Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de stikstofplannen van het kabinet. Daarbij ligt de nadruk te veel op ‘Nederland van het stikstofslot halen’, vindt Dierenbescherming-directeur Ellen Bien. Dit zou ook het moment zijn om dieren in de veehouderij een beter leven te geven.
Afgelopen vrijdag presenteerde het kabinet zijn langverwachte stikstofaanpak. Tegelijkertijd verscheen een afzonderlijke brief over de stappen richting een dierwaardige veehouderij. Dat is absoluut een belangrijke stap. Maar op het land, bij de boer en uiteindelijk zelfs op ons bord zijn stikstof, natuur en dierenwelzijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Op het boerenerf komen alle opgaven samen. Boeren kunnen immers maar één keer investeren in hun stalsystemen. Nieuwe investeringen moeten daarom niet alleen bijdragen aan lagere stikstofemissie en natuurherstel, maar ook aan betere leefomstandigheden voor dieren. Een integrale aanpak voorkomt dat ondernemers vandaag investeren in systemen die over een paar jaar alweer moeten worden aangepast om aan nieuwe welzijnseisen te voldoen. Dat is kostbaar, inefficiënt en vertraagt bovendien de transitie naar een toekomstbestendige, dierwaardige landbouw.
Over de auteur
Ellen Bien is algemeen directeur van de Dierenbescherming.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het debat gaat vooral over vergunningen, natuurherstel en verdienmodellen. Maar er ligt ook een unieke kans om de noodzakelijke transitie van de landbouw te verbinden aan de ambitie van een dierwaardige veehouderij. Een gevaar is namelijk dat de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij zal worden verminderd door dieren nóg minder de wei in te sturen en de stallen potdicht te maken en luchtwassers te installeren. Daar is geen dier mee geholpen.
Als deelnemer aan de maatschappelijke tafel Stikstof, Natuur en Landbouw zie ik dat de voorgestelde zonering rond Natura 2000-gebieden daarbij een belangrijke stap kan zijn. Boeren krijgen in deze gebieden de keuze om te stoppen, zich te laten uitkopen of de omslag te maken naar een extensievere en natuurinclusieve bedrijfsvoering.
Dat is niet alleen goed nieuws voor de natuur en de biodiversiteit, maar ook voor dieren. Nederland kent de hoogste dierdichtheid van Europa. Miljoenen dieren leven in intensieve productiesystemen waarin de mogelijkheden voor natuurlijk gedrag beperkt zijn. De stikstofaanpak biedt daarom een unieke kans om niet alleen natuur te herstellen, maar ook de omslag te maken naar een dierwaardige veehouderij. In de wet is vastgelegd dat die in 2040 bereikt moet zijn.
Nederland komt niet zonder voedsel te zitten, een groot deel van onze dierlijke productie is namelijk bestemd voor export. De vraag is daarom niet óf we minder dieren kunnen houden, maar hoe we de dieren die we houden beter kunnen behandelen.
De maatschappelijke winst is pas echt groot als krimp van de veestapel gepaard gaat met een omslag naar grondgebonden, natuurinclusieve en dierwaardige landbouw. Die grondgebondenheid, dat er op een boerenbedrijf niet méér dieren worden gehouden dan de grond rondom de boerderij aan kan qua voeding en mest, is essentieel. Niet alleen omdat kringlopen worden gesloten en de druk op natuur en milieu afneemt, ook omdat grondgebonden bedrijven hun dieren vaker weidegang, uitloop en ruimte kunnen bieden. Minder dieren per hectare betekent simpelweg meer ruimte per dier.
Maar dan moet er wel een eerlijk verdienmodel zijn. We kunnen niet van boeren verwachten dat ze investeren in meer ruimte en hogere welzijnsnormen als de markt daar niet voor betaalt. De overheid kan met haar enorme inkoopkracht het verschil maken. Door biologische en andere producten met de hoogste dierenwelzijnsstandaarden, zoals drie sterren Beter Leven, de norm te maken in de publieke sector, bij het Rijk, in provincies, gemeenten, de zorg en het onderwijs, ontstaat een stabiele vraag naar dierwaardige producten. Zo krijgen boeren die de omslag maken ook economisch perspectief.
Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat juist de voorlopers van vandaag de slachtoffers van morgen worden. Biologische boeren en andere koplopers die al hebben geïnvesteerd in dierenwelzijn en extensivering verdienen maatwerk en een goed verdienmodel, geen extra belemmeringen.
De stikstofaanpak moet meer zijn dan een weg uit het vergunningenslot. Het moet ook de routekaart zijn naar een landbouw waarin natuurherstel, een gezond verdienmodel voor boeren en dierenwelzijn hand in hand gaan.
De keuzes die het kabinet de komende maanden maakt, bepalen niet alleen hoe onze natuur eruitziet, maar ook hoe wij omgaan met de miljoenen dieren die afhankelijk zijn van ons landbouwsysteem. De stikstofcrisis kan de grootste impuls voor dierenwelzijn in de Nederlandse landbouw in decennia worden. Laten we die kans met beide handen aangrijpen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant