik hier nu ben, heeft alles te maken met dat Nederland in het verleden dáár was. Daarom heb ik in 2017 een raadsmotie ingediend: voor een onderzoek naar de Rotterdamse rol op het gebied van koloniale uitbuiting en slavernij. Rotterdam had de primeur, daarna volgden andere gemeenten. Ik noem de studies monumenten tegen de onwetendheid. Niemand kan nog zeggen dat ze het niet wisten.’
Hoe staat Nederland ervoor qua omgang met het slavernijverleden?
‘Het feit dat wij het hier vandaag over hebben, dat wij het er steeds vaker over hebben, dat het veel zichtbaarder is, dat zwarte mensen mondiger zijn geworden en dat zoveel jonge mensen strijden voor gelijkwaardigheid – dat is een golfbeweging die niet meer tot stilstand zal komen.
‘Er is kwaadaardigheid, maar wij zijn met meer. Ik moet nog vaak denken aan de duizenden jonge mensen die in 2020 op de Erasmusbrug stonden, zwart, maar ook wit. Het emotioneert me nog, want in mijn jonge jaren was het ondenkbaar dat mensen hun bestaansrecht en gelijkwaardigheid zo hadden durven claimen.
‘Ik blijf mijn verhaal vertellen. Je kunt het heden niet los zien van de geschiedenis. Die doorwerking, de onrechtvaardigheid, het institutioneel en systemisch racisme; de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft net nog een rapport gepubliceerd over hoezeer het in het DNA zit van de overheid. Ik heb het erover, voor mijn dochters en kleinzoon, en voor alle jonge mensen in Nederland.
‘Ik ga vaak naar het slavernijmonument. Dan raak ik vaak in gesprek met mensen. Vandaag nog met een groepje scholieren uit de buurt. De gesprekken zijn zonder uitzondering mooi. De Palestina-herdenking heeft hier onlangs ook plaatsgevonden, ik vind het fantastisch dat het zo’n verbindend monument is geworden.’
Wie: Ira en Ayra Kip (45)
Waar: Landelijk
Wat: Tweelingzussen Ayra en Ira Kip (geboren en getogen in Amsterdam, Surinaamse vader, Curaçaos-Arubaanse moeder) delen sinds 2020 gratis heri heri-maaltijden uit tijdens Ketikoti. Het initiatief Free Heri Heri For All begon in Amsterdam en tikt dit jaar de honderdduizendste maaltijd aan. Op te halen op 30 juni en 1 juli op locaties door het hele land, van Limburg tot Friesland.
Hoe is Free Heri Heri ontstaan?
Ayra: ‘Tijdens covid, in 2020. Ketikoti in het Oosterpark was afgelast, zoals vrijwel alles werd afgelast door de pandemie. Tegelijkertijd was het de zomer van de wereldwijde Black Lives Matter-beweging. Het voelde als hét moment om het gesprek voeren over thema’s als institutioneel racisme, migratie, discriminatie, de doorwerking van de geschiedenis van slavernij. Om de samenleving te verenigen.
‘Ook het Bevrijdingsfestival en de Vrijheidsmaaltijd van 5 mei waren afgelast. Een goede vriend, chef Joris Bijdendijk, was daarbij betrokken. Zij maakten dat jaar een blik soep die je kon bestellen, om mensen toch te verbinden via dezelfde maaltijd op dezelde dag. Ik appte als grapje: maak je ook een soep op 1 juli? Zo was het zaadje geplant.’
Ira: ‘Twee jaar eerder hadden we samen KIP Republic opgericht: een multidisciplinair cultureel productiehuis. We maken onder meer voorstellingen, tentoonstellingen, podcasts, produceren symposia. In al onze projecten speelt erfgoed een rol, ook ons culinair erfgoed.’
Waarom heri heri?
Ira: ‘Heri heri is een Surinaams gerecht met cassave, bakbanaan, zoete aardappel, gezouten vis en ei. Ingrediënten die werden verbouwd op de plantages – een tastbare verbinding met onze voorouders. Inmiddels is heri heri een delicatesse in de Surinaamse keuken, gegeten op verjaardagen, feestjes of Ketikoti. Het leek ons het perfecte gerecht om uit te delen en mensen symbolisch te verbinden voor deze herdenking. Eten is een kracht, een manier tot kennismaken, vieren, samenkomen.’
Ayra: ‘De Amsterdamse Afro-Caribische gemeenschap herdacht Ketikoti al in het Oosterpark. Wij wilden alle wijken meekrijgen, van de Zuidas tot een daklozenopvang in de Pijp. We maken ook een magazine met verdiepende educatie, en elk jaar een door een nieuwe kunstenaar ontworpen beeld dat zichtbaar is in de publieke ruimte in het hele land.
‘In 2020 hebben twaalf chefs met een heleboel vrijwilligers vierduizend maaltijden gemaakt, met ophaallocaties door heel Amsterdam. Binnen een uur was alles weg. Het was meteen een gigantisch succes. Het jaar erna wilden Rotterdam, Leeuwarden, Tilburg en Almere ook. Zo groeide het uit tot een landelijke beweging van organisaties uit de culturele en sociale sector, onderwijs, overheid en bedrijven.
‘Het gaat ons niet om zoveel mogelijk maaltijden, maar om een bereik en betrokkenheid bij Ketikoti van zoveel mogelijk mensen uit alle lagen van de samenleving in heel Nederland.’
Ira: ‘Dat is ook de symbolische boodschap achter Free Heri Heri For All. Dat het voor iedereen is en dat de samenleving het zelf draagt. Mensen benaderen ons, we werken samen. Wij hebben contact met primaire leveranciers, iedereen gebruikt hetzelfde recept en ze kunnen zelf de randprogrammering invullen.
‘Het uitdelen is geweldig. Alle generaties komen langs, ouders met kinderen, oudere mensen, een klas, mensen die van niets weten en nazaten. Wij wilden het idee doorbreken dat Ketikoti alleen voor Afro-Caribische mensen zou zijn.’
Ayra: ‘Wat ik mooi vind, is hoe 1 juli steeds meer is uitgegroeid tot een herdenking die vanuit de samenleving wordt gedragen. Je kan wel zeggen: de overheid moet een nationale herdenking uitroepen, maar de afgelopen jaren hebben getoond dat initiatieven juist vanuit de bevolking zelf komen. Dan wordt iets breed gedragen.
‘Ik zie Ketikoti als centrale paraplu van waaruit mensen samen de geschiedenis induiken. Het is de dag waarop de Nederlanders slavernij afschaften. In allerlei gemeenschappen worden andere dagen herdacht of gevierd: de inheemse gemeenschap van Suriname heeft een eigen moment, de marrons, en ook de Caribische eilanden. Nazaten uit verschillende gemeenschappen moeten ook vrij zijn om hun eigen momenten te kiezen.
Hoe staat Nederland ervoor, qua bewustzijn en emancipatie?
Ira: ‘Er is veel gebeurd. De koning en regering hebben excuses gemaakt. Steden en instellingen hebben onderzoek gedaan naar hun eigen rol in de koloniale tijd op het gebied van slavernij, er zijn monumenten geplaatst. Mensen weten meer; tien jaar geleden hadden veel mensen nog nooit van Ketikoti gehoord. 1 juli heeft bestaansrecht gekregen, op grotere schaal. Tegelijkertijd zie je een andere beweging in de maatschappij.’
Ayra: ‘Als je bedenkt dat landen als Frankrijk en Nederland, belangrijke voormalige kolonisten, zich van stemming onthielden dit jaar bij de VN-resolutie om slavenhandel tot ernstigste misdaad tegen de mensheid te bestempelen, kun je je afvragen wat die excuses precies hebben betekend.’
Ira: ‘Het voelt soms als één stap vooruit, twee stappen terug. Het laat vooral zien hoe langzaam verandering gaat, hoe snel je tegen de muren van een systeem botst.’
Ayra: ‘Dan denk je: mooi hoor excuses, maar Gaza dan, gaan we daar over zeventig jaar ook excuses voor aanbieden? Of dichter bij huis: tijdens het 150ste herdenkingsjaar vond iedereen Free Heri Heri geweldig, wilde iedereen meedoen. Een jaar later bleek veel betrokkenheid een momentopname. Laat ik het zo zeggen: er is nog steeds veel werk.’
Wie: Naomi Zeegelaar (19)
Waar: Zutphen
Wat: Speelt in en schreef het scenario voor jongerenvoorstelling Verbroken Ketenen.
Wat betekent Ketikoti voor jou?
‘Ik ben geboren en getogen in Zwolle. Mijn ouders zijn allebei Surinaams, maar wonen inmiddels langer hier dan ze daar hebben gewoond. Ze hebben me als kind veel verteld over het slavernijverleden en de geschiedenis.
‘Op school voelde ik me vaak een buitenbeentje. Er waren wel een paar kinderen die lichtgetint waren, maar met mijn huidskleur viel ik op en werd ik anders behandeld. Dat zit in allerlei kleine dingen, die je als kind toch opslaat. De overblijfmoeders die zeggen: wat spreek je goed Nederlands, de grapjes, het gebruiken van het n-woord.
‘Nu ik ouder ben, raken zulke dingen me minder, maar als kind wil je vooral zijn zoals iedereen. Ik schaam me nu om dit te zeggen, maar ik ging me schamen voor mijn anders-zijn, wilde me zoveel mogelijk aanpassen, assimileren, wat met mijn huidskleur natuurlijk nooit helemaal kan.
‘Wat me heeft geholpen was het bezoeken van het Kwakoefestival in Amsterdam: geen Ketikoti, maar wel een plek waar de Surinaamse cultuur gevierd wordt. We gingen er met familie heen en ik zag allemaal mensen die leken op mij. En vooral: die trots waren op wie ze zijn. Mensen droegen koto’s (jurk), pangi’s (omslagdoek), angisa’s (hoofddoek), traditionele culturele kleding die mijn moeder en tante soms ook dragen, maar die ik als kind nooit aan wilde, omdat ik niet anders wilde zijn.
‘Het raakte me heel erg om dat te zien. Ik besefte: wow, zo kan het ook. Het was zo divers, lekker eten, dansen, en ook allemaal witte Nederlandse mensen die meededen.’
En dit jaar speel je een voorstelling met Ketikoti.
‘Ik heb een mbo-acteeropleiding gedaan en ben toegelaten op de toneelacademie in Maastricht, waar ik in september ga beginnen. Ik heb in een productie gespeeld van theatergroep Woest Oost in Zutphen. De artistiek leider, Irene Kriek, heeft ook in Amsterdam gewerkt, zij heeft Ketikoti eigenlijk naar Zutphen gebracht een aantal jaar geleden.
‘Ik had een monoloog geschreven over wat Ketikoti voor mij betekent, voor jongens en meisjes zoals ik, die niet opgroeien in een diverse omgeving. En dat het zou helpen als mensen zouden weten hoe Suriname is ontstaan en dat wij nooit Ketikoti zouden hoeven herdenken en vieren als Nederland Suriname niet had gecreëerd. Dat het dus eigenlijk een ontzettend Nederlands verhaal is, en niet alleen van mensen met voorouders uit Suriname.
‘Irene vroeg me of ik het misschien wilde uitwerken om op te voeren rond Ketikoti in Zutphen. Zo is het ontstaan. Luna Heezen doet de regie; zij komt van Artez. Ik heb het scenario geschreven en speel met twee anderen, Julia en Yara. Ik ben de enige Surinaamse. Dat vind ik juist leuk, omdat ik het belangrijk vind dat het een Nederlandse viering is.
‘De voorstelling heet Verbroken Ketenen. Er zitten elementen in over de ontstaansgeschiedenis en hoe het slavernijverleden nog steeds effect heeft op onze levens nu. Maar de focus ligt op het delen van verhalen van onze jeugd, over herinneren aan speciale momenten, en op de vraag wat ‘vieren’ voor elk van ons betekent. Het is dé manier om de andere spelers, die wit zijn, en het publiek, dat dat ook hoofdzakelijk is, te verbinden aan de dag.
‘Er zijn misschien mensen die zich afvragen: is deze dag ook voor mij? Mij gaat het om de gemeenschappelijkheid ervan, want het is Néderlandse geschiedenis.’
Hoe zie je de toekomst van Ketikoti?
‘Als ik groot mag dromen, dan wil ik dat het overal gevierd wordt, niet alleen in Amsterdam, Rotterdam, dat het een nationale feestdag is. Samen dansen, eten en lachen, dat doen we toch ook met de Bevrijdingsfestivals? Vieren is een vorm van liefdevol verzet.
‘Er is een soort ongemak bij Nederlandse mensen over het slavernijverleden. Ze voelen zich aangevallen, in plaats van dat het een gesprek is over: hoe gaan we nu verder, hoe spelen racisme en discriminatie een rol in de samenleving en hoe komen we daarvanaf?
‘Ik denk dat ze dat ongemak voelen omdat ze heus wel weten dat er discriminatie bestaat. Of mensen die zeggen: ‘Waarom blijven jullie in het verleden hangen?’ Je kan iets toch pas achter je laten als het erkend wordt?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant